Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 30 maart 2009
gepubliceerd op 07 april 2009

Ministerieel besluit tot aanwijzing, in de Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid, van de bevoegde hiërarchisch meerderen die gemachtigd zijn om een voorlopig voorstel van tuchtstraf of een voorstel van schorsing in het belang van de dienst uit te brengen

bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
numac
2009021041
pub.
07/04/2009
prom.
30/03/2009
ELI
eli/besluit/2009/03/30/2009021041/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 MAART 2009. - Ministerieel besluit tot aanwijzing, in de Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid, van de bevoegde hiërarchisch meerderen die gemachtigd zijn om een voorlopig voorstel van tuchtstraf of een voorstel van schorsing in het belang van de dienst uit te brengen


De Minister van Wetenschapsbeleid, Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, inzonderheid op artikelen 78, § 5, vervangen bij het koninklijk besluit van 31 maart 1995, en 103, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 november 1967;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 juni 1964 betreffende de schorsing van Rijksambtenaren in het belang van de dienst, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 september 1994, 5 september 2002 en 4 augustus 2004;

Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 1998 tot vaststelling van sommige bijzondere bepalingen om, binnen de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, de uitvoering te waarborgen van het statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 1998;

Gelet op het advies van het Directiecomité van de Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid, gegeven op 4 maart 2009, Besluit :

Artikel 1.§ 1. Het voorlopig voorstel van tuchtstraf of het voorstel van schorsing in het belang van de dienst tegen de titularissen van de functies vermeld in kolom 1 van hiernavolgende tabel, wordt geformuleerd door een ambtenaar tenminste titularis van de functie vermeld in kolom 2 :

Colonne 1

Colonne 2

Kolom 1

Kolom 2

Titulaire d'une fonction de directeur général

Président du Comité de direction du Service public fédéral de Programmation Politique scientifique

Titularis van een functie van algemeen directeur

Voorzitter van het Directiecomité van de Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid

Agent titulaire de la classe A4

Titulaire d'une fonction de directeur général

Ambtenaar titularis van klasse A4

Titularis van een functie van algemeen directeur

Agent titulaire de la classe A3

Agent titulaire de la classe A4

Ambtenaar titularis van klasse A3

Ambtenaar titularis van klasse A4

Agent titulaire de la classe A2

Agent titulaire de la classe A3

Ambtenaar titularis van klasse A2

Ambtenaar titularis van klasse A3

Agent titulaire de la classe A1

Agent titulaire de la classe A2

Ambtenaar titularis van klasse A1

Ambtenaar titularis van klasse A2

Agent du niveau B

Agent titulaire de la classe A1

Ambtenaar van niveau B

Ambtenaar titularis van klasse A1

Agents des niveaux C et D

Agent du niveau B ou agent titulaire de la classe A1

Ambtenaren van niveaus C en D

Ambtenaar van niveau B of ambtenaar titularis van klasse A1


§ 2. Als de ambtenaar aangewezen om een voortstel te formuleren niet tot dezelfde taalrol als de betrokkene behoort, dient hij hetzij de kennis van de tweede taal bewezen te hebben conform artikel 43, § 3, derde lid, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, hetzij te worden bijgestaan door een ambtenaar van de Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid die deze kennis heeft bewezen.

Een stagiair of een contractueel personeelslid is niet bevoegd om de rol van hiërarchisch meerdere in de zin van dit besluit op zich te nemen. § 3. Bij afwezigheid van een titularis van de functie van voorzitter van het directiecomité van de Programmatorische federale overheidsdienst Wetenschapsbeleid, wijst de minister die bevoegd is voor het wetenschapsbeleid een titularis aan van een managementfunctie N binnen een andere federale overheidsdienst of een andere programmatorische federale overheidsdienst.

Art. 2.Het ministerieel besluit van 26 juni 1998 tot vaststelling van sommige bijzondere bepalingen om, binnen de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, de uitvoering te waarborgen van het statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 1998, wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4.De Voorzitter van de Directiecomité van de Programmatorische federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 30 maart 2009.

Mevr. S. LARUELLE

^