Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 132/2005 van 19 juli 2005 Rolnummer 3067 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 2 en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorg Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Mart(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 132/2005 van 19 juli 2005 Rolnummer 3067 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 2 en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorg Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Mart(...) Uittreksel uit arrest nr. 132/2005 van 19 juli 2005 Rolnummer 3067 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 2 en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorg Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Mart(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 132/2005 van 19 juli 2005 Uittreksel uit arrest nr. 132/2005 van 19 juli 2005
Rolnummer 3067 Rolnummer 3067
In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 2 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 2
en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de
begraafplaatsen en de lijkbezorging, ingesteld door de n.v. Sophia begraafplaatsen en de lijkbezorging, ingesteld door de n.v. Sophia
Group en anderen. Group en anderen.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters
P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, A. Alen en J.-P. Moerman, P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, A. Alen en J.-P. Moerman,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter A. Arts, voorzitter A. Arts,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 juli 2004 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 juli 2004
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 juli ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 29 juli
2004, hebben de n.v. Sophia Group, met maatschappelijke zetel te 1930 2004, hebben de n.v. Sophia Group, met maatschappelijke zetel te 1930
Zaventem, Excelsiorlaan 23, de n.v. Crematorium Brugge, met Zaventem, Excelsiorlaan 23, de n.v. Crematorium Brugge, met
maatschappelijke zetel te 1930 Zaventem, Excelsiorlaan 23, de n.v. maatschappelijke zetel te 1930 Zaventem, Excelsiorlaan 23, de n.v.
Crematorium Hasselt, met maatschappelijke zetel te 1930 Zaventem, Crematorium Hasselt, met maatschappelijke zetel te 1930 Zaventem,
Excelsiorlaan 23, en de n.v. Crematorium Vilvoorde, met Excelsiorlaan 23, en de n.v. Crematorium Vilvoorde, met
maatschappelijke zetel te 1930 Zaventem, Excelsiorlaan 23, beroep tot maatschappelijke zetel te 1930 Zaventem, Excelsiorlaan 23, beroep tot
gedeeltelijke vernietiging ingesteld van de artikelen 2 en 4 van het gedeeltelijke vernietiging ingesteld van de artikelen 2 en 4 van het
decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de
begraafplaatsen en de lijkbezorging (bekendgemaakt in het Belgisch begraafplaatsen en de lijkbezorging (bekendgemaakt in het Belgisch
Staatsblad van 10 februari 2004, tweede editie). Staatsblad van 10 februari 2004, tweede editie).
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de bestreden bepalingen Ten aanzien van de bestreden bepalingen
B.1.1. De verzoekende partijen vorderen de gedeeltelijke vernietiging B.1.1. De verzoekende partijen vorderen de gedeeltelijke vernietiging
van de artikelen 2 en 4 van het Vlaamse decreet van 16 januari 2004 op van de artikelen 2 en 4 van het Vlaamse decreet van 16 januari 2004 op
de begraafplaatsen en de lijkbezorging. de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
B.1.2. Artikel 2 van het decreet luidt : B.1.2. Artikel 2 van het decreet luidt :
« Iedere gemeente moet over ten minste één begraafplaats beschikken. « Iedere gemeente moet over ten minste één begraafplaats beschikken.
Meerdere gemeenten kunnen zich evenwel verenigen om over een Meerdere gemeenten kunnen zich evenwel verenigen om over een
gemeenschappelijke begraafplaats te beschikken. gemeenschappelijke begraafplaats te beschikken.
Enkel een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan Enkel een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan
een crematorium oprichten en beheren. een crematorium oprichten en beheren.
Iedere begraafplaats en ieder intergemeentelijk crematorium moet over Iedere begraafplaats en ieder intergemeentelijk crematorium moet over
een urnenveld, een strooiweide en een columbarium beschikken. een urnenveld, een strooiweide en een columbarium beschikken.
In afwijking van het voorgaande lid, kan evenwel tussen de gemeente In afwijking van het voorgaande lid, kan evenwel tussen de gemeente
die een begraafplaats beheert en het intergemeentelijk die een begraafplaats beheert en het intergemeentelijk
samenwerkingsverband dat een aangrenzend intergemeentelijk crematorium samenwerkingsverband dat een aangrenzend intergemeentelijk crematorium
beheert een overeenkomst worden afgesloten waarin bepaald wordt dat beheert een overeenkomst worden afgesloten waarin bepaald wordt dat
het urnenveld, de strooiweide en het columbarium van de gemeentelijke het urnenveld, de strooiweide en het columbarium van de gemeentelijke
begraafplaats ter beschikking van het aangrenzende intergemeentelijke begraafplaats ter beschikking van het aangrenzende intergemeentelijke
crematorium wordt gesteld. crematorium wordt gesteld.
Behoudens het verlenen van een concessie, is de begraving van een Behoudens het verlenen van een concessie, is de begraving van een
stoffelijk overschot of de begraving van een asurn of de bijzetting stoffelijk overschot of de begraving van een asurn of de bijzetting
ervan in een columbarium op de gemeentelijke of intergemeentelijke ervan in een columbarium op de gemeentelijke of intergemeentelijke
begraafplaats kosteloos voor de personen die ingeschreven zijn in de begraafplaats kosteloos voor de personen die ingeschreven zijn in de
bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de
gemeente, respectievelijk de gemeenten die deel uitmaken van het gemeente, respectievelijk de gemeenten die deel uitmaken van het
intergemeentelijke samenwerkingsverband. Dit geldt eveneens voor de intergemeentelijke samenwerkingsverband. Dit geldt eveneens voor de
uitstrooiing van de as ». uitstrooiing van de as ».
Artikel 4 bepaalt : Artikel 4 bepaalt :
« Gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria vallen onder het gezag, « Gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria vallen onder het gezag,
de politie en het toezicht van de gemeenteoverheden, die ervoor zorgen de politie en het toezicht van de gemeenteoverheden, die ervoor zorgen
dat er geen wanorde heerst, dat er geen handelingen in strijd met de dat er geen wanorde heerst, dat er geen handelingen in strijd met de
eerbied voor de doden worden verricht en dat het ontgraven enkel kan eerbied voor de doden worden verricht en dat het ontgraven enkel kan
met toestemming. met toestemming.
De Vlaamse Regering bepaalt de andere regelen inzake opgravingen. De Vlaamse Regering bepaalt de andere regelen inzake opgravingen.
Op de intergemeentelijke begraafplaatsen en in de intergemeentelijke Op de intergemeentelijke begraafplaatsen en in de intergemeentelijke
crematoria worden de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden crematoria worden de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden
uitgeoefend door de overheid van de gemeente waar de begraafplaats of uitgeoefend door de overheid van de gemeente waar de begraafplaats of
het crematorium ligt ». het crematorium ligt ».
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging
B.2.1. De Vlaamse Regering betwist het belang van de verzoekende B.2.1. De Vlaamse Regering betwist het belang van de verzoekende
partijen bij het beroep tot vernietiging : enerzijds, zou het nadeel partijen bij het beroep tot vernietiging : enerzijds, zou het nadeel
dat de verzoekers beweren te lijden niet voortvloeien uit de bestreden dat de verzoekers beweren te lijden niet voortvloeien uit de bestreden
decretale bepalingen maar uit eerder tot stand gekomen wettelijke decretale bepalingen maar uit eerder tot stand gekomen wettelijke
maatregelen; anderzijds, zouden de verzoekende partijen hun belang maatregelen; anderzijds, zouden de verzoekende partijen hun belang
niet voldoende precies omschrijven. niet voldoende precies omschrijven.
Subsidiair meent de Vlaamse Regering dat het beroep tot vernietiging Subsidiair meent de Vlaamse Regering dat het beroep tot vernietiging
niet ontvankelijk is in zoverre het betrekking heeft op artikel 2, niet ontvankelijk is in zoverre het betrekking heeft op artikel 2,
derde en vierde lid, en op artikel 4, eerste en derde lid, nu tegen derde en vierde lid, en op artikel 4, eerste en derde lid, nu tegen
die bepalingen geen middelen worden aangevoerd. die bepalingen geen middelen worden aangevoerd.
B.2.2. De verzoekende partijen zijn alle naamloze vennootschappen die B.2.2. De verzoekende partijen zijn alle naamloze vennootschappen die
als derden direct of indirect betrokken zijn bij het beheer van een als derden direct of indirect betrokken zijn bij het beheer van een
crematorium. Ze voeren aan dat ze als private ondernemingen crematorium. Ze voeren aan dat ze als private ondernemingen
rechtstreeks en ongunstig worden geraakt door de bestreden bepalingen rechtstreeks en ongunstig worden geraakt door de bestreden bepalingen
die de oprichting en het beheer van een crematorium voorbehouden aan die de oprichting en het beheer van een crematorium voorbehouden aan
de lokale publieke overheid. de lokale publieke overheid.
B.2.3. Volgens artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 op de B.2.3. Volgens artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 op de
begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals gewijzigd bij de wet van 20 begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals gewijzigd bij de wet van 20
september 1998, kan enkel een gemeente of een vereniging van gemeenten september 1998, kan enkel een gemeente of een vereniging van gemeenten
een crematorium oprichten en beheren. een crematorium oprichten en beheren.
Door de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van Door de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van
diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen werd de diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen werd de
bevoegdheid inzake begraafplaatsen en lijkbezorging overgeheveld naar bevoegdheid inzake begraafplaatsen en lijkbezorging overgeheveld naar
de gewesten met ingang van 1 januari 2002. de gewesten met ingang van 1 januari 2002.
Het feit dat de decreetgever voor het Vlaamse Gewest een bestaande Het feit dat de decreetgever voor het Vlaamse Gewest een bestaande
wettelijke regeling bestendigt, ontneemt de verzoekers niet hun wettelijke regeling bestendigt, ontneemt de verzoekers niet hun
belang, nu juist het behoud van de voorheen bestaande toestand het belang, nu juist het behoud van de voorheen bestaande toestand het
voorwerp is van hun kritiek. voorwerp is van hun kritiek.
B.2.4. De exceptie wordt verworpen. B.2.4. De exceptie wordt verworpen.
B.2.5. Wat de omvang van het beroep tot vernietiging betreft, stelt B.2.5. Wat de omvang van het beroep tot vernietiging betreft, stelt
het Hof vast dat enkel middelen worden aangevoerd tegen artikel 2, het Hof vast dat enkel middelen worden aangevoerd tegen artikel 2,
tweede lid, van het bestreden decreet en dat de vernietiging van de tweede lid, van het bestreden decreet en dat de vernietiging van de
andere bepalingen slechts wordt gevorderd in zoverre ze onlosmakelijk andere bepalingen slechts wordt gevorderd in zoverre ze onlosmakelijk
met de eerstgenoemde bepaling zijn verbonden, zodat ze niet met de eerstgenoemde bepaling zijn verbonden, zodat ze niet
afzonderlijk moeten worden getoetst. afzonderlijk moeten worden getoetst.
Ten gronde Ten gronde
B.3. Het enige middel is afgeleid uit een schending van artikel 6, § B.3. Het enige middel is afgeleid uit een schending van artikel 6, §
1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot
hervorming der instellingen en van de artikelen 10 en 11 van de hervorming der instellingen en van de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in samenhang gelezen met de vrijheid van handel en Grondwet, in samenhang gelezen met de vrijheid van handel en
nijverheid en met de artikelen 43, 49 en 86, lid 2, van het nijverheid en met de artikelen 43, 49 en 86, lid 2, van het
E.G.-Verdrag. E.G.-Verdrag.
B.4.1. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 7°, van de B.4.1. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 7°, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen,
zoals vervangen bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende zoals vervangen bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende
overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de
gemeenschappen, zijn de gewesten met ingang van 1 januari 2002 bevoegd gemeenschappen, zijn de gewesten met ingang van 1 januari 2002 bevoegd
voor de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Die bevoegdheid werd aan voor de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Die bevoegdheid werd aan
de gewesten overgedragen vanwege haar samenhang met de gemeentelijke de gewesten overgedragen vanwege haar samenhang met de gemeentelijke
taken. taken.
B.4.2. Volgens artikel 6, § 1, VI, derde lid, van dezelfde bijzondere B.4.2. Volgens artikel 6, § 1, VI, derde lid, van dezelfde bijzondere
wet oefenen de gewesten hun bevoegdheden in economische wet oefenen de gewesten hun bevoegdheden in economische
aangelegenheden uit met inachtneming van de beginselen van het vrije aangelegenheden uit met inachtneming van de beginselen van het vrije
verkeer van personen, goederen, diensten en kapitalen en van de verkeer van personen, goederen, diensten en kapitalen en van de
vrijheid van handel en nijverheid, alsook met inachtneming van het vrijheid van handel en nijverheid, alsook met inachtneming van het
algemeen normatief kader van de economische unie en de monetaire algemeen normatief kader van de economische unie en de monetaire
eenheid, zoals vastgesteld door of krachtens de wet, en door of eenheid, zoals vastgesteld door of krachtens de wet, en door of
krachtens de internationale verdragen. Met die bevoegdheidbeperkende krachtens de internationale verdragen. Met die bevoegdheidbeperkende
bepaling dienen de gewesten eveneens rekening te houden wanneer zij de bepaling dienen de gewesten eveneens rekening te houden wanneer zij de
aangelegenheid van de begraafplaatsen en de lijkbezorging regelen. aangelegenheid van de begraafplaatsen en de lijkbezorging regelen.
B.4.3. De in artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van B.4.3. De in artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet van
8 augustus 1980 bedoelde vrijheid van handel en nijverheid kan niet 8 augustus 1980 bedoelde vrijheid van handel en nijverheid kan niet
als een absolute vrijheid worden opgevat. De bevoegde wetgever kan als een absolute vrijheid worden opgevat. De bevoegde wetgever kan
ertoe worden gebracht - zij het in de economische sector of in andere ertoe worden gebracht - zij het in de economische sector of in andere
sectoren - de handelingsvrijheid van personen of ondernemingen te sectoren - de handelingsvrijheid van personen of ondernemingen te
beperken, wat noodzakelijkerwijze een weerslag zal hebben op de beperken, wat noodzakelijkerwijze een weerslag zal hebben op de
vrijheid van handel en nijverheid. De gewesten zouden de vrijheid van vrijheid van handel en nijverheid. De gewesten zouden de vrijheid van
handel en nijverheid slechts schenden, indien zij die vrijheid zouden handel en nijverheid slechts schenden, indien zij die vrijheid zouden
beperken zonder dat daartoe enige noodzaak bestaat of indien die beperken zonder dat daartoe enige noodzaak bestaat of indien die
beperking kennelijk onevenredig zou zijn met het nagestreefde doel of beperking kennelijk onevenredig zou zijn met het nagestreefde doel of
aan het beginsel op zodanige wijze afbreuk zou doen dat de economische aan het beginsel op zodanige wijze afbreuk zou doen dat de economische
en monetaire unie erdoor in het gedrang komt. en monetaire unie erdoor in het gedrang komt.
B.5.1. Het Vlaamse decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen B.5.1. Het Vlaamse decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen
en de lijkbezorging knoopt aan bij de basisbeginselen vervat in de wet en de lijkbezorging knoopt aan bij de basisbeginselen vervat in de wet
van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging. van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Het bestreden artikel 2, tweede lid, hangt samen met artikel 16, § 1, Het bestreden artikel 2, tweede lid, hangt samen met artikel 16, § 1,
van het decreet, volgens hetwelk alleen op gemeentelijke of van het decreet, volgens hetwelk alleen op gemeentelijke of
intergemeentelijke begraafplaatsen mag worden begraven, en met artikel intergemeentelijke begraafplaatsen mag worden begraven, en met artikel
2, derde lid, dat stelt dat iedere begraafplaats en ieder 2, derde lid, dat stelt dat iedere begraafplaats en ieder
intergemeentelijk crematorium moet beschikken over een urnenveld, een intergemeentelijk crematorium moet beschikken over een urnenveld, een
strooiweide en een columbarium. Voorts stelt artikel 4 dat de strooiweide en een columbarium. Voorts stelt artikel 4 dat de
gemeentelijke begraafplaatsen vallen onder het gezag, de politie en gemeentelijke begraafplaatsen vallen onder het gezag, de politie en
het toezicht van de gemeenteoverheden, die ervoor zorgen dat er geen het toezicht van de gemeenteoverheden, die ervoor zorgen dat er geen
wanorde heerst, dat er geen handelingen in strijd met de eerbied voor wanorde heerst, dat er geen handelingen in strijd met de eerbied voor
de doden worden verricht en dat het ontgraven enkel kan met de doden worden verricht en dat het ontgraven enkel kan met
toestemming. toestemming.
B.5.2. Uit het geheel van de parlementaire voorbereiding blijkt dat de B.5.2. Uit het geheel van de parlementaire voorbereiding blijkt dat de
decreetgever, net zoals de wetgever voordien, het beheer van de decreetgever, net zoals de wetgever voordien, het beheer van de
begraafplaatsen en de crematoria opvat als een openbare dienst die aan begraafplaatsen en de crematoria opvat als een openbare dienst die aan
eenieder op gelijke wijze ter beschikking dient te worden gesteld. De eenieder op gelijke wijze ter beschikking dient te worden gesteld. De
decreetgever was van oordeel dat de eerbied voor de overledenen en hun decreetgever was van oordeel dat de eerbied voor de overledenen en hun
nabestaanden en het neutraal karakter van de begraafplaatsen het best nabestaanden en het neutraal karakter van de begraafplaatsen het best
konden worden gewaarborgd door de lokale publieke overheid (Parl. St., konden worden gewaarborgd door de lokale publieke overheid (Parl. St.,
Vlaams Parlement, 2003-2004, nr. 1864/1, pp. 3-5; nr. 1864/7, pp. Vlaams Parlement, 2003-2004, nr. 1864/1, pp. 3-5; nr. 1864/7, pp.
4-5). 4-5).
Specifiek wat de crematoria betreft, heeft de decreetgever het Specifiek wat de crematoria betreft, heeft de decreetgever het
zelfstandige private initiatief geweerd om misbruiken die in het zelfstandige private initiatief geweerd om misbruiken die in het
verleden waren vastgesteld uit te schakelen (Parl. St., Vlaams verleden waren vastgesteld uit te schakelen (Parl. St., Vlaams
Parlement, 2003-2004, nr. 1864/1, p. 5). Hij beklemtoonde dat, wanneer Parlement, 2003-2004, nr. 1864/1, p. 5). Hij beklemtoonde dat, wanneer
een publieke overheid een opdracht niet met het nodige respect een publieke overheid een opdracht niet met het nodige respect
voltooit, ze altijd ter verantwoording kan worden geroepen (Parl. St., voltooit, ze altijd ter verantwoording kan worden geroepen (Parl. St.,
Vlaams Parlement, 2003-2004, nr. 1864/7, pp. 5 en 9). Vlaams Parlement, 2003-2004, nr. 1864/7, pp. 5 en 9).
B.5.3. De ten aanzien van de crematoria genomen maatregelen beogen het B.5.3. De ten aanzien van de crematoria genomen maatregelen beogen het
algemeen belang te dienen. Het bestreden artikel 2, tweede lid, van algemeen belang te dienen. Het bestreden artikel 2, tweede lid, van
het decreet van 16 januari 2004 zou slechts een schending inhouden van het decreet van 16 januari 2004 zou slechts een schending inhouden van
de door de verzoekende partijen aangevoerde bepalingen indien het tot de door de verzoekende partijen aangevoerde bepalingen indien het tot
gevolgen zou leiden die onevenredig zijn met de door de decreetgever gevolgen zou leiden die onevenredig zijn met de door de decreetgever
nagestreefde wettige doelstellingen. nagestreefde wettige doelstellingen.
B.5.4. Volgens de parlementaire voorbereiding van het bestreden B.5.4. Volgens de parlementaire voorbereiding van het bestreden
decreet bevat het door de lokale overheid te beheren crematorium, decreet bevat het door de lokale overheid te beheren crematorium,
naast een technisch gedeelte voor de eigenlijke lijkverbranding, een naast een technisch gedeelte voor de eigenlijke lijkverbranding, een
ontvangst- en wachtlokaal voor de nabestaanden, een lokaal voor de ontvangst- en wachtlokaal voor de nabestaanden, een lokaal voor de
plechtigheid en een lokaal voor de overhandiging van de as. Al wat in plechtigheid en een lokaal voor de overhandiging van de as. Al wat in
die ruimtes en lokalen plaatsvindt en de verantwoordelijkheid ervoor die ruimtes en lokalen plaatsvindt en de verantwoordelijkheid ervoor
behoren tot het beheer. In ieder geval zijn de ontvangst van het lijk, behoren tot het beheer. In ieder geval zijn de ontvangst van het lijk,
de eigenlijke verbranding en de overhandiging van de as activiteiten de eigenlijke verbranding en de overhandiging van de as activiteiten
die elk crematorium met eigen middelen en eigen personeel moet die elk crematorium met eigen middelen en eigen personeel moet
uitvoeren (Parl. St., Vlaams Parlement, 2003-2004, nr. 1864/1, p. 5; uitvoeren (Parl. St., Vlaams Parlement, 2003-2004, nr. 1864/1, p. 5;
nr. 1864/7, pp. 5 en 10). nr. 1864/7, pp. 5 en 10).
B.5.5. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat alleen de kerntaken van de B.5.5. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat alleen de kerntaken van de
crematie en wat daarbij onmiddellijk aansluit, tot de publieke crematie en wat daarbij onmiddellijk aansluit, tot de publieke
verantwoordelijkheid behoren, zodat er ruimte blijft voor privaat verantwoordelijkheid behoren, zodat er ruimte blijft voor privaat
initiatief met betrekking tot de andere aspecten van de lijkbezorging. initiatief met betrekking tot de andere aspecten van de lijkbezorging.
Bovendien stelt de decreetgever uitdrukkelijk dat voor de concrete en Bovendien stelt de decreetgever uitdrukkelijk dat voor de concrete en
operationele invulling van het beheer van een crematorium afspraken operationele invulling van het beheer van een crematorium afspraken
met private ondernemingen mogelijk zijn (ibid.). In die omstandigheden met private ondernemingen mogelijk zijn (ibid.). In die omstandigheden
kan niet staande worden gehouden dat de vrijheid van handel en kan niet staande worden gehouden dat de vrijheid van handel en
nijverheid op onevenredige wijze zou zijn beperkt. nijverheid op onevenredige wijze zou zijn beperkt.
B.5.6. Volgens de verzoekende partijen had de decreetgever om B.5.6. Volgens de verzoekende partijen had de decreetgever om
misbruiken in de private crematoria tegen te gaan ook kunnen opteren misbruiken in de private crematoria tegen te gaan ook kunnen opteren
voor een verstrenging van het toezicht, zonder het zelfstandig privaat voor een verstrenging van het toezicht, zonder het zelfstandig privaat
initiatief bij hun oprichting en beheer uit te schakelen. Niets stelt initiatief bij hun oprichting en beheer uit te schakelen. Niets stelt
het Hof echter ertoe in staat met zekerheid te stellen dat de door de het Hof echter ertoe in staat met zekerheid te stellen dat de door de
verzoekende partijen gesuggereerde alternatieve maatregelen het verzoekende partijen gesuggereerde alternatieve maatregelen het
mogelijk hadden gemaakt de door de decreetgever nagestreefde mogelijk hadden gemaakt de door de decreetgever nagestreefde
doelstellingen te bereiken. Het staat niet aan het Hof de keuze van de doelstellingen te bereiken. Het staat niet aan het Hof de keuze van de
decreetgever af te keuren, wanneer die verantwoord is door decreetgever af te keuren, wanneer die verantwoord is door
overwegingen die niet kennelijk onredelijk zijn. overwegingen die niet kennelijk onredelijk zijn.
B.6.1. De verzoekende partijen voeren tevens aan dat de bestreden B.6.1. De verzoekende partijen voeren tevens aan dat de bestreden
bepalingen een schending inhouden van artikel 6, § 1, VI, van de bepalingen een schending inhouden van artikel 6, § 1, VI, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en
van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de
artikelen 43, 49 en 86, lid 2, van het E.G.-Verdrag. artikelen 43, 49 en 86, lid 2, van het E.G.-Verdrag.
B.6.2. Volgens artikel 43 van het E.G.-Verdrag zijn beperkingen van de B.6.2. Volgens artikel 43 van het E.G.-Verdrag zijn beperkingen van de
vrijheid van vestiging voor onderdanen van een lidstaat op het vrijheid van vestiging voor onderdanen van een lidstaat op het
grondgebied van een andere lidstaat verboden. Overeenkomstig artikel grondgebied van een andere lidstaat verboden. Overeenkomstig artikel
49 zijn beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de 49 zijn beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de
Gemeenschap verboden ten aanzien van de onderdanen der lidstaten die Gemeenschap verboden ten aanzien van de onderdanen der lidstaten die
in een ander land zijn gevestigd dan dat waarin degene is gevestigd in een ander land zijn gevestigd dan dat waarin degene is gevestigd
ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. ten behoeve van wie de dienst wordt verricht.
B.6.3. De verzoekende ondernemingen zijn vennootschappen naar Belgisch B.6.3. De verzoekende ondernemingen zijn vennootschappen naar Belgisch
recht, in België gevestigd, die zich erover beklagen dat zij geen recht, in België gevestigd, die zich erover beklagen dat zij geen
private crematoria kunnen oprichten en beheren op het grondgebied van private crematoria kunnen oprichten en beheren op het grondgebied van
het Vlaamse Gewest. Nu die rechtsverhoudingen volledig zijn gesitueerd het Vlaamse Gewest. Nu die rechtsverhoudingen volledig zijn gesitueerd
binnen de interne sfeer van een lidstaat, kunnen de verzoekers zich binnen de interne sfeer van een lidstaat, kunnen de verzoekers zich
niet beroepen op de vermelde artikelen 43 en 49. niet beroepen op de vermelde artikelen 43 en 49.
B.6.4. Volgens artikel 86, lid 2, van het E.G.-Verdrag vallen de B.6.4. Volgens artikel 86, lid 2, van het E.G.-Verdrag vallen de
ondernemingen die zijn belast met het beheer van diensten van algemeen ondernemingen die zijn belast met het beheer van diensten van algemeen
economisch belang of die het karakter dragen van een fiscaal monopolie economisch belang of die het karakter dragen van een fiscaal monopolie
onder de regels van dat Verdrag, met name onder de mededingingsregels, onder de regels van dat Verdrag, met name onder de mededingingsregels,
voor zover de toepassing daarvan de vervulling, in feite of in rechte, voor zover de toepassing daarvan de vervulling, in feite of in rechte,
van de hun toevertrouwde taak niet verhindert. De ontwikkeling van het van de hun toevertrouwde taak niet verhindert. De ontwikkeling van het
handelsverkeer mag niet worden beïnvloed in een mate die strijdig is handelsverkeer mag niet worden beïnvloed in een mate die strijdig is
met het belang van de Gemeenschap. met het belang van de Gemeenschap.
B.6.5. Zoals hiervoor is uiteengezet, heeft de decreetgever het B.6.5. Zoals hiervoor is uiteengezet, heeft de decreetgever het
eigenlijke crematiegebeuren niet aan ondernemingen overgelaten maar eigenlijke crematiegebeuren niet aan ondernemingen overgelaten maar
aan de lokale overheid toevertrouwd omdat de lijkverbranding, net als aan de lokale overheid toevertrouwd omdat de lijkverbranding, net als
de teraardebestelling, wordt beschouwd als een taak van algemeen de teraardebestelling, wordt beschouwd als een taak van algemeen
belang die door de publieke overheid moet worden uitgevoerd. belang die door de publieke overheid moet worden uitgevoerd.
B.6.6. De gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die B.6.6. De gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die
een crematorium oprichten of beheren, kunnen niet worden beschouwd als een crematorium oprichten of beheren, kunnen niet worden beschouwd als
ondernemingen belast met het beheer van diensten van algemeen ondernemingen belast met het beheer van diensten van algemeen
economisch belang in die zin van artikel 86, lid 2, van het economisch belang in die zin van artikel 86, lid 2, van het
E.G.-Verdrag, zodat die bepaling in casu geen toepassing vindt. E.G.-Verdrag, zodat die bepaling in casu geen toepassing vindt.
B.7.1. Ten slotte voeren de verzoekende partijen nog aan dat de B.7.1. Ten slotte voeren de verzoekende partijen nog aan dat de
bestreden bepaling een niet verantwoord verschil in behandeling bestreden bepaling een niet verantwoord verschil in behandeling
instelt binnen de categorie van private ondernemingen in zoverre dat instelt binnen de categorie van private ondernemingen in zoverre dat
private ondernemingen wel werkzaam kunnen zijn als onder meer private ondernemingen wel werkzaam kunnen zijn als onder meer
begrafenisondernemer of uitbater van rouwkamers, maar niet zelfstandig begrafenisondernemer of uitbater van rouwkamers, maar niet zelfstandig
een crematorium mogen oprichten of beheren. een crematorium mogen oprichten of beheren.
B.7.2. Zoals reeds is vermeld, moet de crematie, net zoals de B.7.2. Zoals reeds is vermeld, moet de crematie, net zoals de
teraardebestelling, worden beschouwd als een taak van algemeen belang, teraardebestelling, worden beschouwd als een taak van algemeen belang,
waardoor die activiteit zich wezenlijk onderscheidt van de andere waardoor die activiteit zich wezenlijk onderscheidt van de andere
aspecten van het uitvaartgebeuren, die wel door private ondernemingen aspecten van het uitvaartgebeuren, die wel door private ondernemingen
kunnen worden geregeld. Het door de verzoekers aangeklaagde verschil kunnen worden geregeld. Het door de verzoekers aangeklaagde verschil
in behandeling berust op een objectief criterium en is, zoals in behandeling berust op een objectief criterium en is, zoals
uiteengezet in B.5.5, niet onevenredig met de door de wetgever uiteengezet in B.5.5, niet onevenredig met de door de wetgever
nagestreefde doelstellingen. nagestreefde doelstellingen.
B.8. Het enige middel kan niet worden aangenomen. B.8. Het enige middel kan niet worden aangenomen.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof, het Hof,
verwerpt het beroep. verwerpt het beroep.
Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 19 juli 2005. het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 19 juli 2005.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
A. Arts. A. Arts.
^