Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest Van Het Grondwettelijk Hof van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest nr. 103.593 van 15 februari 2002 inzake H. Aspeslagh tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is « Schenden artikel 8, § 2, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officie(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest nr. 103.593 van 15 februari 2002 inzake H. Aspeslagh tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is « Schenden artikel 8, § 2, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officie(...) Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest nr. 103.593 van 15 februari 2002 inzake H. Aspeslagh tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is « Schenden artikel 8, § 2, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officie(...)
ARBITRAGEHOF ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6
januari 1989 op het Arbitragehof januari 1989 op het Arbitragehof
Bij arrest nr. 103.593 van 15 februari 2002 inzake H. Aspeslagh tegen Bij arrest nr. 103.593 van 15 februari 2002 inzake H. Aspeslagh tegen
de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het
Arbitragehof is ingekomen op 28 februari 2002, heeft de Raad van State Arbitragehof is ingekomen op 28 februari 2002, heeft de Raad van State
de volgende prejudiciële vraag gesteld : de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schenden artikel 8, § 2, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de « Schenden artikel 8, § 2, van de wet van 13 juli 1976 betreffende de
getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de
krijgsmacht - geïnterpreteerd, enerzijds, in die zin dat het eveneens krijgsmacht - geïnterpreteerd, enerzijds, in die zin dat het eveneens
het statuut van de kandidaat-beroepsofficieren regelt die, doordat ze het statuut van de kandidaat-beroepsofficieren regelt die, doordat ze
uit het actief kader komen, reeds benoemd zijn in de graad van uit het actief kader komen, reeds benoemd zijn in de graad van
onderluitenant van het actief kader, zoals het tijdelijk kader, en onderluitenant van het actief kader, zoals het tijdelijk kader, en
geïnterpreteerd, anderzijds, in die zin dat het eveneens artikel 18 geïnterpreteerd, anderzijds, in die zin dat het eveneens artikel 18
van de wet van 18 maart 1838 houdende organisatie van de Koninklijke van de wet van 18 maart 1838 houdende organisatie van de Koninklijke
Militaire School impliciet heeft opgeheven en artikel 39, § 1, eerste Militaire School impliciet heeft opgeheven en artikel 39, § 1, eerste
lid, van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der lid, van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der
beroepsofficieren van de land-, de lucht-, de zeemacht en de medische beroepsofficieren van de land-, de lucht-, de zeemacht en de medische
dienst, geïnterpreteerd in die zin dat het verhindert dat de dienst, geïnterpreteerd in die zin dat het verhindert dat de
anciënniteit die voordien in de graden van officier van het actief anciënniteit die voordien in de graden van officier van het actief
kader, zoals het tijdelijk kader, werd verworven voor de bevordering kader, zoals het tijdelijk kader, werd verworven voor de bevordering
in de graad van lager officier in aanmerking wordt genomen, de in de graad van lager officier in aanmerking wordt genomen, de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, artikelen 10 en 11 van de Grondwet,
- doordat zij in die interpretatie de officieren die uit het actief - doordat zij in die interpretatie de officieren die uit het actief
kader komen - in dit geval het tijdelijk kader - en die de opleiding kader komen - in dit geval het tijdelijk kader - en die de opleiding
voor beroepsofficier aan de Koninklijke Militaire School volgen, voor beroepsofficier aan de Koninklijke Militaire School volgen,
enerzijds, het voordeel ontzeggen van het behoud van het statuut van enerzijds, het voordeel ontzeggen van het behoud van het statuut van
officier van het actief kader en, anderzijds, verhinderen dat de officier van het actief kader en, anderzijds, verhinderen dat de
anciënniteit die in het tijdelijk kader werd verworven in aanmerking anciënniteit die in het tijdelijk kader werd verworven in aanmerking
wordt genomen voor de bevordering bedoeld in artikel 39, § 1, eerste wordt genomen voor de bevordering bedoeld in artikel 39, § 1, eerste
lid, van de wet van 1 maart 1958, lid, van de wet van 1 maart 1958,
- terwijl het krachtens artikel 18 van de wet van 18 maart 1838 - terwijl het krachtens artikel 18 van de wet van 18 maart 1838
houdende organisatie van de Koninklijke Militaire School - dat per houdende organisatie van de Koninklijke Militaire School - dat per
hypothese impliciet is opgeheven - niet mogelijk is over te gaan tot hypothese impliciet is opgeheven - niet mogelijk is over te gaan tot
intrekking van de graad die de officieren uit het actief kader intrekking van de graad die de officieren uit het actief kader
bekleden tijdens hun detachering aan de Koninklijke Militaire School, bekleden tijdens hun detachering aan de Koninklijke Militaire School,
en terwijl het eveneens niet leidt tot het verlies van het voordeel en terwijl het eveneens niet leidt tot het verlies van het voordeel
van hun anciënniteit in de graad van officier van het actief kader, van hun anciënniteit in de graad van officier van het actief kader,
- en terwijl overigens, enerzijds, artikel 25, § 1, van de wet van 13 - en terwijl overigens, enerzijds, artikel 25, § 1, van de wet van 13
juli 1976 bepaalt dat andere tijdelijke officieren in het beroepskader juli 1976 bepaalt dat andere tijdelijke officieren in het beroepskader
worden opgenomen met behoud van hun graad en hun anciënniteit in die worden opgenomen met behoud van hun graad en hun anciënniteit in die
graad, en dat na het slagen voor andere statutaire overgangsexamens op graad, en dat na het slagen voor andere statutaire overgangsexamens op
grond waarvan eveneens toegang kan worden verleend tot het kader van grond waarvan eveneens toegang kan worden verleend tot het kader van
de beroepsofficieren via een andere opleiding dan die welke door de de beroepsofficieren via een andere opleiding dan die welke door de
Koninklijke Militaire School wordt gegeven en, anderzijds, artikel 25, Koninklijke Militaire School wordt gegeven en, anderzijds, artikel 25,
§ 2, van de wet van 13 juli 1976 - dat bevestigt dat de anciënniteit § 2, van de wet van 13 juli 1976 - dat bevestigt dat de anciënniteit
die voordien in het tijdelijk kader werd verworven, behouden blijft die voordien in het tijdelijk kader werd verworven, behouden blijft
maar dat één extra jaar anciënniteit vereist voor de bevordering in de maar dat één extra jaar anciënniteit vereist voor de bevordering in de
onmiddellijk hogere graad - zelfs uitdrukkelijk is opgeheven bij onmiddellijk hogere graad - zelfs uitdrukkelijk is opgeheven bij
artikel 59, 5°, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van artikel 59, 5°, van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van
de kandidaat-militairen van het actief kader, in het voordeel van de de kandidaat-militairen van het actief kader, in het voordeel van de
genoemde beroepsofficieren ? » genoemde beroepsofficieren ? »
Die zaak is ingeschreven onder nummer 2377 van de rol van het Hof. Die zaak is ingeschreven onder nummer 2377 van de rol van het Hof.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
^