← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 7/2004 van 21 januari 2004 Rolnummers 2557, 2558, 2559, 2560, 2561,
2562 en 2563 In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 461, 473 en 490 van het
decreet van de Franse Gemeenschap van 20 december 20 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts,
en de rechters L. Fran(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 7/2004 van 21 januari 2004 Rolnummers 2557, 2558, 2559, 2560, 2561, 2562 en 2563 In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 461, 473 en 490 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 december 20 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. Fran(...) | Uittreksel uit arrest nr. 7/2004 van 21 januari 2004 Rolnummers 2557, 2558, 2559, 2560, 2561, 2562 en 2563 In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 461, 473 en 490 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 december 20 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. Fran(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Uittreksel uit arrest nr. 7/2004 van 21 januari 2004 | Uittreksel uit arrest nr. 7/2004 van 21 januari 2004 |
Rolnummers 2557, 2558, 2559, 2560, 2561, 2562 en 2563 | Rolnummers 2557, 2558, 2559, 2560, 2561, 2562 en 2563 |
In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 461, 473 en | In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 461, 473 en |
490 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 december 2001 « | 490 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 december 2001 « |
tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger | tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger |
kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, | kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, |
financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en | financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en |
plichten van studenten) », ingesteld door A. De Rijckere en anderen. | plichten van studenten) », ingesteld door A. De Rijckere en anderen. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters |
L. François, M. Bossuyt, A. Alen, J.-P. Moerman en E. Derycke, | L. François, M. Bossuyt, A. Alen, J.-P. Moerman en E. Derycke, |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van |
voorzitter M. Melchior, | voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging | I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging |
Bij verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 4 | Bij verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 4 |
november 2002 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn | november 2002 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn |
ingekomen op 5 november 2002, is beroep tot vernietiging ingesteld van | ingekomen op 5 november 2002, is beroep tot vernietiging ingesteld van |
de artikelen 461 of 473 en artikel 490 van het decreet van de Franse | de artikelen 461 of 473 en artikel 490 van het decreet van de Franse |
Gemeenschap van 20 december 2001 « tot vaststelling van de regels die | Gemeenschap van 20 december 2001 « tot vaststelling van de regels die |
specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de | specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de |
hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut | hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut |
van het personeel, rechten en plichten van studenten) », bekendgemaakt | van het personeel, rechten en plichten van studenten) », bekendgemaakt |
in het Belgisch Staatsblad van 3 mei 2002, door respectievelijk A. De | in het Belgisch Staatsblad van 3 mei 2002, door respectievelijk A. De |
Rijckere, wonende te 1070 Brussel, Nansenstraat 28, A. Colson, wonende | Rijckere, wonende te 1070 Brussel, Nansenstraat 28, A. Colson, wonende |
te 1300 Limal, rue du Petit Sart 35, R. Bausier, wonende te 1030 | te 1300 Limal, rue du Petit Sart 35, R. Bausier, wonende te 1030 |
Brussel, Théo Coopmanstraat 7, C. Debauve, wonende te 1080 Brussel, | Brussel, Théo Coopmanstraat 7, C. Debauve, wonende te 1080 Brussel, |
Edmond Machtenslaan 92/11, G. Van Waas, wonende te 1342 Limelette, | Edmond Machtenslaan 92/11, G. Van Waas, wonende te 1342 Limelette, |
Clos des Colombes 9A, G. Vander Borght, wonende te 1600 | Clos des Colombes 9A, G. Vander Borght, wonende te 1600 |
Sint-Pieters-Leeuw, Kastanjedreef 31, en U. Waterlot, wonende te 1160 | Sint-Pieters-Leeuw, Kastanjedreef 31, en U. Waterlot, wonende te 1160 |
Brussel, Visserijstraat 107. | Brussel, Visserijstraat 107. |
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 2557 tot 2563 van de rol van | Die zaken, ingeschreven onder de nummers 2557 tot 2563 van de rol van |
het Hof, werden samengevoegd. | het Hof, werden samengevoegd. |
(...) | (...) |
II. In rechte | II. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de bestreden bepalingen | Ten aanzien van de bestreden bepalingen |
B.1.1. Artikel 461 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 | B.1.1. Artikel 461 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 |
december 2001 « tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor | december 2001 « tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor |
het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen | het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen |
(organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, | (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, |
rechten en plichten van studenten) » bepaalt : | rechten en plichten van studenten) » bepaalt : |
« § 1. Bij overgangsmaatregel, kunnen de (hoog)leraren en begeleiders | « § 1. Bij overgangsmaatregel, kunnen de (hoog)leraren en begeleiders |
die, op de datum van inwerkingtreding van dit decreet, benoemd zijn in | die, op de datum van inwerkingtreding van dit decreet, benoemd zijn in |
een ambt aan het Conservatorium en een ander ambt in het onderwijs, | een ambt aan het Conservatorium en een ander ambt in het onderwijs, |
een statutair ambt of een ambt als werknemer uitoefenen, deze | een statutair ambt of een ambt als werknemer uitoefenen, deze |
mogelijkheid van cumulatie in een niet exclusief ambt behouden | mogelijkheid van cumulatie in een niet exclusief ambt behouden |
overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 voorlaatste lid van het | overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 voorlaatste lid van het |
koninklijk besluit van 15 april 1958, zoals gewijzigd bij artikel 473 | koninklijk besluit van 15 april 1958, zoals gewijzigd bij artikel 473 |
van dit decreet. | van dit decreet. |
Daartoe moeten de betrokken (hoog)leraren en begeleiders hun keuze | Daartoe moeten de betrokken (hoog)leraren en begeleiders hun keuze |
meedelen bij een ter post aangetekende brief gericht aan de Algemene | meedelen bij een ter post aangetekende brief gericht aan de Algemene |
Administratie van het onderwijspersoneel binnen de dertig dagen van de | Administratie van het onderwijspersoneel binnen de dertig dagen van de |
datum van toepassing van dit decreet. | datum van toepassing van dit decreet. |
Zij moeten hun keuze uiterlijk op 1 mei voor elk academiejaar | Zij moeten hun keuze uiterlijk op 1 mei voor elk academiejaar |
herhalen. | herhalen. |
Indien dit niet wordt gedaan, worden de nieuwe regels van dit decreet | Indien dit niet wordt gedaan, worden de nieuwe regels van dit decreet |
op hen toegepast. | op hen toegepast. |
§ 2. Als zij de cumulatie kiezen, worden hun prestaties op het | § 2. Als zij de cumulatie kiezen, worden hun prestaties op het |
Conservatorium beperkt tot maximaal vier uur per week voor de | Conservatorium beperkt tot maximaal vier uur per week voor de |
(hoog)leraren en maximaal 6 uur per week voor de begeleiders. | (hoog)leraren en maximaal 6 uur per week voor de begeleiders. |
Hun bezoldiging in dit ambt stemt, in voorkomend geval, overeen met de | Hun bezoldiging in dit ambt stemt, in voorkomend geval, overeen met de |
werkelijk gepresteerde uren volgens de volgende weddeschaal : | werkelijk gepresteerde uren volgens de volgende weddeschaal : |
1o (Hoog)leraar voor kunst in het muziekonderwijs (ambt van 6 uur per | 1o (Hoog)leraar voor kunst in het muziekonderwijs (ambt van 6 uur per |
week) : | week) : |
a) die onderwijs verstrekt in een cursus van de eerste categorie : | a) die onderwijs verstrekt in een cursus van de eerste categorie : |
610; | 610; |
b) die onderwijs verstrekt in een cursus van de tweede categorie : | b) die onderwijs verstrekt in een cursus van de tweede categorie : |
606. | 606. |
2o Begeleider in het muziekonderwijs (ambt van 12 uur per week) : 607. | 2o Begeleider in het muziekonderwijs (ambt van 12 uur per week) : 607. |
Zij bewaren de anciënniteit van hun vroeger niet-exclusief ambt | Zij bewaren de anciënniteit van hun vroeger niet-exclusief ambt |
overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april | overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april |
1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, | 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, |
wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie | wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie |
van Openbaar Onderwijs die geldend zou zijn op de dag van de aanneming | van Openbaar Onderwijs die geldend zou zijn op de dag van de aanneming |
van dit decreet. | van dit decreet. |
§ 3. Bij uitzonderlijk geval in verband met dringende pedagogische | § 3. Bij uitzonderlijk geval in verband met dringende pedagogische |
redenen, mogen de prestaties op het Conservatorium worden opgevoerd | redenen, mogen de prestaties op het Conservatorium worden opgevoerd |
tot maximaal acht uur per week voor de (hoog)leraren. | tot maximaal acht uur per week voor de (hoog)leraren. |
Op straffe van nietigheid, moet het voordeel van de uitzonderlijke | Op straffe van nietigheid, moet het voordeel van de uitzonderlijke |
toestand aangevraagd worden door de Directeur van de betrokken | toestand aangevraagd worden door de Directeur van de betrokken |
inrichting bij een ter post aangetekende brief, gemotiveerd en gericht | inrichting bij een ter post aangetekende brief, gemotiveerd en gericht |
aan het Ministerie waarvan de inrichting afhangt, uiterlijk binnen de | aan het Ministerie waarvan de inrichting afhangt, uiterlijk binnen de |
dertig dagen volgend op de feiten waarvoor beroep werd aangetekend. | dertig dagen volgend op de feiten waarvoor beroep werd aangetekend. |
Het voordeel van de uitzonderlijke situatie kan slechts worden | Het voordeel van de uitzonderlijke situatie kan slechts worden |
toegekend op beslissing genomen door de Minister tot wiens bevoegdheid | toegekend op beslissing genomen door de Minister tot wiens bevoegdheid |
het hoger Kunstonderwijs behoort. | het hoger Kunstonderwijs behoort. |
De beslissing is slechts geldig voor de duur van het betrokken | De beslissing is slechts geldig voor de duur van het betrokken |
schooljaar. | schooljaar. |
De bezoldiging van de uren gepresteerd binnen het kader van een | De bezoldiging van de uren gepresteerd binnen het kader van een |
uitzonderlijke situatie zal overeenstemmen met de werkelijk | uitzonderlijke situatie zal overeenstemmen met de werkelijk |
gepresteerde uren, volgens het referentiebarema hieronder bedoeld. | gepresteerde uren, volgens het referentiebarema hieronder bedoeld. |
Maar boven zes uur voor de (hoog)leraren zullen de gepresteerde uren | Maar boven zes uur voor de (hoog)leraren zullen de gepresteerde uren |
voor de helft worden betaald. | voor de helft worden betaald. |
§ 4. Bij overgangsmaatregel en binnen de perken van het kader zoals | § 4. Bij overgangsmaatregel en binnen de perken van het kader zoals |
bepaald in uitvoering van artikel 99 van dit decreet, kunnen de | bepaald in uitvoering van artikel 99 van dit decreet, kunnen de |
personeelsleden van de conservatoria die voor het academiejaar | personeelsleden van de conservatoria die voor het academiejaar |
2001-2002 werden aangewezen voor een mandaat van docent en opnieuw | 2001-2002 werden aangewezen voor een mandaat van docent en opnieuw |
zijn aangewezen volgens dit decreet, ten belope van de uren en de | zijn aangewezen volgens dit decreet, ten belope van de uren en de |
cursussen waarvoor zij in 2001-2002 werden bezoldigd, de benaming van | cursussen waarvoor zij in 2001-2002 werden bezoldigd, de benaming van |
docent blijven genieten, in plaats van de benaming assistent en, | docent blijven genieten, in plaats van de benaming assistent en, |
zonder beperking van het aantal mandaten en in afwijking van de | zonder beperking van het aantal mandaten en in afwijking van de |
bepalingen van § 2 van artikel 108 van dit decreet. | bepalingen van § 2 van artikel 108 van dit decreet. |
Deze mogelijkheid moet echter gebonden zijn aan de activiteit van de | Deze mogelijkheid moet echter gebonden zijn aan de activiteit van de |
(hoog)leraar met wie zij verbonden zijn tot 2001-2002 met toepassing | (hoog)leraar met wie zij verbonden zijn tot 2001-2002 met toepassing |
van de bepalingen van artikel 18 van het koninklijk besluit van 25 | van de bepalingen van artikel 18 van het koninklijk besluit van 25 |
juni 1973 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toelating van de | juni 1973 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toelating van de |
leerlingen en van de duur van de lessen in de Koninklijke | leerlingen en van de duur van de lessen in de Koninklijke |
Muziekconservatoria en moet beëindigd worden zodra de (hoog)leraar | Muziekconservatoria en moet beëindigd worden zodra de (hoog)leraar |
niet meer in dienst is. Het globaal urenvolume dat een conservatorium | niet meer in dienst is. Het globaal urenvolume dat een conservatorium |
zou reserveren voor de toepassing van deze bepaling wordt afgetrokken | zou reserveren voor de toepassing van deze bepaling wordt afgetrokken |
van het aantal betrekkingseenheden als assistent bepaald bij | van het aantal betrekkingseenheden als assistent bepaald bij |
toepassing van artikel 55 van dit decreet. | toepassing van artikel 55 van dit decreet. |
De betrokken docenten moeten hun keuze meedelen bij een ter post | De betrokken docenten moeten hun keuze meedelen bij een ter post |
aangetekende brief gericht aan de Algemene Administratie | aangetekende brief gericht aan de Algemene Administratie |
Onderwijspersoneel binnen de dertig dagen na de bekendmaking van dit | Onderwijspersoneel binnen de dertig dagen na de bekendmaking van dit |
decreet. Dit document moet de naam van de (hoog)leraar vermelden aan | decreet. Dit document moet de naam van de (hoog)leraar vermelden aan |
wie zij waren verbonden in de context van het voornoemd koninklijk | wie zij waren verbonden in de context van het voornoemd koninklijk |
besluit van 25 juni 1973. | besluit van 25 juni 1973. |
In dat geval wordt hun bezoldiging vastgesteld per weekuur op grond | In dat geval wordt hun bezoldiging vastgesteld per weekuur op grond |
van een jaarlijks uurpercentage van 1.182,28 euro, gekoppeld aan de | van een jaarlijks uurpercentage van 1.182,28 euro, gekoppeld aan de |
index 100 op 1 november 1993. Het mandaat van docent wordt geacht een | index 100 op 1 november 1993. Het mandaat van docent wordt geacht een |
ambt met volledige prestaties te zijn in de zin van artikel 4 van het | ambt met volledige prestaties te zijn in de zin van artikel 4 van het |
koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van | koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van |
het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel | het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel |
van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, wanneer het 18 uren telt. » | van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, wanneer het 18 uren telt. » |
B.1.2. Artikel 473 van hetzelfde decreet wordt bestreden, in zoverre | B.1.2. Artikel 473 van hetzelfde decreet wordt bestreden, in zoverre |
het het eerste lid aanvult (« In afwijking van de bepalingen b) en c) | het het eerste lid aanvult (« In afwijking van de bepalingen b) en c) |
[...] ») en het voorlaatste lid vervangt (« De uitdrukking ' | [...] ») en het voorlaatste lid vervangt (« De uitdrukking ' |
niet-uitsluitend ambt ' [...] ») van artikel 5 van het koninklijk | niet-uitsluitend ambt ' [...] ») van artikel 5 van het koninklijk |
besluit van 15 april 1958 « houdende bezoldigingsregeling van het | besluit van 15 april 1958 « houdende bezoldigingsregeling van het |
onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van | onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van |
het Ministerie van Openbaar Onderwijs ». Aldus gewijzigd, bepaalt dat | het Ministerie van Openbaar Onderwijs ». Aldus gewijzigd, bepaalt dat |
artikel : | artikel : |
« Art. 5.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
« Art. 5.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Bijbetrekking : het ambt met al dan niet volledige prestaties, dat aan | Bijbetrekking : het ambt met al dan niet volledige prestaties, dat aan |
een of meer bij de onderhavige bezoldigingsregeling beoogde scholen of | een of meer bij de onderhavige bezoldigingsregeling beoogde scholen of |
instellingen wordt uitgeoefend door het personeelslid : | instellingen wordt uitgeoefend door het personeelslid : |
a) dat reeds een ambt met volledige prestaties uitoefent aan een of | a) dat reeds een ambt met volledige prestaties uitoefent aan een of |
verscheidene andere bij de onderhavige bezoldigingsregeling beoogde | verscheidene andere bij de onderhavige bezoldigingsregeling beoogde |
scholen of instellingen; | scholen of instellingen; |
b) dat reeds een zelfstandig beroep uitoefent waarin een | b) dat reeds een zelfstandig beroep uitoefent waarin een |
beroepsactiviteit wordt ontwikkeld die ten minste 60 pct. vereist van | beroepsactiviteit wordt ontwikkeld die ten minste 60 pct. vereist van |
de wekelijkse arbeidsprestaties verstrekt door iemand die dezelfde | de wekelijkse arbeidsprestaties verstrekt door iemand die dezelfde |
activiteit op uitsluitende wijze uitoefent. | activiteit op uitsluitende wijze uitoefent. |
De toepassing van deze bepaling sluit de toepassing uit van littera c | De toepassing van deze bepaling sluit de toepassing uit van littera c |
van dit artikel; | van dit artikel; |
c) dat uit hoofde van elke andere bezigheid en/of wegens het genot van | c) dat uit hoofde van elke andere bezigheid en/of wegens het genot van |
een pensioen ten laste van de Openbare Schatkist, brutoinkomsten heeft | een pensioen ten laste van de Openbare Schatkist, brutoinkomsten heeft |
waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan dat van de | waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan dat van de |
brutobezoldiging, die het zou verkrijgen, indien het zijn ambt als | brutobezoldiging, die het zou verkrijgen, indien het zijn ambt als |
hoofdambt met volledige prestaties uitoefende, maar berekend op het | hoofdambt met volledige prestaties uitoefende, maar berekend op het |
minimum van de weddeschaal. | minimum van de weddeschaal. |
Onder ' andere bezigheid ' wordt verstaan een andere bezigheid dan : | Onder ' andere bezigheid ' wordt verstaan een andere bezigheid dan : |
1o een zelfstandig beroep; | 1o een zelfstandig beroep; |
2o prestaties in het onderwijs met volledig leerplan of in het | 2o prestaties in het onderwijs met volledig leerplan of in het |
onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan, waarvoor een | onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan, waarvoor een |
bezoldiging ten laste van de Schatkist wordt verleend; | bezoldiging ten laste van de Schatkist wordt verleend; |
d) dat eveneens een ambt met volledige prestaties uitoefent in het | d) dat eveneens een ambt met volledige prestaties uitoefent in het |
onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; | onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; |
e) dat een wedde of een rustpensioen geniet uit hoofde van een | e) dat een wedde of een rustpensioen geniet uit hoofde van een |
betrekking uitgeoefend in de privé-sector of in de overheidssector, | betrekking uitgeoefend in de privé-sector of in de overheidssector, |
waarvan de normale uurregeling van die aard is dat zij een normale | waarvan de normale uurregeling van die aard is dat zij een normale |
beroepsactiviteit volledig in beslag neemt, behalve indien het bedrag | beroepsactiviteit volledig in beslag neemt, behalve indien het bedrag |
ervan lager is dan het minimum van de laagste weddeschaal verbonden | ervan lager is dan het minimum van de laagste weddeschaal verbonden |
aan het ambt van studiemeester-opvoeder; | aan het ambt van studiemeester-opvoeder; |
f) dat een niet-uitsluitend ambt in het onderwijs met volledig | f) dat een niet-uitsluitend ambt in het onderwijs met volledig |
leerplan uitoefent waarvoor het een volledige wedde geniet, waarvan | leerplan uitoefent waarvoor het een volledige wedde geniet, waarvan |
het brutobedrag gelijk is aan of hoger ligt dan het minimum van zijn | het brutobedrag gelijk is aan of hoger ligt dan het minimum van zijn |
weddeschaal. | weddeschaal. |
In afwijking van de bepalingen b) en c) hierboven, behouden de | In afwijking van de bepalingen b) en c) hierboven, behouden de |
leerkrachten van de hogere kunstscholen die een artistiek beroep | leerkrachten van de hogere kunstscholen die een artistiek beroep |
uitoefenen ofwel als zelfstandige, onder arbeidsovereenkomst, het | uitoefenen ofwel als zelfstandige, onder arbeidsovereenkomst, het |
voordeel van het hoofdambt welke ook de bedragen van hun inkomsten en | voordeel van het hoofdambt welke ook de bedragen van hun inkomsten en |
het urenvolume van hun artistieke activiteit mogen zijn. | het urenvolume van hun artistieke activiteit mogen zijn. |
Hoofdambt : het ambt met al dan niet volledige prestaties, dat aan één | Hoofdambt : het ambt met al dan niet volledige prestaties, dat aan één |
of meer bij de onderhavige bezoldigingsregeling beoogde scholen of | of meer bij de onderhavige bezoldigingsregeling beoogde scholen of |
instellingen wordt uitgeoefend door het personeelslid dat zich niet in | instellingen wordt uitgeoefend door het personeelslid dat zich niet in |
een van de onder vorengemelde a), b), c), d), e) en f) bedoelde | een van de onder vorengemelde a), b), c), d), e) en f) bedoelde |
toestanden bevindt. | toestanden bevindt. |
Voor de toepassing van de vorige leden wordt geen rekening gehouden | Voor de toepassing van de vorige leden wordt geen rekening gehouden |
met het inkomen voortvloeiend uit het verrichten van deskundig | met het inkomen voortvloeiend uit het verrichten van deskundig |
onderzoek in strafzaken in opdracht van de rechterlijke overheid, noch | onderzoek in strafzaken in opdracht van de rechterlijke overheid, noch |
met de tijdsduur die daaraan is besteed, noch met het inkomen | met de tijdsduur die daaraan is besteed, noch met het inkomen |
voortvloeiend uit de uitoefening van de ambten van burgemeester, | voortvloeiend uit de uitoefening van de ambten van burgemeester, |
schepen, gemeenteraadslid, voorzitter of lid van een Raad voor | schepen, gemeenteraadslid, voorzitter of lid van een Raad voor |
Maatschappelijk Welzijn en provincieraadslid. | Maatschappelijk Welzijn en provincieraadslid. |
De uitdrukking ' niet-exclusief ambt ' duidt het ambt aan dat, in een | De uitdrukking ' niet-exclusief ambt ' duidt het ambt aan dat, in een |
of verschillende scholen of inrichtingen voor kunstonderwijs van de | of verschillende scholen of inrichtingen voor kunstonderwijs van de |
Staat, uitgeoefend wordt door de (hoog)leraar belast met de artistieke | Staat, uitgeoefend wordt door de (hoog)leraar belast met de artistieke |
vakken en de begeleider die in vast verband benoemd zijn voor 1 | vakken en de begeleider die in vast verband benoemd zijn voor 1 |
september 2002 en die hebben geopteerd voor het behoud van de vorige | september 2002 en die hebben geopteerd voor het behoud van de vorige |
cumulaties. | cumulaties. |
Bij overgangsmaatregel wordt het ambt van inspecteur artistieke vakken | Bij overgangsmaatregel wordt het ambt van inspecteur artistieke vakken |
in het kunstonderwijs eveneens als niet-uitsluitend ambt beschouwd. » | in het kunstonderwijs eveneens als niet-uitsluitend ambt beschouwd. » |
B.1.3. Artikel 490 van hetzelfde decreet wordt bestreden in zoverre | B.1.3. Artikel 490 van hetzelfde decreet wordt bestreden in zoverre |
het een tweede lid toevoegt in paragraaf 2 van artikel 77 van de wet | het een tweede lid toevoegt in paragraaf 2 van artikel 77 van de wet |
van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977. | van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977. |
Aldus gewijzigd, bepaalt artikel 77 : | Aldus gewijzigd, bepaalt artikel 77 : |
« § 1. Onverminderd de toepassing van andere meer beperkende | « § 1. Onverminderd de toepassing van andere meer beperkende |
wettelijke bepalingen, wordt noch wedde, noch weddetoelage, toegekend | wettelijke bepalingen, wordt noch wedde, noch weddetoelage, toegekend |
voor prestaties geleverd in het door de Staat ingericht of | voor prestaties geleverd in het door de Staat ingericht of |
gesubsidieerd onderwijs, met inbegrip van het onderwijs voor sociale | gesubsidieerd onderwijs, met inbegrip van het onderwijs voor sociale |
promotie of met beperkt leerplan, door een persoon die reeds een | promotie of met beperkt leerplan, door een persoon die reeds een |
hoofdberoep uitoefent buiten het onderwijs of prestaties levert in het | hoofdberoep uitoefent buiten het onderwijs of prestaties levert in het |
onderwijs die ten minste gelijk zijn aan een ambt met volledige | onderwijs die ten minste gelijk zijn aan een ambt met volledige |
prestaties, voor de gezamenlijke bijkomende prestaties in het | prestaties, voor de gezamenlijke bijkomende prestaties in het |
onderwijs, die een derde overschrijden van het minimum vereiste aantal | onderwijs, die een derde overschrijden van het minimum vereiste aantal |
uren voor een ambt met volledige prestaties in deze functie of in de | uren voor een ambt met volledige prestaties in deze functie of in de |
functies die overeenkomen met deze prestaties. | functies die overeenkomen met deze prestaties. |
Indien het begrip ambt met volledige prestaties in het onderwijs niet | Indien het begrip ambt met volledige prestaties in het onderwijs niet |
bepaald is, wordt het door de Koning vastgelegd in vergelijking met | bepaald is, wordt het door de Koning vastgelegd in vergelijking met |
een overeenstemmend onderwijs met volledig leerplan. | een overeenstemmend onderwijs met volledig leerplan. |
Wanneer de prestaties betrekking hebben op verschillende ambten | Wanneer de prestaties betrekking hebben op verschillende ambten |
waarvoor de vereiste minima voor een ambt met volledige prestaties | waarvoor de vereiste minima voor een ambt met volledige prestaties |
verschillend zijn, dan wordt de ponderatieregel toegepast zoals voor | verschillend zijn, dan wordt de ponderatieregel toegepast zoals voor |
de berekening der wedden. | de berekening der wedden. |
§ 2. De beperking tot beloop van een derde van de prestaties die recht | § 2. De beperking tot beloop van een derde van de prestaties die recht |
geven op een bezoldiging zoals bepaald onder § 1 is niet van | geven op een bezoldiging zoals bepaald onder § 1 is niet van |
toepassing : | toepassing : |
a) indien de betrokkene zijn hoofdberoep uitoefent buiten het | a) indien de betrokkene zijn hoofdberoep uitoefent buiten het |
onderwijs en slechts bijkomende prestaties uitoefent in één | onderwijs en slechts bijkomende prestaties uitoefent in één |
universitaire instelling of in één instelling voor hoger onderwijs van | universitaire instelling of in één instelling voor hoger onderwijs van |
het lange type; in dat geval mag het aantal uren per week niet meer | het lange type; in dat geval mag het aantal uren per week niet meer |
dan vijf bedragen; nochtans zal de bezoldiging voor deze prestaties | dan vijf bedragen; nochtans zal de bezoldiging voor deze prestaties |
nooit meer mogen bedragen dan een derde van de maximumbezoldiging die | nooit meer mogen bedragen dan een derde van de maximumbezoldiging die |
hij zou genieten mocht hij deze prestaties als hoofdambt met volledige | hij zou genieten mocht hij deze prestaties als hoofdambt met volledige |
prestaties uitoefenen; | prestaties uitoefenen; |
b) indien de betrokkene buiten zijn hoofdberoep slechts bijkomende | b) indien de betrokkene buiten zijn hoofdberoep slechts bijkomende |
prestaties uitoefent in één instelling en zich in een uitzonderlijke | prestaties uitoefent in één instelling en zich in een uitzonderlijke |
toestand bevindt als bepaald in een in Ministerraad overlegd | toestand bevindt als bepaald in een in Ministerraad overlegd |
koninklijk besluit; in deze gevallen mag het aantal uren niet meer | koninklijk besluit; in deze gevallen mag het aantal uren niet meer |
bedragen dan het dubbel van het in § 1 bepaalde maximum. | bedragen dan het dubbel van het in § 1 bepaalde maximum. |
Deze paragraaf is niet van toepassing op de hogere kunstscholen. | Deze paragraaf is niet van toepassing op de hogere kunstscholen. |
§ 3. Voor de personen bedoeld in § 1 die, op 1 november 1976, belast | § 3. Voor de personen bedoeld in § 1 die, op 1 november 1976, belast |
waren met bijkomende prestaties die de maxima bepaald bij de §§ 1 en 2 | waren met bijkomende prestaties die de maxima bepaald bij de §§ 1 en 2 |
overtreffen, is de toekenning van een wedde of weddetoelage toegelaten | overtreffen, is de toekenning van een wedde of weddetoelage toegelaten |
tot het einde van de [lees : het] academiejaar of schooljaar 1980-1981 | tot het einde van de [lees : het] academiejaar of schooljaar 1980-1981 |
binnen de grenzen van 50 pct. van het vereiste minimum aantal uren | binnen de grenzen van 50 pct. van het vereiste minimum aantal uren |
bedoeld bij § 1. | bedoeld bij § 1. |
§ 4. Voor de berekening van het toegelaten maximum bedoeld bij de §§ 1 | § 4. Voor de berekening van het toegelaten maximum bedoeld bij de §§ 1 |
tot 3, worden de bekomen resultaten steeds afgerond tot de hogere | tot 3, worden de bekomen resultaten steeds afgerond tot de hogere |
eenheid en tot ten minstens 3 uren. | eenheid en tot ten minstens 3 uren. |
§ 5. Onder hoofdberoep moet worden verstaan de betrekking uitgeoefend | § 5. Onder hoofdberoep moet worden verstaan de betrekking uitgeoefend |
zowel in de privé-sector als in de overheidssector, waarvan de normale | zowel in de privé-sector als in de overheidssector, waarvan de normale |
uurregeling van die aard is dat zij een normale beroepsactiviteit | uurregeling van die aard is dat zij een normale beroepsactiviteit |
volledig in beslag neemt. | volledig in beslag neemt. |
De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit | De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit |
wat moet worden verstaan door een hoofdberoep door een zelfstandige | wat moet worden verstaan door een hoofdberoep door een zelfstandige |
uitgeoefend. » | uitgeoefend. » |
Ten aanzien van het belang van de verzoekende partijen om in rechte te | Ten aanzien van het belang van de verzoekende partijen om in rechte te |
treden | treden |
B.2.1. De Franse Gemeenschapsregering betwist het belang van de | B.2.1. De Franse Gemeenschapsregering betwist het belang van de |
verzoekende partijen in de zaken nrs. 2557, 2558 en 2560 tot 2563 om | verzoekende partijen in de zaken nrs. 2557, 2558 en 2560 tot 2563 om |
in rechte te treden en voert daarvoor aan dat de bestreden bepalingen | in rechte te treden en voert daarvoor aan dat de bestreden bepalingen |
hun situatie niet wijzigen, in zoverre de vroegere bepalingen, zoals | hun situatie niet wijzigen, in zoverre de vroegere bepalingen, zoals |
de nieuwe bepalingen, de duur van de prestaties die recht geven op een | de nieuwe bepalingen, de duur van de prestaties die recht geven op een |
bezoldiging tot vier uur beperkten (artikel 490 van het bestreden | bezoldiging tot vier uur beperkten (artikel 490 van het bestreden |
decreet en artikel 77 van de wet van 24 december 1976). Volgens haar | decreet en artikel 77 van de wet van 24 december 1976). Volgens haar |
zou de vernietiging van de bestreden normen de situatie van de | zou de vernietiging van de bestreden normen de situatie van de |
verzoekende partijen niet in gunstige zin wijzigen. | verzoekende partijen niet in gunstige zin wijzigen. |
B.2.2.1. De verzoekende partijen oefenen ambten uit aan | B.2.2.1. De verzoekende partijen oefenen ambten uit aan |
muziekconservatoria die onder de Franse Gemeenschap ressorteren. Zij | muziekconservatoria die onder de Franse Gemeenschap ressorteren. Zij |
doen blijken van het vereiste belang om de vernietiging te vorderen | doen blijken van het vereiste belang om de vernietiging te vorderen |
van decretale bepalingen die de bezoldigingen vaststellen waarop zij | van decretale bepalingen die de bezoldigingen vaststellen waarop zij |
op grond van de uitoefening van die ambten recht kunnen hebben wanneer | op grond van de uitoefening van die ambten recht kunnen hebben wanneer |
zij die bezoldigingen met andere inkomsten cumuleren (artikel 473, | zij die bezoldigingen met andere inkomsten cumuleren (artikel 473, |
bestreden in alle zaken, en artikel 490, bestreden in de zaken nrs. | bestreden in alle zaken, en artikel 490, bestreden in de zaken nrs. |
2557, 2558 en 2560 tot 2563). Die verzoekende partijen hebben belang | 2557, 2558 en 2560 tot 2563). Die verzoekende partijen hebben belang |
bij de vernietiging van de bestreden bepalingen, vermits de bevoegde | bij de vernietiging van de bestreden bepalingen, vermits de bevoegde |
overheid, in geval van vernietiging, ertoe zal worden gebracht hun | overheid, in geval van vernietiging, ertoe zal worden gebracht hun |
situatie en hun verwachtingen opnieuw te onderzoeken. | situatie en hun verwachtingen opnieuw te onderzoeken. |
B.2.2.2. Het Hof stelt echter vast dat de verzoekende partij in de | B.2.2.2. Het Hof stelt echter vast dat de verzoekende partij in de |
zaak nr. 2559, die als enige de vernietiging van artikel 461 vordert, | zaak nr. 2559, die als enige de vernietiging van artikel 461 vordert, |
dat doet uit de overweging dat die bepaling het haar niet mogelijk | dat doet uit de overweging dat die bepaling het haar niet mogelijk |
maakt haar ambt van hoogleraar aan een hogere kunstschool uit te | maakt haar ambt van hoogleraar aan een hogere kunstschool uit te |
oefenen als titularis van een niet-uitsluitend ambt (bedoeld in | oefenen als titularis van een niet-uitsluitend ambt (bedoeld in |
artikel 5, voorlaatste lid, van het koninklijk besluit van 15 april | artikel 5, voorlaatste lid, van het koninklijk besluit van 15 april |
1958), wanneer zij uit hoofde van een in de overheidssector | 1958), wanneer zij uit hoofde van een in de overheidssector |
uitgeoefende betrekking een rustpensioen geniet. | uitgeoefende betrekking een rustpensioen geniet. |
Het stelt overigens vast dat de Franse Gemeenschapsregering in haar | Het stelt overigens vast dat de Franse Gemeenschapsregering in haar |
memorie schrijft : | memorie schrijft : |
« Door die bepaling aan te nemen, wilde de decreetgever duidelijk het | « Door die bepaling aan te nemen, wilde de decreetgever duidelijk het |
voordeel behouden van een cumulatie die, in een niet-uitsluitend ambt, | voordeel behouden van een cumulatie die, in een niet-uitsluitend ambt, |
beperkt was tot de ambtenaren die op de datum van inwerkingtreding van | beperkt was tot de ambtenaren die op de datum van inwerkingtreding van |
voormeld decreet vast benoemd zijn en uitdrukkelijk daarom verzoeken. | voormeld decreet vast benoemd zijn en uitdrukkelijk daarom verzoeken. |
In dat verband moet de term ' uitoefenen ' zoals bedoeld in de | In dat verband moet de term ' uitoefenen ' zoals bedoeld in de |
uitdrukking ' een ander ambt in het onderwijs, een statutair ambt of | uitdrukking ' een ander ambt in het onderwijs, een statutair ambt of |
een ambt als werknemer uitoefenen ' in artikel 461, eerste lid [lees : | een ambt als werknemer uitoefenen ' in artikel 461, eerste lid [lees : |
§ 1], van het decreet soepel geïnterpreteerd worden en staat het vast | § 1], van het decreet soepel geïnterpreteerd worden en staat het vast |
dat een gepensioneerd statutair ambtenaar, indien op correcte wijze | dat een gepensioneerd statutair ambtenaar, indien op correcte wijze |
rekening wordt gehouden met de onbetwistbare wil van de wetgever, moet | rekening wordt gehouden met de onbetwistbare wil van de wetgever, moet |
worden beschouwd als een ambtenaar die een statutair ambt uitoefent in | worden beschouwd als een ambtenaar die een statutair ambt uitoefent in |
de zin zoals dat te dezen wordt bedoeld. » | de zin zoals dat te dezen wordt bedoeld. » |
In die interpretatie zou de uitoefening van het in het geding zijnde | In die interpretatie zou de uitoefening van het in het geding zijnde |
ambt niet onverenigbaar zijn met het voordeel van het voormelde | ambt niet onverenigbaar zijn met het voordeel van het voormelde |
pensioen. Aangezien de verzoekende partij bijgevolg het voordeel van | pensioen. Aangezien de verzoekende partij bijgevolg het voordeel van |
de bepalingen van artikel 461 kan genieten, zou zij geen grief kunnen | de bepalingen van artikel 461 kan genieten, zou zij geen grief kunnen |
afleiden uit het feit dat die bepaling niet op haar van toepassing zou | afleiden uit het feit dat die bepaling niet op haar van toepassing zou |
zijn en haar belang bij het vorderen van de vernietiging ervan niet op | zijn en haar belang bij het vorderen van de vernietiging ervan niet op |
een dergelijke grief kunnen laten steunen. Het beroep zou niet | een dergelijke grief kunnen laten steunen. Het beroep zou niet |
ontvankelijk zijn, in zoverre het betrekking heeft op artikel 461. | ontvankelijk zijn, in zoverre het betrekking heeft op artikel 461. |
De soepele interpretatie die de Franse Gemeenschapsregering voorstelt, | De soepele interpretatie die de Franse Gemeenschapsregering voorstelt, |
heeft echter geen voorrang op de tekst van het decreet en is moeilijk | heeft echter geen voorrang op de tekst van het decreet en is moeilijk |
te verzoenen met de bewoordingen van de in het geding zijnde bepaling, | te verzoenen met de bewoordingen van de in het geding zijnde bepaling, |
aangezien moeilijk kan worden beschouwd dat de uitoefening van welk | aangezien moeilijk kan worden beschouwd dat de uitoefening van welk |
ambt dan ook het genot van een rustpensioen omvat, ook al is dat uit | ambt dan ook het genot van een rustpensioen omvat, ook al is dat uit |
hoofde van dat ambt toegekend. | hoofde van dat ambt toegekend. |
Aangezien dus moet worden aangenomen dat het middel betrekking heeft | Aangezien dus moet worden aangenomen dat het middel betrekking heeft |
op een bepaling die het niet mogelijk maakt het in het geding zijnde | op een bepaling die het niet mogelijk maakt het in het geding zijnde |
ambt met het voormelde pensioen te cumuleren, doet de verzoekende | ambt met het voormelde pensioen te cumuleren, doet de verzoekende |
partij blijken van het vereiste belang om de vernietiging van artikel | partij blijken van het vereiste belang om de vernietiging van artikel |
461 te vorderen. | 461 te vorderen. |
B.2.3. De Franse Gemeenschapsregering is van mening dat de verzoekende | B.2.3. De Franse Gemeenschapsregering is van mening dat de verzoekende |
partijen in de zaken nrs. 2560, 2561 en 2562, die tijdelijk aangesteld | partijen in de zaken nrs. 2560, 2561 en 2562, die tijdelijk aangesteld |
zijn, niet doen blijken van het vereiste belang bij de vernietiging | zijn, niet doen blijken van het vereiste belang bij de vernietiging |
van de bepalingen die zij bestrijden (de artikelen 473 en 490) en die | van de bepalingen die zij bestrijden (de artikelen 473 en 490) en die |
van toepassing zijn op de benoemde personeelsleden; hun belang, dat | van toepassing zijn op de benoemde personeelsleden; hun belang, dat |
afhankelijk is van een eventuele benoeming, zou niet rechtstreeks | afhankelijk is van een eventuele benoeming, zou niet rechtstreeks |
zijn. | zijn. |
B.2.4. Aangezien verschillende verzoekende partijen doen blijken van | B.2.4. Aangezien verschillende verzoekende partijen doen blijken van |
een belang bij hun beroep, in zoverre zij benoemd zijn geweest, is het | een belang bij hun beroep, in zoverre zij benoemd zijn geweest, is het |
daarnaast niet nodig om na te gaan of ook de verzoekende partijen in | daarnaast niet nodig om na te gaan of ook de verzoekende partijen in |
de zaken nrs. 2560, 2561 en 2562, die tijdelijk aangesteld zijn | de zaken nrs. 2560, 2561 en 2562, die tijdelijk aangesteld zijn |
geweest, doen blijken van een rechtstreeks belang bij dat beroep. | geweest, doen blijken van een rechtstreeks belang bij dat beroep. |
Ten gronde | Ten gronde |
B.3.1. De bestreden bepalingen vloeien voort uit de zorg om tegelijk, | B.3.1. De bestreden bepalingen vloeien voort uit de zorg om tegelijk, |
- een einde te maken aan het zogeheten stelsel van de « | - een einde te maken aan het zogeheten stelsel van de « |
niet-uitsluitende ambten », dat, door de houders van een ambt in het | niet-uitsluitende ambten », dat, door de houders van een ambt in het |
kunstonderwijs toe te staan dat ambt met een andere beroepsactiviteit | kunstonderwijs toe te staan dat ambt met een andere beroepsactiviteit |
te cumuleren, het mogelijk had gemaakt verschillende onderwijsambten | te cumuleren, het mogelijk had gemaakt verschillende onderwijsambten |
in het kunstonderwijs te cumuleren en aldus tot problemen zou hebben | in het kunstonderwijs te cumuleren en aldus tot problemen zou hebben |
geleid (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2001-2002, nr. | geleid (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2001-2002, nr. |
207/1, p. 7); | 207/1, p. 7); |
- ondanks het verdwijnen van het stelsel van de niet-uitsluitende | - ondanks het verdwijnen van het stelsel van de niet-uitsluitende |
ambten, de rechten te vrijwaren van die betrokkenen die vóór 1 | ambten, de rechten te vrijwaren van die betrokkenen die vóór 1 |
september 2002, datum van inwerkingtreding van het decreet, benoemd | september 2002, datum van inwerkingtreding van het decreet, benoemd |
waren : artikel 461, § 1, van het decreet aanvaardt, bij wijze van | waren : artikel 461, § 1, van het decreet aanvaardt, bij wijze van |
overgangsmaatregel, de cumulatie van ambten in het kunstonderwijs en | overgangsmaatregel, de cumulatie van ambten in het kunstonderwijs en |
statutaire ambten of betrekkingen in loondienst; artikel 473 vervangt | statutaire ambten of betrekkingen in loondienst; artikel 473 vervangt |
artikel 5, voorlaatste lid, van het voormelde koninklijk besluit van | artikel 5, voorlaatste lid, van het voormelde koninklijk besluit van |
15 april 1958, teneinde, nog altijd bij wijze van overgangsmaatregel, | 15 april 1958, teneinde, nog altijd bij wijze van overgangsmaatregel, |
de geldelijke regeling te behouden die op de cumulaties van ambten in | de geldelijke regeling te behouden die op de cumulaties van ambten in |
het kunstonderwijs van toepassing is; | het kunstonderwijs van toepassing is; |
- de docenten aan de hogere kunstscholen tot de praktijk aan te | - de docenten aan de hogere kunstscholen tot de praktijk aan te |
moedigen : voormeld artikel 473 vult daartoe artikel 5, eerste lid, | moedigen : voormeld artikel 473 vult daartoe artikel 5, eerste lid, |
van hetzelfde koninklijk besluit van 15 april 1958 aan met een | van hetzelfde koninklijk besluit van 15 april 1958 aan met een |
(organieke) bepaling die het de artiesten die hun beroep als | (organieke) bepaling die het de artiesten die hun beroep als |
zelfstandige of onder arbeidsovereenkomst uitoefenen en houder van een | zelfstandige of onder arbeidsovereenkomst uitoefenen en houder van een |
ambt in het kunstonderwijs zouden zijn, mogelijk maakt de daaraan | ambt in het kunstonderwijs zouden zijn, mogelijk maakt de daaraan |
verbonden bezoldiging integraal te behouden, in tegenstelling tot de | verbonden bezoldiging integraal te behouden, in tegenstelling tot de |
in die bepaling vervatte regels voor de docenten die geen artiest | in die bepaling vervatte regels voor de docenten die geen artiest |
zijn, maar zich in soortgelijke cumulatiesituaties bevinden; toch | zijn, maar zich in soortgelijke cumulatiesituaties bevinden; toch |
wijzigt artikel 490 van het decreet artikel 77, § 2, van de wet van 24 | wijzigt artikel 490 van het decreet artikel 77, § 2, van de wet van 24 |
december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 in die | december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 in die |
zin dat, in de hogere kunstscholen, de cumulatie van de docenten die | zin dat, in de hogere kunstscholen, de cumulatie van de docenten die |
meer dan een derde van een opdracht naast een ambt of een beroep met | meer dan een derde van een opdracht naast een ambt of een beroep met |
volledige prestaties uitoefenen, niet langer wordt bezoldigd. | volledige prestaties uitoefenen, niet langer wordt bezoldigd. |
Ten aanzien van artikel 461 | Ten aanzien van artikel 461 |
B.3.2. Artikel 461 zou, volgens de verzoekende partij in de zaak nr. | B.3.2. Artikel 461 zou, volgens de verzoekende partij in de zaak nr. |
2559 (eerste middel), de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden, | 2559 (eerste middel), de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden, |
in zoverre het bij wijze van overgangsmaatregel erin voorziet dat de | in zoverre het bij wijze van overgangsmaatregel erin voorziet dat de |
hoogleraren aan de hogere kunstscholen die een ambt aan een | hoogleraren aan de hogere kunstscholen die een ambt aan een |
conservatorium uitoefenen, die ambten kunnen blijven uitoefenen, onder | conservatorium uitoefenen, die ambten kunnen blijven uitoefenen, onder |
de daarin bepaalde voorwaarden, en tegelijk een ander ambt uitoefenen, | de daarin bepaalde voorwaarden, en tegelijk een ander ambt uitoefenen, |
terwijl zij dat niet kunnen doen wanneer zij, zoals de verzoekende | terwijl zij dat niet kunnen doen wanneer zij, zoals de verzoekende |
partij, een rustpensioen van de openbare sector genieten. | partij, een rustpensioen van de openbare sector genieten. |
B.3.3. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet vereisen niet dat een | B.3.3. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet vereisen niet dat een |
overgangsbepaling tot doel heeft dat de vroegere situatie ongewijzigd | overgangsbepaling tot doel heeft dat de vroegere situatie ongewijzigd |
blijft; elke wetswijziging zou onmogelijk worden indien zou worden | blijft; elke wetswijziging zou onmogelijk worden indien zou worden |
aangenomen dat een nieuwe bepaling die grondwetsbepalingen zou | aangenomen dat een nieuwe bepaling die grondwetsbepalingen zou |
schenden om de enkele reden dat ze de berekeningen in de war zou | schenden om de enkele reden dat ze de berekeningen in de war zou |
sturen van diegenen die op de vroegere situatie zijn voortgegaan. | sturen van diegenen die op de vroegere situatie zijn voortgegaan. |
Uit de totstandkoming van de bestreden bepaling blijkt dat de | Uit de totstandkoming van de bestreden bepaling blijkt dat de |
decreetgever de verworven rechten van de betrokkenen heeft willen | decreetgever de verworven rechten van de betrokkenen heeft willen |
vrijwaren in zoverre dit verzoenbaar is met de doelstellingen die met | vrijwaren in zoverre dit verzoenbaar is met de doelstellingen die met |
de decreetswijziging worden beoogd (Parl. St., Parlement van de Franse | de decreetswijziging worden beoogd (Parl. St., Parlement van de Franse |
Gemeenschap, 2001-2002, nr. 207/1, p. 7). | Gemeenschap, 2001-2002, nr. 207/1, p. 7). |
Zoals vermeld onder B.3.1 wilde de decreetgever met de bestreden | Zoals vermeld onder B.3.1 wilde de decreetgever met de bestreden |
bepalingen een einde maken aan het stelsel van de zogenaamde « | bepalingen een einde maken aan het stelsel van de zogenaamde « |
niet-uitsluitende » ambten in het hoger kunstonderwijs omdat dit op | niet-uitsluitende » ambten in het hoger kunstonderwijs omdat dit op |
het vlak van de cumulatieregeling aanleiding gaf tot misbruiken. | het vlak van de cumulatieregeling aanleiding gaf tot misbruiken. |
Tevens wilde de decreetgever dat de lesgevers in het hoger | Tevens wilde de decreetgever dat de lesgevers in het hoger |
kunstonderwijs naast hun onderwijsopdracht ook als kunstenaars actief | kunstonderwijs naast hun onderwijsopdracht ook als kunstenaars actief |
zouden zijn. | zouden zijn. |
In het licht van die doelstellingen bestaat een objectieve en | In het licht van die doelstellingen bestaat een objectieve en |
redelijke verantwoording voor het feit dat de overgangsregeling niet | redelijke verantwoording voor het feit dat de overgangsregeling niet |
wordt uitgebreid tot de categorie van personen die reeds gepensioneerd | wordt uitgebreid tot de categorie van personen die reeds gepensioneerd |
zijn. | zijn. |
In de eerste plaats kan de bij het decreet nagestreefde doelstelling | In de eerste plaats kan de bij het decreet nagestreefde doelstelling |
om de docenten aan de hogere kunstscholen tot een artistieke praktijk | om de docenten aan de hogere kunstscholen tot een artistieke praktijk |
aan te moedigen, aan belang inboeten, wanneer de betrokkenen | aan te moedigen, aan belang inboeten, wanneer de betrokkenen |
gepensioneerd zijn. Bovendien kon de decreetgever vrezen dat de | gepensioneerd zijn. Bovendien kon de decreetgever vrezen dat de |
uitbreiding van de overgangsmaatregel tot de gepensioneerden, en dus | uitbreiding van de overgangsmaatregel tot de gepensioneerden, en dus |
het behoud van de oude regeling voor die categorie van personen, de | het behoud van de oude regeling voor die categorie van personen, de |
noodzakelijk geachte beleidswijziging op het vlak van de | noodzakelijk geachte beleidswijziging op het vlak van de |
cumulatieregeling op onredelijke wijze zou vertragen. | cumulatieregeling op onredelijke wijze zou vertragen. |
Ten slotte wordt het de gepensioneerden niet onmogelijk gemaakt om een | Ten slotte wordt het de gepensioneerden niet onmogelijk gemaakt om een |
onderwijsopdracht in het hoger kunstonderwijs uit te oefenen als | onderwijsopdracht in het hoger kunstonderwijs uit te oefenen als |
bijberoep, indien zij voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 5, | bijberoep, indien zij voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 5, |
eerste lid, c), van het voormelde koninklijk besluit van 15 april | eerste lid, c), van het voormelde koninklijk besluit van 15 april |
1958. | 1958. |
Het middel is niet gegrond. | Het middel is niet gegrond. |
Ten aanzien van artikel 473 van het bestreden decreet | Ten aanzien van artikel 473 van het bestreden decreet |
B.4.1. Artikel 473 van het decreet van 20 december 2001 wijzigt | B.4.1. Artikel 473 van het decreet van 20 december 2001 wijzigt |
artikel 5 van het voormelde koninklijk besluit van 15 april 1958. Die | artikel 5 van het voormelde koninklijk besluit van 15 april 1958. Die |
bepaling legt met name vast wat dient te worden begrepen onder « | bepaling legt met name vast wat dient te worden begrepen onder « |
bijbetrekking » in de bezoldigingsregeling van het onderwijzend, | bijbetrekking » in de bezoldigingsregeling van het onderwijzend, |
wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van de | wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van de |
Gemeenschap. De bijbetrekkingen worden, op grond van artikel 44bis van | Gemeenschap. De bijbetrekkingen worden, op grond van artikel 44bis van |
hetzelfde besluit, bezoldigd ten belope van 50 pct. van de bezoldiging | hetzelfde besluit, bezoldigd ten belope van 50 pct. van de bezoldiging |
die zou worden toegekend aan diegene die die betrekkingen als | die zou worden toegekend aan diegene die die betrekkingen als |
hoofdambt zou uitoefenen. | hoofdambt zou uitoefenen. |
Artikel 5, eerste lid, in fine, van het voormelde koninklijk besluit, | Artikel 5, eerste lid, in fine, van het voormelde koninklijk besluit, |
ingevoegd bij artikel 473, 1o, van het decreet, wordt bestreden in | ingevoegd bij artikel 473, 1o, van het decreet, wordt bestreden in |
zoverre het het voordeel van een volledige bezoldiging toekent aan die | zoverre het het voordeel van een volledige bezoldiging toekent aan die |
docenten aan de hogere kunstscholen, zoals de hoogleraren die benoemd | docenten aan de hogere kunstscholen, zoals de hoogleraren die benoemd |
zijn in een ambt aan een conservatorium, die een artistiek beroep | zijn in een ambt aan een conservatorium, die een artistiek beroep |
uitoefenen ofwel als zelfstandige, ofwel onder arbeidsovereenkomst. De | uitoefenen ofwel als zelfstandige, ofwel onder arbeidsovereenkomst. De |
verzoekende partijen voeren aan dat dat artikel 5, eerste lid, in | verzoekende partijen voeren aan dat dat artikel 5, eerste lid, in |
fine, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het | fine, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het |
die docenten aan de hogere kunstscholen die daarenboven, als | die docenten aan de hogere kunstscholen die daarenboven, als |
hoofdambt, een artistiek beroep onder statuut uitoefenen of een | hoofdambt, een artistiek beroep onder statuut uitoefenen of een |
rustpensioen uit hoofde van een onder statuut uitgeoefend artistiek | rustpensioen uit hoofde van een onder statuut uitgeoefend artistiek |
beroep genieten, daarentegen uitsluit van het voordeel van een | beroep genieten, daarentegen uitsluit van het voordeel van een |
volledige bezoldiging. | volledige bezoldiging. |
B.4.2. De verzoekende partijen in de zaken nrs. 2557 en 2561 tot 2563 | B.4.2. De verzoekende partijen in de zaken nrs. 2557 en 2561 tot 2563 |
voeren bovendien aan dat dezelfde bepaling de artikelen 10 en 11 van | voeren bovendien aan dat dezelfde bepaling de artikelen 10 en 11 van |
de Grondwet schendt, in zoverre zij die docenten aan de hogere | de Grondwet schendt, in zoverre zij die docenten aan de hogere |
kunstscholen die, zonder een artistiek beroep daadwerkelijk uit te | kunstscholen die, zonder een artistiek beroep daadwerkelijk uit te |
oefenen, statutaire ambtenaren zijn die geschikt zijn om een artistiek | oefenen, statutaire ambtenaren zijn die geschikt zijn om een artistiek |
beroep uit te oefenen dat zij onafhankelijk van hun wil niet kunnen | beroep uit te oefenen dat zij onafhankelijk van hun wil niet kunnen |
uitoefenen en daardoor een wachtwedde genieten, van hetzelfde voordeel | uitoefenen en daardoor een wachtwedde genieten, van hetzelfde voordeel |
uitsluit. Het gaat te dezen om personen die wegens ontstentenis van | uitsluit. Het gaat te dezen om personen die wegens ontstentenis van |
betrekking in disponibiliteit zijn gesteld. | betrekking in disponibiliteit zijn gesteld. |
Die schending wordt evenwel alleen in ondergeschikte orde aangevoerd, | Die schending wordt evenwel alleen in ondergeschikte orde aangevoerd, |
in de veronderstelling dat die situatie, zoals de Franse Gemeenschap | in de veronderstelling dat die situatie, zoals de Franse Gemeenschap |
betoogt, zou worden gelijkgesteld met de uitoefening van een « andere | betoogt, zou worden gelijkgesteld met de uitoefening van een « andere |
bezigheid », bedoeld in artikel 5, eerste lid, c), of met die waarvoor | bezigheid », bedoeld in artikel 5, eerste lid, c), of met die waarvoor |
de ambtenaar een wedde uit hoofde van een in de openbare sector | de ambtenaar een wedde uit hoofde van een in de openbare sector |
uitgeoefende betrekking geniet, bedoeld in artikel 5, eerste lid, e) : | uitgeoefende betrekking geniet, bedoeld in artikel 5, eerste lid, e) : |
die gelijkstelling zou erop neerkomen dat de bezoldiging die de | die gelijkstelling zou erop neerkomen dat de bezoldiging die de |
betrokkenen in het kunstonderwijs zou worden toegekend, wordt | betrokkenen in het kunstonderwijs zou worden toegekend, wordt |
begrensd, door hun het in artikel 5, eerste lid, in fine, bepaalde | begrensd, door hun het in artikel 5, eerste lid, in fine, bepaalde |
voordeel van het hoofdambt te ontnemen. | voordeel van het hoofdambt te ontnemen. |
Aangezien het niet aan het Hof staat zich over een dergelijke | Aangezien het niet aan het Hof staat zich over een dergelijke |
gelijkstelling uit te spreken, onderzoekt het tegelijk het in | gelijkstelling uit te spreken, onderzoekt het tegelijk het in |
hoofdorde aangevoerde middel en het in ondergeschikte orde aangevoerde | hoofdorde aangevoerde middel en het in ondergeschikte orde aangevoerde |
middel, in de veronderstelling dat de situatie van de verzoekende | middel, in de veronderstelling dat de situatie van de verzoekende |
partijen zou worden gelijkgesteld met die welke bij artikel 5, eerste | partijen zou worden gelijkgesteld met die welke bij artikel 5, eerste |
lid, c), wordt beoogd en met die welke bij artikel 5, eerste lid, e), | lid, c), wordt beoogd en met die welke bij artikel 5, eerste lid, e), |
wordt beoogd. | wordt beoogd. |
B.4.3. De Franse Gemeenschapsregering betwist het belang van de | B.4.3. De Franse Gemeenschapsregering betwist het belang van de |
verzoekende partijen bij het middel. | verzoekende partijen bij het middel. |
Het argument volgens hetwelk, indien het Hof het middel zou aannemen, | Het argument volgens hetwelk, indien het Hof het middel zou aannemen, |
de situatie van de verzoekende partijen niet zou verbeteren, dient om | de situatie van de verzoekende partijen niet zou verbeteren, dient om |
dezelfde redenen als die welke in B.2.2.1 in fine zijn uiteengezet, te | dezelfde redenen als die welke in B.2.2.1 in fine zijn uiteengezet, te |
worden verworpen. | worden verworpen. |
Beweren dat de verzoekende partijen bepalingen bestrijden die | Beweren dat de verzoekende partijen bepalingen bestrijden die |
organieke regels bevatten (artikel 5, eerste lid, in fine, van het | organieke regels bevatten (artikel 5, eerste lid, in fine, van het |
koninklijk besluit van 15 april 1958), terwijl zij hebben gekozen voor | koninklijk besluit van 15 april 1958), terwijl zij hebben gekozen voor |
de overgangsregeling (artikel 461 van het bestreden decreet), is een | de overgangsregeling (artikel 461 van het bestreden decreet), is een |
argumentatie die echter niet kan worden aanvaard, omdat die geen | argumentatie die echter niet kan worden aanvaard, omdat die geen |
rekening houdt met de in artikel 461, § 1, derde en vierde lid, | rekening houdt met de in artikel 461, § 1, derde en vierde lid, |
vervatte mogelijkheid om van de overgangsregeling af te zien en zich | vervatte mogelijkheid om van de overgangsregeling af te zien en zich |
aan de organieke regeling te onderwerpen, waarbij de keuze van de | aan de organieke regeling te onderwerpen, waarbij de keuze van de |
betrokkenen voor de overgangsregeling elk jaar dient te worden | betrokkenen voor de overgangsregeling elk jaar dient te worden |
herhaald. | herhaald. |
B.4.4. Omdat de vroegere cumulatieregeling in het hoger kunstonderwijs | B.4.4. Omdat de vroegere cumulatieregeling in het hoger kunstonderwijs |
van haar oorspronkelijk doel was afgeweken en aanleiding gaf tot | van haar oorspronkelijk doel was afgeweken en aanleiding gaf tot |
mistoestanden, heeft de decreetgever beslist om het kunstonderwijs | mistoestanden, heeft de decreetgever beslist om het kunstonderwijs |
voortaan onder te brengen onder de algemene regeling die geldt voor | voortaan onder te brengen onder de algemene regeling die geldt voor |
het hoger onderwijs en die een onderscheid maakt tussen hoofdfuncties | het hoger onderwijs en die een onderscheid maakt tussen hoofdfuncties |
en bijbetrekkingen. Door te kiezen voor de aansluiting van het | en bijbetrekkingen. Door te kiezen voor de aansluiting van het |
kunstonderwijs bij die algemene regeling, is het niet onredelijk dat | kunstonderwijs bij die algemene regeling, is het niet onredelijk dat |
de decreetgever slechts in afwijkingen voorziet wanneer daarvoor | de decreetgever slechts in afwijkingen voorziet wanneer daarvoor |
specifieke redenen voorhanden zijn. | specifieke redenen voorhanden zijn. |
Uit de totstandkoming van de bestreden bepaling blijkt dat de | Uit de totstandkoming van de bestreden bepaling blijkt dat de |
decreetgever het belangrijk acht befaamde kunstenaars aan te trekken | decreetgever het belangrijk acht befaamde kunstenaars aan te trekken |
voor het kunstonderwijs en de voorwaarden wil scheppen opdat zij hun | voor het kunstonderwijs en de voorwaarden wil scheppen opdat zij hun |
artistieke activiteiten kunnen voortzetten naast hun | artistieke activiteiten kunnen voortzetten naast hun |
onderwijsopdracht, omdat dit de kwaliteit van het kunstonderwijs ten | onderwijsopdracht, omdat dit de kwaliteit van het kunstonderwijs ten |
goede komt (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2001-2002, | goede komt (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2001-2002, |
nr. 207/1, pp. 7 en 8). | nr. 207/1, pp. 7 en 8). |
B.4.5. Gelet op die doelstelling toont de Franse Gemeenschap niet aan, | B.4.5. Gelet op die doelstelling toont de Franse Gemeenschap niet aan, |
en ziet het Hof niet in, om welke reden het verantwoord zou zijn de | en ziet het Hof niet in, om welke reden het verantwoord zou zijn de |
docenten aan de hogere kunstscholen niet ertoe aan te moedigen | docenten aan de hogere kunstscholen niet ertoe aan te moedigen |
daadwerkelijk een artistieke praktijk in een statutaire regeling uit | daadwerkelijk een artistieke praktijk in een statutaire regeling uit |
te oefenen. Door alleen rekening te houden met die welke als | te oefenen. Door alleen rekening te houden met die welke als |
zelfstandige of als werknemer wordt uitgeoefend, is de bestreden | zelfstandige of als werknemer wordt uitgeoefend, is de bestreden |
bepaling discriminerend. | bepaling discriminerend. |
Door de personen die niet langer tot de artistieke praktijk dienden te | Door de personen die niet langer tot de artistieke praktijk dienden te |
worden aangemoedigd, omdat zij geen ambt meer uitoefenen (doordat zij | worden aangemoedigd, omdat zij geen ambt meer uitoefenen (doordat zij |
gepensioneerd zijn of zich bevinden in het onder B.4.2 vermelde | gepensioneerd zijn of zich bevinden in het onder B.4.2 vermelde |
geval), uit te sluiten van het voordeel van de in het geding zijnde | geval), uit te sluiten van het voordeel van de in het geding zijnde |
maatregel, neemt de wetgever daarentegen een maatregel die redelijk | maatregel, neemt de wetgever daarentegen een maatregel die redelijk |
verantwoord kan zijn ten aanzien van het nagestreefde doel en die niet | verantwoord kan zijn ten aanzien van het nagestreefde doel en die niet |
discriminerend is. | discriminerend is. |
Ten aanzien van artikel 490 van het bestreden decreet | Ten aanzien van artikel 490 van het bestreden decreet |
B.5.1. Artikel 77 van de wet van 24 december 1976 betreffende de | B.5.1. Artikel 77 van de wet van 24 december 1976 betreffende de |
budgettaire voorstellen 1976-1977 beperkt, onverminderd meer | budgettaire voorstellen 1976-1977 beperkt, onverminderd meer |
beperkende wettelijke bepalingen, de bezoldiging van bijkomende | beperkende wettelijke bepalingen, de bezoldiging van bijkomende |
prestaties in het onderwijs door personen die een hoofdberoep in het | prestaties in het onderwijs door personen die een hoofdberoep in het |
onderwijs of elders uitoefenen. Luidens paragraaf 1 worden die | onderwijs of elders uitoefenen. Luidens paragraaf 1 worden die |
bijkomende prestaties, wanneer zij meer dan een derde van het minimum | bijkomende prestaties, wanneer zij meer dan een derde van het minimum |
vereiste aantal uren voor een betrekking met volledige prestaties | vereiste aantal uren voor een betrekking met volledige prestaties |
overschrijden, niet bezoldigd. Volgens paragraaf 2, b), kan die | overschrijden, niet bezoldigd. Volgens paragraaf 2, b), kan die |
beperking evenwel op twee derden worden gebracht, wanneer de | beperking evenwel op twee derden worden gebracht, wanneer de |
betrokkene, buiten zijn hoofdberoep, slechts bijkomende prestaties | betrokkene, buiten zijn hoofdberoep, slechts bijkomende prestaties |
uitoefent in een enkele onderwijsinstelling en zich in een | uitoefent in een enkele onderwijsinstelling en zich in een |
uitzonderlijke toestand bevindt zoals bepaald in een in Ministerraad | uitzonderlijke toestand bevindt zoals bepaald in een in Ministerraad |
overlegd koninklijk besluit. | overlegd koninklijk besluit. |
Artikel 77, § 2, werd bij artikel 490 van het bestreden decreet | Artikel 77, § 2, werd bij artikel 490 van het bestreden decreet |
aangevuld met een tweede lid teneinde de hogere kunstscholen uit te | aangevuld met een tweede lid teneinde de hogere kunstscholen uit te |
sluiten van die mogelijkheid om de in die scholen uitgeoefende | sluiten van die mogelijkheid om de in die scholen uitgeoefende |
bijkomende prestaties op twee derden van het voormelde minimumaantal | bijkomende prestaties op twee derden van het voormelde minimumaantal |
te brengen. | te brengen. |
De verzoekende partijen in de zaken nrs. 2558, 2560 (tweede middel), | De verzoekende partijen in de zaken nrs. 2558, 2560 (tweede middel), |
2557 en 2561 tot 2563 (derde middel) voeren aan dat voormeld artikel | 2557 en 2561 tot 2563 (derde middel) voeren aan dat voormeld artikel |
490 aldus tussen de docenten aan de hogere kunstscholen en de docenten | 490 aldus tussen de docenten aan de hogere kunstscholen en de docenten |
aan de andere soorten van instellingen, die als enigen de verhoging | aan de andere soorten van instellingen, die als enigen de verhoging |
van de in het geding zijnde grens kunnen genieten, een verschil in | van de in het geding zijnde grens kunnen genieten, een verschil in |
behandeling invoert dat onbestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van | behandeling invoert dat onbestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van |
de Grondwet. | de Grondwet. |
B.5.2. De verzoekende partijen in de zaken nrs. 2557 en 2561 tot 2563 | B.5.2. De verzoekende partijen in de zaken nrs. 2557 en 2561 tot 2563 |
voeren daarnaast aan dat de beperking waarin artikel 77 voorziet, niet | voeren daarnaast aan dat de beperking waarin artikel 77 voorziet, niet |
van toepassing is op hen, aangezien die veronderstelt dat een | van toepassing is op hen, aangezien die veronderstelt dat een |
hoofdberoep wordt uitgeoefend buiten het onderwijs, terwijl zij in | hoofdberoep wordt uitgeoefend buiten het onderwijs, terwijl zij in |
disponibiliteit zijn gesteld. | disponibiliteit zijn gesteld. |
Hun beroep wordt enkel in ondergeschikte orde ingesteld, in de | Hun beroep wordt enkel in ondergeschikte orde ingesteld, in de |
veronderstelling dat die indisponibiliteitstelling, zoals de Franse | veronderstelling dat die indisponibiliteitstelling, zoals de Franse |
Gemeenschap beweert, zou worden gelijkgesteld met de uitoefening van | Gemeenschap beweert, zou worden gelijkgesteld met de uitoefening van |
een hoofdberoep. | een hoofdberoep. |
Aangezien het niet aan het Hof staat zich over een dergelijke | Aangezien het niet aan het Hof staat zich over een dergelijke |
gelijkstelling uit te spreken, onderzoekt het tegelijk het in | gelijkstelling uit te spreken, onderzoekt het tegelijk het in |
hoofdorde aangevoerde middel en het in ondergeschikte orde aangevoerde | hoofdorde aangevoerde middel en het in ondergeschikte orde aangevoerde |
middel, in de veronderstelling dat de situatie van de verzoekende | middel, in de veronderstelling dat de situatie van de verzoekende |
partijen zou worden gelijkgesteld met de uitoefening van een | partijen zou worden gelijkgesteld met de uitoefening van een |
hoofdberoep. | hoofdberoep. |
B.5.3. De Franse Gemeenschapsregering betwijfelt of de verzoekende | B.5.3. De Franse Gemeenschapsregering betwijfelt of de verzoekende |
partijen belang hebben bij het middel : aangezien de verzoekende | partijen belang hebben bij het middel : aangezien de verzoekende |
partijen reeds onderworpen zijn aan de beperking van een derde waarin | partijen reeds onderworpen zijn aan de beperking van een derde waarin |
artikel 77 van de wet van 24 december 1976 voorzag vóór de wijziging | artikel 77 van de wet van 24 december 1976 voorzag vóór de wijziging |
ervan bij artikel 490 van het bestreden decreet, verandert die | ervan bij artikel 490 van het bestreden decreet, verandert die |
bepaling hun situatie in geen enkel opzicht. | bepaling hun situatie in geen enkel opzicht. |
In tegenstelling tot wat de Franse Gemeenschapsregering beweert, heeft | In tegenstelling tot wat de Franse Gemeenschapsregering beweert, heeft |
de grief van de verzoekende partijen geen betrekking op de voormelde | de grief van de verzoekende partijen geen betrekking op de voormelde |
beperking van een derde, maar wel op het gegeven dat die niet langer | beperking van een derde, maar wel op het gegeven dat die niet langer |
op twee derden kan worden gebracht (onder de voorwaarden bepaald in | op twee derden kan worden gebracht (onder de voorwaarden bepaald in |
artikel 77, § 2, b)) voor de hogere kunstscholen. | artikel 77, § 2, b)) voor de hogere kunstscholen. |
B.5.4. In de memorie van toelichting van het bestreden decreet wordt, | B.5.4. In de memorie van toelichting van het bestreden decreet wordt, |
zoals reeds vermeld, erop gewezen dat de regeling die tot dan toe in | zoals reeds vermeld, erop gewezen dat de regeling die tot dan toe in |
het kunstonderwijs van toepassing was, had geleid tot een forse | het kunstonderwijs van toepassing was, had geleid tot een forse |
toename van het aantal cumulaties « onderwijs/onderwijs, wat tot heel | toename van het aantal cumulaties « onderwijs/onderwijs, wat tot heel |
wat problemen heeft geleid » (Parl. St., Parlement van de Franse | wat problemen heeft geleid » (Parl. St., Parlement van de Franse |
Gemeenschap, 2001-2002, nr. 207/1, p. 7). In verband met artikel 490 | Gemeenschap, 2001-2002, nr. 207/1, p. 7). In verband met artikel 490 |
wordt daarin opgemerkt dat die bepaling het mogelijk maakt, in de | wordt daarin opgemerkt dat die bepaling het mogelijk maakt, in de |
hogere kunstscholen, de cumulatie van de docenten die meer dan een | hogere kunstscholen, de cumulatie van de docenten die meer dan een |
derde van een opdracht naast een ambt of een beroep met volledige | derde van een opdracht naast een ambt of een beroep met volledige |
prestaties uitoefenen, niet langer te bezoldigen (ibid., p. 49). | prestaties uitoefenen, niet langer te bezoldigen (ibid., p. 49). |
B.5.5. De decreetgever die, voor de in voormeld artikel 77 bedoelde | B.5.5. De decreetgever die, voor de in voormeld artikel 77 bedoelde |
ambten, de cumulaties wenst te beperken waarvan hij de negatieve | ambten, de cumulaties wenst te beperken waarvan hij de negatieve |
gevolgen in het kunstonderwijs heeft vastgesteld en daartoe, alleen | gevolgen in het kunstonderwijs heeft vastgesteld en daartoe, alleen |
voor dat onderwijs, de zelfs uitzonderlijke mogelijkheid opheft om de | voor dat onderwijs, de zelfs uitzonderlijke mogelijkheid opheft om de |
bovengrens van de bezoldiging te verdubbelen, grens die hij evenwel | bovengrens van de bezoldiging te verdubbelen, grens die hij evenwel |
voor de andere regelingen behoudt, neemt een maatregel die redelijk | voor de andere regelingen behoudt, neemt een maatregel die redelijk |
verantwoord kan zijn ten aanzien van het nagestreefde doel en die niet | verantwoord kan zijn ten aanzien van het nagestreefde doel en die niet |
onevenredig is, vermits de betrokkenen het voordeel behouden van de | onevenredig is, vermits de betrokkenen het voordeel behouden van de |
bepaling die, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, op alle in | bepaling die, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, op alle in |
artikel 77 bedoelde docenten van toepassing is. | artikel 77 bedoelde docenten van toepassing is. |
Het middel is niet gegrond. | Het middel is niet gegrond. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
- vernietigt artikel 473 van het decreet van de Franse Gemeenschap van | - vernietigt artikel 473 van het decreet van de Franse Gemeenschap van |
20 december 2001 « tot vaststelling van de regels die specifiek zijn | 20 december 2001 « tot vaststelling van de regels die specifiek zijn |
voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen | voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen |
(organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, | (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, |
rechten en plichten van studenten) », in zoverre het de docenten aan | rechten en plichten van studenten) », in zoverre het de docenten aan |
de hogere kunstscholen die een artistiek beroep onder statuut | de hogere kunstscholen die een artistiek beroep onder statuut |
uitoefenen, uitsluit van het voordeel van een volledige bezoldiging; | uitoefenen, uitsluit van het voordeel van een volledige bezoldiging; |
- verwerpt de beroepen voor het overige. | - verwerpt de beroepen voor het overige. |
Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, | Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, |
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op | overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op |
het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 21 januari 2004. | het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 21 januari 2004. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |