Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 30 december 2002
gepubliceerd op 30 april 2003

Ministerieel besluit betreffende de regeling van producten onderworpen aan de verpakkingsheffing

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2002003564
pub.
30/04/2003
prom.
30/12/2002
ELI
eli/besluit/2002/12/30/2002003564/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

30 DECEMBER 2002. - Ministerieel besluit betreffende de regeling van producten onderworpen aan de verpakkingsheffing


De Minister van Financiën, Gelet op de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, gewijzigd bij de wet van 30 december 2002 houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen, inzonderheid artikel 369, 11° en 369bis ;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 december 2002 tot vaststelling van de regels voor de toepassing van de vrijstelling van de verpakkingsheffing, voorzien in artikel 371, § 2 en § 3, 3°, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur;

Gelet op het advies nr. L. 34.573/2 van de Raad van State, gegeven op 20 december 2002, in toepassing van artikel 84, 1e alinea, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 5 december 2002;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat de economische actoren moeten beschikken over een zekere termijn om de toepassing van het huidig besluit te kunnen organiseren; dat dit uitvoeringsbesluit bijgevolg samen met de wet, moet gepubliceerd worden zodat die economische actoren beschikken over de wettelijke termijn van tien dagen tussen de datum van publicatie en de datum van inwerkingtreding van de wet; dat, door de publicatie van dit besluit samen met de wet, het in die omstandigheden niet mogelijk is het besluit opnieuw voor advies voor te leggen aan de Raad van State;

Overwegende dat dit besluit het uitvoeren van de nieuwe bepalingen inzake verpakkingsheffing, opgenomen in de wet van 30 december 2002 houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen als voorwerp heeft; dat dit besluit verplicht gelijktijdig met de wet in werking moet treden; dat onder deze voorwaarden dit besluit onverwijld moet genomen worden, Besluit : TITEL I. - Algemeenheden

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : - Administratie : de Administratie der douane en accijnzen; - ambtenaar : iedere ambtenaar van de Administratie der douane en accijnzen; - directeur-generaal : de directeur-generaal der douane en accijnzen; - wet : de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur.

Art. 2.Voor de toepassing van de verpakkingsheffing wordt verstaan onder : 1° verpakkingen : de verpakkingen zoals bepaald in artikel 369, 3°, van de wet;2° dranken : de categorieën producten bepaald in artikel 370 van de wet;3° drankverpakkingen : elke verpakking zoals bepaald in 1°, die dranken bevat zoals bepaald in 2°;4° producten onderworpen aan de verpakkingsheffing : de niet-herbruikbare drankverpakkingen. TITEL II HOOFDSTUK I. - Registratie van de belastingplichtige

Art. 3.Moeten zich laten registreren bij de Administratie : 1° de belastingplichtige van de verpakkingsheffing, dit wil zeggen ieder natuurlijke of rechtspersoon die aan de verpakkingsheffing onderworpen producten levert aan de kleinhandelaars, wanneer deze verpakkingen vrijgesteld zijn van de verpakkingsheffing krachtens artikel 371, § 2, of § 3, 3°, van de wet of die geleverd zijn met vrijstelling van deze verpakkingsheffing bij toepassing van artikel 32 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop;2° ieder natuurlijk of rechtspersoon die zich dichter bij de oorsprong van de handelsketting bevindt (bv.de fabrikant, de invoerder, de persoon die binnenbrengt) en die in de plaats treedt van de belastingplichtige bedoeld in 1°, voor de verplichtingen die hem zijn opgelegd, en die aldus de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgt.

Art. 4.De aanvraag tot registratie moet worden ingediend bij de directeur-generaal.

Art. 5.De aanvraag tot registratie moet de volgende elementen bevatten : 1° de naam en voornamen of handelsnaam en adres van de belastingplichtige;2° zijn BTW-nummer;3° het adres van zijn exploitatiezetel(s);4° zijn beroep of het maatschappelijk doel van zijn maatschappij met bondige beschrijving van de beoogde bewegingen;5° de plaats waar de boekhouding wordt gehouden met specificatie, indien nodig, van de plaats waar de voorraadboekhouding wordt gehouden en deze waar de algemene (of analytische) boekhouding wordt gehouden;6° de datum van afsluiting van de boekhouding;7° de aard van de te produceren, te fabriceren, te leveren of te ontvangen van de verpakkingsheffing vrij te stellen producten.8° voor de producten die overeenkomstig artikel 371, § 2, van de wet niet onderworpen zijn aan de verpakkingsheffing of die overeenkomstig artikel 371, § 3, 3°, vrijgesteld zijn van deze heffing : de bewijzen die aantonen dat de in §§ 2 en 3, 3°, van hetzelfde artikel gestelde eisen nageleefd zijn. De aanvraag moet gedateerd zijn en eigenhandig ondertekend door de natuurlijke persoon die drankverpakkingen verpakt in individuele verpakkingen in het verbruik brengt die vrijgesteld zijn van de verpakkingsheffing. Wanneer de ondertekenaar een rechtspersoon is, moet degene die ondertekent zijn handtekening laten volgen door de vermelding van zijn functie, zijn naam en voornamen.

Art. 6.De belastingplichtige, bedoeld in artikel 5, voegt bij zijn aanvraag tot registratie eveneens een aangifte met vermelding van de plaatsen waar hij de van de verpakkingsheffing vrij te stellen producten voorhanden heeft.

Art. 7.Bij wijziging van de gegevens bepaald in artikel 5, 1° tot 8° of van de opslagplaats van de van de verpakkingsheffing vrij te stellen producten, moet de natuurlijke of rechtspersoon bedoeld in artikel 5 de Administratie hiervan op de hoogte brengen.

Art. 8.De natuurlijke of rechtspersoon die zich in de plaats stelt van de in artikel 5, vermelde persoon voor de verplichtingen die aan hem zijn opgelegd en die geen van de verpakkingsheffing vrij te stellen producten bezit binnen het nationaal territorium is niet onderworpen aan de verplichtingen bedoeld in de artikelen 6 en 7.

Art. 9.De buitenlandse fabrikant, de invoerder, degene die binnenbrengt of eventueel zijn fiscaal vertegenwoordiger kunnen vallen onder de toepassing van artikel 8.

Art. 10.De directeur-generaal levert aan de in artikel 5, bedoelde persoon of aan de natuurlijke of rechtspersoon die zich in de plaats stelt, een registratienummer af. HOOFDSTUK II. - Inverbruikstelling met betaling van de verpakkingsheffing

Art. 11.De verpakkingsheffing is verschuldigd naar aanleiding van de inverbruikstelling zoals bedoeld in artikel 369, 11°, van de wet.

Art. 12.In afwijking van artikel 11 is de verpakkingsheffing verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die zich in de plaats heeft gesteld van degene die de aan de verpakkingsheffing onderworpen producten levert aan de kleinhandelaars, of die dergelijke producten levert aan een marktdeelnemer, ongeacht in welk stadium van de handelsketting.

Art. 13.Het totale bedrag van de verpakkingsheffing moet op het handelsdocument dat betrekking heeft op het in het verbruik brengen worden vermeld.

Art. 14.De belastingplichtige is gehouden een aangifte ten verbruik in te reiken uiterlijk de 15e van de maand volgend op de maand van inverbruikstelling van de aan de verpakkingsheffing onderworpen producten.

Art. 15.Een kopie van de leveringsfacturen moet bij de aangifte ten verbruik worden gevoegd.

Art. 16.De verpakkingsheffing moet onmiddellijk betaald worden bij de neerlegging van de aangifte ten verbruik.

Art. 17.De aangifte ten verbruik moet worden neergelegd bij de ontvanger der douane en/of accijnzen over het gebied van de belastingplichtige. HOOFDSTUK III. - Inverbruikstelling van een product dat geniet van een bijzondere vrijstelling

Art. 18.De aan de verpakkingsheffing onderworpen producten kunnen in het verbruik gesteld worden met vrijstelling van de verpakkingsheffing ingevolge een vrijstelling toegestaan krachtens artikel 371 van de wet.

Art. 19.§ 1. Wanneer de vrijstelling toegekend is krachtens artikel 371, § 2, of 371, § 3, 3°, van de Wet of wanneer de producten geleverd zijn met vrijstelling van de verpakkingsheffing krachtens artikel 32 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop moeten de producten, bedoeld in artikel 18, naar aanleiding van hun inverbruikstelling, op een leesbare manier worden bekleed met het registratienummer bedoeld in artikel 10. § 2. Indien meerdere producten die vrijgesteld zijn van de verpakkingsheffing, zijn samengebracht in een verzamel- of secundaire verpakking, dan moet op elk product afzonderlijk het registratienummer worden aangebracht.

Art. 20.Het handelsdocument dat betrekking heeft op de producten die vrijgesteld zijn moet bekleed worden met de vermelding "Vrijstelling van verpakkingsheffing" en met de wettelijke bepaling waarop die vrijstelling is gebaseerd.

Art. 21.Het naleven van de voorwaarden vastgelegd door de Wet moet worden bewezen door de belastingplichtige ten genoegen van de directeur-generaal.

Art. 22.De inverbruikstelling van de producten die zijn vrijgesteld van de verpakkingsheffing geeft geen aanleiding tot het neerleggen van een aangifte van inverbruikstelling. HOOFDSTUK IV. - Inverbruikstelling van aan verpakkingsheffing onderworpen producten met vrijstelling van deze heffing

Art. 23.§ 1. De aan de verpakkingsheffing onderworpen producten bestemd om te worden geleverd in het kader van de procedure bedoeld in artikel 23bis van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1997) kunnen in het verbruik gebracht worden met vrijstelling van de verpakkingsheffing. § 2. Naar aanleiding van de inverbruikstelling, moeten de producten bedoeld onder § 1 op een leesbare wijze worden bekleed met het registratienummer bedoeld in artikel 10. HOOFDSTUK V. - Diverse bepalingen

Art. 24.In geen geval mogen producten vrijgesteld van de verpakkingsheffing zich drie maanden na het in voege treden van dit besluit nog in de voorraad of verkoopsruimten van kleinhandelaars bevinden zonder bekleed te zijn met het in artikel 10 bedoelde registratienummer.

Art. 25.In afwijking van de bepalingen van artikel 24 wordt voorzien dat voor alle dranken met jaartal waarvan, door hun aard, de voorraadvernieuwing een lagere rotatiesnelheid heeft dan van de andere dranken van een meer courant verbruik, enkel de drankverpakkingen van 2003 en de volgende jaartallen met het registratienummer worden bekleed indien dit laatste verplicht is.

Art. 26.Dit besluit vernietigt de bepalingen aangaande de milieutaks op drankverpakkingen van het ministerieel besluit van 11 september 1999 betreffende de regeling van producten onderworpen aan milieutaks.

Art. 27.Dit besluit treedt in werking op dezelfde dag als de wet houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen, die het moet uitvoeren.

Art. 28.De verplichting tot het aanbrengen van het registratienummer op de verpakking zoals bepaald in artikel 369bis van de wet wordt opgeschort tot 21 maart 2003.

Eveneens wordt de verplichting tot het aanbrengen van een zichtbaar kenteken bedoeld in artikel 371, § 2, c) en § 4, b ), opgeschort tot 21 maart 2003.

Brussel, 30 december 2002.

D. REYNDERS

^