Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 62/2001 van 8 mei 2001 Rolnummer 1889 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werkn Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en H. Boel, de rechters L. Françoi(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 62/2001 van 8 mei 2001 Rolnummer 1889 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werkn Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en H. Boel, de rechters L. Françoi(...) Uittreksel uit arrest nr. 62/2001 van 8 mei 2001 Rolnummer 1889 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werkn Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en H. Boel, de rechters L. Françoi(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 62/2001 van 8 mei 2001 Uittreksel uit arrest nr. 62/2001 van 8 mei 2001
Rolnummer 1889 Rolnummer 1889
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 4, van de wet van In zake : de prejudiciële vraag over artikel 31, § 4, van de wet van
24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het
ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers,
gesteld door de Arbeidsrechtbank te Brussel. gesteld door de Arbeidsrechtbank te Brussel.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en H. Boel, de rechters L. samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en H. Boel, de rechters L.
François, R. Henneuse en M. Bossuyt, en, overeenkomstig artikel 60bis François, R. Henneuse en M. Bossuyt, en, overeenkomstig artikel 60bis
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, emeritus van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, emeritus
voorzitter G. De Baets en ererechter J. Delruelle, bijgestaan door de voorzitter G. De Baets en ererechter J. Delruelle, bijgestaan door de
griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag I. Onderwerp van de prejudiciële vraag
Bij vonnis van 8 februari 2000 in zake C. Vandemeulebroecke tegen de Bij vonnis van 8 februari 2000 in zake C. Vandemeulebroecke tegen de
n.v. Euler Cobac Belgium en de n.v. Vedior Interim, waarvan de n.v. Euler Cobac Belgium en de n.v. Vedior Interim, waarvan de
expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 18 februari expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 18 februari
2000, heeft de Arbeidsrechtbank te Brussel de volgende prejudiciële 2000, heeft de Arbeidsrechtbank te Brussel de volgende prejudiciële
vraag gesteld : vraag gesteld :
« Schendt artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de « Schendt artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de
tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van
werknemers ten behoeve van gebruikers, in de interpretatie waarin het werknemers ten behoeve van gebruikers, in de interpretatie waarin het
van toepassing is op de personen wier werkzaamheid erin bestaat van toepassing is op de personen wier werkzaamheid erin bestaat
werknemers ter beschikking te stellen van gebruikers, met uitzondering werknemers ter beschikking te stellen van gebruikers, met uitzondering
van de uitzendbedrijven, al dan niet de artikelen 10 en 11 van de van de uitzendbedrijven, al dan niet de artikelen 10 en 11 van de
Belgische Grondwet : Belgische Grondwet :
1° in zoverre koppelbazen die zich in eenzelfde situatie van illegale 1° in zoverre koppelbazen die zich in eenzelfde situatie van illegale
tewerkstelling van arbeidskrachten bevinden, verschillend worden tewerkstelling van arbeidskrachten bevinden, verschillend worden
behandeld op het vlak van de aansprakelijkheid; behandeld op het vlak van de aansprakelijkheid;
2° in zoverre, ten aanzien van de gebruikers, de werknemers en derden, 2° in zoverre, ten aanzien van de gebruikers, de werknemers en derden,
er één enkele schuldenaar is wanneer het gaat om een onwettige er één enkele schuldenaar is wanneer het gaat om een onwettige
tewerkstelling door toedoen van een uitzendbedrijf en er twee tewerkstelling door toedoen van een uitzendbedrijf en er twee
schuldenaars zijn wanneer het gaat om een onwettige tewerkstelling schuldenaars zijn wanneer het gaat om een onwettige tewerkstelling
door toedoen van elke andere werkgever of bemiddelaar; door toedoen van elke andere werkgever of bemiddelaar;
3° in zoverre elke andere persoon dan het uitzendbedrijf, die 3° in zoverre elke andere persoon dan het uitzendbedrijf, die
werknemers ter beschikking stelt van gebruikers, in tegenstelling tot werknemers ter beschikking stelt van gebruikers, in tegenstelling tot
dat uitzendbedrijf, niet zou kunnen ontsnappen aan de dat uitzendbedrijf, niet zou kunnen ontsnappen aan de
aansprakelijkheid wanneer de onwettigheid toe te schrijven is aan een aansprakelijkheid wanneer de onwettigheid toe te schrijven is aan een
daad van de gebruiker waartoe die persoon geenszins heeft bijgedragen; daad van de gebruiker waartoe die persoon geenszins heeft bijgedragen;
4° in zoverre de aan artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 4° in zoverre de aan artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987
onderworpen persoon op onvoldoende verantwoorde wijze in een onderworpen persoon op onvoldoende verantwoorde wijze in een
rechtstoestand zou worden geplaatst die duidelijk ongunstiger is dan rechtstoestand zou worden geplaatst die duidelijk ongunstiger is dan
die van elke andere persoon die aansprakelijk is voor de daad van een die van elke andere persoon die aansprakelijk is voor de daad van een
ander ?" ander ?"
(...) (...)
IV. In rechte IV. In rechte
(...) (...)
B.1. In de prejudiciële vraag wordt het Hof gevraagd of artikel 31 van B.1. In de prejudiciële vraag wordt het Hof gevraagd of artikel 31 van
de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de
uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten
behoeve van gebruikers bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de behoeve van gebruikers bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet. Grondwet.
De wet van 24 juli 1987 reglementeert in hoofdstuk I ervan de De wet van 24 juli 1987 reglementeert in hoofdstuk I ervan de
tijdelijke arbeid - die wordt gedefinieerd in artikel 1 - alsmede de tijdelijke arbeid - die wordt gedefinieerd in artikel 1 - alsmede de
desbetreffende arbeidsovereenkomst; hoofdstuk II definieert (in desbetreffende arbeidsovereenkomst; hoofdstuk II definieert (in
artikel 7 ervan) en reglementeert de uitzendarbeid; hoofdstuk III artikel 7 ervan) en reglementeert de uitzendarbeid; hoofdstuk III
reglementeert de terbeschikkingstelling van werknemers ten behoeve van reglementeert de terbeschikkingstelling van werknemers ten behoeve van
derden. Ten slotte bevatten de hoofdstukken IV en VI algemene en derden. Ten slotte bevatten de hoofdstukken IV en VI algemene en
slotbepalingen en hoofdstuk V voorziet in maatregelen van toezicht slotbepalingen en hoofdstuk V voorziet in maatregelen van toezicht
alsmede strafrechtelijke sancties. alsmede strafrechtelijke sancties.
Artikel 31 van die wet luidt : Artikel 31 van die wet luidt :
« § 1. Verboden is de activiteit die buiten de in de hoofdstukken I en « § 1. Verboden is de activiteit die buiten de in de hoofdstukken I en
II voorgeschreven regels, door een natuurlijke persoon of een II voorgeschreven regels, door een natuurlijke persoon of een
rechtspersoon wordt uitgeoefend om door hen in dienst genomen rechtspersoon wordt uitgeoefend om door hen in dienst genomen
werknemers ter beschikking te stellen van derden die deze werknemers werknemers ter beschikking te stellen van derden die deze werknemers
gebruiken en over hen enig gedeelte van het gezag uitoefenen dat gebruiken en over hen enig gedeelte van het gezag uitoefenen dat
normaal aan de werkgever toekomt. normaal aan de werkgever toekomt.
§ 2. De overeenkomst waarbij een werknemer in dienst werd genomen om § 2. De overeenkomst waarbij een werknemer in dienst werd genomen om
ter beschikking te worden gesteld van een gebruiker in strijd met de ter beschikking te worden gesteld van een gebruiker in strijd met de
bepaling van § 1, is nietig vanaf het begin der uitvoering van de bepaling van § 1, is nietig vanaf het begin der uitvoering van de
arbeid bij laatstgenoemde. arbeid bij laatstgenoemde.
§ 3. Wanneer een gebruiker arbeid laat uitvoeren door werknemers die § 3. Wanneer een gebruiker arbeid laat uitvoeren door werknemers die
te zijner beschikking werden gesteld in strijd met de bepaling van § te zijner beschikking werden gesteld in strijd met de bepaling van §
1, worden die gebruiker en die werknemers beschouwd als verbonden door 1, worden die gebruiker en die werknemers beschouwd als verbonden door
een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd vanaf het begin der een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd vanaf het begin der
uitvoering van de arbeid. uitvoering van de arbeid.
De werknemers kunnen evenwel de overeenkomst beëindigen zonder De werknemers kunnen evenwel de overeenkomst beëindigen zonder
opzegging, noch vergoeding. Van dit recht kunnen zij gebruik maken tot opzegging, noch vergoeding. Van dit recht kunnen zij gebruik maken tot
op de datum waarop zij normaal niet meer ter beschikking van de op de datum waarop zij normaal niet meer ter beschikking van de
gebruiker zouden zijn gesteld. gebruiker zouden zijn gesteld.
§ 4. De gebruiker en de persoon die werknemers ter beschikking stelt § 4. De gebruiker en de persoon die werknemers ter beschikking stelt
van de gebruiker in strijd met de bepalingen van § 1, zijn hoofdelijk van de gebruiker in strijd met de bepalingen van § 1, zijn hoofdelijk
aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen, lonen, aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen, lonen,
vergoedingen en voordelen die uit de bij § 3 bedoelde overeenkomst vergoedingen en voordelen die uit de bij § 3 bedoelde overeenkomst
voortvloeien. » voortvloeien. »
De vraag beoogt enkel de vierde paragraaf. De vraag beoogt enkel de vierde paragraaf.
B.2.1. Nadat de verwijzende rechter de drie interpretaties in B.2.1. Nadat de verwijzende rechter de drie interpretaties in
overweging heeft genomen die, volgens hem, aan artikel 31, § 4, kunnen overweging heeft genomen die, volgens hem, aan artikel 31, § 4, kunnen
worden gegeven, beperkt hij zijn vraag tot de interpretatie volgens worden gegeven, beperkt hij zijn vraag tot de interpretatie volgens
welke die bepaling van toepassing is op de personen wier activiteit welke die bepaling van toepassing is op de personen wier activiteit
erin bestaat werknemers ter beschikking te stellen ten behoeve van erin bestaat werknemers ter beschikking te stellen ten behoeve van
gebruikers, maar daarentegen niet van toepassing is op de gebruikers, maar daarentegen niet van toepassing is op de
uitzendbedrijven. uitzendbedrijven.
B.2.2. Het Hof wordt gevraagd naar de grondwettigheid van artikel 31, B.2.2. Het Hof wordt gevraagd naar de grondwettigheid van artikel 31,
§ 4, in zoverre het, in geval van onwettige tewerkstelling van § 4, in zoverre het, in geval van onwettige tewerkstelling van
werknemers, de personen die werknemers ter beschikking stellen ten werknemers, de personen die werknemers ter beschikking stellen ten
behoeve van gebruikers, en de uitzendbedrijven, alsook de andere behoeve van gebruikers, en de uitzendbedrijven, alsook de andere
personen die aansprakelijk zijn voor de daad van een ander, anders personen die aansprakelijk zijn voor de daad van een ander, anders
behandelt. behandelt.
Volgens de eerste drie onderdelen van de vraag zouden de personen die Volgens de eerste drie onderdelen van de vraag zouden de personen die
werknemers ter beschikking stellen ten behoeve van gebruikers, op het werknemers ter beschikking stellen ten behoeve van gebruikers, op het
vlak van aansprakelijkheid, anders worden behandeld dan de vlak van aansprakelijkheid, anders worden behandeld dan de
uitzendbedrijven. Enerzijds, zouden de gebruikers, de werknemers en uitzendbedrijven. Enerzijds, zouden de gebruikers, de werknemers en
derden te maken hebben met twee schuldenaars wanneer de onwettige derden te maken hebben met twee schuldenaars wanneer de onwettige
tewerkstelling de daad is van een andere persoon dan een tewerkstelling de daad is van een andere persoon dan een
uitzendbedrijf, en met één schuldenaar in het andere geval. uitzendbedrijf, en met één schuldenaar in het andere geval.
Anderzijds, zouden, in tegenstelling tot de uitzendbedrijven, de Anderzijds, zouden, in tegenstelling tot de uitzendbedrijven, de
andere personen die werknemers ter beschikking stellen ten behoeve van andere personen die werknemers ter beschikking stellen ten behoeve van
gebruikers niet kunnen ontsnappen aan de aansprakelijkheid wanneer de gebruikers niet kunnen ontsnappen aan de aansprakelijkheid wanneer de
onwettigheid de enkele daad van de gebruiker is. onwettigheid de enkele daad van de gebruiker is.
In het laatste onderdeel van de vraag wordt aan het Hof het feit In het laatste onderdeel van de vraag wordt aan het Hof het feit
voorgelegd dat een andere persoon dan een uitzendbedrijf, die voorgelegd dat een andere persoon dan een uitzendbedrijf, die
werknemers ter beschikking stelt ten behoeve van derden, "in een werknemers ter beschikking stelt ten behoeve van derden, "in een
rechtstoestand zou worden geplaatst die duidelijk ongunstiger is dan rechtstoestand zou worden geplaatst die duidelijk ongunstiger is dan
die van elke andere persoon die aansprakelijk is voor de daad van een die van elke andere persoon die aansprakelijk is voor de daad van een
ander". ander".
B.3.1. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 24 juli 1987 B.3.1. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 24 juli 1987
(Parl. St., Kamer, 1986-1987, nr. 762/4, p. 2) blijkt dat de wetgever (Parl. St., Kamer, 1986-1987, nr. 762/4, p. 2) blijkt dat de wetgever
de meeste bepalingen van de voorlopige wet van 28 juni 1976 "houdende de meeste bepalingen van de voorlopige wet van 28 juni 1976 "houdende
voorlopige regeling van de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het voorlopige regeling van de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het
ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers" ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers"
heeft willen overnemen. heeft willen overnemen.
B.3.2. Volgens de parlementaire voorbereiding van die wet heeft de B.3.2. Volgens de parlementaire voorbereiding van die wet heeft de
wetgever tot doel gehad de werknemers te beschermen, in het bijzonder wetgever tot doel gehad de werknemers te beschermen, in het bijzonder
diegenen die ter beschikking worden gesteld ten behoeve van een derde, diegenen die ter beschikking worden gesteld ten behoeve van een derde,
alsmede misbruiken te vermijden door die vorm van arbeid strikt te alsmede misbruiken te vermijden door die vorm van arbeid strikt te
omkaderen. Aldus is uiteengezet (Parl. St., Kamer, 1974-1975, nr. omkaderen. Aldus is uiteengezet (Parl. St., Kamer, 1974-1975, nr.
627/1, p. 3) : 627/1, p. 3) :
« Vervolgens wordt bij het ontwerp een specifieke reglementering van « Vervolgens wordt bij het ontwerp een specifieke reglementering van
de uitzendarbeid vastgelegd, welke ten doel heeft de uitzendkrachten de uitzendarbeid vastgelegd, welke ten doel heeft de uitzendkrachten
en de vaste werknemers van de ondernemingen te beschermen en tevens en de vaste werknemers van de ondernemingen te beschermen en tevens
een doeltreffende controle op de uitzendbureaus te waarborgen. een doeltreffende controle op de uitzendbureaus te waarborgen.
Die reglementering omvat tegelijk de regels van de arbeidsovereenkomst Die reglementering omvat tegelijk de regels van de arbeidsovereenkomst
voor uitzendkrachten, de verplichtingen van de gebruiker, de voor uitzendkrachten, de verplichtingen van de gebruiker, de
voorwaarden tot erkenning van de uitzendbureaus, de beperkingen bij de voorwaarden tot erkenning van de uitzendbureaus, de beperkingen bij de
tewerkstelling van uitzendkrachten en de oprichting van een Paritair tewerkstelling van uitzendkrachten en de oprichting van een Paritair
Comité voor de uitzendarbeid, speciaal belast met de instelling van Comité voor de uitzendarbeid, speciaal belast met de instelling van
een Fonds voor bestaanszekerheid dat de uitbetaling van het loon van een Fonds voor bestaanszekerheid dat de uitbetaling van het loon van
de uitzendkrachten moet waarborgen. de uitzendkrachten moet waarborgen.
Om de gedragingen van ronselaars van arbeidskrachten tegen te gaan, Om de gedragingen van ronselaars van arbeidskrachten tegen te gaan,
verbiedt het ontwerp het ter beschikking stellen van werknemers ten verbiedt het ontwerp het ter beschikking stellen van werknemers ten
behoeve van gebruikers, buiten de bij de wet gestelde voorwaarden behoeve van gebruikers, buiten de bij de wet gestelde voorwaarden
inzake de reglementering van de uitzendarbeid. Op dat verbod wordt inzake de reglementering van de uitzendarbeid. Op dat verbod wordt
alleen dan uitzondering gemaakt, wanneer het gaat om een alleen dan uitzondering gemaakt, wanneer het gaat om een
uitzonderlijke en behoorlijke toegestane uitlening van uitzonderlijke en behoorlijke toegestane uitlening van
arbeidskrachten. » arbeidskrachten. »
Op dezelfde wijze is in de Senaat uiteengezet (Parl. St., Senaat, Op dezelfde wijze is in de Senaat uiteengezet (Parl. St., Senaat,
1976-1977, nr. 831/2, p. 8) : 1976-1977, nr. 831/2, p. 8) :
« Terzelfdertijd komt er een reglementering van de activiteiten van de « Terzelfdertijd komt er een reglementering van de activiteiten van de
uitzendbureaus die als werkgever optreden; bovendien moeten die uitzendbureaus die als werkgever optreden; bovendien moeten die
bureaus worden erkend door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid en bureaus worden erkend door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid en
zijn zij aan diens controle onderworpen. zijn zij aan diens controle onderworpen.
Aan de andere kant zullen koppelbazen voortaan streng worden gestraft. Aan de andere kant zullen koppelbazen voortaan streng worden gestraft.
Behalve bij uitzendarbeid of uitzonderlijke uitlening van Behalve bij uitzendarbeid of uitzonderlijke uitlening van
arbeidskrachten [...], is de terbeschikkingstelling van werknemers ten arbeidskrachten [...], is de terbeschikkingstelling van werknemers ten
gerieve van gebruikers verboden : hierop zijn strafrechterlijke en gerieve van gebruikers verboden : hierop zijn strafrechterlijke en
administratieve sancties gesteld zowel tegen hem die arbeidskrachten administratieve sancties gesteld zowel tegen hem die arbeidskrachten
ter beschikking stelt van een gebruiker als tegen de gebruiker zelf. » ter beschikking stelt van een gebruiker als tegen de gebruiker zelf. »
B.3.3. Wat meer in het bijzonder artikel 31 van de wet van 24 juli B.3.3. Wat meer in het bijzonder artikel 31 van de wet van 24 juli
1987 betreft, geeft de parlementaire voorbereiding van die bepaling 1987 betreft, geeft de parlementaire voorbereiding van die bepaling
(Parl. St., Kamer, 1986-1987, nr. 762/1, p. 10) de wil aan van de (Parl. St., Kamer, 1986-1987, nr. 762/1, p. 10) de wil aan van de
wetgever om het verbod van het ter beschikking stellen van werknemers wetgever om het verbod van het ter beschikking stellen van werknemers
ten behoeve van gebruikers te handhaven buiten de regeling van de ten behoeve van gebruikers te handhaven buiten de regeling van de
uitzendarbeid om, een verbod dat reeds vervat was in de artikelen 32 uitzendarbeid om, een verbod dat reeds vervat was in de artikelen 32
en 33 van de voormelde wet van 28 juni 1976. en 33 van de voormelde wet van 28 juni 1976.
B.4. Het in het geding zijnde artikel 31, § 4, voorziet in de B.4. Het in het geding zijnde artikel 31, § 4, voorziet in de
hoofdelijke aansprakelijkheid van de gebruiker en van de persoon die, hoofdelijke aansprakelijkheid van de gebruiker en van de persoon die,
met schending van het in paragraaf 1 van dezelfde bepaling met schending van het in paragraaf 1 van dezelfde bepaling
uitgevaardigde verbod, werknemers te zijner beschikking stelt; die uitgevaardigde verbod, werknemers te zijner beschikking stelt; die
hoofdelijke aansprakelijkheid dekt de betaling van de sociale hoofdelijke aansprakelijkheid dekt de betaling van de sociale
bijdragen en bezoldigingen, vergoedingen en voordelen die voortvloeien bijdragen en bezoldigingen, vergoedingen en voordelen die voortvloeien
uit de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur tussen de werknemer en uit de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur tussen de werknemer en
de gebruiker, ingevoerd bij artikel 31, § 3, in geval van de gebruiker, ingevoerd bij artikel 31, § 3, in geval van
onregelmatige terbeschikkingstelling. onregelmatige terbeschikkingstelling.
Wat de eerste drie onderdelen van de vraag betreft Wat de eerste drie onderdelen van de vraag betreft
B.5. In de eerste plaats wordt aan het Hof gevraagd of het B.5. In de eerste plaats wordt aan het Hof gevraagd of het
redelijkerwijze verantwoord is dat de hoofdelijke aansprakelijkheid redelijkerwijze verantwoord is dat de hoofdelijke aansprakelijkheid
ten laste van de personen die werknemers ter beschikking stellen van ten laste van de personen die werknemers ter beschikking stellen van
een gebruiker niet van toepassing is op de uitzendbedrijven, terwijl een gebruiker niet van toepassing is op de uitzendbedrijven, terwijl
zowel de eerstgenoemden als de laatstgenoemden "in een onwettige zowel de eerstgenoemden als de laatstgenoemden "in een onwettige
situatie van tewerkstelling" zouden verkeren. situatie van tewerkstelling" zouden verkeren.
B.6. Zoals uiteengezet in B.4, heeft de wetgever, met aanneming van de B.6. Zoals uiteengezet in B.4, heeft de wetgever, met aanneming van de
wetten van 28 juni 1976 en 24 juli 1987, de activiteit willen wetten van 28 juni 1976 en 24 juli 1987, de activiteit willen
reglementeren die erin bestaat werknemers ter beschikking te stellen reglementeren die erin bestaat werknemers ter beschikking te stellen
van gebruikers teneinde de werknemers te beschermen en misbruiken te van gebruikers teneinde de werknemers te beschermen en misbruiken te
vermijden. vermijden.
Daartoe heeft hij, enerzijds, de uitzendarbeid aangenomen - en dus de Daartoe heeft hij, enerzijds, de uitzendarbeid aangenomen - en dus de
bedrijven welke die activiteit tot doel hebben - maar heeft hij op bedrijven welke die activiteit tot doel hebben - maar heeft hij op
strikte en gedetailleerde wijze de voorwaarden gereglementeerd aan de strikte en gedetailleerde wijze de voorwaarden gereglementeerd aan de
naleving waarvan hij die vorm van tewerkstelling ondergeschikt maakt. naleving waarvan hij die vorm van tewerkstelling ondergeschikt maakt.
Aldus heeft hij in de hoofdstukken I en II van de wet van 24 juli 1987 Aldus heeft hij in de hoofdstukken I en II van de wet van 24 juli 1987
de - uitsluitend tijdelijke - arbeid gepreciseerd die het voorwerp kan de - uitsluitend tijdelijke - arbeid gepreciseerd die het voorwerp kan
uitmaken van een overeenkomst van uitzendarbeid (artikelen 1 en 7), uitmaken van een overeenkomst van uitzendarbeid (artikelen 1 en 7),
alsmede de regels waarbij die overeenkomst is geregeld, de rechten - alsmede de regels waarbij die overeenkomst is geregeld, de rechten -
met name inzake bezoldiging - van de uitzendkracht, de regels waarbij met name inzake bezoldiging - van de uitzendkracht, de regels waarbij
de overeenkomst tussen het uitzendbedrijf en de gebruiker worden de overeenkomst tussen het uitzendbedrijf en de gebruiker worden
geregeld en de verplichtingen van laatstgenoemde alsmede de geregeld en de verplichtingen van laatstgenoemde alsmede de
maatregelen van toezicht en de sancties die bestemd zijn om de maatregelen van toezicht en de sancties die bestemd zijn om de
inachtneming van die voorschriften te waarborgen. De uitzendbedrijven inachtneming van die voorschriften te waarborgen. De uitzendbedrijven
moeten bovendien erkend zijn en de gewesten hebben immers die vereiste moeten bovendien erkend zijn en de gewesten hebben immers die vereiste
waarin reeds was voorzien in artikel 21 van de wet van 28 juni 1976 waarin reeds was voorzien in artikel 21 van de wet van 28 juni 1976
behouden; de verschillende gewestelijke wetgevingen verbinden de behouden; de verschillende gewestelijke wetgevingen verbinden de
toekenning en de intrekking van de erkenning aan de inachtneming van toekenning en de intrekking van de erkenning aan de inachtneming van
de wetgeving inzake uitzendarbeid, waaronder de voormelde de wetgeving inzake uitzendarbeid, waaronder de voormelde
voorschriften. voorschriften.
De wetgever heeft daarentegen, zoals is aangegeven in de in B.4 De wetgever heeft daarentegen, zoals is aangegeven in de in B.4
geciteerde parlementaire voorbereiding, elke andere vorm van geciteerde parlementaire voorbereiding, elke andere vorm van
terbeschikkingstelling van werknemers dan de uitzendarbeid - die hij terbeschikkingstelling van werknemers dan de uitzendarbeid - die hij
enkel aanvaardde onder de voorwaarden en volgens de strikte enkel aanvaardde onder de voorwaarden en volgens de strikte
modaliteiten die hiervoor zijn beschreven - willen verbieden, wat modaliteiten die hiervoor zijn beschreven - willen verbieden, wat
geconcretiseerd wordt bij het verbod vervat in artikel 31, § 1, van de geconcretiseerd wordt bij het verbod vervat in artikel 31, § 1, van de
wet van 24 juli 1987; van dat principiële verbod kan enkel worden wet van 24 juli 1987; van dat principiële verbod kan enkel worden
afgeweken binnen het strikte kader van het uitzonderlijk uitlenen van afgeweken binnen het strikte kader van het uitzonderlijk uitlenen van
arbeidskrachten bedoeld in artikel 32 van dezelfde wet, wat bovendien arbeidskrachten bedoeld in artikel 32 van dezelfde wet, wat bovendien
een voorafgaande administratieve toelating vereist. een voorafgaande administratieve toelating vereist.
B.7.1. In zoverre artikel 31, § 4, van toepassing is op personen die B.7.1. In zoverre artikel 31, § 4, van toepassing is op personen die
werknemers ter beschikking stellen van gebruikers en niet op de werknemers ter beschikking stellen van gebruikers en niet op de
uitzendbedrijven, wordt daarin een criterium in aanmerking genomen dat uitzendbedrijven, wordt daarin een criterium in aanmerking genomen dat
berust op de hiervoor beschreven, objectieve verschillen die tussen de berust op de hiervoor beschreven, objectieve verschillen die tussen de
beide vormen van activiteit bestaan. beide vormen van activiteit bestaan.
B.7.2. Rekening houdend met die objectieve verschillen - en in het B.7.2. Rekening houdend met die objectieve verschillen - en in het
bijzonder met het feit dat de uitzendarbeid een toegelaten activiteit bijzonder met het feit dat de uitzendarbeid een toegelaten activiteit
is die is onderworpen aan een erkenning en dat de andere vormen van is die is onderworpen aan een erkenning en dat de andere vormen van
terbeschikkingstelling van werknemers daarentegen in beginsel verboden terbeschikkingstelling van werknemers daarentegen in beginsel verboden
zijn - blijkt het relevant, ten aanzien van de door de wetgever zijn - blijkt het relevant, ten aanzien van de door de wetgever
nagestreefde doelstellingen van bescherming van de werknemers en het nagestreefde doelstellingen van bescherming van de werknemers en het
voorkomen van misbruiken, dat de wetgever het niet noodzakelijk heeft voorkomen van misbruiken, dat de wetgever het niet noodzakelijk heeft
geacht de hoofdelijke aansprakelijkheid die hij voorschreef ten laste geacht de hoofdelijke aansprakelijkheid die hij voorschreef ten laste
van personen die, buiten het wettelijk kader van de uitzendarbeid van personen die, buiten het wettelijk kader van de uitzendarbeid
werknemers ter beschikking stellen van gebruikers, uit te breiden tot werknemers ter beschikking stellen van gebruikers, uit te breiden tot
de uitzendbedrijven. de uitzendbedrijven.
B.7.3. Het Hof merkt bovendien op dat zulks niet tot gevolg heeft dat B.7.3. Het Hof merkt bovendien op dat zulks niet tot gevolg heeft dat
de uitzendbedrijven worden onttrokken aan elke aansprakelijkheid in de uitzendbedrijven worden onttrokken aan elke aansprakelijkheid in
geval van niet-inachtneming van de regels waarbij die vorm van arbeid geval van niet-inachtneming van de regels waarbij die vorm van arbeid
is geregeld; aldus bestraft artikel 39, lE, met een gevangenisstraf is geregeld; aldus bestraft artikel 39, lE, met een gevangenisstraf
van acht dagen tot een maand en/of een boete van 26 tot 500 frank de van acht dagen tot een maand en/of een boete van 26 tot 500 frank de
schending, door de exploitant van een uitzendbedrijf, van verscheidene schending, door de exploitant van een uitzendbedrijf, van verscheidene
bepalingen van de wet van 24 juli 1987; daaronder bevindt zich artikel bepalingen van de wet van 24 juli 1987; daaronder bevindt zich artikel
21, hetwelk verbiedt dat aan een uitzendkracht een ander werk wordt 21, hetwelk verbiedt dat aan een uitzendkracht een ander werk wordt
toevertrouwd dan de in artikel 1 van dezelfde wet gedefinieerde toevertrouwd dan de in artikel 1 van dezelfde wet gedefinieerde
tijdelijke arbeid. Bovendien kan de niet-inachtneming van de wetgeving tijdelijke arbeid. Bovendien kan de niet-inachtneming van de wetgeving
tot reglementering van de uitzendarbeid leiden tot de intrekking van tot reglementering van de uitzendarbeid leiden tot de intrekking van
de erkenning van het betrokken bedrijf, een sanctie die daarentegen de erkenning van het betrokken bedrijf, een sanctie die daarentegen
niet kan worden opgelopen door personen die op onregelmatige wijze niet kan worden opgelopen door personen die op onregelmatige wijze
werknemers ter beschikking stellen ten behoeve van gebruikers, werknemers ter beschikking stellen ten behoeve van gebruikers,
aangezien zij per definitie aldus een reeds verboden activiteit aangezien zij per definitie aldus een reeds verboden activiteit
uitoefenen. uitoefenen.
B.8. Het derde onderdeel van de vraag haalt het geval aan waarin de B.8. Het derde onderdeel van de vraag haalt het geval aan waarin de
onwettige tewerkstelling de enkele "daad van de gebruiker" zou zijn, onwettige tewerkstelling de enkele "daad van de gebruiker" zou zijn,
en het verschil in behandeling dat daaruit zou voortvloeien tussen de en het verschil in behandeling dat daaruit zou voortvloeien tussen de
personen die werknemers ter beschikking stellen van derden en de personen die werknemers ter beschikking stellen van derden en de
uitzendbedrijven - waarbij enkel de eerstgenoemden aansprakelijk uitzendbedrijven - waarbij enkel de eerstgenoemden aansprakelijk
worden geacht, door de hoofdelijke aansprakelijkheid te hunnen laste. worden geacht, door de hoofdelijke aansprakelijkheid te hunnen laste.
De bij artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 ingestelde De bij artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 ingestelde
hoofdelijke aansprakelijkheid bestraft de niet-inachtneming van hoofdelijke aansprakelijkheid bestraft de niet-inachtneming van
paragraaf 1 van datzelfde artikel, die de activiteit verbiedt die erin paragraaf 1 van datzelfde artikel, die de activiteit verbiedt die erin
bestaat werknemers ter beschikking te stellen ten behoeve van bestaat werknemers ter beschikking te stellen ten behoeve van
derden-gebruikers buiten de in de hoofdstukken I en II van dezelfde derden-gebruikers buiten de in de hoofdstukken I en II van dezelfde
wet vastgestelde regels; daaruit volgt dat de hoofdelijke wet vastgestelde regels; daaruit volgt dat de hoofdelijke
aansprakelijkheid die aldus ten laste wordt gelegd van een persoon die aansprakelijkheid die aldus ten laste wordt gelegd van een persoon die
werknemers ter beschikking heeft gesteld van een gebruiker, werknemers ter beschikking heeft gesteld van een gebruiker,
vooronderstelt dat die gebruiker het principiële verbod op een vooronderstelt dat die gebruiker het principiële verbod op een
dergelijke ter beschikkingstelling, bedoeld in de voormelde paragraaf dergelijke ter beschikkingstelling, bedoeld in de voormelde paragraaf
1, niet in acht heeft genomen, zodat de hypothese volgens welke hij 1, niet in acht heeft genomen, zodat de hypothese volgens welke hij
niets te maken heeft met de onwettige tewerkstelling en die de enkele niets te maken heeft met de onwettige tewerkstelling en die de enkele
daad van de gebruiker is, weinig aannemelijk blijkt. daad van de gebruiker is, weinig aannemelijk blijkt.
B.9. Hieruit volgt dat de vraag in haar eerste drie onderdelen B.9. Hieruit volgt dat de vraag in haar eerste drie onderdelen
ontkennend moeten worden beantwoord. ontkennend moeten worden beantwoord.
Wat het vierde onderdeel van de vraag betreft Wat het vierde onderdeel van de vraag betreft
B.10. Dat onderdeel haalt de "duidelijk ongunstigere rechtstoestand" B.10. Dat onderdeel haalt de "duidelijk ongunstigere rechtstoestand"
aan waarin zich de persoon zou bevinden die hoofdelijk aansprakelijk aan waarin zich de persoon zou bevinden die hoofdelijk aansprakelijk
wordt gesteld bij artikel 31, § 4, vergeleken met "elke andere persoon wordt gesteld bij artikel 31, § 4, vergeleken met "elke andere persoon
die aansprakelijk is voor de daad van een ander". die aansprakelijk is voor de daad van een ander".
Die vraag maakt het niet mogelijk op precieze wijze de categorie van Die vraag maakt het niet mogelijk op precieze wijze de categorie van
personen te identificeren waarmee diegenen die werknemers ter personen te identificeren waarmee diegenen die werknemers ter
beschikking stellen van derden worden vergeleken, noch het verschil in beschikking stellen van derden worden vergeleken, noch het verschil in
behandeling waartoe een "duidelijk ongunstigere rechtstoestand" waarin behandeling waartoe een "duidelijk ongunstigere rechtstoestand" waarin
laatstgenoemden zich zouden bevinden, zou leiden. Daaruit volgt dat laatstgenoemden zich zouden bevinden, zou leiden. Daaruit volgt dat
het Hof niet in staat is noch om de vergelijkbaarheid van de het Hof niet in staat is noch om de vergelijkbaarheid van de
categorieën van personen onder wie een verschil in behandeling wordt categorieën van personen onder wie een verschil in behandeling wordt
aangevoerd, noch het al dan niet verantwoord karakter ervan te aangevoerd, noch het al dan niet verantwoord karakter ervan te
beoordelen. beoordelen.
Het vierde onderdeel van de vraag moet niet worden beantwoord. Het vierde onderdeel van de vraag moet niet worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 op de tijdelijke arbeid, Artikel 31, § 4, van de wet van 24 juli 1987 op de tijdelijke arbeid,
de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten
behoeve van gebruikers schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet behoeve van gebruikers schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet
niet. niet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 8 mei 2001. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 8 mei 2001.
De griffier, De griffier,
L. Potoms L. Potoms
De voorzitter, De voorzitter,
M. Melchior M. Melchior
^