Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 63/2005 van 23 maart 2005 Rolnummers 2970 en 2971 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 15 tot 18 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij, gesteld door de Raad van State. Het Ar samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 63/2005 van 23 maart 2005 Rolnummers 2970 en 2971 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 15 tot 18 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij, gesteld door de Raad van State. Het Ar samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. (...) Uittreksel uit arrest nr. 63/2005 van 23 maart 2005 Rolnummers 2970 en 2971 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 15 tot 18 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij, gesteld door de Raad van State. Het Ar samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. (...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 63/2005 van 23 maart 2005 Uittreksel uit arrest nr. 63/2005 van 23 maart 2005
Rolnummers 2970 en 2971 Rolnummers 2970 en 2971
In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 15 tot 18 van de wet In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 15 tot 18 van de wet
van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij, gesteld door de van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij, gesteld door de
Raad van State. Raad van State.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters
P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A.
Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter A. Arts, voorzitter A. Arts,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arresten nrs. 128.940 en 128.939 van 8 maart 2004 in zake de Bij arresten nrs. 128.940 en 128.939 van 8 maart 2004 in zake de
v.z.w. Europees Centrum voor Opera en Vocale Kunst tegen de Belgische v.z.w. Europees Centrum voor Opera en Vocale Kunst tegen de Belgische
Staat, de Nationale Loterij en de Vlaamse Gemeenschap, waarvan de Staat, de Nationale Loterij en de Vlaamse Gemeenschap, waarvan de
expedities ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 2 april expedities ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 2 april
2004, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : 2004, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schenden of schonden de artikelen 15 tot 18 van de wet van 22 juli « Schenden of schonden de artikelen 15 tot 18 van de wet van 22 juli
1991 betreffende de Nationale Loterij de regels die door of krachtens 1991 betreffende de Nationale Loterij de regels die door of krachtens
de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden
bevoegdheid van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten en bevoegdheid van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten en
inzonderheid de artikelen 127, § 1, 1°, van de Grondwet en [...] 4 van inzonderheid de artikelen 127, § 1, 1°, van de Grondwet en [...] 4 van
de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen,
in de mate dat de artikelen 15 en 16 van de wet van 22 juli 1991 zo in de mate dat de artikelen 15 en 16 van de wet van 22 juli 1991 zo
worden geïnterpreteerd dat zij de Koning de mogelijkheid bieden of worden geïnterpreteerd dat zij de Koning de mogelijkheid bieden of
boden onder de doeleinden van openbaar nut waarvoor de winst van de boden onder de doeleinden van openbaar nut waarvoor de winst van de
Nationale Loterij bestemd wordt doeleinden te bepalen die behoren tot Nationale Loterij bestemd wordt doeleinden te bepalen die behoren tot
de bevoegdheid van de Gemeenschappen zoals de ontwikkeling van kunst de bevoegdheid van de Gemeenschappen zoals de ontwikkeling van kunst
en letteren, het muziekleven, de musea en bibliotheken, alsmede de en letteren, het muziekleven, de musea en bibliotheken, alsmede de
verrijking van het cultureel patrimonium en de ontwikkeling van het verrijking van het cultureel patrimonium en de ontwikkeling van het
culturele leven in het algemeen, of de Gewesten, en daarvoor in het culturele leven in het algemeen, of de Gewesten, en daarvoor in het
plan voor de winstverdeling een te verdelen bedrag te bestemmen, en in plan voor de winstverdeling een te verdelen bedrag te bestemmen, en in
de mate dat de artikelen 17 en 18 van dezelfde wet de minister van de mate dat de artikelen 17 en 18 van dezelfde wet de minister van
Financiën de bevoegdheid geven overeenkomstig dat winstverdelingsplan Financiën de bevoegdheid geven overeenkomstig dat winstverdelingsplan
te beslissen over de concrete bestemming van het voor dergelijke te beslissen over de concrete bestemming van het voor dergelijke
doeleinden van openbaar nut bestemde deel van het winstverdelingsplan, doeleinden van openbaar nut bestemde deel van het winstverdelingsplan,
door de toekenning van subsidies aan projecten en organisaties, op door de toekenning van subsidies aan projecten en organisaties, op
voorstel van de betrokken Gemeenschap of het betrokken Gewest ? Is het voorstel van de betrokken Gemeenschap of het betrokken Gewest ? Is het
antwoord op deze vraag verschillend indien aangenomen zou worden dat antwoord op deze vraag verschillend indien aangenomen zou worden dat
de minister daarbij niet enkel negatief gebonden is door de de minister daarbij niet enkel negatief gebonden is door de
afwezigheid van een voorstel om dergelijk project of organisatie te afwezigheid van een voorstel om dergelijk project of organisatie te
subsidiëren, in de zin dat hij dan aan dat project of voorstel geen subsidiëren, in de zin dat hij dan aan dat project of voorstel geen
deel van de winst van de Nationale Loterij kan toekennen, maar ook deel van de winst van de Nationale Loterij kan toekennen, maar ook
positief in de zin dat hij gebonden is door het voorstel ter zake en positief in de zin dat hij gebonden is door het voorstel ter zake en
bijgevolg enkel de voorgestelde subsidie en niet meer of minder kan bijgevolg enkel de voorgestelde subsidie en niet meer of minder kan
toekennen ? ». toekennen ? ».
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 2970 en 2971 van de rol van Die zaken, ingeschreven onder de nummers 2970 en 2971 van de rol van
het Hof, werden samengevoegd. het Hof, werden samengevoegd.
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. De in het geding zijnde bepalingen van de wet van 22 juli 1991 B.1. De in het geding zijnde bepalingen van de wet van 22 juli 1991
betreffende de Nationale Loterij, die deel uitmaakten van Hoofdstuk betreffende de Nationale Loterij, die deel uitmaakten van Hoofdstuk
II, « Bestemming van de winst van de Nationale Loterij », luidden, ten II, « Bestemming van de winst van de Nationale Loterij », luidden, ten
tijde van de toepassing ervan in de geschillen die aan de Raad van tijde van de toepassing ervan in de geschillen die aan de Raad van
State zijn voorgelegd : State zijn voorgelegd :
«

Art. 15.De winst van de Nationale Loterij wordt bestemd voor de

«

Art. 15.De winst van de Nationale Loterij wordt bestemd voor de

financiering van programma's voor hulpverlening aan de financiering van programma's voor hulpverlening aan de
ontwikkelingslanden en voor doeleinden van openbaar nut die worden ontwikkelingslanden en voor doeleinden van openbaar nut die worden
bepaald bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit. bepaald bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
Een jaarlijkse dotatie, waarvan het bedrag wordt bepaald bij een in Een jaarlijkse dotatie, waarvan het bedrag wordt bepaald bij een in
Ministerraad overlegd koninklijk besluit, wordt toegekend aan de Ministerraad overlegd koninklijk besluit, wordt toegekend aan de
Nationale Kas voor Rampenschade en, onverminderd artikel 18, aan de Nationale Kas voor Rampenschade en, onverminderd artikel 18, aan de
Koning Boudewijnstichting. Koning Boudewijnstichting.

Art. 16.Overeenkomstig de in artikel 15 bedoelde voorschriften stelt

Art. 16.Overeenkomstig de in artikel 15 bedoelde voorschriften stelt

de Koning elk jaar, op voorstel van de Minister van Financiën en bij de Koning elk jaar, op voorstel van de Minister van Financiën en bij
een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit, het plan vast voor een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit, het plan vast voor
de winstverdeling. In het verdeelplan wordt een onderscheid gemaakt de winstverdeling. In het verdeelplan wordt een onderscheid gemaakt
tussen de verschillende doeleinden van openbaar nut in kwestie. In tussen de verschillende doeleinden van openbaar nut in kwestie. In
voorkomend geval kan in het plan de wijze worden bepaald waarop de voorkomend geval kan in het plan de wijze worden bepaald waarop de
andere Ministers bij de uitvoering ervan zullen worden betrokken. andere Ministers bij de uitvoering ervan zullen worden betrokken.

Art. 17.De Minister van Financiën zorgt, overeenkomstig het

Art. 17.De Minister van Financiën zorgt, overeenkomstig het

verdeelplan en nadat hij het advies van de raad van bestuur heeft verdeelplan en nadat hij het advies van de raad van bestuur heeft
ingewonnen, voor de bestemming van de winst. ingewonnen, voor de bestemming van de winst.
Art.18. Voor zover winsten van de Nationale Loterij verdeeld worden Art.18. Voor zover winsten van de Nationale Loterij verdeeld worden
voor doeleinden van openbaar nut aan de verwezenlijking waarvan andere voor doeleinden van openbaar nut aan de verwezenlijking waarvan andere
overheden bijdragen, wordt over de bestemming ervan beslist door de overheden bijdragen, wordt over de bestemming ervan beslist door de
Minister van Financiën op voorstel van deze overheden volgens Minister van Financiën op voorstel van deze overheden volgens
modaliteiten die in gezamenlijk akkoord bepaald worden ». modaliteiten die in gezamenlijk akkoord bepaald worden ».
De wet van 22 juli 1991, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994 De wet van 22 juli 1991, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994
en 2 januari 2001, werd opgeheven bij artikel 44 van de wet van 19 en 2 januari 2001, werd opgeheven bij artikel 44 van de wet van 19
april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de
Nationale Loterij (Belgisch Staatsblad , 4 mei 2002). Nationale Loterij (Belgisch Staatsblad , 4 mei 2002).
De aangelegenheid van de verdeling van de winsten van de Nationale De aangelegenheid van de verdeling van de winsten van de Nationale
Loterij is thans geregeld bij artikel 62bis van de bijzondere wet van Loterij is thans geregeld bij artikel 62bis van de bijzondere wet van
16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en
de gewesten, ingevoegd bij artikel 41 van de bijzondere wet van 13 de gewesten, ingevoegd bij artikel 41 van de bijzondere wet van 13
juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van
de fiscale bevoegdheden van de gewesten (Belgisch Staatsblad , 3 de fiscale bevoegdheden van de gewesten (Belgisch Staatsblad , 3
augustus 2001), dat luidt : augustus 2001), dat luidt :
« Vanaf het begrotingsjaar 2002 wordt jaarlijks een bedrag bepaald dat « Vanaf het begrotingsjaar 2002 wordt jaarlijks een bedrag bepaald dat
overeenstemt met 27,44 % van de te verdelen winst van de Nationale overeenstemt met 27,44 % van de te verdelen winst van de Nationale
Loterij, zoals bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na Loterij, zoals bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad. overleg in de Ministerraad.
Het met toepassing van het eerste lid verkregen bedrag wordt jaarlijks Het met toepassing van het eerste lid verkregen bedrag wordt jaarlijks
verminderd met een bedrag dat overeenstemt met 0,8428 % van het in het verminderd met een bedrag dat overeenstemt met 0,8428 % van het in het
eerste lid verkregen bedrag. eerste lid verkregen bedrag.
Het met toepassing van het tweede lid verkregen bedrag wordt jaarlijks Het met toepassing van het tweede lid verkregen bedrag wordt jaarlijks
over de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap verdeeld volgens over de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap verdeeld volgens
het aandeel van elke gemeenschap in het totaal van de met toepassing het aandeel van elke gemeenschap in het totaal van de met toepassing
van artikel 36, 1° en 2° voor beide gemeenschappen samen verkregen van artikel 36, 1° en 2° voor beide gemeenschappen samen verkregen
bedrag. bedrag.
De voormelde bedragen worden gestort bij middel van voorschotten die De voormelde bedragen worden gestort bij middel van voorschotten die
op 30 juni en 31 december van het betrokken boekjaar niet hoger mogen op 30 juni en 31 december van het betrokken boekjaar niet hoger mogen
zijn dan respectievelijk 50 % en 80 % van de voorlopige winstverdeling zijn dan respectievelijk 50 % en 80 % van de voorlopige winstverdeling
van de Nationale Loterij zoals in Ministerraad bepaald ». van de Nationale Loterij zoals in Ministerraad bepaald ».
B.2. Het verwijzende rechtscollege wenst van het Hof te vernemen of de B.2. Het verwijzende rechtscollege wenst van het Hof te vernemen of de
artikelen 15 tot 18 van de wet van 22 juli 1991 de regels schenden die artikelen 15 tot 18 van de wet van 22 juli 1991 de regels schenden die
door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de
onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de gemeenschappen en de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de gemeenschappen en de
gewesten, in zoverre de in het geding zijnde bepalingen de Koning de gewesten, in zoverre de in het geding zijnde bepalingen de Koning de
mogelijkheid boden de winst van de Nationale Loterij te bestemmen voor mogelijkheid boden de winst van de Nationale Loterij te bestemmen voor
doeleinden die behoren tot de bevoegdheid van de gemeenschappen of de doeleinden die behoren tot de bevoegdheid van de gemeenschappen of de
gewesten, en daarvoor in het plan voor de winstverdeling een te gewesten, en daarvoor in het plan voor de winstverdeling een te
verdelen bedrag te bestemmen, en de federale Minister van Financiën de verdelen bedrag te bestemmen, en de federale Minister van Financiën de
bevoegdheid verleenden om overeenkomstig dat winstverdelingsplan te bevoegdheid verleenden om overeenkomstig dat winstverdelingsplan te
beslissen over de concrete bestemming ervan en om op voorstel van de beslissen over de concrete bestemming ervan en om op voorstel van de
betrokken gemeenschap of het betrokken gewest subsidies toe te kennen betrokken gemeenschap of het betrokken gewest subsidies toe te kennen
aan concrete projecten en organisaties. Het verwijzende rechtscollege aan concrete projecten en organisaties. Het verwijzende rechtscollege
vermeldt in het bijzonder artikel 127, § 1, eerste lid, 1°, van de vermeldt in het bijzonder artikel 127, § 1, eerste lid, 1°, van de
Grondwet en artikel 4 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot Grondwet en artikel 4 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot
hervorming der instellingen als bevoegdheidverdelende bepalingen hervorming der instellingen als bevoegdheidverdelende bepalingen
waaraan het Hof de in het geding zijnde bepalingen dient te toetsen. waaraan het Hof de in het geding zijnde bepalingen dient te toetsen.
Bijkomend vraagt het verwijzende rechtscollege het Hof na te gaan of Bijkomend vraagt het verwijzende rechtscollege het Hof na te gaan of
het antwoord op die vraag verschillend zou zijn indien de minister het antwoord op die vraag verschillend zou zijn indien de minister
gebonden is, niet alleen door de afwezigheid van het voorstel om een gebonden is, niet alleen door de afwezigheid van het voorstel om een
concreet project of een concrete organisatie te subsidiëren, maar ook concreet project of een concrete organisatie te subsidiëren, maar ook
door de omvang van de in voorkomend geval wel voorgestelde subsidie. door de omvang van de in voorkomend geval wel voorgestelde subsidie.
B.3. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 juli 1991 B.3. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 juli 1991
blijkt dat de in artikel 15 bedoelde bestemming « voor doeleinden van blijkt dat de in artikel 15 bedoelde bestemming « voor doeleinden van
openbaar nut die worden bepaald bij een in de Ministerraad overlegd openbaar nut die worden bepaald bij een in de Ministerraad overlegd
koninklijk besluit » eveneens betrekking had op doeleinden van koninklijk besluit » eveneens betrekking had op doeleinden van
openbaar nut aan de verwezenlijking waarvan ook andere overheden dan openbaar nut aan de verwezenlijking waarvan ook andere overheden dan
de federale overheid bijdragen (Parl. St., Senaat, 1990-1991, nr. de federale overheid bijdragen (Parl. St., Senaat, 1990-1991, nr.
1296-1, p. 13), in het bijzonder de door de gemeenschappen 1296-1, p. 13), in het bijzonder de door de gemeenschappen
nagestreefde doeleinden. nagestreefde doeleinden.
Zo werd in de memorie van toelichting verduidelijkt dat artikel 15 « Zo werd in de memorie van toelichting verduidelijkt dat artikel 15 «
ontwerpen [lees : projecten] beoogt die gemeenschappelijk door ontwerpen [lees : projecten] beoogt die gemeenschappelijk door
meerdere overheden worden begunstigd » (ibid., p. 14). Met betrekking meerdere overheden worden begunstigd » (ibid., p. 14). Met betrekking
tot de gesubsidieerde doeleinden werd gepreciseerd dat « er [...] tot de gesubsidieerde doeleinden werd gepreciseerd dat « er [...]
bestemmingen in voor[komen] die strikt nationale bevoegdheden bestemmingen in voor[komen] die strikt nationale bevoegdheden
betreffen, maar ook een aantal doeleinden die met gemeenschapsmateries betreffen, maar ook een aantal doeleinden die met gemeenschapsmateries
te maken hebben » (Parl. St., Senaat, 1990-1991, nr. 1296-2, p. 14). te maken hebben » (Parl. St., Senaat, 1990-1991, nr. 1296-2, p. 14).
Verder werd onder meer gesteld : « Een gedeelte van de nettowinst van Verder werd onder meer gesteld : « Een gedeelte van de nettowinst van
de Nationale Loterij wordt voor de culturele sector bestemd middels de Nationale Loterij wordt voor de culturele sector bestemd middels
het koninklijk besluit van 23 augustus 1982 [...] » (Parl. St., Kamer, het koninklijk besluit van 23 augustus 1982 [...] » (Parl. St., Kamer,
1990-1991, nr. 1656/3, p. 11). 1990-1991, nr. 1656/3, p. 11).
Teneinde mogelijke grondwettigheidsbezwaren te voorkomen, werd de Teneinde mogelijke grondwettigheidsbezwaren te voorkomen, werd de
inspraak van de materieel bevoegde overheden gewaarborgd door artikel inspraak van de materieel bevoegde overheden gewaarborgd door artikel
18 van de wet : 18 van de wet :
« Artikel 18 [...] [laat] toe een praktische oplossing te vinden voor « Artikel 18 [...] [laat] toe een praktische oplossing te vinden voor
de subsidiëring van aangelegenheden die onder de bevoegdheid vallen de subsidiëring van aangelegenheden die onder de bevoegdheid vallen
van de Gemeenschappen en de Gewesten. Deze bepaling bevestigt in van de Gemeenschappen en de Gewesten. Deze bepaling bevestigt in
werkelijkheid de praktijk van officieus overleg waarvan de Minister werkelijkheid de praktijk van officieus overleg waarvan de Minister
van Financiën en de Executieven van de Gemeenschappen reeds gebruik van Financiën en de Executieven van de Gemeenschappen reeds gebruik
maken aangaande de subsidies van de Nationale Loterij op cultureel maken aangaande de subsidies van de Nationale Loterij op cultureel
vlak » (Parl. St., Senaat, 1990-1991, nr. 1296-2, p. 15; zie eveneens vlak » (Parl. St., Senaat, 1990-1991, nr. 1296-2, p. 15; zie eveneens
p. 25 en Parl. St., Kamer, 1990-1991, nr. 1656/3, pp. 12-13). p. 25 en Parl. St., Kamer, 1990-1991, nr. 1656/3, pp. 12-13).
B.4. Luidens artikel 127, § 1, eerste lid, 1°, van de Grondwet regelen B.4. Luidens artikel 127, § 1, eerste lid, 1°, van de Grondwet regelen
de Raden van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap, ieder wat hem de Raden van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap, ieder wat hem
betreft, bij decreet, de culturele aangelegenheden, die nader worden betreft, bij decreet, de culturele aangelegenheden, die nader worden
omschreven in artikel 4 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot omschreven in artikel 4 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot
hervorming der instellingen. hervorming der instellingen.
Krachtens die bepalingen, in samenhang gelezen met artikel 175, tweede Krachtens die bepalingen, in samenhang gelezen met artikel 175, tweede
lid, van de Grondwet, naar luid waarvan de Raden van de Vlaamse en de lid, van de Grondwet, naar luid waarvan de Raden van de Vlaamse en de
Franse Gemeenschap, ieder wat hem betreft, de bestemming van hun Franse Gemeenschap, ieder wat hem betreft, de bestemming van hun
ontvangsten regelen bij decreet, behoort het vaststellen van de ontvangsten regelen bij decreet, behoort het vaststellen van de
financiële middelen voor het voeren van een cultureel beleid tot het « financiële middelen voor het voeren van een cultureel beleid tot het «
regelen » van die culturele aangelegenheden. regelen » van die culturele aangelegenheden.
B.5. De Nationale Loterij is een federale openbare instelling met B.5. De Nationale Loterij is een federale openbare instelling met
rechtspersoonlijkheid - op dit ogenblik een naamloze vennootschap van rechtspersoonlijkheid - op dit ogenblik een naamloze vennootschap van
publiek recht -, ingedeeld bij de categorie C als bedoeld in artikel 1 publiek recht -, ingedeeld bij de categorie C als bedoeld in artikel 1
van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige
instellingen van openbaar nut, onder toezicht van de Minister van instellingen van openbaar nut, onder toezicht van de Minister van
Financiën, die de winst van die instelling onder meer bestemt voor Financiën, die de winst van die instelling onder meer bestemt voor
doeleinden van openbaar nut bepaald bij een in Ministerraad overlegd doeleinden van openbaar nut bepaald bij een in Ministerraad overlegd
koninklijk besluit, waaronder ook culturele organisaties en projecten. koninklijk besluit, waaronder ook culturele organisaties en projecten.
Op grond van de in het geding zijnde bepalingen, die in de Op grond van de in het geding zijnde bepalingen, die in de
parlementaire voorbereiding duidelijk zijn toegelicht in de expliciete parlementaire voorbereiding duidelijk zijn toegelicht in de expliciete
uiteenzetting van hun ratio legis, worden elk jaar federale uiteenzetting van hun ratio legis, worden elk jaar federale
geldmiddelen bestemd als subsidies voor onder meer organisaties en geldmiddelen bestemd als subsidies voor onder meer organisaties en
projecten met betrekking tot aangelegenheden die niet uitsluitend tot projecten met betrekking tot aangelegenheden die niet uitsluitend tot
de materiële bevoegdheid van de federale overheid behoren, in het de materiële bevoegdheid van de federale overheid behoren, in het
bijzonder culturele aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de bijzonder culturele aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de
gemeenschappen behoren. gemeenschappen behoren.
B.6. Zulk een bestemming van fondsen die de federale overheid B.6. Zulk een bestemming van fondsen die de federale overheid
toebehoren, kan enkel gebeuren ter uitvoering van een bijzondere wet. toebehoren, kan enkel gebeuren ter uitvoering van een bijzondere wet.
Het in B.1 geciteerde artikel 62bis van de bijzondere wet van 16 Het in B.1 geciteerde artikel 62bis van de bijzondere wet van 16
januari 1989, ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001, januari 1989, ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001,
verschaft een met de bevoegdheidverdelende regels overeenstemmende verschaft een met de bevoegdheidverdelende regels overeenstemmende
rechtsgrond aan de financiering, door de federale overheid, van rechtsgrond aan de financiering, door de federale overheid, van
activiteiten waarvan de regeling tot de bevoegdheid van de activiteiten waarvan de regeling tot de bevoegdheid van de
gemeenschappen behoort. gemeenschappen behoort.
B.7. Aangezien de bijzondere wetgever geen terugwerkende kracht heeft B.7. Aangezien de bijzondere wetgever geen terugwerkende kracht heeft
verleend aan artikel 62bis, kan die bepaling geen rechtsgrond verleend aan artikel 62bis, kan die bepaling geen rechtsgrond
verschaffen aan de in het geding zijnde subsidies die vóór de verschaffen aan de in het geding zijnde subsidies die vóór de
inwerkingtreding ervan zijn toegekend. inwerkingtreding ervan zijn toegekend.
B.8. Er dient rekening te worden gehouden met het feit dat de wet van B.8. Er dient rekening te worden gehouden met het feit dat de wet van
22 juli 1991 louter een bevestiging was van een praktijk die reeds 22 juli 1991 louter een bevestiging was van een praktijk die reeds
werd gevolgd vóór de staatshervormingen van 1988 en 1989, dat de werd gevolgd vóór de staatshervormingen van 1988 en 1989, dat de
bijzondere wetgever aan die praktijk geen aandacht heeft gegeven toen bijzondere wetgever aan die praktijk geen aandacht heeft gegeven toen
hij de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering hij de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering
van de gemeenschappen en de gewesten heeft aangenomen, en dat de van de gemeenschappen en de gewesten heeft aangenomen, en dat de
gewone wetgever van oordeel was dat die regeling « geheel in gewone wetgever van oordeel was dat die regeling « geheel in
overeenstemming [was] » met de vereisten van de bijzondere wetten van overeenstemming [was] » met de vereisten van de bijzondere wetten van
8 augustus 1988 en 16 januari 1989 (Parl. St., Kamer, 1990-1991, nr. 8 augustus 1988 en 16 januari 1989 (Parl. St., Kamer, 1990-1991, nr.
1656/3, p. 13). De afdeling wetgeving van de Raad van State had 1656/3, p. 13). De afdeling wetgeving van de Raad van State had
overigens geoordeeld dat zij niet in strijd was « met het beginsel van overigens geoordeeld dat zij niet in strijd was « met het beginsel van
de exclusieve bevoegdheden van de Staat, de Gemeenschappen en de de exclusieve bevoegdheden van de Staat, de Gemeenschappen en de
Gewesten » omdat het ging om het geval waarin « verscheidene openbare Gewesten » omdat het ging om het geval waarin « verscheidene openbare
overheden gezamenlijk projecten financieren » (Parl. St., Senaat, overheden gezamenlijk projecten financieren » (Parl. St., Senaat,
1990-1991, nr. 1296-1, p. 38). 1990-1991, nr. 1296-1, p. 38).
B.9. De in het geding zijnde wet, die slechts van 1991 tot 2001 van B.9. De in het geding zijnde wet, die slechts van 1991 tot 2001 van
kracht is geweest en die thans is opgeheven, moet dus in die zin kracht is geweest en die thans is opgeheven, moet dus in die zin
worden beschouwd dat zij het mogelijk heeft gemaakt een praktijk voort worden beschouwd dat zij het mogelijk heeft gemaakt een praktijk voort
te zetten die de ontwikkeling van de cultuur ten goede kwam. Het is te zetten die de ontwikkeling van de cultuur ten goede kwam. Het is
pas na de bekendmaking en de tenuitvoerlegging van die wet dat is pas na de bekendmaking en de tenuitvoerlegging van die wet dat is
gebleken, zoals is vastgesteld in het verslag van de Commissie voor de gebleken, zoals is vastgesteld in het verslag van de Commissie voor de
evaluatie van de werking van de nieuwe federale structuren, dat zij evaluatie van de werking van de nieuwe federale structuren, dat zij
een grondwettigheidsprobleem deed rijzen doordat zij aanleiding kon een grondwettigheidsprobleem deed rijzen doordat zij aanleiding kon
geven tot « ' indirecte ' doorkruisingen van de (vooral culturele) geven tot « ' indirecte ' doorkruisingen van de (vooral culturele)
bevoegdheden van de gemeenschappen door de subsidiëringspolitiek van bevoegdheden van de gemeenschappen door de subsidiëringspolitiek van
de Nationale Loterij ». Die vaststelling, die steunde op de lering van de Nationale Loterij ». Die vaststelling, die steunde op de lering van
het arrest van het Hof nr. 54/96 van 3 oktober 1996, bracht de het arrest van het Hof nr. 54/96 van 3 oktober 1996, bracht de
Commissie tot de volgende conclusie : Commissie tot de volgende conclusie :
« De commissie schaart zich achter het voorstel om overleg te houden « De commissie schaart zich achter het voorstel om overleg te houden
tussen de federale overheid en de deelgebieden teneinde op een tussen de federale overheid en de deelgebieden teneinde op een
aanvaardbare wijze het probleem van de subsidiëring van gemeenschaps- aanvaardbare wijze het probleem van de subsidiëring van gemeenschaps-
of gewestelijke instellingen uit een grondwettelijk oogpunt te of gewestelijke instellingen uit een grondwettelijk oogpunt te
regelen. Het gaat er niet om die subsidiëring te schrappen doch te regelen. Het gaat er niet om die subsidiëring te schrappen doch te
pogen ze in een wettekst op te nemen. In dat stadium kan ook de pogen ze in een wettekst op te nemen. In dat stadium kan ook de
verdeling geregeld worden » (Parl. St., Senaat, 1998-1999, nr. verdeling geregeld worden » (Parl. St., Senaat, 1998-1999, nr.
1-1333/1, pp. 483, 484 en 487). 1-1333/1, pp. 483, 484 en 487).
Die kwestie werd voor de toekomst geregeld door het voormelde artikel Die kwestie werd voor de toekomst geregeld door het voormelde artikel
62bis van de bijzondere wet van 16 januari 1989, ingevoegd bij de 62bis van de bijzondere wet van 16 januari 1989, ingevoegd bij de
bijzondere wet van 13 juli 2001. bijzondere wet van 13 juli 2001.
B.10. Rekening houdend met die elementen, kan worden aanvaard dat, in B.10. Rekening houdend met die elementen, kan worden aanvaard dat, in
afwachting van de bijzondere wet die een rechtsgrond zou verschaffen afwachting van de bijzondere wet die een rechtsgrond zou verschaffen
aan een praktijk die de ontwikkeling van de cultuur ten goede kwam, aan een praktijk die de ontwikkeling van de cultuur ten goede kwam,
die praktijk kon worden voortgezet volgens de regeling die werd die praktijk kon worden voortgezet volgens de regeling die werd
bevestigd bij de wet van 22 juli 1991. Die conclusie ligt des te meer bevestigd bij de wet van 22 juli 1991. Die conclusie ligt des te meer
voor de hand daar die regeling op geen enkele wijze het beleid van de voor de hand daar die regeling op geen enkele wijze het beleid van de
gemeenschappen in culturele aangelegenheden kon dwarsbomen. De gemeenschappen in culturele aangelegenheden kon dwarsbomen. De
federale overheid beperkte zich ertoe voor de door de gemeenschappen federale overheid beperkte zich ertoe voor de door de gemeenschappen
aangewezen projecten of organisaties middelen voor de verwezenlijking aangewezen projecten of organisaties middelen voor de verwezenlijking
van hun doelstellingen ter beschikking te stellen : zij maakte van hun doelstellingen ter beschikking te stellen : zij maakte
geenszins inbreuk op bevoegdheden die de hare niet waren, maar geenszins inbreuk op bevoegdheden die de hare niet waren, maar
respecteerde de keuzes die de bevoegde overheden hadden gemaakt. respecteerde de keuzes die de bevoegde overheden hadden gemaakt.
B.11. De prejudiciële vragen dienen bijgevolg ontkennend te worden B.11. De prejudiciële vragen dienen bijgevolg ontkennend te worden
beantwoord, met dien verstande dat dit antwoord de specifieke beantwoord, met dien verstande dat dit antwoord de specifieke
elementen beschreven in B.8 tot B.10 in aanmerking neemt, zonder elementen beschreven in B.8 tot B.10 in aanmerking neemt, zonder
evenwel de beginselen vervat in B.4 tot B.6 opnieuw in het geding te evenwel de beginselen vervat in B.4 tot B.6 opnieuw in het geding te
brengen. brengen.
B.12.1. De verzoekende partij voor het verwijzende rechtscollege is B.12.1. De verzoekende partij voor het verwijzende rechtscollege is
bovendien van oordeel dat het Hof ambtshalve moet vaststellen dat de bovendien van oordeel dat het Hof ambtshalve moet vaststellen dat de
federale overheid dient te voldoen aan artikel 10 van de wet van 16 federale overheid dient te voldoen aan artikel 10 van de wet van 16
juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische
strekkingen gewaarborgd wordt. strekkingen gewaarborgd wordt.
B.12.2. Het Hof is niet bevoegd om de in het geding zijnde bepalingen B.12.2. Het Hof is niet bevoegd om de in het geding zijnde bepalingen
te toetsen aan de voormelde wet van 16 juli 1973. te toetsen aan de voormelde wet van 16 juli 1973.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Onder het voorbehoud vermeld in B.11, schenden de artikelen 15 tot 18 Onder het voorbehoud vermeld in B.11, schenden de artikelen 15 tot 18
van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij de van de wet van 22 juli 1991 betreffende de Nationale Loterij de
bevoegdheidverdelende regels niet. bevoegdheidverdelende regels niet.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en in het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en in het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 23 maart 2005. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 23 maart 2005.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, De voorzitter,
A. Arts. A. Arts.
^