← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 66/2007 van 26 april 2007 Rolnummer 3974 In zake : de
prejudiciële vragen over artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders,
gesteld door de Arbeidsrechtbank te Verviers."
Uittreksel uit arrest nr. 66/2007 van 26 april 2007 Rolnummer 3974 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Verviers. | Uittreksel uit arrest nr. 66/2007 van 26 april 2007 Rolnummer 3974 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Verviers. |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 66/2007 van 26 april 2007 | Uittreksel uit arrest nr. 66/2007 van 26 april 2007 |
Rolnummer 3974 | Rolnummer 3974 |
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 63 van de samengeordende | In zake : de prejudiciële vragen over artikel 63 van de samengeordende |
wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gesteld door | wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gesteld door |
de Arbeidsrechtbank te Verviers. | de Arbeidsrechtbank te Verviers. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters |
P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. | P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. |
Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, | Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van |
voorzitter M. Melchior, | voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging |
Bij vonnis van 24 april 2006 in zake de echtgenoten Solheid-Grulois | Bij vonnis van 24 april 2006 in zake de echtgenoten Solheid-Grulois |
tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het | tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het |
Arbitragehof is ingekomen op 4 mei 2006, heeft de Arbeidsrechtbank te | Arbitragehof is ingekomen op 4 mei 2006, heeft de Arbeidsrechtbank te |
Verviers de volgende prejudiciële vragen gesteld : | Verviers de volgende prejudiciële vragen gesteld : |
1. « Is artikel 63, §§ 1 en 2, van de (bij het koninklijk besluit van | 1. « Is artikel 63, §§ 1 en 2, van de (bij het koninklijk besluit van |
19 december 1939 gecoördineerde) wetten betreffende de kinderbijslag | 19 december 1939 gecoördineerde) wetten betreffende de kinderbijslag |
voor loonarbeiders, in de versie die is vastgesteld bij artikel 87 van | voor loonarbeiders, in de versie die is vastgesteld bij artikel 87 van |
de programmawet van 24 december 2002, waarbij twee categorieën worden | de programmawet van 24 december 2002, waarbij twee categorieën worden |
onderscheiden onder de kinderen met een handicap die in aanmerking | onderscheiden onder de kinderen met een handicap die in aanmerking |
komen voor een verhoogde kinderbijslag, onbestaanbaar met de artikelen | komen voor een verhoogde kinderbijslag, onbestaanbaar met de artikelen |
10 en 11 van de Grondwet ? »; | 10 en 11 van de Grondwet ? »; |
2. « Biedt artikel 63 van de (bij het koninklijk besluit van 19 | 2. « Biedt artikel 63 van de (bij het koninklijk besluit van 19 |
december 1939 gecoördineerde) wetten betreffende de kinderbijslag voor | december 1939 gecoördineerde) wetten betreffende de kinderbijslag voor |
loonarbeiders, in de versie die is vastgesteld bij artikel 84 van de | loonarbeiders, in de versie die is vastgesteld bij artikel 84 van de |
programmawet van 29 december 1990, voldoende toegang tot een minimum | programmawet van 29 december 1990, voldoende toegang tot een minimum |
aan menselijke waardigheid in de zin van artikel 23 van de Grondwet, | aan menselijke waardigheid in de zin van artikel 23 van de Grondwet, |
met inbegrip van een minimaal recht op sociale zekerheid, overwegende | met inbegrip van een minimaal recht op sociale zekerheid, overwegende |
dat, enerzijds, de verhoging van de gezinsbijslag onderworpen is aan | dat, enerzijds, de verhoging van de gezinsbijslag onderworpen is aan |
een hoge graad op het vlak van de ernst van de handicap (aangezien de | een hoge graad op het vlak van de ernst van de handicap (aangezien de |
wet een fysieke of mentale ongeschiktheid van minstens 66 pct. | wet een fysieke of mentale ongeschiktheid van minstens 66 pct. |
vereist), en overwegende dat, anderzijds, geen enkele toegankelijkheid | vereist), en overwegende dat, anderzijds, geen enkele toegankelijkheid |
mogelijk is voor minder ernstige handicaps die niettemin reëel en | mogelijk is voor minder ernstige handicaps die niettemin reëel en |
aanzienlijk zijn ? »; | aanzienlijk zijn ? »; |
3. « Biedt artikel 63 van de (bij het koninklijk besluit van 19 | 3. « Biedt artikel 63 van de (bij het koninklijk besluit van 19 |
december 1939 gecoördineerde) wetten betreffende de kinderbijslag voor | december 1939 gecoördineerde) wetten betreffende de kinderbijslag voor |
loonarbeiders, zowel in de versie ervan die is vastgesteld bij artikel | loonarbeiders, zowel in de versie ervan die is vastgesteld bij artikel |
84 van de programmawet van 29 december 1990 als in de versie ervan die | 84 van de programmawet van 29 december 1990 als in de versie ervan die |
is vastgesteld bij artikel 87 van de programmawet van 24 december | is vastgesteld bij artikel 87 van de programmawet van 24 december |
2002, voldoende toegang tot een minimum aan menselijke waardigheid in | 2002, voldoende toegang tot een minimum aan menselijke waardigheid in |
de zin van artikel 23 van de Grondwet, met inbegrip van een minimaal | de zin van artikel 23 van de Grondwet, met inbegrip van een minimaal |
recht op gezondheid en een minimaal recht op sociale zekerheid, | recht op gezondheid en een minimaal recht op sociale zekerheid, |
overwegende dat de wettelijke norm ertoe verplicht het percentage van | overwegende dat de wettelijke norm ertoe verplicht het percentage van |
de handicap te berekenen nadat de (preventieve en curatieve) medische | de handicap te berekenen nadat de (preventieve en curatieve) medische |
maatregelen zijn aangewend die de ernst van de handicap kunnen | maatregelen zijn aangewend die de ernst van de handicap kunnen |
voorkomen of verminderen, en dat bijgevolg de verhoging van de | voorkomen of verminderen, en dat bijgevolg de verhoging van de |
gezinsbijslag wordt ingetrokken indien de handicap medisch gezien voor | gezinsbijslag wordt ingetrokken indien de handicap medisch gezien voor |
verbetering vatbaar is dankzij behandelingen of prothesen, ongeacht de | verbetering vatbaar is dankzij behandelingen of prothesen, ongeacht de |
kosten van de medische maatregelen ? ». | kosten van de medische maatregelen ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag | Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag |
B.1. Artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de | B.1. Artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de |
kinderbijslag voor loonarbeiders, zoals het werd gewijzigd bij artikel | kinderbijslag voor loonarbeiders, zoals het werd gewijzigd bij artikel |
87 van de programmawet van 24 december 2002, bepaalt : | 87 van de programmawet van 24 december 2002, bepaalt : |
« § 1. De kinderbijslag wordt tot de leeftijd van 21 jaar toegekend | « § 1. De kinderbijslag wordt tot de leeftijd van 21 jaar toegekend |
ten behoeve van het kind dat geboren is uiterlijk op 1 januari 1996 en | ten behoeve van het kind dat geboren is uiterlijk op 1 januari 1996 en |
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van | getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van |
ten minste 66 pct. | ten minste 66 pct. |
De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze | De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze |
de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid van het kind wordt | de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid van het kind wordt |
vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaraan het kind moet voldoen. | vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaraan het kind moet voldoen. |
De vaststelling van de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid kan | De vaststelling van de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid kan |
worden herzien onder de voorwaarden bepaald door de Koning. | worden herzien onder de voorwaarden bepaald door de Koning. |
§ 2. De kinderbijslag wordt tot de leeftijd van 21 jaar toegekend ten | § 2. De kinderbijslag wordt tot de leeftijd van 21 jaar toegekend ten |
behoeve van het kind dat geboren is na 1 januari 1996 en een | behoeve van het kind dat geboren is na 1 januari 1996 en een |
aandoening heeft die gevolgen heeft voor hemzelf, op het vlak van de | aandoening heeft die gevolgen heeft voor hemzelf, op het vlak van de |
lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van de | lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van de |
activiteit en de participatie, of voor zijn familiale omgeving. | activiteit en de participatie, of voor zijn familiale omgeving. |
De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze | De Koning bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze |
de gevolgen van de aandoening bedoeld in het eerste lid worden | de gevolgen van de aandoening bedoeld in het eerste lid worden |
vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaraan het kind moet voldoen. | vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaraan het kind moet voldoen. |
De vaststelling van de gevolgen van de aandoening kan worden herzien | De vaststelling van de gevolgen van de aandoening kan worden herzien |
onder de voorwaarden bepaald door de Koning. | onder de voorwaarden bepaald door de Koning. |
§ 3. In afwijking van § 2, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld | § 3. In afwijking van § 2, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld |
na overleg in de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor | na overleg in de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor |
welke periode het kind, dat geboren is na 1 januari 1996, de | welke periode het kind, dat geboren is na 1 januari 1996, de |
kinderbijslag geniet met toepassing van § 1. | kinderbijslag geniet met toepassing van § 1. |
§ 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de | § 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de |
Ministerraad, de toepassing van § 2, eerste lid, uitbreiden tot | Ministerraad, de toepassing van § 2, eerste lid, uitbreiden tot |
bepaalde categorieën van kinderen geboren uiterlijk op 1 januari 1996. | bepaalde categorieën van kinderen geboren uiterlijk op 1 januari 1996. |
In dit geval wijzigt Hij § 1 op overeenkomstige wijze ». | In dit geval wijzigt Hij § 1 op overeenkomstige wijze ». |
B.2. De verwijzende rechter verzoekt het Hof zich uit te spreken over | B.2. De verwijzende rechter verzoekt het Hof zich uit te spreken over |
de eventuele schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door | de eventuele schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door |
artikel artikel 63, §§ 1 en 2, van de samengeordende wetten | artikel artikel 63, §§ 1 en 2, van de samengeordende wetten |
betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, omdat door voormeld | betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, omdat door voormeld |
artikel twee categorieën van kinderen met een handicap worden | artikel twee categorieën van kinderen met een handicap worden |
onderscheiden, namelijk de kinderen die werden geboren vóór 2 januari | onderscheiden, namelijk de kinderen die werden geboren vóór 2 januari |
1996 (artikel 63, § 1) en de kinderen die werden geboren vanaf 2 | 1996 (artikel 63, § 1) en de kinderen die werden geboren vanaf 2 |
januari 1996 (artikel 63, § 2). | januari 1996 (artikel 63, § 2). |
B.3. Het algemene stelsel van de kinderbijslag is een | B.3. Het algemene stelsel van de kinderbijslag is een |
verzekeringsstelsel, wat impliceert dat de inkomsten van de | verzekeringsstelsel, wat impliceert dat de inkomsten van de |
rechthebbenden niet in aanmerking worden genomen om het bestaan van | rechthebbenden niet in aanmerking worden genomen om het bestaan van |
het recht op kinderbijslag vast te stellen. Dat algemene stelsel wordt | het recht op kinderbijslag vast te stellen. Dat algemene stelsel wordt |
echter gecorrigeerd ten gunste van bepaalde categorieën van | echter gecorrigeerd ten gunste van bepaalde categorieën van |
rechtgevende kinderen die een bijzondere aandacht vereisen, | rechtgevende kinderen die een bijzondere aandacht vereisen, |
bijvoorbeeld voor sommige kinderen met een handicap. Door het in het | bijvoorbeeld voor sommige kinderen met een handicap. Door het in het |
geding zijnde artikel 63, §§ 1 en 2, van de samengeordende wetten | geding zijnde artikel 63, §§ 1 en 2, van de samengeordende wetten |
betreffende de kinderbijslag van loonarbeiders bestaan thans twee | betreffende de kinderbijslag van loonarbeiders bestaan thans twee |
regelingen van verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap, | regelingen van verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap, |
waarbij de geboortedatum van het kind bepalend is voor de toepassing | waarbij de geboortedatum van het kind bepalend is voor de toepassing |
van de vroegere, dan wel de nieuwe regeling. | van de vroegere, dan wel de nieuwe regeling. |
De vroegere regeling blijft gelden voor de kinderen die vóór 2 januari | De vroegere regeling blijft gelden voor de kinderen die vóór 2 januari |
1996 zijn geboren, hetgeen betekent dat zij, naast de basisbijslag, | 1996 zijn geboren, hetgeen betekent dat zij, naast de basisbijslag, |
recht hebben op een verhoogde kinderbijslag als ze een handicap hebben | recht hebben op een verhoogde kinderbijslag als ze een handicap hebben |
van minstens 66 pct. Ook met hun graad van zelfredzaamheid, namelijk | van minstens 66 pct. Ook met hun graad van zelfredzaamheid, namelijk |
de mate waarin het kind in staat is om onder meer zichzelf te | de mate waarin het kind in staat is om onder meer zichzelf te |
verzorgen, te voeden, te kleden, wordt rekening gehouden. De toeslag | verzorgen, te voeden, te kleden, wordt rekening gehouden. De toeslag |
voor kinderen met een handicap stijgt naarmate de | voor kinderen met een handicap stijgt naarmate de |
zelfredzaamheidsgraad lager is. | zelfredzaamheidsgraad lager is. |
Op 1 mei 2003 werd voor kinderen geboren vanaf 2 januari 1996 een | Op 1 mei 2003 werd voor kinderen geboren vanaf 2 januari 1996 een |
nieuw systeem ingevoerd, waarbij niet langer wordt gewerkt met de | nieuw systeem ingevoerd, waarbij niet langer wordt gewerkt met de |
grens van 66 pct. en wordt afgestapt van de uitsluitend medische | grens van 66 pct. en wordt afgestapt van de uitsluitend medische |
benadering van de handicap. De nieuwe regeling maakt een globale | benadering van de handicap. De nieuwe regeling maakt een globale |
evaluatie van de toestand van het kind. De gevolgen van de handicap | evaluatie van de toestand van het kind. De gevolgen van de handicap |
van het kind worden op drie manieren in aanmerking genomen : de | van het kind worden op drie manieren in aanmerking genomen : de |
gevolgen van de aandoening op het vlak van de lichamelijke of de | gevolgen van de aandoening op het vlak van de lichamelijke of de |
geestelijke ongeschiktheid (pijler 1), de gevolgen van de aandoening | geestelijke ongeschiktheid (pijler 1), de gevolgen van de aandoening |
op het vlak van de activiteit en participatie van het kind (pijler 2) | op het vlak van de activiteit en participatie van het kind (pijler 2) |
en de gevolgen van de aandoening voor de familiale omgeving van het | en de gevolgen van de aandoening voor de familiale omgeving van het |
kind (pijler 3). | kind (pijler 3). |
B.4.1. Het doel van die wetswijziging wordt als volgt omschreven in de | B.4.1. Het doel van die wetswijziging wordt als volgt omschreven in de |
memorie van toelichting : | memorie van toelichting : |
« Het huidige stelsel, dat van toepassing blijft op de kinderen die | « Het huidige stelsel, dat van toepassing blijft op de kinderen die |
geboren zijn uiterlijk op 1 januari 1996, is gestoeld op het bestaan | geboren zijn uiterlijk op 1 januari 1996, is gestoeld op het bestaan |
van een handicap, die uitgedrukt wordt in een lichamelijke of | van een handicap, die uitgedrukt wordt in een lichamelijke of |
geestelijke ongeschiktheid. | geestelijke ongeschiktheid. |
Het huidige stelsel brengt mede dat sommige kinderen met een eerder | Het huidige stelsel brengt mede dat sommige kinderen met een eerder |
matige handicap, ondanks de ernstige gevolgen ervan voor hun familiale | matige handicap, ondanks de ernstige gevolgen ervan voor hun familiale |
omgeving, niet rechtgevend zijn op verhoogde kinderbijslag. | omgeving, niet rechtgevend zijn op verhoogde kinderbijslag. |
Daarenboven brengt de goede verzorging door de ouders soms met zich | Daarenboven brengt de goede verzorging door de ouders soms met zich |
mee dat de ongeschiktheid daalt tot onder de drempel van 66 % | mee dat de ongeschiktheid daalt tot onder de drempel van 66 % |
ongeschiktheid, wat tot gevolg heeft dat het kind niet meer | ongeschiktheid, wat tot gevolg heeft dat het kind niet meer |
rechtgevend is op de bijkomende bijslag of zelfs de gewone | rechtgevend is op de bijkomende bijslag of zelfs de gewone |
kinderbijslag (het betreft kinderen die ouder zijn dan 18 jaar en niet | kinderbijslag (het betreft kinderen die ouder zijn dan 18 jaar en niet |
meer studeren). | meer studeren). |
In het nieuwe stelsel worden de gevolgen van de aandoening van het | In het nieuwe stelsel worden de gevolgen van de aandoening van het |
kind gemeten. Het gaat hierbij zowel om de gevolgen voor het kind zelf | kind gemeten. Het gaat hierbij zowel om de gevolgen voor het kind zelf |
als om de gevolgen voor zijn familiale omgeving. De gevolgen voor het | als om de gevolgen voor zijn familiale omgeving. De gevolgen voor het |
kind betreffen enerzijds zijn lichamelijke of geestelijke | kind betreffen enerzijds zijn lichamelijke of geestelijke |
ongeschiktheid (pijler I) en anderzijds zijn graad van activiteit en | ongeschiktheid (pijler I) en anderzijds zijn graad van activiteit en |
participatie (pijler II). Daarnaast wordt de familiale belasting | participatie (pijler II). Daarnaast wordt de familiale belasting |
(pijler III) gemeten » (Parl. St., Kamer, 2002-2003, DOC 50-2124/001, | (pijler III) gemeten » (Parl. St., Kamer, 2002-2003, DOC 50-2124/001, |
p. 73). | p. 73). |
B.4.2. Het behoud van het vroegere stelsel voor de kinderen die vóór 2 | B.4.2. Het behoud van het vroegere stelsel voor de kinderen die vóór 2 |
januari 1996 zijn geboren, wordt als volgt gemotiveerd : | januari 1996 zijn geboren, wordt als volgt gemotiveerd : |
« Het stelsel van de kinderbijslag voor het kind met een handicap | « Het stelsel van de kinderbijslag voor het kind met een handicap |
wordt grondig hervormd. In de eerste fase worden enkel de kinderen die | wordt grondig hervormd. In de eerste fase worden enkel de kinderen die |
geboren zijn na 1 januari 1996 beoogd. De keuze voor deze | geboren zijn na 1 januari 1996 beoogd. De keuze voor deze |
leeftijdsgroep is verantwoord door het feit dat de belasting (zowel de | leeftijdsgroep is verantwoord door het feit dat de belasting (zowel de |
psychologische belasting als de kosten) voor de ouders vooral in de | psychologische belasting als de kosten) voor de ouders vooral in de |
eerste levensjaren van een kind met een handicap doorweegt. De Koning | eerste levensjaren van een kind met een handicap doorweegt. De Koning |
kan naderhand, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de toepassing | kan naderhand, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de toepassing |
van het nieuwe stelsel uitbreiden tot andere leeftijdscategorieën op | van het nieuwe stelsel uitbreiden tot andere leeftijdscategorieën op |
het ogenblik dat daartoe voldoende budgettaire ruimte is. | het ogenblik dat daartoe voldoende budgettaire ruimte is. |
Een geleidelijke invoering van het nieuwe stelsel heeft meerdere | Een geleidelijke invoering van het nieuwe stelsel heeft meerdere |
voordelen : | voordelen : |
- het laat toe het stelsel nog inhoudelijk bij te sturen; | - het laat toe het stelsel nog inhoudelijk bij te sturen; |
- het voorkomt een overbelasting van de administratie gedurende de | - het voorkomt een overbelasting van de administratie gedurende de |
eerste jaren; | eerste jaren; |
- het budgettair impact wordt beperkt zowel op het vlak van de massa | - het budgettair impact wordt beperkt zowel op het vlak van de massa |
van bijslagen als van de administratieve meerkost » (ibid., pp. 72-73, | van bijslagen als van de administratieve meerkost » (ibid., pp. 72-73, |
zie ook p. 74). | zie ook p. 74). |
B.4.3. Artikel 63 van de voormelde wet is ten uitvoer gelegd in een | B.4.3. Artikel 63 van de voormelde wet is ten uitvoer gelegd in een |
koninklijk besluit van 28 maart 2003. In het verslag aan de Koning | koninklijk besluit van 28 maart 2003. In het verslag aan de Koning |
staat te lezen : | staat te lezen : |
« Dit ontwerp van koninklijk besluit, genomen in uitvoering van | « Dit ontwerp van koninklijk besluit, genomen in uitvoering van |
voormelde artikelen, voert vanaf 1 mei 2003 een nieuwe regeling in | voormelde artikelen, voert vanaf 1 mei 2003 een nieuwe regeling in |
voor de kinderen geboren na 1 januari 1996. | voor de kinderen geboren na 1 januari 1996. |
De oude regeling (het koninklijk besluit van 3 mei 1991 tot uitvoering | De oude regeling (het koninklijk besluit van 3 mei 1991 tot uitvoering |
van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten | van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten |
betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 96 van | betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 96 van |
de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen), die van | de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen), die van |
toepassing blijft op de kinderen die geboren zijn uiterlijk op 1 | toepassing blijft op de kinderen die geboren zijn uiterlijk op 1 |
januari 1996, is gestoeld op het bestaan van een handicap, die | januari 1996, is gestoeld op het bestaan van een handicap, die |
uitgedrukt wordt in een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid die | uitgedrukt wordt in een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid die |
ten minste 66 pct. moet bedragen. | ten minste 66 pct. moet bedragen. |
Deze regeling brengt mede dat sommige kinderen met een eerder matige | Deze regeling brengt mede dat sommige kinderen met een eerder matige |
handicap, ondanks de ernstige gevolgen ervan voor hun familiale | handicap, ondanks de ernstige gevolgen ervan voor hun familiale |
omgeving, niet rechtgevend zijn op kinderbijslag. Daarenboven brengt | omgeving, niet rechtgevend zijn op kinderbijslag. Daarenboven brengt |
de goede verzorging door de ouders soms met zich mee dat de | de goede verzorging door de ouders soms met zich mee dat de |
ongeschiktheid daalt tot onder de drempel van 66 % ongeschiktheid, wat | ongeschiktheid daalt tot onder de drempel van 66 % ongeschiktheid, wat |
als gevolg heeft dat het kind niet meer rechtgevend is op de | als gevolg heeft dat het kind niet meer rechtgevend is op de |
bijkomende bijslag of zelfs de gewone kinderbijslag (kinderen van meer | bijkomende bijslag of zelfs de gewone kinderbijslag (kinderen van meer |
dan 18 jaar die niet meer studeren). | dan 18 jaar die niet meer studeren). |
In de nieuwe regeling, die toepasselijk zal zijn op de kinderen | In de nieuwe regeling, die toepasselijk zal zijn op de kinderen |
geboren na 1 januari 1996, worden de gevolgen van de aandoening van | geboren na 1 januari 1996, worden de gevolgen van de aandoening van |
het kind gemeten. Hierbij gaat het niet alleen over de gevolgen voor | het kind gemeten. Hierbij gaat het niet alleen over de gevolgen voor |
het kind, doch ook om de gevolgen voor zijn familiale omgeving. | het kind, doch ook om de gevolgen voor zijn familiale omgeving. |
De gevolgen voor het kind betreffen enerzijds zijn lichamelijke of | De gevolgen voor het kind betreffen enerzijds zijn lichamelijke of |
geestelijke ongeschiktheid (pijler 1) en anderzijds zijn graad van | geestelijke ongeschiktheid (pijler 1) en anderzijds zijn graad van |
activiteit en participatie (pijler 2). De lichamelijke of geestelijke | activiteit en participatie (pijler 2). De lichamelijke of geestelijke |
ongeschiktheid uit de oude regeling wordt dus behouden, doch de | ongeschiktheid uit de oude regeling wordt dus behouden, doch de |
minimumvoorwaarde van 66 pct. wordt weggelaten. | minimumvoorwaarde van 66 pct. wordt weggelaten. |
De belangrijkste innovatie van de nieuwe regeling is dat voortaan | De belangrijkste innovatie van de nieuwe regeling is dat voortaan |
rekening gehouden wordt met de gevolgen van de aandoening voor de | rekening gehouden wordt met de gevolgen van de aandoening voor de |
familiale omgeving van het kind (pijler 3), bvb. op het vlak van de | familiale omgeving van het kind (pijler 3), bvb. op het vlak van de |
opvolging van de behandeling thuis of de geboden hulp aan het kind. | opvolging van de behandeling thuis of de geboden hulp aan het kind. |
Onder bepaalde voorwaarden zal ten aanzien van een kind dat geboren is | Onder bepaalde voorwaarden zal ten aanzien van een kind dat geboren is |
na 1 januari 1996 toch het koninklijk besluit van 3 mei 1991 (oude | na 1 januari 1996 toch het koninklijk besluit van 3 mei 1991 (oude |
regeling) worden toegepast. Dit is het geval wanneer een aanvraag | regeling) worden toegepast. Dit is het geval wanneer een aanvraag |
wordt ingediend voor 1 mei 2003, terwijl de medische beslissing die | wordt ingediend voor 1 mei 2003, terwijl de medische beslissing die |
hieruit voortvloeit een ambtshalve herziening plant op een datum na 30 | hieruit voortvloeit een ambtshalve herziening plant op een datum na 30 |
april 2003. In dergelijke gevallen kan desgevallend de oude regeling | april 2003. In dergelijke gevallen kan desgevallend de oude regeling |
gedurende een periode na 30 april 2003 worden toegepast en dit | gedurende een periode na 30 april 2003 worden toegepast en dit |
maximaal tot drie jaar na de datum van deze geplande herziening. Deze | maximaal tot drie jaar na de datum van deze geplande herziening. Deze |
maatregel laat zodoende toe, dat gedurende een bepaalde tijd de | maatregel laat zodoende toe, dat gedurende een bepaalde tijd de |
rechten, die verworven waren op grond van de oude regeling, behouden | rechten, die verworven waren op grond van de oude regeling, behouden |
blijven. | blijven. |
De nieuwe regeling wordt ingevoerd in fases. In een eerste fase worden | De nieuwe regeling wordt ingevoerd in fases. In een eerste fase worden |
alleen de kinderen geboren na 1 januari 1996 beoogd. Dit biedt het | alleen de kinderen geboren na 1 januari 1996 beoogd. Dit biedt het |
voordeel om eventueel nadien de regeling aan te passen in functie van | voordeel om eventueel nadien de regeling aan te passen in functie van |
de opgedane ervaring en om een administratieve overlast te vermijden » | de opgedane ervaring en om een administratieve overlast te vermijden » |
(Belgisch Staatsblad van 23 april 2003). | (Belgisch Staatsblad van 23 april 2003). |
B.5. Het verschil in behandeling dat voortvloeit uit artikel 63, §§ 1 | B.5. Het verschil in behandeling dat voortvloeit uit artikel 63, §§ 1 |
en 2, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor | en 2, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor |
loonarbeiders, berust op een objectief criterium, namelijk de | loonarbeiders, berust op een objectief criterium, namelijk de |
geboortedatum van het kind met een handicap. | geboortedatum van het kind met een handicap. |
B.6. Rekening houdend met het doel van de wetgever, namelijk een | B.6. Rekening houdend met het doel van de wetgever, namelijk een |
grondige hervorming van het systeem van de verhoogde kinderbijslag | grondige hervorming van het systeem van de verhoogde kinderbijslag |
voor kinderen met een handicap, binnen de budgettaire grenzen van de | voor kinderen met een handicap, binnen de budgettaire grenzen van de |
begroting, is het criterium pertinent. | begroting, is het criterium pertinent. |
B.7.1. Door te bepalen dat het nieuwe systeem enkel van toepassing is | B.7.1. Door te bepalen dat het nieuwe systeem enkel van toepassing is |
op kinderen geboren vanaf 2 januari 1996, heeft de wetgever een | op kinderen geboren vanaf 2 januari 1996, heeft de wetgever een |
maatregel genomen die redelijk te verantwoorden is. De keuze voor die | maatregel genomen die redelijk te verantwoorden is. De keuze voor die |
leeftijdsgroep wordt verantwoord door het feit dat de psychologische | leeftijdsgroep wordt verantwoord door het feit dat de psychologische |
en financiële belasting voor de ouders vooral in de eerste levensjaren | en financiële belasting voor de ouders vooral in de eerste levensjaren |
van een kind met een handicap doorweegt. | van een kind met een handicap doorweegt. |
Een geleidelijke invoering heeft ook als voordeel dat het systeem nog | Een geleidelijke invoering heeft ook als voordeel dat het systeem nog |
inhoudelijk kan worden bijgestuurd, dat een overbelasting van de | inhoudelijk kan worden bijgestuurd, dat een overbelasting van de |
administratie gedurende de eerste jaren wordt vermeden, en dat de | administratie gedurende de eerste jaren wordt vermeden, en dat de |
budgettaire impact die voortvloeit uit de aanvullende kinderbijslag of | budgettaire impact die voortvloeit uit de aanvullende kinderbijslag of |
uit de administratieve meerkost, wordt beperkt. | uit de administratieve meerkost, wordt beperkt. |
B.7.2. Daarnaast moet worden opgemerkt dat het nieuwe systeem niet | B.7.2. Daarnaast moet worden opgemerkt dat het nieuwe systeem niet |
voor alle kinderen een voordeel zal opleveren. Daarom bepalen de | voor alle kinderen een voordeel zal opleveren. Daarom bepalen de |
artikelen 11 tot 18 van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 bij | artikelen 11 tot 18 van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 bij |
wege van overgangsmaatregel dat onder bepaalde voorwaarden ten aanzien | wege van overgangsmaatregel dat onder bepaalde voorwaarden ten aanzien |
van een kind dat is geboren vanaf 2 januari 1996, en voor wie een | van een kind dat is geboren vanaf 2 januari 1996, en voor wie een |
aanvraag is ingediend vóór 1 mei 2003, toch nog de vroegere regeling | aanvraag is ingediend vóór 1 mei 2003, toch nog de vroegere regeling |
zal worden toegepast. Dit koninklijk besluit werd genomen ter | zal worden toegepast. Dit koninklijk besluit werd genomen ter |
uitvoering van artikel 63, § 3. | uitvoering van artikel 63, § 3. |
Artikel 63, § 4, bepaalt eveneens dat de Koning de toepassing van de | Artikel 63, § 4, bepaalt eveneens dat de Koning de toepassing van de |
nieuwe regeling kan uitbreiden naar andere leeftijdscategorieën | nieuwe regeling kan uitbreiden naar andere leeftijdscategorieën |
wanneer daarvoor voldoende budgettaire ruimte bestaat. | wanneer daarvoor voldoende budgettaire ruimte bestaat. |
B.8. De eerste prejudiciële vraag dient ontkennend te worden | B.8. De eerste prejudiciële vraag dient ontkennend te worden |
beantwoord. | beantwoord. |
Ten aanzien van de tweede en de derde prejudiciële vraag | Ten aanzien van de tweede en de derde prejudiciële vraag |
B.9.1. Met de tweede prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter | B.9.1. Met de tweede prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter |
van het Hof te vernemen of artikel 63 van de samengeordende wetten | van het Hof te vernemen of artikel 63 van de samengeordende wetten |
betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vóór de wijziging | betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vóór de wijziging |
ervan bij artikel 87 van de programmawet van 24 december 2002, | ervan bij artikel 87 van de programmawet van 24 december 2002, |
namelijk de vroegere regeling van de verhoogde kinderbijslag voor | namelijk de vroegere regeling van de verhoogde kinderbijslag voor |
kinderen met een handicap, voldoende toegang geeft tot een minimum aan | kinderen met een handicap, voldoende toegang geeft tot een minimum aan |
menselijke waardigheid in de zin van artikel 23 van de Grondwet, omdat | menselijke waardigheid in de zin van artikel 23 van de Grondwet, omdat |
het in de vroegere regeling enkel mogelijk is een verhoogde | het in de vroegere regeling enkel mogelijk is een verhoogde |
tegemoetkoming te verkrijgen wanneer er een ongeschiktheid is van ten | tegemoetkoming te verkrijgen wanneer er een ongeschiktheid is van ten |
minste 66 pct., met dien verstande dat er geen tegemoetkoming is « bij | minste 66 pct., met dien verstande dat er geen tegemoetkoming is « bij |
minder ernstige handicaps die niettemin reëel en aanzienlijk zijn ». | minder ernstige handicaps die niettemin reëel en aanzienlijk zijn ». |
B.9.2. Met de derde prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter | B.9.2. Met de derde prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter |
van het Hof te vernemen of artikel 63 van de samengeordende wetten | van het Hof te vernemen of artikel 63 van de samengeordende wetten |
betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vóór en na de | betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vóór en na de |
wijziging ervan bij artikel 87 van de programmawet van 24 december | wijziging ervan bij artikel 87 van de programmawet van 24 december |
2002, voldoende toegang geeft tot een minimum aan menselijke | 2002, voldoende toegang geeft tot een minimum aan menselijke |
waardigheid in de zin van artikel 23 van de Grondwet, omdat het zowel | waardigheid in de zin van artikel 23 van de Grondwet, omdat het zowel |
in de vroegere als in de nieuwe regeling van de verhoogde | in de vroegere als in de nieuwe regeling van de verhoogde |
kinderbijslag mogelijk is de verhoging van de kinderbijslag in te | kinderbijslag mogelijk is de verhoging van de kinderbijslag in te |
trekken indien de handicap medisch gezien voor verbetering vatbaar is | trekken indien de handicap medisch gezien voor verbetering vatbaar is |
« dankzij behandelingen of prothesen, ongeacht de kosten van de | « dankzij behandelingen of prothesen, ongeacht de kosten van de |
medische maatregelen ». | medische maatregelen ». |
B.10.1. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt : | B.10.1. Artikel 23 van de Grondwet bepaalt : |
« Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. | « Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. |
Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde | Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde |
regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de | regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de |
economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden | economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden |
voor de uitoefening bepalen. | voor de uitoefening bepalen. |
Die rechten omvatten inzonderheid : | Die rechten omvatten inzonderheid : |
1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het | 1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het |
raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is | raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is |
op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk | op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk |
werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een | werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een |
billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en | billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en |
collectief onderhandelen; | collectief onderhandelen; |
2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en | 2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en |
sociale, geneeskundige en juridische bijstand; | sociale, geneeskundige en juridische bijstand; |
3° het recht op een behoorlijke huisvesting; | 3° het recht op een behoorlijke huisvesting; |
4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu; | 4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu; |
5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing ». | 5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing ». |
B.10.2. Artikel 23, eerste lid, van de Grondwet bepaalt dat ieder het | B.10.2. Artikel 23, eerste lid, van de Grondwet bepaalt dat ieder het |
recht heeft een menswaardig leven te leiden en het derde lid, 2°, | recht heeft een menswaardig leven te leiden en het derde lid, 2°, |
vermeldt onder de economische, sociale en culturele rechten « het | vermeldt onder de economische, sociale en culturele rechten « het |
recht op sociale zekerheid » en « het recht op bescherming van de | recht op sociale zekerheid » en « het recht op bescherming van de |
gezondheid ». Die bepalingen preciseren niet wat die rechten, waarvan | gezondheid ». Die bepalingen preciseren niet wat die rechten, waarvan |
enkel het beginsel wordt uitgedrukt, impliceren, aangezien elke | enkel het beginsel wordt uitgedrukt, impliceren, aangezien elke |
wetgever ermee belast is die rechten te waarborgen, overeenkomstig | wetgever ermee belast is die rechten te waarborgen, overeenkomstig |
artikel 23, tweede lid, « rekening houdend met de overeenkomstige | artikel 23, tweede lid, « rekening houdend met de overeenkomstige |
plichten ». | plichten ». |
B.10.3. Uit artikel 23, tweede lid, van de Grondwet volgt ook dat het | B.10.3. Uit artikel 23, tweede lid, van de Grondwet volgt ook dat het |
recht een menswaardig leven te leiden onder meer kan worden | recht een menswaardig leven te leiden onder meer kan worden |
verwezenlijkt door het geheel van de economische, sociale en culturele | verwezenlijkt door het geheel van de economische, sociale en culturele |
rechten, waarvan de combinatie ertoe strekt eenieder in staat te | rechten, waarvan de combinatie ertoe strekt eenieder in staat te |
stellen dat recht te genieten. Het recht op sociale zekerheid, waartoe | stellen dat recht te genieten. Het recht op sociale zekerheid, waartoe |
het recht op kinderbijslag behoort, is een van die rechten. | het recht op kinderbijslag behoort, is een van die rechten. |
B.10.4. Om het recht op sociale zekerheid te waarborgen, beschikt de | B.10.4. Om het recht op sociale zekerheid te waarborgen, beschikt de |
bevoegde wetgever over een ruime beoordelingsvrijheid. Het Hof zou de | bevoegde wetgever over een ruime beoordelingsvrijheid. Het Hof zou de |
door hem genomen maatregelen om die doelstelling te bereiken, alleen | door hem genomen maatregelen om die doelstelling te bereiken, alleen |
kunnen afkeuren wanneer zij voortvloeien uit een kennelijk onredelijk | kunnen afkeuren wanneer zij voortvloeien uit een kennelijk onredelijk |
oordeel. | oordeel. |
B.10.5. De maatregel die in het geding is, heeft betrekking op een | B.10.5. De maatregel die in het geding is, heeft betrekking op een |
aspect van een van de in artikel 23, tweede en derde lid, bedoelde | aspect van een van de in artikel 23, tweede en derde lid, bedoelde |
economische, sociale of culturele rechten. Het Hof moet te dezen | economische, sociale of culturele rechten. Het Hof moet te dezen |
rekening houden met alle wettelijke bepalingen die ertoe bijdragen het | rekening houden met alle wettelijke bepalingen die ertoe bijdragen het |
recht een menswaardig leven te leiden, te waarborgen. | recht een menswaardig leven te leiden, te waarborgen. |
B.10.6. Wat de tweede prejudiciële vraag betreft, berust het feit dat | B.10.6. Wat de tweede prejudiciële vraag betreft, berust het feit dat |
de toekenning van de verhoogde kinderbijslag afhankelijk wordt gesteld | de toekenning van de verhoogde kinderbijslag afhankelijk wordt gesteld |
van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 | van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 |
procent, niet op een kennelijk onredelijk oordeel. | procent, niet op een kennelijk onredelijk oordeel. |
Het recht op sociale zekerheid en het recht op geneeskundige bijstand | Het recht op sociale zekerheid en het recht op geneeskundige bijstand |
worden immers gewaarborgd door andere wetgevingen die kunnen worden | worden immers gewaarborgd door andere wetgevingen die kunnen worden |
toegepast op een kind met een handicap, meer bepaald door het recht op | toegepast op een kind met een handicap, meer bepaald door het recht op |
de gewone kinderbijslag of door de regeling inzake ziekte- en | de gewone kinderbijslag of door de regeling inzake ziekte- en |
invaliditeitsverzekering. | invaliditeitsverzekering. |
B.10.7. Wat de derde prejudiciële vraag betreft, machtigen de in het | B.10.7. Wat de derde prejudiciële vraag betreft, machtigen de in het |
geding zijnde bepalingen, na de essentiële elementen van het recht op | geding zijnde bepalingen, na de essentiële elementen van het recht op |
kinderbijslag te hebben bepaald, de Koning ertoe om, enerzijds, te | kinderbijslag te hebben bepaald, de Koning ertoe om, enerzijds, te |
bepalen op welke wijze de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid | bepalen op welke wijze de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid |
van het kind wordt vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaraan het | van het kind wordt vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaraan het |
kind moet voldoen (artikel 63, § 1, tweede lid) en, anderzijds, de | kind moet voldoen (artikel 63, § 1, tweede lid) en, anderzijds, de |
criteria te bepalen, alsmede de wijze waarop de gevolgen van de | criteria te bepalen, alsmede de wijze waarop de gevolgen van de |
aandoening worden vastgesteld en de voorwaarden waaraan het kind moet | aandoening worden vastgesteld en de voorwaarden waaraan het kind moet |
voldoen (artikel 63, § 2, tweede lid). Die uitvoeringsmaatregelen | voldoen (artikel 63, § 2, tweede lid). Die uitvoeringsmaatregelen |
behoren niet tot de bevoegdheid van het Hof. | behoren niet tot de bevoegdheid van het Hof. |
B.11. De tweede en de derde prejudiciële vraag dienen ontkennend te | B.11. De tweede en de derde prejudiciële vraag dienen ontkennend te |
worden beantwoord. | worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
- Artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag | - Artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag |
voor loonarbeiders, zoals gewijzigd bij artikel 87 van de programmawet | voor loonarbeiders, zoals gewijzigd bij artikel 87 van de programmawet |
van 24 december 2002, schendt de artikelen 10, 11 en 23 van de | van 24 december 2002, schendt de artikelen 10, 11 en 23 van de |
Grondwet niet. | Grondwet niet. |
- Artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag | - Artikel 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag |
voor loonarbeiders, vóór de wijziging ervan bij artikel 87 van de | voor loonarbeiders, vóór de wijziging ervan bij artikel 87 van de |
programmawet van 24 december 2002, schond artikel 23 van de Grondwet | programmawet van 24 december 2002, schond artikel 23 van de Grondwet |
niet. | niet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 26 april 2007. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 26 april 2007. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |