Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 98/99 van 15 september 1999 Rolnummers 1365, 1429, 1430, 1431, 1432 en 1433 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 98/99 van 15 september 1999 Rolnummers 1365, 1429, 1430, 1431, 1432 en 1433 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...) Uittreksel uit arrest nr. 98/99 van 15 september 1999 Rolnummers 1365, 1429, 1430, 1431, 1432 en 1433 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. (...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Uittreksel uit arrest nr. 98/99 van 15 september 1999 Uittreksel uit arrest nr. 98/99 van 15 september 1999
Rolnummers 1365, 1429, 1430, 1431, 1432 en 1433 Rolnummers 1365, 1429, 1430, 1431, 1432 en 1433
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 35, vierde lid, van de In zake : de prejudiciële vragen over artikel 35, vierde lid, van de
wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december
1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gesteld 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gesteld
door de Correctionele Rechtbank te Luik en door het Hof van Beroep te door de Correctionele Rechtbank te Luik en door het Hof van Beroep te
Luik. Luik.
Het Arbitragehof, Het Arbitragehof,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de
rechters P. Martens, J. Delruelle, E. Cerexhe, H. Coremans en A. Arts, rechters P. Martens, J. Delruelle, E. Cerexhe, H. Coremans en A. Arts,
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van
voorzitter M. Melchior, voorzitter M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen I. Onderwerp van de prejudiciële vragen
A. Bij vonnis van 26 juni 1998 in zake de arbeidsauditeur tegen F. A. Bij vonnis van 26 juni 1998 in zake de arbeidsauditeur tegen F.
Massin, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is Massin, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is
ingekomen op 30 juni 1998, heeft de Correctionele Rechtbank te Luik de ingekomen op 30 juni 1998, heeft de Correctionele Rechtbank te Luik de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 [tot « Schendt artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 [tot
herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de
maatschappelijke zekerheid der arbeiders], zo geïnterpreteerd dat het maatschappelijke zekerheid der arbeiders], zo geïnterpreteerd dat het
de strafrechter, naast het tweede lid, dat hem de verplichting oplegt de strafrechter, naast het tweede lid, dat hem de verplichting oplegt
de werkgever ambtshalve te veroordelen tot betaling aan de R.S.Z. van de werkgever ambtshalve te veroordelen tot betaling aan de R.S.Z. van
het bedrag van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlinteresten die het bedrag van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlinteresten die
niet aan de Dienst zijn gestort, verplicht de werkgever ambtshalve te niet aan de Dienst zijn gestort, verplicht de werkgever ambtshalve te
veroordelen tot betaling aan de R.S.Z. van een vergoeding gelijk aan veroordelen tot betaling aan de R.S.Z. van een vergoeding gelijk aan
het drievoud van de ontdoken bijdragen zonder dat dit bedrag minder het drievoud van de ontdoken bijdragen zonder dat dit bedrag minder
dan 51 000 frank per tewerkgestelde persoon en dit per maand of dan 51 000 frank per tewerkgestelde persoon en dit per maand of
fractie ervan mag bedragen, als een sanctie van burgerlijke aard, met fractie ervan mag bedragen, als een sanctie van burgerlijke aard, met
als gevolg de onmogelijkheid ze vergezeld te laten gaan van een als gevolg de onmogelijkheid ze vergezeld te laten gaan van een
maatregel van opschorting of uitstel, ze te weren wanneer de maatregel van opschorting of uitstel, ze te weren wanneer de
uitgesproken straf die is waarin een andere tekst voorziet met uitgesproken straf die is waarin een andere tekst voorziet met
toepassing van artikel 65 van het Strafwetboek, terwijl voor de toepassing van artikel 65 van het Strafwetboek, terwijl voor de
burgerlijke rechter de genoemde werkgever niet zou zijn veroordeeld burgerlijke rechter de genoemde werkgever niet zou zijn veroordeeld
tot betaling aan de R.S.Z. van de ontdoken bijdragen, bijdrageopslagen tot betaling aan de R.S.Z. van de ontdoken bijdragen, bijdrageopslagen
en verwijlinteresten, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? » en verwijlinteresten, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? »
Die zaak is ingeschreven onder nummer 1365 van de rol van het Hof. Die zaak is ingeschreven onder nummer 1365 van de rol van het Hof.
B. Bij arresten van 30 september 1998 in zake het openbaar ministerie B. Bij arresten van 30 september 1998 in zake het openbaar ministerie
tegen respectievelijk H. Berndt, P. Biondolillo, H. Zhang, G. Heusden, tegen respectievelijk H. Berndt, P. Biondolillo, H. Zhang, G. Heusden,
de b.v.b.a. Saint-Vincent, de n.v. Le Burenville en I. Ahmed, waarvan de b.v.b.a. Saint-Vincent, de n.v. Le Burenville en I. Ahmed, waarvan
de expedities ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 9 de expedities ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 9
oktober 1998, heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende oktober 1998, heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende
prejudiciële vraag gesteld : prejudiciële vraag gesteld :
« Is artikel 35, laatste lid, van de wet van 27 juni 1969, doordat « Is artikel 35, laatste lid, van de wet van 27 juni 1969, doordat
het, naast de strafrechtelijke sanctie sensu stricto, voorziet in de het, naast de strafrechtelijke sanctie sensu stricto, voorziet in de
veroordeling tot de betaling, ten bate van de Rijksdienst voor Sociale veroordeling tot de betaling, ten bate van de Rijksdienst voor Sociale
Zekerheid, van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten die Zekerheid, van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten die
niet werden gestort, de veroordeling ambtshalve van de werkgever tot niet werden gestort, de veroordeling ambtshalve van de werkgever tot
de betaling van een vergoeding gelijk aan het drievoud van de ontdoken de betaling van een vergoeding gelijk aan het drievoud van de ontdoken
bijdragen met een minimumbedrag van 51 000 frank, discriminerend ten bijdragen met een minimumbedrag van 51 000 frank, discriminerend ten
aanzien van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in verhouding tot aanzien van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in verhouding tot
de situatie van elke andere beklaagde die kan worden veroordeeld op de situatie van elke andere beklaagde die kan worden veroordeeld op
het strafrechtelijk vlak sensu stricto en tot de verplichting om de het strafrechtelijk vlak sensu stricto en tot de verplichting om de
schadelijke gevolgen van het strafbaar feit te herstellen, in zoverre schadelijke gevolgen van het strafbaar feit te herstellen, in zoverre
die bijkomende veroordeling, die als ` maatregel van burgerlijke aard die bijkomende veroordeling, die als ` maatregel van burgerlijke aard
' wordt gekwalificeerd hoewel zij niet een reëel nadeel herstelt en ' wordt gekwalificeerd hoewel zij niet een reëel nadeel herstelt en
terwijl zij bijdraagt tot het repressieve aspect van de bepaling, niet terwijl zij bijdraagt tot het repressieve aspect van de bepaling, niet
zou kunnen vallen onder de toepassing van artikel 65 van het zou kunnen vallen onder de toepassing van artikel 65 van het
Strafwetboek, in het geval waarin een strengere straf zou moeten Strafwetboek, in het geval waarin een strengere straf zou moeten
worden toegepast voor een andere overtreding, alsmede van de artikelen worden toegepast voor een andere overtreding, alsmede van de artikelen
1, 3, 6, 8 van de wet van 29 juni 1964 ? » 1, 3, 6, 8 van de wet van 29 juni 1964 ? »
Die zaken zijn ingeschreven respectievelijk onder de nummers 1429, Die zaken zijn ingeschreven respectievelijk onder de nummers 1429,
1430, 1431, 1432 en 1433 van de rol van het Hof. 1430, 1431, 1432 en 1433 van de rol van het Hof.
IV. In rechte IV. In rechte
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling
B.1. De twee prejudiciële vragen hebben betrekking op de B.1. De twee prejudiciële vragen hebben betrekking op de
bestaanbaarheid van artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni bestaanbaarheid van artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni
1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende
de maatschappelijke zekerheid der arbeiders met de artikelen 10 en 11 de maatschappelijke zekerheid der arbeiders met de artikelen 10 en 11
van de Grondwet. van de Grondwet.
B.2. Het vierde lid dat in artikel 35 van de wet van 27 juni 1969 is B.2. Het vierde lid dat in artikel 35 van de wet van 27 juni 1969 is
ingevoegd bij de programmawet van 6 juli 1989 bepaalt : ingevoegd bij de programmawet van 6 juli 1989 bepaalt :
« Bij niet-onderwerping van één of meer personen aan de toepassing van « Bij niet-onderwerping van één of meer personen aan de toepassing van
deze wet, veroordeelt de rechter ambtshalve de werkgever, en in deze wet, veroordeelt de rechter ambtshalve de werkgever, en in
voorkomend geval, de hoofdaannemer bedoeld bij artikel 30ter, wat voorkomend geval, de hoofdaannemer bedoeld bij artikel 30ter, wat
betreft de personen tewerkgesteld door de onderaannemer op de werf van betreft de personen tewerkgesteld door de onderaannemer op de werf van
de hoofdaannemer, tot betaling aan de Rijksdienst voor sociale de hoofdaannemer, tot betaling aan de Rijksdienst voor sociale
zekerheid van een vergoeding gelijk aan het drievoud van de ontdoken zekerheid van een vergoeding gelijk aan het drievoud van de ontdoken
bijdragen, zonder dat dit bedrag minder dan 51 000 fr. per bijdragen, zonder dat dit bedrag minder dan 51 000 fr. per
tewerkgestelde persoon en dit per maand of fraktie ervan, mag tewerkgestelde persoon en dit per maand of fraktie ervan, mag
bedragen. Dit bedrag wordt aangepast in functie van de evolutie van de bedragen. Dit bedrag wordt aangepast in functie van de evolutie van de
lonen en van het bedrag van de sociale zekerheidsbijdragen. » lonen en van het bedrag van de sociale zekerheidsbijdragen. »
Ten aanzien van de in de zaken met rolnummers 1429 tot 1433 gestelde Ten aanzien van de in de zaken met rolnummers 1429 tot 1433 gestelde
prejudiciële vragen prejudiciële vragen
B.3. De aangeklaagde discriminatie zou voortvloeien uit de B.3. De aangeklaagde discriminatie zou voortvloeien uit de
omstandigheid dat de strafrechter, die de in artikel 35, vierde lid, omstandigheid dat de strafrechter, die de in artikel 35, vierde lid,
van de wet van 27 juni 1969 bedoelde tekortkoming vaststelt, door die van de wet van 27 juni 1969 bedoelde tekortkoming vaststelt, door die
bepaling ertoe gehouden is ambtshalve een veroordeling uit te spreken bepaling ertoe gehouden is ambtshalve een veroordeling uit te spreken
tot de betaling van een « vergoeding » gelijk aan het drievoud van de tot de betaling van een « vergoeding » gelijk aan het drievoud van de
ontdoken bijdragen met een minimum van 51 000 frank per tewerkgestelde ontdoken bijdragen met een minimum van 51 000 frank per tewerkgestelde
persoon per maand of per fractie ervan, zonder dat hij artikel 65 van persoon per maand of per fractie ervan, zonder dat hij artikel 65 van
het Strafwetboek noch de artikelen 1, 3, 6 en 8 van de wet van 29 juni het Strafwetboek noch de artikelen 1, 3, 6 en 8 van de wet van 29 juni
1964 kan toepassen. 1964 kan toepassen.
B.4. Artikel 65, eerste lid, van het Strafwetboek voorziet in de regel B.4. Artikel 65, eerste lid, van het Strafwetboek voorziet in de regel
van de opslorping van de minst zware straf door de zwaarste straf in van de opslorping van de minst zware straf door de zwaarste straf in
geval van samenloop van misdrijven. De artikelen 1, 3, 6 en 8 van de geval van samenloop van misdrijven. De artikelen 1, 3, 6 en 8 van de
wet van 29 juni 1964 organiseren het uitstel van de uitvoering van de wet van 29 juni 1964 organiseren het uitstel van de uitvoering van de
straffen en de opschorting van de uitspraak van de veroordeling. straffen en de opschorting van de uitspraak van de veroordeling.
B.5. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 6 juli 1989 B.5. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 6 juli 1989
blijkt dat de wetgever, met de goedkeuring van een aantal maatregelen blijkt dat de wetgever, met de goedkeuring van een aantal maatregelen
waaronder de in het geding zijnde bepaling zich bevindt, de waaronder de in het geding zijnde bepaling zich bevindt, de
activiteiten van de koppelbazen op doeltreffende wijze wilde activiteiten van de koppelbazen op doeltreffende wijze wilde
bestrijden (Parl. St., Kamer, 1988-1989, nr. 833/1, p. 10). bestrijden (Parl. St., Kamer, 1988-1989, nr. 833/1, p. 10).
B.6. De wetgever mag bijzonder zware straffen opleggen in sectoren B.6. De wetgever mag bijzonder zware straffen opleggen in sectoren
waar de omvang en de frequentie van de fraude de belangen van de waar de omvang en de frequentie van de fraude de belangen van de
gemeenschap ernstig aantasten. gemeenschap ernstig aantasten.
Er dient echter te worden onderzocht of het ingevoerde systeem niet Er dient echter te worden onderzocht of het ingevoerde systeem niet
ertoe leidt dat, op discriminerende wijze, een categorie van ertoe leidt dat, op discriminerende wijze, een categorie van
beklaagden het recht op een daadwerkelijke jurisdictionele toetsing beklaagden het recht op een daadwerkelijke jurisdictionele toetsing
ten aanzien van de aan hen opgelegde straffen wordt ontzegd. ten aanzien van de aan hen opgelegde straffen wordt ontzegd.
B.7. Wanneer de strafrechter vaststelt dat een of meer personen niet B.7. Wanneer de strafrechter vaststelt dat een of meer personen niet
aan de toepassing van de wet van 27 juni 1969 worden onderworpen, aan de toepassing van de wet van 27 juni 1969 worden onderworpen,
spreekt hij, met toepassing van het eerste lid van artikel 35, een spreekt hij, met toepassing van het eerste lid van artikel 35, een
gevangenisstraf uit van acht dagen tot drie maanden en/of een boete gevangenisstraf uit van acht dagen tot drie maanden en/of een boete
van 26 tot 500 frank per werknemer. Hij kan, op grond van de aan de van 26 tot 500 frank per werknemer. Hij kan, op grond van de aan de
zaak eigen omstandigheden, de uitspraak van de veroordeling opschorten zaak eigen omstandigheden, de uitspraak van de veroordeling opschorten
of de tenuitvoerlegging van de straf met een uitstel gepaard laten of de tenuitvoerlegging van de straf met een uitstel gepaard laten
gaan. In het geval waarin de feiten een of verscheidene andere gaan. In het geval waarin de feiten een of verscheidene andere
misdrijven uitmaken, past de rechter artikel 65 van het Strafwetboek misdrijven uitmaken, past de rechter artikel 65 van het Strafwetboek
toe. toe.
Krachtens het tweede lid van artikel 35 van de wet van 27 juni 1969 Krachtens het tweede lid van artikel 35 van de wet van 27 juni 1969
veroordeelt de rechter die de straf uitspreekt de werkgever ambtshalve veroordeelt de rechter die de straf uitspreekt de werkgever ambtshalve
tot de betaling aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van het tot de betaling aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van het
bedrag van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten die niet bedrag van de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten die niet
zijn gestort. zijn gestort.
Ten slotte veroordeelt de rechter, op grond van het vierde lid van dat Ten slotte veroordeelt de rechter, op grond van het vierde lid van dat
artikel, de werkgever nog ambtshalve tot de betaling aan de artikel, de werkgever nog ambtshalve tot de betaling aan de
Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van een vergoeding die gelijk is Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van een vergoeding die gelijk is
aan het drievoud van de ontdoken bijdragen. In de interpretatie van de aan het drievoud van de ontdoken bijdragen. In de interpretatie van de
verwijzende rechter moet die veroordeling worden uitgesproken zelfs in verwijzende rechter moet die veroordeling worden uitgesproken zelfs in
geval van een gevangenisstraf of een boete, kan de tenuitvoerlegging geval van een gevangenisstraf of een boete, kan de tenuitvoerlegging
van de straf niet worden uitgesteld en kan artikel 65 van het van de straf niet worden uitgesteld en kan artikel 65 van het
Strafwetboek niet worden toegepast. Strafwetboek niet worden toegepast.
B.8. In die interpretatie van het in het geding zijnde vierde lid B.8. In die interpretatie van het in het geding zijnde vierde lid
wordt de werkgever, in tegenstelling tot andere voor de strafrechter wordt de werkgever, in tegenstelling tot andere voor de strafrechter
vervolgde beklaagden, het recht ontzegd op het voordeel van artikel 65 vervolgde beklaagden, het recht ontzegd op het voordeel van artikel 65
van het Strafwetboek en van de artikelen 1, 3, 6 en 8 van de wet van van het Strafwetboek en van de artikelen 1, 3, 6 en 8 van de wet van
29 juni 1964 voor een niet onbelangrijk deel van de hem opgelegde 29 juni 1964 voor een niet onbelangrijk deel van de hem opgelegde
straf, terwijl de benadeelde partij - de Rijksdienst voor Sociale straf, terwijl de benadeelde partij - de Rijksdienst voor Sociale
Zekerheid - overigens schadeloos is gesteld. Zekerheid - overigens schadeloos is gesteld.
B.9.1. De door de verwijzende rechter bekritiseerde interpretatie die B.9.1. De door de verwijzende rechter bekritiseerde interpretatie die
erin bestaat de maatregel van artikel 35, vierde lid, als een « erin bestaat de maatregel van artikel 35, vierde lid, als een «
burgerlijke sanctie » te beschouwen, sluit bovendien de toepassing uit burgerlijke sanctie » te beschouwen, sluit bovendien de toepassing uit
van artikel 38 van dezelfde wet, dat bepaalt dat « alle bepalingen van van artikel 38 van dezelfde wet, dat bepaalt dat « alle bepalingen van
boek I van het Strafwetboek, uitgezonderd hoofdstuk V, maar met boek I van het Strafwetboek, uitgezonderd hoofdstuk V, maar met
inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, [ . ] toepasselijk inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, [ . ] toepasselijk
[zijn] op de misdrijven in deze wet omschreven ». [zijn] op de misdrijven in deze wet omschreven ».
B.9.2. Het Hof stelt echter vast dat de in het vierde lid van artikel B.9.2. Het Hof stelt echter vast dat de in het vierde lid van artikel
35 bedoelde sanctie een overwegend repressief karakter heeft; zij 35 bedoelde sanctie een overwegend repressief karakter heeft; zij
heeft tot doel de inbreuken begaan door alle werkgevers, zonder enig heeft tot doel de inbreuken begaan door alle werkgevers, zonder enig
onderscheid, die de regels van onderwerping aan de sociale zekerheid onderscheid, die de regels van onderwerping aan de sociale zekerheid
niet naleven, te voorkomen en te bestraffen; de werkgever, die vooraf niet naleven, te voorkomen en te bestraffen; de werkgever, die vooraf
de sanctie kent die hij riskeert op te lopen, zal ertoe worden de sanctie kent die hij riskeert op te lopen, zal ertoe worden
aangezet zijn verplichtingen na te komen; de maatregel is aangezet zijn verplichtingen na te komen; de maatregel is
ondergebracht in afdeling 4, die aan de « strafbepalingen » is gewijd; ondergebracht in afdeling 4, die aan de « strafbepalingen » is gewijd;
die sanctie wordt toegevoegd aan een straf die door een strafrechter die sanctie wordt toegevoegd aan een straf die door een strafrechter
is uitgesproken; zij vergoedt niet de schade die de betrokkene heeft is uitgesproken; zij vergoedt niet de schade die de betrokkene heeft
berokkend aan de benadeelde partij, die met de toepassing van artikel berokkend aan de benadeelde partij, die met de toepassing van artikel
35, tweede lid, reeds is vergoed. 35, tweede lid, reeds is vergoed.
B.9.3. Teneinde de doelstelling na te streven zoals ze is omschreven B.9.3. Teneinde de doelstelling na te streven zoals ze is omschreven
in B.5, heeft de wetgever die tekortkoming willen bestraffen met twee in B.5, heeft de wetgever die tekortkoming willen bestraffen met twee
afzonderlijke straffen die cumulatief van toepassing zijn : die welke afzonderlijke straffen die cumulatief van toepassing zijn : die welke
is vastgesteld in het eerste lid van artikel 35, en die welke is is vastgesteld in het eerste lid van artikel 35, en die welke is
vastgesteld in het vierde lid van dezelfde bepaling. Het Hof stelt vastgesteld in het vierde lid van dezelfde bepaling. Het Hof stelt
vast dat het de bedoeling van de wetgever was om de straf van het vast dat het de bedoeling van de wetgever was om de straf van het
vierde lid te onttrekken aan de toepassing van artikel 65 van het vierde lid te onttrekken aan de toepassing van artikel 65 van het
Strafwetboek. Rekening houdend met de aldus nagestreefde doelstelling Strafwetboek. Rekening houdend met de aldus nagestreefde doelstelling
kan worden aangenomen dat de wetgever afwijkt van artikel 65 van het kan worden aangenomen dat de wetgever afwijkt van artikel 65 van het
Strafwetboek zonder daarom de artikelen 10 en 11 van de Grondwet te Strafwetboek zonder daarom de artikelen 10 en 11 van de Grondwet te
schenden. In zoverre artikel 35, vierde lid, ten aanzien van de schenden. In zoverre artikel 35, vierde lid, ten aanzien van de
sanctie waarin het voorziet, de toepassing uitsluit van artikel 65 van sanctie waarin het voorziet, de toepassing uitsluit van artikel 65 van
het Strafwetboek, schendt het de artikelen 10 en 11 van de Grondwet het Strafwetboek, schendt het de artikelen 10 en 11 van de Grondwet
niet. niet.
B.9.4. Artikel 35, vierde lid, staat daarentegen niet in verhouding B.9.4. Artikel 35, vierde lid, staat daarentegen niet in verhouding
tot het nagestreefde doel voor zover het de toepassing weert van de tot het nagestreefde doel voor zover het de toepassing weert van de
wet van 29 juni 1964. De sanctie kan in bepaalde gevallen enorm zwaar wet van 29 juni 1964. De sanctie kan in bepaalde gevallen enorm zwaar
blijken zonder dat de rechter, die ze ambtshalve moet uitspreken, de blijken zonder dat de rechter, die ze ambtshalve moet uitspreken, de
mogelijkheid heeft om ze op te schorten of uit te stellen. Niets mogelijkheid heeft om ze op te schorten of uit te stellen. Niets
verantwoordt dat de categorie van personen waarop zij van toepassing verantwoordt dat de categorie van personen waarop zij van toepassing
is, verschillend wordt behandeld ten aanzien van de andere beklaagden is, verschillend wordt behandeld ten aanzien van de andere beklaagden
die voor de strafrechter verschijnen. die voor de strafrechter verschijnen.
Dat verschil in behandeling is des te minder verantwoord aangezien in Dat verschil in behandeling is des te minder verantwoord aangezien in
het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het
bijhouden van sociale documenten, de wetgever, bij de wet van 26 juni bijhouden van sociale documenten, de wetgever, bij de wet van 26 juni
1992, de voor de rechter geldende verplichting om ambtshalve te 1992, de voor de rechter geldende verplichting om ambtshalve te
veroordelen heeft opgeheven en, bij de wet van 23 maart 1994, de veroordelen heeft opgeheven en, bij de wet van 23 maart 1994, de
vergoeding door een strafrechtelijke geldboete heeft vervangen. vergoeding door een strafrechtelijke geldboete heeft vervangen.
B.10. De in het geding zijnde bepaling schendt de artikelen 10 en 11 B.10. De in het geding zijnde bepaling schendt de artikelen 10 en 11
van de Grondwet voor zover zij ertoe leidt de werkgever het voordeel van de Grondwet voor zover zij ertoe leidt de werkgever het voordeel
van de wet van 29 juni 1964 te ontnemen. van de wet van 29 juni 1964 te ontnemen.
Ten aanzien van de in de zaak met rolnummer 1365 gestelde prejudiciële Ten aanzien van de in de zaak met rolnummer 1365 gestelde prejudiciële
vraag vraag
B.11. Rekening houdend met het antwoord op de prejudiciële vragen die B.11. Rekening houdend met het antwoord op de prejudiciële vragen die
in de zaken met rolnummers 1429, 1430, 1431, 1432 en 1433 zijn in de zaken met rolnummers 1429, 1430, 1431, 1432 en 1433 zijn
gesteld, dient die vraag niet te worden beantwoord. gesteld, dient die vraag niet te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
- Artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening - Artikel 35, vierde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening
van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke
zekerheid der arbeiders, in zoverre het, ten aanzien van de maatregel zekerheid der arbeiders, in zoverre het, ten aanzien van de maatregel
waarin het voorziet, de toepassing uitsluit van artikel 65 van het waarin het voorziet, de toepassing uitsluit van artikel 65 van het
Strafwetboek, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. Strafwetboek, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
- Dezelfde bepaling, in zoverre zij ten aanzien van dezelfde maatregel - Dezelfde bepaling, in zoverre zij ten aanzien van dezelfde maatregel
de toepassing van de artikelen 1, 3, 6 en 8 van de wet van 29 juni de toepassing van de artikelen 1, 3, 6 en 8 van de wet van 29 juni
1964 uitsluit, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. 1964 uitsluit, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 15 september 1999. Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 15 september 1999.
De griffier, De griffier,
L. Potoms. L. Potoms.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Melchior. M. Melchior.
^