← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 154/2001 van 28 november 2001 Rolnummer 2063 In zake : de
prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het
Hof van Beroep te Brussel. Het Arbitragehof, samenges wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van
de prejudiciële vraag Bij arrest van 1(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 154/2001 van 28 november 2001 Rolnummer 2063 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Arbitragehof, samenges wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij arrest van 1(...) | Uittreksel uit arrest nr. 154/2001 van 28 november 2001 Rolnummer 2063 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Arbitragehof, samenges wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag Bij arrest van 1(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Uittreksel uit arrest nr. 154/2001 van 28 november 2001 | Uittreksel uit arrest nr. 154/2001 van 28 november 2001 |
Rolnummer 2063 | Rolnummer 2063 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 361, § 2, van het |
Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. | Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. |
Het Arbitragehof, | Het Arbitragehof, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters |
L. François, P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. | L. François, P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. |
Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman en E. Derycke, | Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman en E. Derycke, |
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van |
voorzitter M. Melchior, | voorzitter M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag |
Bij arrest van 13 oktober 2000 in zake X.L., waarvan de expeditie ter | Bij arrest van 13 oktober 2000 in zake X.L., waarvan de expeditie ter |
griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 26 oktober 2000, heeft | griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 26 oktober 2000, heeft |
het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : | het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 | « Schendt artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet doordat het bepaalt dat wanneer de geadopteerde | en 11 van de Grondwet doordat het bepaalt dat wanneer de geadopteerde |
een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van de adoptant, de | een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van de adoptant, de |
rechten van het ouderlijk gezag door beide echtgenoten worden | rechten van het ouderlijk gezag door beide echtgenoten worden |
uitgeoefend, zonder dat aan het huwelijk toegekende gevolg tot de | uitgeoefend, zonder dat aan het huwelijk toegekende gevolg tot de |
wettelijke samenwoning uit te breiden ? » | wettelijke samenwoning uit te breiden ? » |
(...) | (...) |
IV. In rechte | IV. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 361, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt | B.1. Artikel 361, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt |
: | : |
« Wanneer de adoptie is gedaan door twee echtgenoten of wanneer de | « Wanneer de adoptie is gedaan door twee echtgenoten of wanneer de |
geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van de | geadopteerde een kind of adoptief kind is van de echtgenoot van de |
adoptant, worden de rechten van het ouderlijk gezag door beide | adoptant, worden de rechten van het ouderlijk gezag door beide |
echtgenoten uitgeoefend overeenkomstig de regels die op de ouders van | echtgenoten uitgeoefend overeenkomstig de regels die op de ouders van |
toepassing zijn. » | toepassing zijn. » |
B.2.1. Het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld, weigerde de | B.2.1. Het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld, weigerde de |
eenvoudige adoptie van een kind door een man te homologeren met | eenvoudige adoptie van een kind door een man te homologeren met |
hoofdzakelijk als reden dat de moeder, die ongehuwd met die man | hoofdzakelijk als reden dat de moeder, die ongehuwd met die man |
samenwoont, alsmede met de kinderen van beiden, haar ouderlijk gezag | samenwoont, alsmede met de kinderen van beiden, haar ouderlijk gezag |
zou verliezen, in strijd met het belang van het kind. | zou verliezen, in strijd met het belang van het kind. |
B.2.2. In antwoord op een door het Hof van Beroep te Brussel gestelde | B.2.2. In antwoord op een door het Hof van Beroep te Brussel gestelde |
prejudiciële vraag betreffende de bestaanbaarheid met de artikelen 10 | prejudiciële vraag betreffende de bestaanbaarheid met de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet van artikel 361 van het Burgerlijk Wetboek, meer | en 11 van de Grondwet van artikel 361 van het Burgerlijk Wetboek, meer |
bepaald of de wetgever, wat de geadopteerden betreft, één van de | bepaald of de wetgever, wat de geadopteerden betreft, één van de |
gevolgen die hij aan het huwelijk heeft toegekend niet had moeten | gevolgen die hij aan het huwelijk heeft toegekend niet had moeten |
uitbreiden tot het ongehuwd samenwonen, heeft het Hof in zijn arrest | uitbreiden tot het ongehuwd samenwonen, heeft het Hof in zijn arrest |
nr. 49/2000 ontkennend geantwoord en daarbij de vraag buiten | nr. 49/2000 ontkennend geantwoord en daarbij de vraag buiten |
beschouwing gelaten of de uitzondering moet worden uitgebreid tot de | beschouwing gelaten of de uitzondering moet worden uitgebreid tot de |
wettelijke samenwoning. | wettelijke samenwoning. |
B.3.1. In hetzelfde geschil stelt hetzelfde Hof van Beroep thans de | B.3.1. In hetzelfde geschil stelt hetzelfde Hof van Beroep thans de |
vraag betreffende de bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de | vraag betreffende de bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet van artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek in zoverre | Grondwet van artikel 361, § 2, van het Burgerlijk Wetboek in zoverre |
het zijn gevolgen niet uitbreidt tot de wettelijke samenwoning. | het zijn gevolgen niet uitbreidt tot de wettelijke samenwoning. |
B.3.2. Uit het onderzoek van het dossier blijkt immers dat, sinds het | B.3.2. Uit het onderzoek van het dossier blijkt immers dat, sinds het |
ogenblik waarop de eerste vraag bij het Hof aanhangig werd gemaakt, de | ogenblik waarop de eerste vraag bij het Hof aanhangig werd gemaakt, de |
verzoeker en de moeder van het kind dat het voorwerp uitmaakt van de | verzoeker en de moeder van het kind dat het voorwerp uitmaakt van de |
adoptieaanvraag, op 5 januari 2000 een verklaring van wettelijke | adoptieaanvraag, op 5 januari 2000 een verklaring van wettelijke |
samenwoning krachtens de artikelen 1475 en volgende van het Burgerlijk | samenwoning krachtens de artikelen 1475 en volgende van het Burgerlijk |
Wetboek hebben afgelegd. | Wetboek hebben afgelegd. |
B.3.3. Hoewel de vraag in algemene bewoordingen is gesteld en de | B.3.3. Hoewel de vraag in algemene bewoordingen is gesteld en de |
wettelijke samenwoning in het algemeen betreft, beperkt het Hof zijn | wettelijke samenwoning in het algemeen betreft, beperkt het Hof zijn |
onderzoek tot de aan de verwijzende rechter voorgelegde hypothese, | onderzoek tot de aan de verwijzende rechter voorgelegde hypothese, |
namelijk die van twee personen van verschillend geslacht die een | namelijk die van twee personen van verschillend geslacht die een |
verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd. | verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd. |
B.4. Tijdens de parlementaire voorbereiding van de wet van 27 april | B.4. Tijdens de parlementaire voorbereiding van de wet van 27 april |
1987 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de adoptie, | 1987 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de adoptie, |
werd gezegd dat « de wetgever [...] erop [moet] toezien dat het kind, | werd gezegd dat « de wetgever [...] erop [moet] toezien dat het kind, |
via de adoptie, in een milieu komt waarin verwantschapsbanden tot | via de adoptie, in een milieu komt waarin verwantschapsbanden tot |
stand kunnen komen die vergelijkbaar zijn met de biologische | stand kunnen komen die vergelijkbaar zijn met de biologische |
afstamming ». Men deed eveneens gelden dat het in het belang van het | afstamming ». Men deed eveneens gelden dat het in het belang van het |
kind is opgevoed te worden door een koppel om het psychologisch | kind is opgevoed te worden door een koppel om het psychologisch |
evenwicht van het kind te garanderen (Parl. St., Senaat, 1985-1986, | evenwicht van het kind te garanderen (Parl. St., Senaat, 1985-1986, |
nr. 256-2, p. 65). | nr. 256-2, p. 65). |
B.5. Personen die beslissen in het bevolkingsregister een verklaring | B.5. Personen die beslissen in het bevolkingsregister een verklaring |
van wettelijke samenwoning krachtens de artikelen 1475 en volgende van | van wettelijke samenwoning krachtens de artikelen 1475 en volgende van |
het Burgerlijk Wetboek te laten opnemen, onderschrijven een wettelijke | het Burgerlijk Wetboek te laten opnemen, onderschrijven een wettelijke |
instelling die, zonder identiek te zijn met de instelling van het | instelling die, zonder identiek te zijn met de instelling van het |
huwelijk, voor de medecontractanten specifieke rechten en plichten | huwelijk, voor de medecontractanten specifieke rechten en plichten |
doet ontstaan. | doet ontstaan. |
Daartoe behoort de verplichting voor elk van de samenwonenden bij te | Daartoe behoort de verplichting voor elk van de samenwonenden bij te |
dragen in de lasten van het samenleven naar evenredigheid van hun | dragen in de lasten van het samenleven naar evenredigheid van hun |
mogelijkheden, waarbij elke niet-buitensporige schuld aangegaan door | mogelijkheden, waarbij elke niet-buitensporige schuld aangegaan door |
één van de wettelijk samenwonenden ten behoeve van het samenleven en | één van de wettelijk samenwonenden ten behoeve van het samenleven en |
van de kinderen die door hen opgevoed worden de andere samenwonende | van de kinderen die door hen opgevoed worden de andere samenwonende |
hoofdelijk verbindt (artikelen 1477 en volgende van het Burgerlijk | hoofdelijk verbindt (artikelen 1477 en volgende van het Burgerlijk |
Wetboek). | Wetboek). |
B.6. De wettelijk samenwonenden bevinden zich in een juridische | B.6. De wettelijk samenwonenden bevinden zich in een juridische |
situatie die zowel verschilt van die van de feitelijk samenwonenden | situatie die zowel verschilt van die van de feitelijk samenwonenden |
als van die van de gehuwde paren. | als van die van de gehuwde paren. |
Evenwel, wanneer een man en een vrouw de in artikel 1475 van het | Evenwel, wanneer een man en een vrouw de in artikel 1475 van het |
Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaring afleggen en aldus zich ertoe | Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaring afleggen en aldus zich ertoe |
verbinden zich te onderwerpen aan de in de artikelen 1477 en volgende | verbinden zich te onderwerpen aan de in de artikelen 1477 en volgende |
van hetzelfde Wetboek beschreven plichten, geven zij daardoor het | van hetzelfde Wetboek beschreven plichten, geven zij daardoor het |
bestaan van een voornemen van een gemeenschappelijk gezinsleven te | bestaan van een voornemen van een gemeenschappelijk gezinsleven te |
kennen. Wanneer één van de samenwonenden een kind heeft, is het in | kennen. Wanneer één van de samenwonenden een kind heeft, is het in |
overeenstemming met het belang van dat kind dat het de andere | overeenstemming met het belang van dat kind dat het de andere |
samenwonende als zijn vader of zijn moeder zou kunnen beschouwen. | samenwonende als zijn vader of zijn moeder zou kunnen beschouwen. |
B.7. Dat wordt nochtans verhinderd door artikel 361, § 2, eerste lid, | B.7. Dat wordt nochtans verhinderd door artikel 361, § 2, eerste lid, |
van het Burgerlijk Wetboek. De toepassing van die bepaling heeft, naar | van het Burgerlijk Wetboek. De toepassing van die bepaling heeft, naar |
gelang van de rechtstoestand van de adoptant, een verschillend | gelang van de rechtstoestand van de adoptant, een verschillend |
rechtsgevolg voor de adoptie : indien de adoptant gehuwd is met de | rechtsgevolg voor de adoptie : indien de adoptant gehuwd is met de |
ouder van het geadopteerde kind, oefenen de beide echtgenoten de | ouder van het geadopteerde kind, oefenen de beide echtgenoten de |
rechten van het ouderlijk gezag uit « overeenkomstig de regels die op | rechten van het ouderlijk gezag uit « overeenkomstig de regels die op |
de ouders van toepassing zijn »; indien de adoptant niet gehuwd is met | de ouders van toepassing zijn »; indien de adoptant niet gehuwd is met |
de ouder van het geadopteerde kind, zal die ouder de rechten van het | de ouder van het geadopteerde kind, zal die ouder de rechten van het |
ouderlijk gezag die hij vóór de adoptie uitoefende verliezen, hoewel | ouderlijk gezag die hij vóór de adoptie uitoefende verliezen, hoewel |
hij blijft samenleven met zijn kind. | hij blijft samenleven met zijn kind. |
Een dergelijk gevolg is dermate onredelijk dat het, zoals dat het | Een dergelijk gevolg is dermate onredelijk dat het, zoals dat het |
geval was in de zaak die is voorgelegd aan de verwijzende rechter, de | geval was in de zaak die is voorgelegd aan de verwijzende rechter, de |
jeugdrechter ertoe kan aanzetten de homologatie van de adoptie te | jeugdrechter ertoe kan aanzetten de homologatie van de adoptie te |
weigeren, zelfs indien hij vaststelt dat zij het belang van het kind | weigeren, zelfs indien hij vaststelt dat zij het belang van het kind |
zou dienen. | zou dienen. |
B.8. Hoewel er een objectief verschil bestaat tussen de situatie van | B.8. Hoewel er een objectief verschil bestaat tussen de situatie van |
de gehuwde paren en die van de wettelijk samenwonenden, kan dat | de gehuwde paren en die van de wettelijk samenwonenden, kan dat |
verschil, inzake adoptie, de in B.7 beschreven ongelijke behandeling | verschil, inzake adoptie, de in B.7 beschreven ongelijke behandeling |
niet verantwoorden : in zoverre artikel 361, § 2, eerste lid, van het | niet verantwoorden : in zoverre artikel 361, § 2, eerste lid, van het |
Burgerlijk Wetboek het kind ertoe veroordeelt slechts één ouder te | Burgerlijk Wetboek het kind ertoe veroordeelt slechts één ouder te |
hebben, heeft het gevolgen die de in B.4 beschreven doelstelling | hebben, heeft het gevolgen die de in B.4 beschreven doelstelling |
tegenspreken en die onevenredig zijn met de zorg van de wetgever om | tegenspreken en die onevenredig zijn met de zorg van de wetgever om |
het instituut van het huwelijk te bevoorrechten. Daardoor is het niet | het instituut van het huwelijk te bevoorrechten. Daardoor is het niet |
bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.9. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. | B.9. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 361, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt de | Artikel 361, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het zijn gevolgen niet | artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het zijn gevolgen niet |
uitbreidt tot twee personen van verschillend geslacht die een | uitbreidt tot twee personen van verschillend geslacht die een |
verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd. | verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 28 november 2001, door | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 28 november 2001, door |
de voormelde zetel, waarin rechter J.-P. Snappe wettig verhinderd is | de voormelde zetel, waarin rechter J.-P. Snappe wettig verhinderd is |
en rechter E. Derycke zich moet onthouden. | en rechter E. Derycke zich moet onthouden. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
L. Potoms. M. Melchior. | L. Potoms. M. Melchior. |