← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 83/2004 van 12 mei 2004 Rolnummer 2745 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de beslagrechter
in de Rechtbank van eerste aanleg te Luik."
Uittreksel uit arrest nr. 83/2004 van 12 mei 2004 Rolnummer 2745 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de beslagrechter in de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. | Uittreksel uit arrest nr. 83/2004 van 12 mei 2004 Rolnummer 2745 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de beslagrechter in de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Uittreksel uit arrest nr. 83/2004 van 12 mei 2004 | Uittreksel uit arrest nr. 83/2004 van 12 mei 2004 |
Rolnummer 2745 | Rolnummer 2745 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1675/13, § 3, van | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1675/13, § 3, van |
het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de beslagrechter in de | het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de beslagrechter in de |
Rechtbank van eerste aanleg te Luik. | Rechtbank van eerste aanleg te Luik. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters |
L. François, P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. | L. François, P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. |
Lavrysen, J.-P. Moerman en E. Derycke, bijgestaan door de griffier | Lavrysen, J.-P. Moerman en E. Derycke, bijgestaan door de griffier |
P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 26 juni 2003 in zake F. Smeets en anderen, waarvan de | Bij vonnis van 26 juni 2003 in zake F. Smeets en anderen, waarvan de |
expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 30 juni | expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 30 juni |
2003, heeft de beslagrechter in de Rechtbank van eerste aanleg te Luik | 2003, heeft de beslagrechter in de Rechtbank van eerste aanleg te Luik |
de volgende prejudiciële vraag gesteld : | de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Is artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek, in zoverre | « Is artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek, in zoverre |
het in het raam van het opstellen van een gerechtelijke | het in het raam van het opstellen van een gerechtelijke |
aanzuiveringsregeling niet toestaat dat kwijtschelding wordt verleend | aanzuiveringsregeling niet toestaat dat kwijtschelding wordt verleend |
aan een gefailleerde wiens faillissement onverschoonbaar is verklaard, | aan een gefailleerde wiens faillissement onverschoonbaar is verklaard, |
strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en roept het een | strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en roept het een |
niet verantwoorde discriminatie in het leven ten aanzien van de | niet verantwoorde discriminatie in het leven ten aanzien van de |
doelstellingen van de wet, doordat : | doelstellingen van de wet, doordat : |
- enerzijds, het de schuldeisers van de gefailleerden wier | - enerzijds, het de schuldeisers van de gefailleerden wier |
faillissement onverschoonbaar is verklaard het voordeel ontzegt van de | faillissement onverschoonbaar is verklaard het voordeel ontzegt van de |
procedure van de collectieve schuldenregeling zoals georganiseerd bij | procedure van de collectieve schuldenregeling zoals georganiseerd bij |
de wet van 5 juli 1998, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van | de wet van 5 juli 1998, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van |
31 juli 1998 en in werking getreden op 1 januari 1999, zoals gewijzigd | 31 juli 1998 en in werking getreden op 1 januari 1999, zoals gewijzigd |
bij de wet van 19 april 2002, | bij de wet van 19 april 2002, |
- anderzijds, het de verzoeker, niet-verschoonde gefailleerde, het | - anderzijds, het de verzoeker, niet-verschoonde gefailleerde, het |
voordeel ontzegt van de procedure, terwijl de verzoeker, | voordeel ontzegt van de procedure, terwijl de verzoeker, |
niet-handelaar, de procedure kan genieten zelfs indien hij, teneinde | niet-handelaar, de procedure kan genieten zelfs indien hij, teneinde |
kredieten te verkrijgen die zijn financiële draagkracht overstijgen, | kredieten te verkrijgen die zijn financiële draagkracht overstijgen, |
bewust valse verklaringen heeft afgelegd en onverschoonbare fouten | bewust valse verklaringen heeft afgelegd en onverschoonbare fouten |
heeft gemaakt bij het beheer van zijn patrimonium ? » | heeft gemaakt bij het beheer van zijn patrimonium ? » |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 1675/13 van het Gerechtelijk Wetboek, waarvan paragraaf 3 | B.1. Artikel 1675/13 van het Gerechtelijk Wetboek, waarvan paragraaf 3 |
het voorwerp uitmaakt van de prejudiciële vraag, bepaalt : | het voorwerp uitmaakt van de prejudiciële vraag, bepaalt : |
« § 1. Indien de maatregelen voorzien in artikel 1675/12, § 1, niet | « § 1. Indien de maatregelen voorzien in artikel 1675/12, § 1, niet |
volstaan om de in artikel 1675/3, derde lid, genoemde doelstelling te | volstaan om de in artikel 1675/3, derde lid, genoemde doelstelling te |
bereiken, kan de rechter, op vraag van de schuldenaar, besluiten tot | bereiken, kan de rechter, op vraag van de schuldenaar, besluiten tot |
elke andere gedeeltelijke kwijtschelding van schulden, zelfs van | elke andere gedeeltelijke kwijtschelding van schulden, zelfs van |
kapitaal onder de volgende voorwaarden : | kapitaal onder de volgende voorwaarden : |
- alle goederen die voor beslag in aanmerking komen, worden te gelde | - alle goederen die voor beslag in aanmerking komen, worden te gelde |
gemaakt op initiatief van de schuldbemiddelaar, overeenkomstig de | gemaakt op initiatief van de schuldbemiddelaar, overeenkomstig de |
regels inzake de gedwongen tenuitvoerleggingen. De verdeling heeft | regels inzake de gedwongen tenuitvoerleggingen. De verdeling heeft |
plaats met inachtname van de gelijkheid van de schuldeisers | plaats met inachtname van de gelijkheid van de schuldeisers |
onverminderd de wettige redenen van voorrang; | onverminderd de wettige redenen van voorrang; |
- na de tegeldemaking van de voor beslag vatbare goederen maakt het | - na de tegeldemaking van de voor beslag vatbare goederen maakt het |
saldo, nog verschuldigd door de schuldenaar, het voorwerp uit van een | saldo, nog verschuldigd door de schuldenaar, het voorwerp uit van een |
aanzuiveringsregeling met inachtname van de gelijkheid van de | aanzuiveringsregeling met inachtname van de gelijkheid van de |
schuldeisers, behalve wat de lopende onderhoudsverplichtingen betreft, | schuldeisers, behalve wat de lopende onderhoudsverplichtingen betreft, |
bedoeld in artikel 1412, eerste lid. | bedoeld in artikel 1412, eerste lid. |
Onverminderd artikel 1675/15, § 2, kan de kwijtschelding van schulden | Onverminderd artikel 1675/15, § 2, kan de kwijtschelding van schulden |
maar verkregen worden als de schuldenaar de door de rechter opgelegde | maar verkregen worden als de schuldenaar de door de rechter opgelegde |
aanzuiveringsregeling heeft nageleefd, en behoudens terugkeer van de | aanzuiveringsregeling heeft nageleefd, en behoudens terugkeer van de |
schuldenaar tot beter fortuin vóór het einde van de gerechtelijke | schuldenaar tot beter fortuin vóór het einde van de gerechtelijke |
aanzuiveringsregeling. | aanzuiveringsregeling. |
§ 2. Het vonnis duidt de looptijd van de gerechtelijke | § 2. Het vonnis duidt de looptijd van de gerechtelijke |
aanzuiveringsregeling aan, die ligt tussen drie en vijf jaar. Artikel | aanzuiveringsregeling aan, die ligt tussen drie en vijf jaar. Artikel |
51 is niet van toepassing. | 51 is niet van toepassing. |
§ 3. De rechter kan geen kwijtschelding verlenen voor volgende | § 3. De rechter kan geen kwijtschelding verlenen voor volgende |
schulden : | schulden : |
- de onderhoudsgelden die niet vervallen zijn op de dag van de | - de onderhoudsgelden die niet vervallen zijn op de dag van de |
uitspraak houdende vaststelling van de gerechtelijke | uitspraak houdende vaststelling van de gerechtelijke |
aanzuiveringsregeling; | aanzuiveringsregeling; |
- de schulden die een schadevergoeding inhouden, toegestaan voor het | - de schulden die een schadevergoeding inhouden, toegestaan voor het |
herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf; | herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf; |
- de schulden van een gefailleerde die overblijven na het sluiten van | - de schulden van een gefailleerde die overblijven na het sluiten van |
het faillissement. | het faillissement. |
[...] » | [...] » |
B.2. De verwijzende rechter vraagt het Hof of paragraaf 3 van dat | B.2. De verwijzende rechter vraagt het Hof of paragraaf 3 van dat |
artikel bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in | artikel bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in |
zoverre het niet de kwijtschelding toestaat van schulden van een | zoverre het niet de kwijtschelding toestaat van schulden van een |
gefailleerde wiens faillissement onverschoonbaar is verklaard. Het zou | gefailleerde wiens faillissement onverschoonbaar is verklaard. Het zou |
bijgevolg zowel de schuldeisers van de gefailleerde als de | bijgevolg zowel de schuldeisers van de gefailleerde als de |
gefailleerde zelf het voordeel van die procedure ontzeggen, terwijl | gefailleerde zelf het voordeel van die procedure ontzeggen, terwijl |
een niet-handelaar die wel zou genieten, zelfs indien hij bewust valse | een niet-handelaar die wel zou genieten, zelfs indien hij bewust valse |
verklaringen heeft afgelegd of onverschoonbare fouten heeft gemaakt | verklaringen heeft afgelegd of onverschoonbare fouten heeft gemaakt |
bij het beheer van zijn vermogen, teneinde kredieten te verkrijgen die | bij het beheer van zijn vermogen, teneinde kredieten te verkrijgen die |
zijn financiële draagkracht overstijgen. | zijn financiële draagkracht overstijgen. |
B.3.1. De procedure van collectieve schuldenregeling, ingevoerd bij de | B.3.1. De procedure van collectieve schuldenregeling, ingevoerd bij de |
wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de | wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de |
mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen | mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen |
onroerende goederen, heeft tot hoofddoel de financiële situatie te | onroerende goederen, heeft tot hoofddoel de financiële situatie te |
herstellen van een schuldenaar met overmatige schuldenlast door hem | herstellen van een schuldenaar met overmatige schuldenlast door hem |
met name ertoe in staat te stellen voor zover mogelijk zijn schulden | met name ertoe in staat te stellen voor zover mogelijk zijn schulden |
te betalen en tegelijkertijd te waarborgen dat hij zelf en zijn gezin | te betalen en tegelijkertijd te waarborgen dat hij zelf en zijn gezin |
een menswaardig leven kunnen leiden (artikel 1675/3, derde lid, van | een menswaardig leven kunnen leiden (artikel 1675/3, derde lid, van |
het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 2 van de voormelde wet | het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 2 van de voormelde wet |
van 5 juli 1998). De financiële situatie van de persoon met overmatige | van 5 juli 1998). De financiële situatie van de persoon met overmatige |
schuldenlast wordt in kaart gebracht en de ongecontroleerde druk van | schuldenlast wordt in kaart gebracht en de ongecontroleerde druk van |
de schuldeisers valt voor die persoon weg dankzij het optreden van een | de schuldeisers valt voor die persoon weg dankzij het optreden van een |
schuldbemiddelaar, die luidens het nieuwe artikel 1675/6 van hetzelfde | schuldbemiddelaar, die luidens het nieuwe artikel 1675/6 van hetzelfde |
Wetboek wordt aangewezen door de rechter die voorafgaandelijk | Wetboek wordt aangewezen door de rechter die voorafgaandelijk |
uitspraak zal hebben gedaan over de toelaatbaarheid van de vordering | uitspraak zal hebben gedaan over de toelaatbaarheid van de vordering |
tot collectieve schuldenregeling. De beschikking van toelaatbaarheid | tot collectieve schuldenregeling. De beschikking van toelaatbaarheid |
doet een toestand van samenloop ontstaan tussen de schuldeisers en | doet een toestand van samenloop ontstaan tussen de schuldeisers en |
heeft de opschorting van de loop van de intresten en de | heeft de opschorting van de loop van de intresten en de |
onbeschikbaarheid van het vermogen van de verzoeker tot gevolg | onbeschikbaarheid van het vermogen van de verzoeker tot gevolg |
(artikel 1675/7 van hetzelfde Wetboek). | (artikel 1675/7 van hetzelfde Wetboek). |
B.3.2. De schuldenaar stelt aan zijn schuldeisers voor een minnelijke | B.3.2. De schuldenaar stelt aan zijn schuldeisers voor een minnelijke |
collectieve aanzuiveringsregeling te treffen, onder toezicht van de | collectieve aanzuiveringsregeling te treffen, onder toezicht van de |
rechter; die kan een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opleggen | rechter; die kan een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opleggen |
indien geen akkoord wordt bereikt (artikel 1675/3). Die ontstentenis | indien geen akkoord wordt bereikt (artikel 1675/3). Die ontstentenis |
van akkoord wordt vastgesteld door de bemiddelaar (artikel 1675/11). | van akkoord wordt vastgesteld door de bemiddelaar (artikel 1675/11). |
De gerechtelijke aanzuiveringsregeling kan een aantal maatregelen | De gerechtelijke aanzuiveringsregeling kan een aantal maatregelen |
bevatten, zoals het uitstel of de herschikking van betaling van de | bevatten, zoals het uitstel of de herschikking van betaling van de |
schulden of de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de moratoire | schulden of de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de moratoire |
intresten, vergoedingen en kosten (artikel 1675/12) en, indien die | intresten, vergoedingen en kosten (artikel 1675/12) en, indien die |
maatregelen het niet mogelijk maken de financiële situatie van de | maatregelen het niet mogelijk maken de financiële situatie van de |
schuldenaar te herstellen, elke andere gedeeltelijke kwijtschelding | schuldenaar te herstellen, elke andere gedeeltelijke kwijtschelding |
van schulden, zelfs van kapitaal, op voorwaarde dat de in artikel | van schulden, zelfs van kapitaal, op voorwaarde dat de in artikel |
1675/13 vastgestelde voorwaarden in acht worden genomen. Uit de | 1675/13 vastgestelde voorwaarden in acht worden genomen. Uit de |
parlementaire voorbereiding van artikel 1675/13, § 1, van het | parlementaire voorbereiding van artikel 1675/13, § 1, van het |
Gerechtelijk Wetboek blijkt dat die paragraaf is opgevat en aangenomen | Gerechtelijk Wetboek blijkt dat die paragraaf is opgevat en aangenomen |
met de bedoeling rekening te houden met de realiteit van de overmatige | met de bedoeling rekening te houden met de realiteit van de overmatige |
schuldenlast : « schuldenaars zijn onvermogend en de economische | schuldenlast : « schuldenaars zijn onvermogend en de economische |
logica mag niet aanvaarden dat deze personen zich verschansen in de | logica mag niet aanvaarden dat deze personen zich verschansen in de |
ondergrondse economie en een gewicht voor de maatschappij blijven. Zij | ondergrondse economie en een gewicht voor de maatschappij blijven. Zij |
moeten opnieuw in het economisch en sociaal stelsel worden opgenomen | moeten opnieuw in het economisch en sociaal stelsel worden opgenomen |
door hen de mogelijkheid te geven een nieuwe start te nemen » (Parl. | door hen de mogelijkheid te geven een nieuwe start te nemen » (Parl. |
St., Kamer, 1996-1997, nrs. 1073/1-1074/1, p. 45). | St., Kamer, 1996-1997, nrs. 1073/1-1074/1, p. 45). |
B.3.3. Verder blijkt uit de parlementaire voorbereiding van artikel | B.3.3. Verder blijkt uit de parlementaire voorbereiding van artikel |
1675/13 dat de wetgever strenge voorwaarden heeft gesteld aan de | 1675/13 dat de wetgever strenge voorwaarden heeft gesteld aan de |
kwijtschelding van de schulden in hoofdsom (Parl. St., Kamer, | kwijtschelding van de schulden in hoofdsom (Parl. St., Kamer, |
1996-1997, nrs. 1073/1-1074/1, p. 44). | 1996-1997, nrs. 1073/1-1074/1, p. 44). |
De wetgever heeft ook uitdrukkelijk bepaald dat sommige schulden niet | De wetgever heeft ook uitdrukkelijk bepaald dat sommige schulden niet |
konden worden kwijtgescholden, met name de schulden van een | konden worden kwijtgescholden, met name de schulden van een |
gefailleerde die blijven bestaan na de sluiting van het faillissement. | gefailleerde die blijven bestaan na de sluiting van het faillissement. |
Die uitsluiting werd verantwoord door het feit dat « het [...] logisch | Die uitsluiting werd verantwoord door het feit dat « het [...] logisch |
[is] dat, wanneer de handelsrechtbank beslist heeft om aan een | [is] dat, wanneer de handelsrechtbank beslist heeft om aan een |
gefailleerde het voordeel van de verschoonbaarheid, en dus van een | gefailleerde het voordeel van de verschoonbaarheid, en dus van een |
kwijtschelding van schulden, te weigeren, op deze beslissing niet meer | kwijtschelding van schulden, te weigeren, op deze beslissing niet meer |
kan worden teruggekomen in het kader van een latere procedure van | kan worden teruggekomen in het kader van een latere procedure van |
collectieve schuldenregeling » (Parl. St., Kamer, 1996-1997, nrs. | collectieve schuldenregeling » (Parl. St., Kamer, 1996-1997, nrs. |
1073/1-1074/1, p. 47). Verder werd gepreciseerd dat « het feit dat | 1073/1-1074/1, p. 47). Verder werd gepreciseerd dat « het feit dat |
bepaalde schulden niet het voorwerp mogen uitmaken van een | bepaalde schulden niet het voorwerp mogen uitmaken van een |
kwijtschelding, [...] niet [inhoudt] dat zij bij voorrang zullen | kwijtschelding, [...] niet [inhoudt] dat zij bij voorrang zullen |
worden uitbetaald ten opzichte van de andere schulden. Indien deze | worden uitbetaald ten opzichte van de andere schulden. Indien deze |
schulden uit hun aard bevoorrecht zijn, worden zij natuurlijk bij | schulden uit hun aard bevoorrecht zijn, worden zij natuurlijk bij |
voorrang gedelgd uit de opbrengst van de tegeldemaking van de goederen | voorrang gedelgd uit de opbrengst van de tegeldemaking van de goederen |
waarop zij een wettige reden van voorrang hebben. Voor het niet | waarop zij een wettige reden van voorrang hebben. Voor het niet |
voldane deel, komen zij in de massa van de schulden terecht en worden | voldane deel, komen zij in de massa van de schulden terecht en worden |
ponds-pondsgewijs betaald, zoals de andere schulden. Het verschil met | ponds-pondsgewijs betaald, zoals de andere schulden. Het verschil met |
de andere schulden is, dat het niet gedelgde gedeelte verschuldigd | de andere schulden is, dat het niet gedelgde gedeelte verschuldigd |
blijft na de volledige naleving van de schuldenregeling » (ibid. ). | blijft na de volledige naleving van de schuldenregeling » (ibid. ). |
B.4. De faillissementswetgeving betreft enkel de personen die de | B.4. De faillissementswetgeving betreft enkel de personen die de |
hoedanigheid hebben van handelaar. De door de faillissementswet van 8 | hoedanigheid hebben van handelaar. De door de faillissementswet van 8 |
augustus 1997 nagestreefde algemene doelstelling bestaat erin « vooral | augustus 1997 nagestreefde algemene doelstelling bestaat erin « vooral |
eenvoud en transparantie [te betrachten] » (Parl. St., Kamer, | eenvoud en transparantie [te betrachten] » (Parl. St., Kamer, |
1991-1992, nr. 631/1, p. 1), zulks uit een bekommernis voor het | 1991-1992, nr. 631/1, p. 1), zulks uit een bekommernis voor het |
algemeen belang. De wetgever heeft immers geoordeeld dat « de | algemeen belang. De wetgever heeft immers geoordeeld dat « de |
ondernemingen in moeilijkheden [...] de maatschappelijke orde | ondernemingen in moeilijkheden [...] de maatschappelijke orde |
[verstoren]. Zij bedreigen de economische positie van hun | [verstoren]. Zij bedreigen de economische positie van hun |
schuldeisers, brengen de werkgelegenheid van de werknemers in gevaar | schuldeisers, brengen de werkgelegenheid van de werknemers in gevaar |
en kosten overmatig veel aan de overheid » (ibid. ). | en kosten overmatig veel aan de overheid » (ibid. ). |
B.5. Het door de wetgever gemaakte onderscheid tussen de handelaars en | B.5. Het door de wetgever gemaakte onderscheid tussen de handelaars en |
de personen welke niet die hoedanigheid hebben, berust op een | de personen welke niet die hoedanigheid hebben, berust op een |
objectief criterium en is niet verstoken van relevantie ten aanzien | objectief criterium en is niet verstoken van relevantie ten aanzien |
van het nagestreefde doel. De insolventie van een handelaar brengt | van het nagestreefde doel. De insolventie van een handelaar brengt |
immers, ten aanzien van de economie in het algemeen en de onderlinge | immers, ten aanzien van de economie in het algemeen en de onderlinge |
afhankelijkheid van de commerciële belangen, gevolgen teweeg die | afhankelijkheid van de commerciële belangen, gevolgen teweeg die |
verschillen van die welke worden teweeggebracht door de staking van | verschillen van die welke worden teweeggebracht door de staking van |
betaling van een gewone schuldenaar. | betaling van een gewone schuldenaar. |
B.6. Doordat de wetgever de rechter niet toestaat de kwijtschelding | B.6. Doordat de wetgever de rechter niet toestaat de kwijtschelding |
toe te kennen voor de schulden van een gefailleerde die blijven | toe te kennen voor de schulden van een gefailleerde die blijven |
bestaan na de sluiting van het faillissement, heeft hij een | bestaan na de sluiting van het faillissement, heeft hij een |
onderscheid gemaakt dat op een objectief criterium berust en niet | onderscheid gemaakt dat op een objectief criterium berust en niet |
irrelevant is ten aanzien van het nagestreefde doel. De wetgever heeft | irrelevant is ten aanzien van het nagestreefde doel. De wetgever heeft |
immers een procedure van vereffening van de goederen willen | immers een procedure van vereffening van de goederen willen |
organiseren die specifiek is voor de gefailleerde handelaars en een | organiseren die specifiek is voor de gefailleerde handelaars en een |
andere, verschillende, procedure die specifiek is voor de andere | andere, verschillende, procedure die specifiek is voor de andere |
schuldenaars die hun schulden niet kunnen betalen. Het is evenwel | schuldenaars die hun schulden niet kunnen betalen. Het is evenwel |
mogelijk dat een persoon die de hoedanigheid van handelaar heeft | mogelijk dat een persoon die de hoedanigheid van handelaar heeft |
gehad, ongeacht of hij al dan niet failliet is verklaard, de procedure | gehad, ongeacht of hij al dan niet failliet is verklaard, de procedure |
van collectieve schuldenregeling kan genieten. Artikel 1675/2 van het | van collectieve schuldenregeling kan genieten. Artikel 1675/2 van het |
Gerechtelijk Wetboek maakt het die persoon immers mogelijk een | Gerechtelijk Wetboek maakt het die persoon immers mogelijk een |
verzoekschrift tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling | verzoekschrift tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling |
in te dienen, zes maanden na hetzij het stopzetten van zijn handel, | in te dienen, zes maanden na hetzij het stopzetten van zijn handel, |
hetzij de sluiting van het faillissement. Het is echter verantwoord | hetzij de sluiting van het faillissement. Het is echter verantwoord |
dat in het geval van een faillissement de wetgever geen kwijtschelding | dat in het geval van een faillissement de wetgever geen kwijtschelding |
van schulden mogelijk maakt die reeds is besproken voor de rechtbank | van schulden mogelijk maakt die reeds is besproken voor de rechtbank |
van koophandel, die over die kwijtschelding uitspraak heeft gedaan bij | van koophandel, die over die kwijtschelding uitspraak heeft gedaan bij |
een beslissing die gezag van gewijsde heeft. | een beslissing die gezag van gewijsde heeft. |
Bovendien heeft het aangeklaagde verschil in behandeling geen | Bovendien heeft het aangeklaagde verschil in behandeling geen |
onevenredige gevolgen voor de schuldeisers die het recht op de | onevenredige gevolgen voor de schuldeisers die het recht op de |
uitoefening van hun vordering behouden in geval van terugkeer van de | uitoefening van hun vordering behouden in geval van terugkeer van de |
schuldenaar tot beter fortuin of na de gerechtelijke | schuldenaar tot beter fortuin of na de gerechtelijke |
aanzuiveringsregeling. Het heeft evenmin onevenredige gevolgen voor de | aanzuiveringsregeling. Het heeft evenmin onevenredige gevolgen voor de |
gefailleerde, aangezien het Hof in zijn arresten nr. 18/2003 van 30 | gefailleerde, aangezien het Hof in zijn arresten nr. 18/2003 van 30 |
januari 2003 en nr. 38/2003 van 3 april 2003 heeft geoordeeld dat | januari 2003 en nr. 38/2003 van 3 april 2003 heeft geoordeeld dat |
artikel 1675/13, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, in die zin | artikel 1675/13, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, in die zin |
geïnterpreteerd dat het de persoon die totaal en definitief | geïnterpreteerd dat het de persoon die totaal en definitief |
onvermogend lijkt, niet de mogelijkheid ontzegt om een gerechtelijke | onvermogend lijkt, niet de mogelijkheid ontzegt om een gerechtelijke |
aanzuiveringsregeling te genieten, de artikelen 10 en 11 van de | aanzuiveringsregeling te genieten, de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 23 van de | Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 23 van de |
Grondwet, niet schendt. | Grondwet, niet schendt. |
B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
In zoverre artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek in het | In zoverre artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek in het |
raam van het opstellen van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling | raam van het opstellen van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling |
niet toestaat dat kwijtschelding wordt verleend aan een gefailleerde | niet toestaat dat kwijtschelding wordt verleend aan een gefailleerde |
die niet verschoonbaar is verklaard, schendt het de artikelen 10 en 11 | die niet verschoonbaar is verklaard, schendt het de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet niet. | van de Grondwet niet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 12 mei 2004. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 12 mei 2004. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |