Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 192/2005 van 14 december 2005 Rolnummer 3129 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Jeugdrechtbank te Brugge. Het Arbitragehof, samenges wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging "
Uittreksel uit arrest nr. 192/2005 van 14 december 2005 Rolnummer 3129 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Jeugdrechtbank te Brugge. Het Arbitragehof, samenges wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Uittreksel uit arrest nr. 192/2005 van 14 december 2005 Rolnummer 3129 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Jeugdrechtbank te Brugge. Het Arbitragehof, samenges wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 192/2005 van 14 december 2005 Uittreksel uit arrest nr. 192/2005 van 14 december 2005
Rolnummer 3129 Rolnummer 3129
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het
Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Jeugdrechtbank te Brugge. Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Jeugdrechtbank te Brugge.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters
P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P.
Snappe, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier L. Snappe, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier L.
Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts, Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 28 oktober 2004 in zake E.V., waarvan de expeditie ter Bij vonnis van 28 oktober 2004 in zake E.V., waarvan de expeditie ter
griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 9 november 2004, heeft de griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 9 november 2004, heeft de
Jeugdrechtbank te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld : Jeugdrechtbank te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 « Schendt artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10
en 11 van de Grondwet doordat dit artikel bepaalt dat wanneer de en 11 van de Grondwet doordat dit artikel bepaalt dat wanneer de
geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van
verschillend geslacht van de adoptant, de rechten van het ouderlijk verschillend geslacht van de adoptant, de rechten van het ouderlijk
gezag door beide echtgenoten worden uitgeoefend en dit gevolg dat gezag door beide echtgenoten worden uitgeoefend en dit gevolg dat
wordt gekoppeld aan het huwelijk aangegaan door personen van wordt gekoppeld aan het huwelijk aangegaan door personen van
verschillend geslacht, niet wordt uitgebreid tot het huwelijk gesloten verschillend geslacht, niet wordt uitgebreid tot het huwelijk gesloten
tussen personen van hetzelfde geslacht ? ». tussen personen van hetzelfde geslacht ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Artikel 361, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalde B.1. Artikel 361, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalde
tot 1 september 2005 : tot 1 september 2005 :
« Wanneer de adoptie is gedaan door twee echtgenoten of wanneer de « Wanneer de adoptie is gedaan door twee echtgenoten of wanneer de
geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van
verschillend geslacht van de adoptant, worden de rechten van het verschillend geslacht van de adoptant, worden de rechten van het
ouderlijk gezag door beide echtgenoten uitgeoefend overeenkomstig de ouderlijk gezag door beide echtgenoten uitgeoefend overeenkomstig de
regels die op de ouders van toepassing zijn ». regels die op de ouders van toepassing zijn ».
B.2.1. De verwijzende rechter vraagt het Hof of dat artikel de B.2.1. De verwijzende rechter vraagt het Hof of dat artikel de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt doordat het bepaalt dat artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt doordat het bepaalt dat
wanneer de geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot wanneer de geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot
van verschillend geslacht van de adoptant, de rechten van het van verschillend geslacht van de adoptant, de rechten van het
ouderlijk gezag door beide echtgenoten worden uitgeoefend, en dat ouderlijk gezag door beide echtgenoten worden uitgeoefend, en dat
gevolg dat aan het huwelijk tussen personen van verschillend geslacht gevolg dat aan het huwelijk tussen personen van verschillend geslacht
wordt gekoppeld niet wordt uitgebreid tot het huwelijk tussen personen wordt gekoppeld niet wordt uitgebreid tot het huwelijk tussen personen
van hetzelfde geslacht. van hetzelfde geslacht.
B.2.2. De rechtspleging voor de verwijzende rechter beoogt de B.2.2. De rechtspleging voor de verwijzende rechter beoogt de
homologatie van een gewone adoptie van een kind door de echtgenoot van homologatie van een gewone adoptie van een kind door de echtgenoot van
de moeder, die van hetzelfde geslacht is als de moeder. Het kind heeft de moeder, die van hetzelfde geslacht is als de moeder. Het kind heeft
slechts een enkele ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststaat, slechts een enkele ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststaat,
en leeft binnen een gezin dat uit die ouder en de gelijkslachtige en leeft binnen een gezin dat uit die ouder en de gelijkslachtige
echtgenoot bestaat. echtgenoot bestaat.
B.3. Artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek is thans opgeheven B.3. Artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek is thans opgeheven
bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie. De regels bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie. De regels
die op de adoptie van toepassing zijn, maken het voorwerp uit van de die op de adoptie van toepassing zijn, maken het voorwerp uit van de
nieuwe artikelen 343 tot 368-8 van het Burgerlijk Wetboek, die op 1 nieuwe artikelen 343 tot 368-8 van het Burgerlijk Wetboek, die op 1
september 2005 in werking zijn getreden. september 2005 in werking zijn getreden.
B.4. De zaak dient te worden teruggezonden naar de verwijzende rechter B.4. De zaak dient te worden teruggezonden naar de verwijzende rechter
zodat hij het aan hem voorgelegde verzoek opnieuw kan onderzoeken in zodat hij het aan hem voorgelegde verzoek opnieuw kan onderzoeken in
het licht van de nieuwe bepalingen en kan oordelen of het antwoord op het licht van de nieuwe bepalingen en kan oordelen of het antwoord op
de prejudiciële vraag nog nuttig is. de prejudiciële vraag nog nuttig is.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zendt de zaak terug naar de verwijzende rechter. zendt de zaak terug naar de verwijzende rechter.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 14 december 2005. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 14 december 2005.
De griffier, De griffier,
L. Potoms. L. Potoms.
De voorzitter, De voorzitter,
A. Arts. A. Arts.
^