← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van
10 maart 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 11 april 2023, heeft het
Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag ge « Schendt artikel 198, § 1,
eerste streepje, Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 10 maart 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 11 april 2023, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag ge « Schendt artikel 198, § 1, eerste streepje, Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing(...) | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij arrest van 10 maart 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 11 april 2023, heeft het Hof van Cassatie de volgende prejudiciële vraag ge « Schendt artikel 198, § 1, eerste streepje, Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 |
januari 1989 | januari 1989 |
Bij arrest van 10 maart 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het | Bij arrest van 10 maart 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het |
Hof is ingekomen op 11 april 2023, heeft het Hof van Cassatie de | Hof is ingekomen op 11 april 2023, heeft het Hof van Cassatie de |
volgende prejudiciële vraag gesteld : | volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 198, § 1, eerste streepje, Wetboek van | « Schendt artikel 198, § 1, eerste streepje, Wetboek van |
Vennootschappen, zoals van toepassing voor de opheffing van dit | Vennootschappen, zoals van toepassing voor de opheffing van dit |
wetboek bij Wet van 23 maart 2019, de artikelen 10 en 11 Grondwet, in | wetboek bij Wet van 23 maart 2019, de artikelen 10 en 11 Grondwet, in |
samenhang gelezen met het recht op toegang tot de rechter, gewaarborgd | samenhang gelezen met het recht op toegang tot de rechter, gewaarborgd |
door artikel 6.1 EVRM, in zoverre de vordering tegen vennoten verjaart | door artikel 6.1 EVRM, in zoverre de vordering tegen vennoten verjaart |
na vijf jaar vanaf de bekendmaking van de uittreding van de vennoot of | na vijf jaar vanaf de bekendmaking van de uittreding van de vennoot of |
van de ontbinding van de vennootschap, of vanaf het verstrijken van de | van de ontbinding van de vennootschap, of vanaf het verstrijken van de |
overeengekomen duur, ongeacht het tijdstip waarop de eiser kennis | overeengekomen duur, ongeacht het tijdstip waarop de eiser kennis |
krijgt van de feiten die ten grondslag liggen aan zijn vordering en | krijgt van de feiten die ten grondslag liggen aan zijn vordering en |
die noodzakelijk zijn om zijn vordering effectief te kunnen instellen, | die noodzakelijk zijn om zijn vordering effectief te kunnen instellen, |
terwijl de loop van de verjaring van de vordering op grond van artikel | terwijl de loop van de verjaring van de vordering op grond van artikel |
198, § 1, vierde streepje, Wetboek van Vennootschappen, zoals van | 198, § 1, vierde streepje, Wetboek van Vennootschappen, zoals van |
toepassing voor de opheffing van dit wetboek bij Wet van 23 maart 2019 | toepassing voor de opheffing van dit wetboek bij Wet van 23 maart 2019 |
en artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek, kennis | en artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek, kennis |
vereist in hoofde van de eiser van de relevante feiten die ten | vereist in hoofde van de eiser van de relevante feiten die ten |
grondslag liggen aan zijn vordering ? ». | grondslag liggen aan zijn vordering ? ». |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 7972 van de rol van het Hof. | Die zaak is ingeschreven onder nummer 7972 van de rol van het Hof. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |