← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 35/2005 van 16 februari 2005 Rolnummer 2955 In zake :
de prejudiciële vragen betreffende artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest
» van de sociaal verzekerde, gesteld door het Arbeid Het Arbitragehof, samengesteld
uit de rechters M. Bossuyt en P. Martens, waarnemend voorzitters,(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 35/2005 van 16 februari 2005 Rolnummer 2955 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van de sociaal verzekerde, gesteld door het Arbeid Het Arbitragehof, samengesteld uit de rechters M. Bossuyt en P. Martens, waarnemend voorzitters,(...) | Uittreksel uit arrest nr. 35/2005 van 16 februari 2005 Rolnummer 2955 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van de sociaal verzekerde, gesteld door het Arbeid Het Arbitragehof, samengesteld uit de rechters M. Bossuyt en P. Martens, waarnemend voorzitters,(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Uittreksel uit arrest nr. 35/2005 van 16 februari 2005 | Uittreksel uit arrest nr. 35/2005 van 16 februari 2005 |
Rolnummer 2955 | Rolnummer 2955 |
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 20 van de wet van | In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 20 van de wet van |
11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van de sociaal | 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van de sociaal |
verzekerde, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. | verzekerde, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de rechters M. Bossuyt en P. Martens, waarnemend | samengesteld uit de rechters M. Bossuyt en P. Martens, waarnemend |
voorzitters, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. | voorzitters, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. |
Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, | Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, |
onder voorzitterschap van rechter M. Bossuyt, | onder voorzitterschap van rechter M. Bossuyt, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging |
Bij arrest van 11 maart 2004 in zake de Belgische Staat tegen R. | Bij arrest van 11 maart 2004 in zake de Belgische Staat tegen R. |
Billen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is | Billen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is |
ingekomen op 22 maart 2004, heeft het Arbeidshof te Antwerpen de | ingekomen op 22 maart 2004, heeft het Arbeidshof te Antwerpen de |
volgende prejudiciële vragen gesteld : | volgende prejudiciële vragen gesteld : |
« 1. Schendt artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot uitvoering | « 1. Schendt artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot uitvoering |
van het Handvest van de Sociaal Verzekerde, van toepassing op de | van het Handvest van de Sociaal Verzekerde, van toepassing op de |
ambtshalve herzieningen van de tegemoetkomingen in het kader van de | ambtshalve herzieningen van de tegemoetkomingen in het kader van de |
wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan | wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan |
gehandicapten, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, indien het in | gehandicapten, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, indien het in |
die zin wordt geïnterpreteerd : | die zin wordt geïnterpreteerd : |
- dat het recht op verwijlintresten slechts van toepassing is op de | - dat het recht op verwijlintresten slechts van toepassing is op de |
sociaal verzekerde rechthebbenden die de toekenning van die | sociaal verzekerde rechthebbenden die de toekenning van die |
tegemoetkoming uitsluitend verkrijgen krachtens een administratieve | tegemoetkoming uitsluitend verkrijgen krachtens een administratieve |
ambtshalve herziening van de Belgische Staat, Bestuur van de | ambtshalve herziening van de Belgische Staat, Bestuur van de |
Maatschappelijke Integratie, | Maatschappelijke Integratie, |
- met uitsluiting van diegenen die gedwongen zijn in rechte op te | - met uitsluiting van diegenen die gedwongen zijn in rechte op te |
treden voor de gerechtelijke instanties en wier tegemoetkomingen | treden voor de gerechtelijke instanties en wier tegemoetkomingen |
zullen worden uitbetaald ter uitvoering van een uitvoerbare | zullen worden uitbetaald ter uitvoering van een uitvoerbare |
gerechtelijke beslissing, waarbij de administratieve beslissing, | gerechtelijke beslissing, waarbij de administratieve beslissing, |
n.a.v. een ambtshalve herziening wordt tenietgedaan, en een hogere | n.a.v. een ambtshalve herziening wordt tenietgedaan, en een hogere |
tegemoetkoming wordt toegekend aan de gehandicapten, en waarbij enkel | tegemoetkoming wordt toegekend aan de gehandicapten, en waarbij enkel |
de moratoire intresten verschuldigd zijn met toepassing van artikel | de moratoire intresten verschuldigd zijn met toepassing van artikel |
1153 van het Burgerlijk Wetboek, desgevallend de gerechtelijke | 1153 van het Burgerlijk Wetboek, desgevallend de gerechtelijke |
intresten, en niet de verwijlintresten vanaf de datum van | intresten, en niet de verwijlintresten vanaf de datum van |
opeisbaarheid die in beginsel in het Handvest van de Sociaal | opeisbaarheid die in beginsel in het Handvest van de Sociaal |
Verzekerde in aanmerking wordt genomen ? | Verzekerde in aanmerking wordt genomen ? |
2. Leidt dergelijke interpretatie tot een schending van de artikelen | 2. Leidt dergelijke interpretatie tot een schending van de artikelen |
10 en 11 van de Grondwet, in die zin dat artikel 20 van het Handvest | 10 en 11 van de Grondwet, in die zin dat artikel 20 van het Handvest |
van de Sociaal Verzekerde (van toepassing op de toekenning van | van de Sociaal Verzekerde (van toepassing op de toekenning van |
tegemoetkomingen ingevolge ambtshalve herzieningen) geen | tegemoetkomingen ingevolge ambtshalve herzieningen) geen |
verwijlintresten kan opleveren indien aan de gehandicapte krachtens | verwijlintresten kan opleveren indien aan de gehandicapte krachtens |
een rechterlijke beslissing een hogere tegemoetkoming wordt toegekend, | een rechterlijke beslissing een hogere tegemoetkoming wordt toegekend, |
terwijl een sociaal verzekerde rechthebbende die lijdt aan een | terwijl een sociaal verzekerde rechthebbende die lijdt aan een |
beroepsziekte, in dezelfde omstandigheden, wél aanspraak kan maken op | beroepsziekte, in dezelfde omstandigheden, wél aanspraak kan maken op |
deze verwijlintresten gelet op de rechtspraak van het Arbitragehof | deze verwijlintresten gelet op de rechtspraak van het Arbitragehof |
(arrest 78/2002 van 8 mei 2002) ? » | (arrest 78/2002 van 8 mei 2002) ? » |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De twee aan het Hof gestelde prejudiciële vragen betreffen de | B.1. De twee aan het Hof gestelde prejudiciële vragen betreffen de |
bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van artikel | bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van artikel |
20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van | 20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « handvest » van |
de sociaal verzekerde, toegepast op de tegemoetkomingen die in het | de sociaal verzekerde, toegepast op de tegemoetkomingen die in het |
kader van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen | kader van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen |
aan personen met een handicap worden toegekend. | aan personen met een handicap worden toegekend. |
Het verwijzende rechtscollege vraagt het Hof allereerst of artikel 20 | Het verwijzende rechtscollege vraagt het Hof allereerst of artikel 20 |
van de wet van 11 april 1995 al dan niet bestaanbaar is met het | van de wet van 11 april 1995 al dan niet bestaanbaar is met het |
grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, wanneer | grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, wanneer |
het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het recht op interesten van | het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het recht op interesten van |
rechtswege waarin die bepaling voorziet slechts van toepassing is op | rechtswege waarin die bepaling voorziet slechts van toepassing is op |
de sociaal verzekerde rechthebbende die de tegemoetkoming aan personen | de sociaal verzekerde rechthebbende die de tegemoetkoming aan personen |
met een handicap verkrijgt krachtens een ambtshalve herziening van | met een handicap verkrijgt krachtens een ambtshalve herziening van |
zijn situatie door het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie van | zijn situatie door het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie van |
de Belgische Staat, met uitsluiting van diegenen aan wie die | de Belgische Staat, met uitsluiting van diegenen aan wie die |
tegemoetkoming wordt uitbetaald ter uitvoering van een uitvoerbare | tegemoetkoming wordt uitbetaald ter uitvoering van een uitvoerbare |
rechterlijke beslissing waarbij de ambtshalve administratieve | rechterlijke beslissing waarbij de ambtshalve administratieve |
herziening wordt tenietgedaan en waarbij een hogere tegemoetkoming | herziening wordt tenietgedaan en waarbij een hogere tegemoetkoming |
wordt toegekend. In het tweede geval zouden in die interpretatie enkel | wordt toegekend. In het tweede geval zouden in die interpretatie enkel |
de verwijlinteresten verschuldigd zijn vanaf de aanmaning tot | de verwijlinteresten verschuldigd zijn vanaf de aanmaning tot |
betaling, met toepassing van artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek, | betaling, met toepassing van artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek, |
terwijl in het eerste geval de interesten van rechtswege vanaf de | terwijl in het eerste geval de interesten van rechtswege vanaf de |
datum van de opeisbaarheid van de prestaties verschuldigd zijn. | datum van de opeisbaarheid van de prestaties verschuldigd zijn. |
Het verwijzende rechtscollege vraagt vervolgens de situatie te | Het verwijzende rechtscollege vraagt vervolgens de situatie te |
vergelijken van, enerzijds, de persoon met een handicap wiens | vergelijken van, enerzijds, de persoon met een handicap wiens |
tegemoetkoming wordt uitbetaald ter uitvoering van een uitvoerbare | tegemoetkoming wordt uitbetaald ter uitvoering van een uitvoerbare |
rechterlijke beslissing waarbij de ambtshalve administratieve | rechterlijke beslissing waarbij de ambtshalve administratieve |
herziening wordt tenietgedaan en waarbij een hogere tegemoetkoming | herziening wordt tenietgedaan en waarbij een hogere tegemoetkoming |
wordt toegekend, die in voormelde interpretatie geen aanspraak zou | wordt toegekend, die in voormelde interpretatie geen aanspraak zou |
kunnen maken op de interesten van rechtswege waarin artikel 20 van de | kunnen maken op de interesten van rechtswege waarin artikel 20 van de |
wet van 11 april 1995 voorziet, en, anderzijds, een sociaal verzekerde | wet van 11 april 1995 voorziet, en, anderzijds, een sociaal verzekerde |
rechthebbende die lijdt aan een beroepsziekte en die, gelet op het | rechthebbende die lijdt aan een beroepsziekte en die, gelet op het |
arrest nr. 78/2002 van het Hof, in dezelfde omstandigheden wel | arrest nr. 78/2002 van het Hof, in dezelfde omstandigheden wel |
aanspraak kan maken op die interesten van rechtswege. | aanspraak kan maken op die interesten van rechtswege. |
B.2. Artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « | B.2. Artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « |
handvest » van de sociaal verzekerde bepaalt : | handvest » van de sociaal verzekerde bepaalt : |
« Onverminderd gunstiger wettelijke of reglementaire bepalingen en de | « Onverminderd gunstiger wettelijke of reglementaire bepalingen en de |
bepalingen van de wet van 25 juli 1994 tot wijziging van de wet van 27 | bepalingen van de wet van 25 juli 1994 tot wijziging van de wet van 27 |
februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten met | februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten met |
het oog op een snellere afwerking van de dossiers, brengen de | het oog op een snellere afwerking van de dossiers, brengen de |
prestaties, enkel voor de rechthebbenden-sociaal verzekerden, van | prestaties, enkel voor de rechthebbenden-sociaal verzekerden, van |
rechtswege interest op vanaf hun opeisbaarheid en ten vroegste vanaf | rechtswege interest op vanaf hun opeisbaarheid en ten vroegste vanaf |
de datum voortvloeiend uit artikel 12. Indien de beslissing tot | de datum voortvloeiend uit artikel 12. Indien de beslissing tot |
toekenning genomen werd met een vertraging die te wijten is aan een | toekenning genomen werd met een vertraging die te wijten is aan een |
instelling van sociale zekerheid is de interest evenwel verschuldigd | instelling van sociale zekerheid is de interest evenwel verschuldigd |
vanaf het verstrijken van de in artikel 10 bedoelde termijn en ten | vanaf het verstrijken van de in artikel 10 bedoelde termijn en ten |
vroegste vanaf de datum waarop de prestatie ingaat. | vroegste vanaf de datum waarop de prestatie ingaat. |
[...] » | [...] » |
De in artikel 20 bedoelde beslissing wordt in artikel 2, 8°, van | De in artikel 20 bedoelde beslissing wordt in artikel 2, 8°, van |
dezelfde wet omschreven als : | dezelfde wet omschreven als : |
« de eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat | « de eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat |
van een instelling van sociale zekerheid en die beoogt rechtsgevolgen | van een instelling van sociale zekerheid en die beoogt rechtsgevolgen |
te hebben voor één of meer sociaal verzekerden ». | te hebben voor één of meer sociaal verzekerden ». |
Overeenkomstig artikel 2, 1°, e), van dezelfde wet wordt, voor de | Overeenkomstig artikel 2, 1°, e), van dezelfde wet wordt, voor de |
uitvoering en de toepassing van die wet en van haar | uitvoering en de toepassing van die wet en van haar |
uitvoeringsmaatregelen, onder « sociale zekerheid » verstaan : | uitvoeringsmaatregelen, onder « sociale zekerheid » verstaan : |
« alle regelingen van het stelsel van sociale bijstand, bestaande uit | « alle regelingen van het stelsel van sociale bijstand, bestaande uit |
de tegemoetkomingen aan gehandicapten, het recht op een | de tegemoetkomingen aan gehandicapten, het recht op een |
bestaansminimum, de gewaarborgde gezinsbijslag en het gewaarborgd | bestaansminimum, de gewaarborgde gezinsbijslag en het gewaarborgd |
inkomen voor bejaarden ». | inkomen voor bejaarden ». |
B.3. In de interpretatie van het verwijzende rechtscollege zou artikel | B.3. In de interpretatie van het verwijzende rechtscollege zou artikel |
1153 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn wanneer een | 1153 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn wanneer een |
gerechtelijke procedure wordt gestart omdat, naar aanleiding van een | gerechtelijke procedure wordt gestart omdat, naar aanleiding van een |
ambtshalve administratieve herziening, het Bestuur van de | ambtshalve administratieve herziening, het Bestuur van de |
Maatschappelijke Integratie de tegemoetkoming aan personen met een | Maatschappelijke Integratie de tegemoetkoming aan personen met een |
handicap weigert of slechts gedeeltelijk toekent. | handicap weigert of slechts gedeeltelijk toekent. |
B.4. Artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : | B.4. Artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : |
« Inzake verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen | « Inzake verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen |
van een bepaalde geldsom, bestaat de schadevergoeding wegens | van een bepaalde geldsom, bestaat de schadevergoeding wegens |
vertraging in de uitvoering nooit in iets anders dan in de wettelijke | vertraging in de uitvoering nooit in iets anders dan in de wettelijke |
interest, behoudens de bij de wet gestelde uitzonderingen. | interest, behoudens de bij de wet gestelde uitzonderingen. |
Die schadevergoeding is verschuldigd zonder dat de schuldeiser enig | Die schadevergoeding is verschuldigd zonder dat de schuldeiser enig |
verlies hoeft te bewijzen. | verlies hoeft te bewijzen. |
Zij is verschuldigd te rekenen van de dag der aanmaning tot betaling, | Zij is verschuldigd te rekenen van de dag der aanmaning tot betaling, |
behalve ingeval de wet ze van rechtswege doet lopen. | behalve ingeval de wet ze van rechtswege doet lopen. |
Indien er opzet van de schuldenaar is, kan de schadevergoeding de | Indien er opzet van de schuldenaar is, kan de schadevergoeding de |
wettelijke interest te boven gaan. » | wettelijke interest te boven gaan. » |
De aanmaning tot betaling is één van de toepassingsvoorwaarden van | De aanmaning tot betaling is één van de toepassingsvoorwaarden van |
artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek. Het is vanaf de dag van die | artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek. Het is vanaf de dag van die |
aanmaning dat de verwijlinteresten beginnen te lopen. Uit de | aanmaning dat de verwijlinteresten beginnen te lopen. Uit de |
rechtspraak van het Hof van Cassatie volgt dat een vordering in rechte | rechtspraak van het Hof van Cassatie volgt dat een vordering in rechte |
als een aanmaning tot betaling in de zin van het voormelde artikel | als een aanmaning tot betaling in de zin van het voormelde artikel |
1153 geldt. | 1153 geldt. |
B.5. Aldus zou er een verschil in behandeling bestaan op het vlak van | B.5. Aldus zou er een verschil in behandeling bestaan op het vlak van |
het recht op interesten van rechtswege tussen, enerzijds, de | het recht op interesten van rechtswege tussen, enerzijds, de |
rechthebbende die een tegemoetkoming aan personen met een handicap | rechthebbende die een tegemoetkoming aan personen met een handicap |
verkrijgt krachtens een administratieve ambtshalve herziening van het | verkrijgt krachtens een administratieve ambtshalve herziening van het |
Bestuur van de Maatschappelijke Integratie van de Belgische Staat, en, | Bestuur van de Maatschappelijke Integratie van de Belgische Staat, en, |
anderzijds, diegene wiens tegemoetkoming wordt uitbetaald ter | anderzijds, diegene wiens tegemoetkoming wordt uitbetaald ter |
uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de | uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de |
ambtshalve administratieve herziening wordt tenietgedaan en waarbij | ambtshalve administratieve herziening wordt tenietgedaan en waarbij |
een hogere tegemoetkoming wordt toegekend. De verwijlinteresten ten | een hogere tegemoetkoming wordt toegekend. De verwijlinteresten ten |
gunste van de tweede zouden immers pas beginnen te lopen vanaf de | gunste van de tweede zouden immers pas beginnen te lopen vanaf de |
datum van de gedinginleidende akte, terwijl, wanneer in dat geval | datum van de gedinginleidende akte, terwijl, wanneer in dat geval |
artikel 20 van de wet van 11 april 1995 zou worden toegepast, de in | artikel 20 van de wet van 11 april 1995 zou worden toegepast, de in |
die bepaling bedoelde interest van rechtswege zou beginnen te lopen | die bepaling bedoelde interest van rechtswege zou beginnen te lopen |
vanaf een vroegere datum dan de datum van de gedinginleidende akte. | vanaf een vroegere datum dan de datum van de gedinginleidende akte. |
B.6. In zijn arrest nr. 78/2002 van 8 mei 2002 heeft het Hof met | B.6. In zijn arrest nr. 78/2002 van 8 mei 2002 heeft het Hof met |
betrekking tot artikel 20 van de wet van 11 april 1995 als volgt | betrekking tot artikel 20 van de wet van 11 april 1995 als volgt |
geoordeeld : | geoordeeld : |
« B.6.1. Het is in het licht van de doelstellingen van de wetgever | « B.6.1. Het is in het licht van de doelstellingen van de wetgever |
[...] niet ter zake dienend de sociaal verzekerde rechthebbenden op | [...] niet ter zake dienend de sociaal verzekerde rechthebbenden op |
verschillende wijze te behandelen naargelang de prestaties hun worden | verschillende wijze te behandelen naargelang de prestaties hun worden |
toegekend ter uitvoering van een administratieve beslissing of van een | toegekend ter uitvoering van een administratieve beslissing of van een |
rechterlijke beslissing. | rechterlijke beslissing. |
B.6.2. Door ten gunste van de sociaal verzekerden verwijlintresten in | B.6.2. Door ten gunste van de sociaal verzekerden verwijlintresten in |
te voeren wou de wetgever ' een algemeen en gezond principe ' | te voeren wou de wetgever ' een algemeen en gezond principe ' |
bevestigen teneinde ' de gerechtigde [te] beschermen tegen de | bevestigen teneinde ' de gerechtigde [te] beschermen tegen de |
traagheid van de administratieve diensten, zodat die aangespoord wordt | traagheid van de administratieve diensten, zodat die aangespoord wordt |
de eigen werking te verbeteren ' (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. | de eigen werking te verbeteren ' (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. |
353/1, p. 7). | 353/1, p. 7). |
B.6.3. Aangezien de verwijlintresten strekken tot het herstel van de | B.6.3. Aangezien de verwijlintresten strekken tot het herstel van de |
schade die wegens de vertraging in de uitvoering van een verbintenis | schade die wegens de vertraging in de uitvoering van een verbintenis |
wordt geleden, verantwoordt niets dat de sociaal verzekerde die nadeel | wordt geleden, verantwoordt niets dat de sociaal verzekerde die nadeel |
heeft van een vergissing van het bestuur, verschillend wordt behandeld | heeft van een vergissing van het bestuur, verschillend wordt behandeld |
ten opzichte van diegene die door vertraging bij het bestuur schade | ten opzichte van diegene die door vertraging bij het bestuur schade |
lijdt. | lijdt. |
B.7. Uit hetgeen voorafgaat vloeit voort dat artikel 20 van de wet van | B.7. Uit hetgeen voorafgaat vloeit voort dat artikel 20 van de wet van |
11 april 1995 tot invoering van het ' handvest ' van de sociaal | 11 april 1995 tot invoering van het ' handvest ' van de sociaal |
verzekerde, in die zin geïnterpreteerd dat het niet van toepassing is | verzekerde, in die zin geïnterpreteerd dat het niet van toepassing is |
op de sociaal verzekerde rechthebbenden wier prestaties worden | op de sociaal verzekerde rechthebbenden wier prestaties worden |
uitbetaald ter uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing | uitbetaald ter uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing |
waarbij de administratieve beslissing tot weigering van erkenning van | waarbij de administratieve beslissing tot weigering van erkenning van |
de verzwaring van de arbeidsongeschiktheid teniet wordt gedaan, niet | de verzwaring van de arbeidsongeschiktheid teniet wordt gedaan, niet |
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. » | bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. » |
B.7. Die overwegingen gelden evenzeer wanneer artikel 20 van de wet | B.7. Die overwegingen gelden evenzeer wanneer artikel 20 van de wet |
van 11 april 1995 in die zin wordt geïnterpreteerd dat het niet van | van 11 april 1995 in die zin wordt geïnterpreteerd dat het niet van |
toepassing is op de sociaal verzekerde rechthebbende aan wie de | toepassing is op de sociaal verzekerde rechthebbende aan wie de |
tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt uitbetaald ter | tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt uitbetaald ter |
uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de | uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de |
ambtshalve administratieve herziening door het Bestuur van de | ambtshalve administratieve herziening door het Bestuur van de |
Maatschappelijke Integratie wordt tenietgedaan en waarbij een hogere | Maatschappelijke Integratie wordt tenietgedaan en waarbij een hogere |
tegemoetkoming wordt toegekend. | tegemoetkoming wordt toegekend. |
B.8. Het feit dat het te dezen gaat om een ambtshalve administratieve | B.8. Het feit dat het te dezen gaat om een ambtshalve administratieve |
herziening, en niet om een administratieve beslissing in antwoord op | herziening, en niet om een administratieve beslissing in antwoord op |
een aanvraag van de rechthebbende, leidt niet tot een ander besluit. | een aanvraag van de rechthebbende, leidt niet tot een ander besluit. |
Volgens de parlementaire voorbereiding van de wet van 11 april 1995 is | Volgens de parlementaire voorbereiding van de wet van 11 april 1995 is |
« het recht op sociale zekerheid en bijstand [...] een individueel | « het recht op sociale zekerheid en bijstand [...] een individueel |
recht waarop men aanspraak kan maken zodra een bepaalde toestand | recht waarop men aanspraak kan maken zodra een bepaalde toestand |
objectief vaststaat » (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 353/1, p. 2). | objectief vaststaat » (Parl. St., Kamer, 1991-1992, nr. 353/1, p. 2). |
Bovendien moeten, volgens de wetgever, « de instellingen [...] | Bovendien moeten, volgens de wetgever, « de instellingen [...] |
aangemoedigd worden om, waar het mogelijk is, zelf initiatieven te | aangemoedigd worden om, waar het mogelijk is, zelf initiatieven te |
nemen zonder een verzoek in die zin van de belanghebbenden af te | nemen zonder een verzoek in die zin van de belanghebbenden af te |
wachten. De instellingen moeten niet alleen de dossiers van de | wachten. De instellingen moeten niet alleen de dossiers van de |
belanghebbenden onderzoeken, ze moeten hen ook zoveel mogelijk op hun | belanghebbenden onderzoeken, ze moeten hen ook zoveel mogelijk op hun |
rechten wijzen » (ibid., p. 5). | rechten wijzen » (ibid., p. 5). |
Artikel 10 van de wet van 11 april 1995 bepaalt overigens dat de | Artikel 10 van de wet van 11 april 1995 bepaalt overigens dat de |
termijn van vier maanden, binnen welke de instelling van sociale | termijn van vier maanden, binnen welke de instelling van sociale |
zekerheid beslist, niet alleen aanvangt « na de ontvangst van het | zekerheid beslist, niet alleen aanvangt « na de ontvangst van het |
verzoek » tot toekenning van een sociale prestatie, maar ook « na het | verzoek » tot toekenning van een sociale prestatie, maar ook « na het |
feit dat aanleiding geeft tot het ambtshalve onderzoek ». Zowel in het | feit dat aanleiding geeft tot het ambtshalve onderzoek ». Zowel in het |
geval van een toekenning op aanvraag als in het geval van een | geval van een toekenning op aanvraag als in het geval van een |
toekenning na ambtshalve herziening beoogde de wetgever derhalve te | toekenning na ambtshalve herziening beoogde de wetgever derhalve te |
vermijden dat de sociale prestatie met vertraging zou worden | vermijden dat de sociale prestatie met vertraging zou worden |
toegekend. | toegekend. |
B.9. Ook het feit dat het volgens de Ministerraad te dezen om sociale | B.9. Ook het feit dat het volgens de Ministerraad te dezen om sociale |
bijstand en niet om sociale zekerheid zou gaan, is niet relevant, nu | bijstand en niet om sociale zekerheid zou gaan, is niet relevant, nu |
uit het in B.2 aangehaalde artikel 2, 1°, e), van de wet van 11 april | uit het in B.2 aangehaalde artikel 2, 1°, e), van de wet van 11 april |
1995 blijkt dat voor de uitvoering en de toepassing van die wet en van | 1995 blijkt dat voor de uitvoering en de toepassing van die wet en van |
haar uitvoeringsmaatregelen onder « sociale zekerheid » alle | haar uitvoeringsmaatregelen onder « sociale zekerheid » alle |
regelingen van het stelsel van sociale bijstand worden verstaan. | regelingen van het stelsel van sociale bijstand worden verstaan. |
B.10. Uit hetgeen voorafgaat vloeit voort dat artikel 20 van de wet | B.10. Uit hetgeen voorafgaat vloeit voort dat artikel 20 van de wet |
van 11 april 1995, in die zin geïnterpreteerd dat het niet van | van 11 april 1995, in die zin geïnterpreteerd dat het niet van |
toepassing zou zijn op de sociaal verzekerde rechthebbende aan wie een | toepassing zou zijn op de sociaal verzekerde rechthebbende aan wie een |
tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt uitbetaald ter | tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt uitbetaald ter |
uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij een | uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij een |
ambtshalve administratieve herziening door het Bestuur van de | ambtshalve administratieve herziening door het Bestuur van de |
Maatschappelijke Integratie teniet wordt gedaan en waarbij een hogere | Maatschappelijke Integratie teniet wordt gedaan en waarbij een hogere |
tegemoetkoming wordt toegekend, niet bestaanbaar is met de artikelen | tegemoetkoming wordt toegekend, niet bestaanbaar is met de artikelen |
10 en 11 van de Grondwet. | 10 en 11 van de Grondwet. |
B.11. Zoals het Hof reeds in zijn voormelde arrest nr. 78/2002 heeft | B.11. Zoals het Hof reeds in zijn voormelde arrest nr. 78/2002 heeft |
aangegeven, kan evenwel aan artikel 20 van de wet van 11 april 1995 | aangegeven, kan evenwel aan artikel 20 van de wet van 11 april 1995 |
een andere interpretatie worden gegeven. Volgens die interpretatie | een andere interpretatie worden gegeven. Volgens die interpretatie |
valt het in artikel 20 vervatte begrip « opeisbaarheid » samen met het | valt het in artikel 20 vervatte begrip « opeisbaarheid » samen met het |
ontstaan van het recht, zodat de interesten van rechtswege beginnen te | ontstaan van het recht, zodat de interesten van rechtswege beginnen te |
lopen vanaf de datum waarop het recht op de prestaties is ontstaan, | lopen vanaf de datum waarop het recht op de prestaties is ontstaan, |
dat wil zeggen de datum waarop de prestaties hadden moeten zijn | dat wil zeggen de datum waarop de prestaties hadden moeten zijn |
uitbetaald. | uitbetaald. |
In die interpretatie bestaat het in de prejudiciële vragen aangevoerde | In die interpretatie bestaat het in de prejudiciële vragen aangevoerde |
verschil in behandeling niet : de sociaal verzekerde rechthebbenden | verschil in behandeling niet : de sociaal verzekerde rechthebbenden |
kunnen, op dezelfde datum, aanspraak maken op verwijlinteresten op de | kunnen, op dezelfde datum, aanspraak maken op verwijlinteresten op de |
hun verschuldigde prestaties, ongeacht of die ter uitvoering van een | hun verschuldigde prestaties, ongeacht of die ter uitvoering van een |
ambtshalve administratieve herziening of van een rechterlijke | ambtshalve administratieve herziening of van een rechterlijke |
beslissing worden toegekend. | beslissing worden toegekend. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
- Artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « | - Artikel 20 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « |
handvest » van de sociaal verzekerde schendt de artikelen 10 en 11 van | handvest » van de sociaal verzekerde schendt de artikelen 10 en 11 van |
de Grondwet, wanneer het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het niet | de Grondwet, wanneer het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het niet |
van toepassing is op de sociaal verzekerde rechthebbende aan wie de | van toepassing is op de sociaal verzekerde rechthebbende aan wie de |
tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt uitbetaald ter | tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt uitbetaald ter |
uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de | uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de |
ambtshalve administratieve herziening door het Bestuur van de | ambtshalve administratieve herziening door het Bestuur van de |
Maatschappelijke Integratie teniet wordt gedaan en waarbij een hogere | Maatschappelijke Integratie teniet wordt gedaan en waarbij een hogere |
tegemoetkoming wordt toegekend. | tegemoetkoming wordt toegekend. |
- Dezelfde bepaling schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet | - Dezelfde bepaling schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet |
niet, wanneer zij in die zin wordt geïnterpreteerd dat zij van | niet, wanneer zij in die zin wordt geïnterpreteerd dat zij van |
toepassing is op de sociaal verzekerde rechthebbende aan wie de | toepassing is op de sociaal verzekerde rechthebbende aan wie de |
tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt uitbetaald ter | tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt uitbetaald ter |
uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de | uitvoering van een uitvoerbare rechterlijke beslissing waarbij de |
ambtshalve administratieve herziening door het Bestuur van de | ambtshalve administratieve herziening door het Bestuur van de |
Maatschappelijke Integratie teniet wordt gedaan en waarbij een hogere | Maatschappelijke Integratie teniet wordt gedaan en waarbij een hogere |
tegemoetkoming wordt toegekend. | tegemoetkoming wordt toegekend. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 16 februari 2005. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 16 februari 2005. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De wnd. voorzitter, | De wnd. voorzitter, |
M. Bossuyt. | M. Bossuyt. |