← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a.
Bij arrest van 5 mei 2004 in zake het openbaar ministerie en de n.v. KBC-Verzekeringen tegen E. De Nijs
en anderen, waarvan de expeditie ter g « Schendt artikel 33
van de programmawet van 5 augustus 2003, waar het artikel 5, 2) van de wet van(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a. Bij arrest van 5 mei 2004 in zake het openbaar ministerie en de n.v. KBC-Verzekeringen tegen E. De Nijs en anderen, waarvan de expeditie ter g « Schendt artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003, waar het artikel 5, 2) van de wet van(...) | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof a. Bij arrest van 5 mei 2004 in zake het openbaar ministerie en de n.v. KBC-Verzekeringen tegen E. De Nijs en anderen, waarvan de expeditie ter g « Schendt artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003, waar het artikel 5, 2) van de wet van(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 |
januari 1989 op het Arbitragehof | januari 1989 op het Arbitragehof |
a. Bij arrest van 5 mei 2004 in zake het openbaar ministerie en de | a. Bij arrest van 5 mei 2004 in zake het openbaar ministerie en de |
n.v. KBC-Verzekeringen tegen E. De Nijs en anderen, waarvan de | n.v. KBC-Verzekeringen tegen E. De Nijs en anderen, waarvan de |
expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 10 mei | expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 10 mei |
2004, heeft het Hof van Beroep te Antwerpen de volgende prejudiciële | 2004, heeft het Hof van Beroep te Antwerpen de volgende prejudiciële |
vraag gesteld : | vraag gesteld : |
« Schendt artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003, waar het | « Schendt artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003, waar het |
artikel 5, 2) van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van | artikel 5, 2) van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van |
verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen | verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen |
voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen, aanvult met | voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen, aanvult met |
de woorden ' en is van toepassing op de misdrijven begaan na deze | de woorden ' en is van toepassing op de misdrijven begaan na deze |
datum ' de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de mate dat het leidt | datum ' de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de mate dat het leidt |
tot het gelijktijdig bestaan van twee verschillende | tot het gelijktijdig bestaan van twee verschillende |
verjaringstermijnen van de strafvordering voor dezelfde misdrijven | verjaringstermijnen van de strafvordering voor dezelfde misdrijven |
terwijl ze bij het plegen ervan de maatschappelijke orde op dezelfde | terwijl ze bij het plegen ervan de maatschappelijke orde op dezelfde |
wijze verstoren en in de mate dat het leidt tot een langere | wijze verstoren en in de mate dat het leidt tot een langere |
verjaringstermijn van de strafvordering voor misdrijven begaan tot en | verjaringstermijn van de strafvordering voor misdrijven begaan tot en |
met 1 september 2003 tegenover misdrijven begaan vanaf 2 september | met 1 september 2003 tegenover misdrijven begaan vanaf 2 september |
2003, terwijl de bestaansreden van de verjaring van de strafvordering | 2003, terwijl de bestaansreden van de verjaring van de strafvordering |
juist hierin ligt dat met het voortschrijden van de jaren, de | juist hierin ligt dat met het voortschrijden van de jaren, de |
bewijsvoering van de misdrijven steeds moeilijker wordt en de | bewijsvoering van de misdrijven steeds moeilijker wordt en de |
maatschappelijke orde er steeds minder baat bij heeft ? » | maatschappelijke orde er steeds minder baat bij heeft ? » |
b. Bij vonnis van 6 mei 2004 in zake het openbaar ministerie en | b. Bij vonnis van 6 mei 2004 in zake het openbaar ministerie en |
anderen tegen E. De Beir, waarvan de expeditie ter griffie van het | anderen tegen E. De Beir, waarvan de expeditie ter griffie van het |
Arbitragehof is ingekomen op 14 mei 2004, heeft de Correctionele | Arbitragehof is ingekomen op 14 mei 2004, heeft de Correctionele |
Rechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Rechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Is artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003 waarbij de wet | « Is artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003 waarbij de wet |
van 16 juli 2002 wordt gewijzigd, strijdig met de artikelen 10 en 11 | van 16 juli 2002 wordt gewijzigd, strijdig met de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet doordat, ingevolge dat artikel, voor de verjaring van | van de Grondwet doordat, ingevolge dat artikel, voor de verjaring van |
de strafvordering twee verschillende stelsels naast elkaar bestaan | de strafvordering twee verschillende stelsels naast elkaar bestaan |
naargelang de - mogelijkerwijs soortgelijke - feiten die bij de | naargelang de - mogelijkerwijs soortgelijke - feiten die bij de |
strafgerechten aanhangig zijn gemaakt, vóór of na 1 september 2003 | strafgerechten aanhangig zijn gemaakt, vóór of na 1 september 2003 |
zijn gepleegd ? » | zijn gepleegd ? » |
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 2994 en 2998 van de rol van | Die zaken, ingeschreven onder de nummers 2994 en 2998 van de rol van |
het Hof, werden samengevoegd met de zaken met de rolnummers 2940, 2954 | het Hof, werden samengevoegd met de zaken met de rolnummers 2940, 2954 |
en 2989. | en 2989. |
De griffier, | De griffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |