Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 27 februari 2025
gepubliceerd op 26 maart 2025

Ministerieel besluit tot - herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin ; - aanneming van het ontwerp-plan tot opneming van een winningsgebied dat aan het einde van de exploitatie moet worden omgevormd tot een groengebied op het grondgebied van de stad Philippeville (Neuville), op aanvraag van N.V. SAMAVIC, zodat de winningsactiviteit kan worden voortgezet; - het laten uitvoeren van een milieueffectrapport met betrekking tot het ontwerp-plan, en waarbij een ontwerp van inhoud van dat rapport wordt vastgesteld

bron
waalse overheidsdienst
numac
2025002399
pub.
26/03/2025
prom.
27/02/2025
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

27 FEBRUARI 2025. - Ministerieel besluit tot - herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin (blad 57/4); - aanneming van het ontwerp-plan tot opneming van een winningsgebied dat aan het einde van de exploitatie moet worden omgevormd tot een groengebied op het grondgebied van de stad Philippeville (Neuville), op aanvraag van N.V. SAMAVIC, zodat de winningsactiviteit kan worden voortgezet; - het laten uitvoeren van een milieueffectrapport met betrekking tot het ontwerp-plan, en waarbij een ontwerp van inhoud van dat rapport wordt vastgesteld


De Minister van Ruimtelijk Beleid, Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 10 oktober 2024Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 10/10/2024 pub. 21/10/2024 numac 2024009723 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de werking van de Regering sluiten tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de werking van de Regering;

Gelet op het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling (Wetboek), artikel D.II.48;

Gelet op het ruimtelijk ontwikkelingsplan (SDT);

Gelet op het koninklijk besluit van 24 april 1980 tot het opmaken van het gewestplan Philippeville-Couvin en zijn volgende herzieningen;

I. AANVRAAG I.1. Uiteenzetting van de aanvraag Overwegende dat, bij toepassing van artikel D.II.48 van het Wetboek, N.V. SAMAVIC, hierna "de aanvrager" genoemd, op 11 december 2023 een aanvraag voor de herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin op het grondgebied van de stad Philippeville ingediend heeft;

Overwegende dat de genoemde aanvraag vergezeld gaat van: 1. een basisdossier bestaande uit: - de rechtvaardiging van de voorgestelde herziening van het gewestplan ten opzichte van artikel D.I.1 van het Wetboek; - de betrokken omtrek; - de bestaande feitelijke en juridische situatie; - een rapport waarin de onderzochte en niet-geselecteerde alternatieven worden gemotiveerd, met name rekening houdend met de behoeften waarin de voorgestelde herziening voorziet, de beschikbaarheid van grond in de voor stadsontwikkeling bestemde gebieden en de toegankelijkheid ervan; - een voorstel tot voorontwerp op schaal 1:10.000; - studies en onderzoek uitgevoerd ter hoogte van de groeve: * een inventaris van de ondergrond en de vooruitzichten voor de toekomstige behoeften van de groeve Pré Picard door professor POTY (ULG, afdeling Dierenpaleontologie, 1996-2001); * een beschrijving van de afzetting van rood marmer door de geoloog E. GROESSENS; * een uittreksel uit de annalen van de Geologische Vereniging van België (T110 - 1987) over de "Sédimentologie et coraux du bioherme de marbre rouge, frasnien de Tapoumont ", door F. BOULVAIN, M.COENAUBERT en F. TOURNEUR; * een geologische studie uitgevoerd door ARCEA in samenwerking met V.S. GEORFORMA in 2012; 2. elementen over het verloop van de informatieprocedure voor het publiek;3. het advies van de gemeenteraad van Philippeville; Overwegende dat de stad Philippeville niet over een CCATM (gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke ordening en mobiliteit) beschikt;

I.2. Procedure Overwegende dat de voorafgaande informatiebijeenkomst werd georganiseerd vóór de inwerkingtreding op 1 april 2024 van het decreet van 13 december 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2023 pub. 20/03/2024 numac 2024002233 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2024 type decreet prom. 13/12/2023 pub. 07/03/2024 numac 2024001981 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie en tot opheffing van het decreet van 5 februari 2015 betreffende de handelsvestigingen sluiten tot wijziging van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling, wat overeenkomstig artikel 246 van het decreet rechtvaardigt dat de herziening van het gewestplan wordt voortgezet volgens de bepalingen die vóór die datum van kracht waren;

Overwegende dat, overeenkomstig artikel D.II.48, § 1, van het Wetboek, een aanvraag tot herziening van het gewestplan tot opname van een winningsgebied kan worden gedaan door de Waalse Regering in antwoord op een gemotiveerde aanvraag van een privaatrechtelijke rechtspersoon;

Overwegende dat artikel R.0.1-2 van het Wetboek aan de Minister van Ruimtelijke Ordening de procedure delegeert voor de herziening van een gewestplan op privé-initiatief, met inbegrip van de beoordeling van de gevolgen voor het milieu en de impact ervan voor een ander Gewest of een andere Staat;

I.3. Locatie en doel van de aanvraag tot herziening van het gewestplan Overwegende dat de steengroeve van Pré Picard gelegen is in de provincie Namen, op het grondgebied van de gemeente Philippeville, ten zuidwesten van het dorp Neuville;

Overwegende dat in de steengroeve Pré Picard een afzetting van rood en grijs marmer uit het Midden Frasniaan wordt geëxploiteerd; dat de afzetting van de steengroeve met een oud kalksteenrif overeenkomt dat als een "bioherm" kan worden genoemd; dat deze bioherm wordt gebruikt voor de productie van siersteen die bekend staat als "Belgisch rood marmer"; dat deze bioherm relatief zeldzaam en bijna uitgeput is; dat, volgens de aanvrager, het breken van de afzetting enkel toelaat rood marmer te valoriseren in de vorm van steenslag, verkocht in de vorm van aggregaten met zeer hoge toegevoegde waarde voor decoratie, of in de bouwsector, voor het kleuren van het beton gebruikt om gereconstitueerd marmer te vervaardigen;

Overwegende dat N.V. SAMAVIC uit de steengroeve Pré Picard een jaarlijkse hoeveelheid van ongeveer 11.000 m3 wint, namelijk 20.000 ton vermalen marmer per jaar, waarvan 50% rood marmer is; dat de voorraad aan rood marmer in de steengroeve uitgeput is, terwijl er nog ongeveer tien jaar grijs marmer te winnen valt;

Overwegende dat de aanvrager op het grondgebied van Philippeville een tweede steengroeve exploiteert, de steengroeve van Tapoumont, die zich ongeveer 800 meter ten zuidwesten van de steengroeve Pré Picard bevindt; dat de voorraad aan rood marmer in deze steengroeve op heden uitgeput is en dat er volgens de aanvrager nog ongeveer tien jaar grijs marmer te winnen valt;

Overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op een gebied dat nieuwe voorraden aan rood marmer moet verschaffen; dat op basis van destructieve boringen die uitgevoerd werden in het kader van een voorlopige geologische studie in 2012, de lage schatting van de afzetting van rood marmer 300.000 ton steenslag (ongeveer 165.000 m3) zou opleveren, wat de aanvrager ongeveer dertig jaar extra winning zou verschaffen; dat de volumes grijs, roze of verweerd marmer, die gedeeltelijk geëxploiteerd zouden kunnen worden, niet gemeten zijn; dat de voorraad van de afzetting van rood marmer in feite groter is dan aangekondigd, sommige boringen hebben op sommige plaatsen immers niet de basis van de bioherm bereikt; dat de aanvrager niet heeft kunnen boren op de percelen die direct ten oosten van de aangevraagde uitbreiding liggen en daarom niet kan vaststellen of de bioherm zich ter hoogte van deze percelen uitstrekt;

Overwegende dat de aanvraag tot doel heeft de winning voort te zetten, het huidige winningsritme te handhaven en de directe en indirecte werkgelegenheid te behouden (in totaal meer dan 60);

Overwegende dat uit het basisdossier duidelijk blijkt dat de aanvraag betrekking heeft op de opneming van een ontginningsgebied (1,6 ha), dat aan het einde van de exploitatie een groengebied wordt, ter vervanging van een landbouwgebied (1,5 ha) en een bosgebied (0,1 ha);

I.4. Voorafgaande informatiebijeenkomst Overwegende dat de voorafgaande informatiebijeenkomst plaatsgevonden heeft op 28 september 2023 om 18.30 uur in de zaal van het OCMW, rue du Château d'Eau 30 5600 Philippeville, nadat ze aangekondigd werd met de voorgeschreven middelen en in de voorgeschreven vormen, overeenkomstig de bepalingen van artikel D.VIII.5 van het Wetboek; dat de gemeentelijke diensten van de stad Philippeville het proces-verbaal van de bijeenkomst opgesteld heeft;

Overwegende dat tijdens de voorafgaande informatiebijeenkomst door de aanwezigen vragen gesteld werden; dat deze hoofdzakelijk betrekking hebben op de volgende punten: - de diepte van de winningsput in de uitbreiding; - de aanwezigheid van water in de huidige groeve; - de aanwezigheid van breekmachines op het terrein; - de geschatte datum van toekenning van de herziening van het gewestplan; - de mogelijke aanwezigheid van andere terreinen van N.V. SAMAVIC in de nabijheid van de locatie; - het huidige gebruik van de locatie waarop de aanvraag om herziening betrekking heeft;

Overwegende dat de aanvrager reeds sommige, tijdens de bijeenkomst gestelde, vragen beantwoord heeft;

Overwegende dat er binnen de vijftien dagen van de vergadering geen opmerking of bezwaar ingediend werd bij het college van burgemeester en schepenen;

I.5. Beraadslaging van de gemeenteraad van de stad Philippeville Overwegende dat de aanvrager op 13 september 2023 om advies verzocht heeft bij de gemeenteraad van de stad Philippeville;

Overwegende dat de gemeenteraad van de stad Philippeville op 19 oktober 2023 een gunstig advies uitgebracht heeft;

I.6. Basisdossier I.6.1. Noodzaak van de herziening van het gewestplan Overwegende dat het hoofddoel van de aanvraag is de exploitatie van een afzetting van rood marmer (erkende kwaliteit "Rouge Royal") te kunnen voortzetten, waarvan de producten, hoofdzakelijk steenslag, bestemd zijn voor de verkoop als materiaal, hetzij voor decoratie in de vorm van decoratief grind, hetzij voor de bouw om het beton dat wordt gebruikt voor het maken van gereconstitueerd marmer te kleuren;

Overwegende dat de "Rouge Royal" kiezel een product met een zeer hoge toegevoegde waarde is, dat in België en Duitsland gewaardeerd wordt;

Overwegende dat naast de winning van rood marmer de groeve ook grijs en roze marmer in de vorm van steenslag exploiteert die boven de afzetting van rood marmer ligt; dat de producten van rood marmer naar Malmedy overgebracht worden voor verwerking en verhandeling, terwijl het grootste deel van het steenslag van roze en grijs marmer tegenover de groeve verhandeld wordt, zonder verdere verwerking;

Overwegende dat 70% van de verkoop van steenslag uit de steengroeve naar het Waalse Gewest gaat, 15% naar het Vlaamse Gewest en 15% naar Duitsland;

Overwegende dat de aanvrager benadrukt dat hij zijn productie de afgelopen tien jaar verminderd heeft als gevolg van de verdunning van de afzetting; dat de jaarlijkse productie over de periode 2012-2022 gemiddeld 18.900 ton bedraagt, waarvan 7.882 ton rood marmer en 11.018 ton grijs marmer;

Overwegende dat de afzetting van rood marmer op de huidige steengroeve uitgeput is; dat bij het ontbreken van een herziening van het gewestplan de voorraad aan grijs marmer het mogelijk maakt de exploitatie van de steengroeve nog een tiental jaar voort te zetten;

Overwegende dat er momenteel geen reële alternatieven zijn voor de locatie en de afbakening van de steengroeve die rechtstreeks en economisch levensvatbaar zijn; dat de locatie van de winningsactiviteit afhangt van de daadwerkelijke aanwezigheid van een bioherm van rood marmer;

Overwegende dat de aard, het volume en de schaarste van de afzetting werden geëvalueerd in het kader van de inventaris van de ondergrondse rijkdommen van het Waalse Gewest, uitgevoerd door het litho- en zoöstatigrafisch analyselaboratorium van de Universiteit van Luik in 1995-1996 (overeenkomst 1), bekend als de "Poty-studie", en geactualiseerd in 2010; dat deze inventaris de afzetting beschouwt als van "internationale faam";

Overwegende dat de uitbreiding van de groeve het mogelijk zal maken om de winning van rood marmer ter plaatse te bestendigen, in één van de laatste geologisch erkende afzettingen die technisch en economisch exploiteerbaar is;

Overwegende dat de verdere exploitatie van de afzetting via de uitbreiding van de steengroeve beperkt wordt door de bestemmingen in het gewestplan;

Overwegende dat de instandhouding van de winningsactiviteit de bevoorrading van verschillende bedrijven, voornamelijk gevestigd in het Waalse Gewest, zal verzekeren en 2 directe banen en ongeveer 60 indirecte banen zal behouden;

I.6.2. Beschrijving van de gevraagde omtrek Overwegende dat de aangevraagde herziening betrekking heeft op drie aaneengesloten kadastrale percelen (98A, 99A en 99B) en een stuk van het kadastrale perceel (76M), die ten zuidoosten van het gebied van winningsbijgebouwen, opgenomen in het huidige gewestplan, gelegen zijn en zich voornamelijk in zuidoostelijke richting uitstrekken overeenkomstig de locatie van de exploiteerbare afzetting van rood marmer en de eigendomsgrenzen van de aanvrager;

Overwegende dat de in het basisdossier aangevraagde herziening een oppervlakte van 1,67 ha beslaat;

Overwegende dat de onroerende goederen waarop de aanvraag betrekking heeft, worden begrensd: - ten noordwesten, door het gebied van de winningsbijgebouwen opgenomen in het huidige gewestplan; - door de kadastrale perceelsgrenzen voor het saldo;

I.6.3. Analyse van de belangrijkste elementen van de bestaande juridische en feitelijke situatie Overwegende dat krachtens artikel D.II.63, eerste lid, 13° en 14°, van het Wetboek de in artikelen D.II.28 en D.II.33 van het Wetboek bedoelde voorschriften van toepassing zijn op winningsgebieden en winningsuitbreidingsgebieden; dat alle activiteiten in de steengroeve als gevolg in een gebied van aanhorigheden van winningsgebieden van het huidig gewestplan vestigen;

Overwegende dat de steengroeve Pré Picard op dit moment binnen een gebied van aanhorigheden van winningsgebieden van het huidig gewestplan ligt, met een totale oppervlakte van ongeveer 4,5 ha;

Overwegende dat de huidige steengroeve in feite een totale oppervlakte van ongeveer 5 ha heeft;

Overwegende dat de omtrek van de aanvraag op dit moment valt binnen de landbouw- en bosbouwgebieden van het huidig gewestplan;

Overwegende dat de activiteiten van de steengroeve vallen onder globale, milieu- en stedenbouwkundige vergunningen;

Overwegende dat de stad Philippeville sinds 2014 over een gemeentelijk natuurontwikkelingsplan (PCDN) beschikt; dat volgens het basisdossier een van de aanbevelingen van het PCDN betrekking heeft op de erkenning van alle steengroeven, met inbegrip van hun huidige of te verwachten uitbreidingsomtrek, als biologisch zeer waardevolle locatie, met hun integratie in de ecologische hoofdstructuur;

Overwegende dat de omtrek van de aanvraag overlapt met een gebied dat door de Directie Industriële, Geologische en Mijnrisico's als een "gebied onderhevig aan drukfactoren" geïdentificeerd is; dat dit gebied overeenkomt met een historisch bekende ijzerertsafzetting die onder het vroegere mijnbouwregime uitgebaat werd;

Overwegende dat de groeve en de omtrek van de aanvraag zich bevinden in het anticlinorium van Dinant, op de noordflank van een anticlinale structuur;

Overwegende dat de steengroeve Pré Picard gelegen is in het zuidelijke deel van het Massief van Philippeville, ten zuiden van een oost-westelijk georiënteerde breuk; dat de Formaties van Philippeville (PHV), van Neuville en des Valisettes (NV) ter hoogte van de omtrek dagzomen; dat er een "rood marmeren rif" of "micritische heuvel" aanwezig is binnen de Formaties van Neuville en des Valisettes, waarvan de basis ligt op de Formatie van Philippeville; dat deze bioherm tegen gestratificeerde grijze kalksteen aanleunt en verzand is in nodulaire, sterk gebroken grijsachtige leisteen;

Overwegende dat, volgens de geologische studie uitgevoerd door het onderzoeksbureau ARCEA in 2012, het rode en grijze marmeren rif in de groeve Pré Picard beperkt is: - "lateraal (en progressief) maar ook in de diepte, door kleiachtige en nodulaire kalkstenen en groene leisteen met kalkhoudende knobbeltjes, in fijne laagsgewijs gelegen bedden, van de Formatie van Neuville; - naar beneden toe, door grijze kalkstenen, laagsgewijs gelegen in metrische tot decimetrische bedden, vanaf de top van de Formatie van Philippeville";

Overwegende dat deze bioherm van rood marmer natuurlijke breuknetwerken heeft; dat deze gemineraliseerde breuken, die een noordoostelijk-zuidwestelijke richting en een ten zuiden gerichte helling vertonen, de bioherm als geheel beïnvloeden; dat in verband met deze breuken de Aders van Neuville, bestaande uit galena, sfaleriet, pyriet en marcasiet, zich over meerdere kilometers uitstrekken en ijzeren kappen vormen, ontwikkeld aan de kop van de sulfideaders, in de verweerde oppervlaktezone; dat de aanwezigheid van deze aders de ontginning van de steengroeve vergemakkelijkt;

Overwegende dat het, op basis van de geologische studie van ARCEA geschatte, volume afgegraven aarde ongeveer 68.900 m3 bedraagt; dat dit volume alle aangetroffene formaties omvat voordat het rode marmer bereikt wordt, namelijk de leisteen van de Formatie van Neuville en het daarboven op liggende grijze en roze marmer;

Overwegende dat er ter hoogte van de huidige steengroeve volgens het basisdossier geen enkele bemaling plaatsvindt;

Overwegende dat de stad Philippeville sinds mei 2019 deel uitmaakt van het natuurpark Viroin-Hermeton;

Overwegende dat de omtrek van de aanvraag gevestigd is in het landschap van het midden condruzische plateau en meer in het bijzonder in de landschapsfaciës van de grasstreek van de Fagne;

Overwegende dat in de ADESA-inventaris opgenomen zijn: - ten zuidwesten van de omtrek, een ten noordoosten gericht opmerkelijke zichtlijn; - ten westen-noordwesten van de omtrek, een ten oosten-zuidoosten gericht opmerkelijk uitkijkpunt; dat dit opmerkelijk uitkijkpunt en deze opmerkelijke zichtlijn op de steengroeve uitkijken;

Overwegende dat de steengroeve tussen 230 en 260 meter hoog reikt; dat een zuidwestelijk/noordoostelijke heuvellijn de omtrek van de aanvraag onder een rechte hoek snijdt, waardoor men vanuit het zuidoosten zicht zou kunnen hebben op de steengroeve en de omtrek van de aanvraag;

Overwegende dat de omtrek van de aanvraag wordt ingenomen door grasland en, aan de zuidoostelijke grens, door een bosje;

Overwegende dat het midden van de omtrek van de aanvraag in de buurt ligt van de volgende "woonkernen": - Neuville (ca. 1 km ten noordoosten); - Samart (ca. 1,8 km ten noordoosten); - Sautour (ca. 3,3 km ten oosten); - Villers-deux-Eglises (ca. 3,2 km ten noorden-noordwesten); - Senzeille (ca. 3,5 km ten noordwesten); - Philippeville (ca. 3,8 km ten noorden-noordoosten);

Overwegende dat de omtrek van de aanvraag zich op ongeveer 1,1 km ten oosten van de eerste woningen in het weekendverblijfpark "Domaine Des Valisettes-Senzeilles" bevindt; dat enkele afgelegen woningen zich op enkele honderden meters van de steengroeve bevinden (500 meter voor de dichtstbijzijnde woningen);

Overwegende dat, volgens het basisdossier, het externe vrachtvervoer van de steengroeve bestaat uit, tijdens de activiteitsperiode van maart tot november: - 5 tot 10 vrachtwagens per dag alleen op weekdagen, - 3 vrachtwagens per week voor leveringen van verbruiksgoederen zoals stookolie, oliën, explosieven, enz., - voertuigen van werknemers op basis van twee heen-en-terug reizen, alleen op weekdagen;

Overwegende dat de vrachtwagens de steengroeve verlaten via de rue des Carrières en de chemin communal de Tapoumont om toegang te krijgen tot de rijksweg 5 (N5) richting Couvin; dat het vrachtvervoer van de steengroeve dus niet door het centrum van het dorp Neuville rijdt; dat de vrachtwagens die noordwaarts rijden, verplicht zijn iets meer dan anderhalve kilometer de N5 richting Couvin te volgen, de afrit naar de N978 (Cerfontaine) te nemen en vervolgens terug te keren naar de N5 richting Charleroi;

Overwegende dat, op basis van de wegenatlas, het lokale voetpad, genummerd 58, de zuidoostelijke grens van de omtrek kruist;

Overwegende dat de mijnschoten beperkt zijn tot twee dagen per jaar, één in maart en één in november, op weekdagen tussen 8u30 en 16u30;

I.6.4. Rapport waarin de onderzochte en niet-geselecteerde alternatieven worden gerechtvaardigd Overwegende dat de aanvrager een andere steengroeve exploiteert, genaamd Tapoumont, gelegen op het grondgebied van de stad Philippeville; dat de afzetting van rood marmer daar echter uitgeput is: Overwegende dat er in het basisdossier verschillende liggingsvarianten bestudeerd werden; dat daarin op schaal van het gewestplan Philippeville-Couvin 18 locaties geïdentificeerd werden met de potentiële aanwezigheid van een bioherm, die in het huidig gewestplan opgenomen zijn als gebied van aanhorigheden van ontginningsgebieden en die een oppervlakte hebben die ten minste gelijk is aan de voor de herziening aangevraagde oppervlakte; dat al deze locaties geëxploiteerd zijn of worden;

Overwegende dat op basis van de analyse van het basisdossier alleen de steengroeve van de Haut Mont, geëxploiteerd door Merbes Sprimont N.V., een bioherm van rood en grijs marmer vertoont; dat de producten van de winning aldaar worden gebruikt in de vorm van gehouwen steen;

Overwegende dat de aanvrager niet kan overwegen de winning te verplaatsen naar een locatie die momenteel door een concurrent geëxploiteerd wordt of naar een locatie die vroeger geëxploiteerd werd en waarover nog onzekerheid bestaat wat de afzetting betreft;

Overwegende dat de uitbreiding van de steengroeve Pré Picard de meest geschikte oplossing lijkt om de activiteit en de daarmee samenhangende werkgelegenheid in stand te houden en dat geen enkele alternatieve locatie het mogelijk maakt de in de aanvraag genoemde doelstellingen te bereiken;

Overwegende dat de aanvrager geen varianten voor de afbakening onderzocht heeft; dat, gezien de aard zelf van de activiteit, die afhankelijk is van de locatie van de afzetting, prospectieve boringen hebben aangetoond dat de mogelijkheden voor varianten beperkt zijn tot de daadwerkelijke aanwezigheid van de bioherm;

I.6.5. Voorlopig ontwerpvoorstel op schaal 1:10.000 Overwegende dat bij het basisdossier een voorlopig ontwerpvoorstel gevoegd wordt;

I.6.6. Opname van aanvullende bepalingen in het gewestplan Overwegende dat de aanvrager niet aanvraagt om opname van aanvullende voorschriften;

II. ADVIEZEN OP DE AANVRAAG II.1. Adviezen van de beleidsgroepen, de afgevaardigd ambtenaar en de personen of instanties die de Waalse Regering nuttig achtte te raadplegen Overwegende dat het volledige dossier op 10 juni 2024 voor advies werd voorgelegd aan de beleidsgroep "Ruimtelijke ordening", beleidsgroep "Milieu", de afgevaardigd ambtenaar, de Waals Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Rijkdommen en Leefmilieu (SPW ARNE) en op 4 juli 2024 aan het natuurpark Viroin-Hermeton;

Overwegende dat krachtens artikel D.II.48, § 4, van het Wetboek de adviezen binnen zestig dagen na verzending van de aanvraag verzonden worden; bij gebreke daarvan worden zij geacht gunstig te zijn;

Overwegende dat de gedelegeerde ambtenaar geen advies heeft uitgebracht;

Overwegende dat het advies van de beleidsgroep "Ruimtelijke ordening" is uitgebracht op 8 juli 2024; dat dit advies gunstig is; dat de beleidsgroep de doelstellingen van de herziening ondersteunt; dat zij ook een gunstig advies uitbrengt over de door de aanvrager gevraagde vrijstelling van milieueffectbeoordeling;

Overwegende dat het advies van de beleidsgroep "Milieu" op 9 juli 2024 uitgebracht werd; dat deze afdeling zich uitspreekt voor de voortzetting van de procedure; dat hij benadrukt dat de omtrek van de aanvraag een veelbelovende biodiversiteit herbergt alsook invasieve soorten in de steenophopingen; dat de beleidsgroep zich bijgevolg uitspreekt voor de vrijstelling van de milieueffectschatting onder de volgende voorwaarden: - het nagaan of het noodzakelijk is om een aanvraag voor een afwijking van de Natuurbeschermingswet in te dienen parallel aan de procedure voor de herziening van het gewestplan; - het wijzigen van de herbestemming van de omtrek van de aanvraag na voltooiing van de winningsactiviteiten tot natuurgebied, afhankelijk van de resultaten van de eerste voorwaarde;

Overwegende dat, gezien de grote zichtbaarheid vanaf het dorp Neuville, gelegen aan de overzijde van de vallei van de beek Vieux Fourneau, naar het uitbreidingsgebied, de afdeling "Leefmilieu" voorstelt om begeleidende landschapsmaatregelen op te nemen in geval van een vervroegde biologische beoordeling;

Overwegende dat het advies van de SPW ARNE uitgebracht werd op 9 augustus 2024; dat dit advies onder voorbehoud is ten aanzien van de aanvraag tot herziening van het gewestplan, met name wegens het ontbreken van elementen die het mogelijk maken de gepaste benutting te garanderen van een "zeldzame" minerale rijkdom die de "Belgische rode marmer" vormt en ongunstig ten aanzien van de aanvraag tot vrijstelling van de milieueffectbeoordeling;

Overwegende dat de SPW ARNE de nadruk legt op de zeldzaamheid van het rood marmer, een minerale rijkdom die bijna uitgeput is; dat dit marmer met name gebruikt zou kunnen worden voor de restauratie van historische gebouwen en kunstwerken; dat de heterogeniteit van de kalkstenen en het verschil in mechanische sterkte tussen de leisteen en de kalkstenen van de bioherm natuurlijke breuken hebben veroorzaakt, die zowel de periferie als de kern van het rif aantasten; dat deze breuken een aanzienlijk deel van het gesteente voor de eventuele productie van gehouwen- en siersteen in gevaar kunnen brengen; dat de explosies die in het kader van de operatie uitgevoerd worden, het splijten van het gesteente waarschijnlijk zullen verergeren, waardoor het volume gesteente dat voor de productie van gehouwen- en siersteen kan worden gebruikt, nog kleiner wordt;

Overwegende dat SPW ARNE benadrukt dat de uitgevoerde geologische onderzoeken, hoofdzakelijk door middel van destructieve boringen, onvoldoende zijn om de onzekerheden betreffende de afzetting weg te nemen; dat deze boringen, die op beperkte diepte (31 meter) uitgevoerd werden, het niet mogelijk hebben gemaakt om de volledige afzetting in de diepte te bestuderen, en dat zij aangevuld moeten worden met kernboringen om het potentieel ervan beter te beoordelen; dat er reeds in de geologische studie van 2012 onzekerheden vastgesteld werden over de hoeveelheden en de kwaliteit van de afzetting en dat er aanbevolen werd om drie aanvullende kernboringen uit te voeren om na te gaan of de breuk in het gesteente het toelaat de afzetting te exploiteren als decoratief marmer; dat deze boringen tot op heden niet lijken te zijn uitgevoerd, waardoor twijfel blijft bestaan over het exploiteerbare minerale potentieel;

Overwegende dat de SPW ARNE benadrukt dat geofysische prospectie het mogelijk zou maken om meer gedetailleerde informatie te verkrijgen zonder breuken te veroorzaken en om grotere diepten te bereiken (80 tot 100 m), en stelt voor "dat nieuwe sneden of logs van kernboringen uitgevoerd zouden worden en vervolgens naar onze diensten gestuurd zouden worden om de waarde, de omvang, de geometrie, de breukstaat van de afzetting en de kleuring van de kalksteen te bevatten";

Overwegende dat SPW ARNE benadrukt dat het dossier van de aanvraag het niet mogelijk maakt om de waarde van de afzetting, met name voor de productie van gehouwen- en siersteen, adequaat te beoordelen; dat het zich daarom afvraagt of de exploitatie van deze afzetting relevant is voor de productie van aggregaten, gezien de zeldzaamheid van de rijkdom en de noodzaak van een optimale terugwinning, met name voor de behoeften in verband met de instandhouding van het gebouwde erfgoed, en dat het ontbreken van een dergelijke terugwinningsstrategie in strijd zou kunnen zijn met de doelstellingen van het behoud van het erfgoed en de behoeften voor de restauratie van historische gebouwen en kunstwerken;

Overwegende dat de SPW ARNE erop wijst dat de omtrek van het verzoek een "drukgebied" snijdt die is gedefinieerd door de Directie Industriële, Geologische en Mijnrisico's(DRIGM), die overeenkomt met een ijzerertsafzetting die onder het vroegere mijnbouwregime werd geëxploiteerd;

Overwegende dat de DRIGM aandringt op de noodzaak om de stabiliteit van de ondergrond binnen de omtrek van de uitbreiding te waarborgen, rekening houdend met de aanwezigheid van de metaalafzetting en de mogelijk verminderde draagkracht van de bodem in dit gebied; dat de DRIGM ook wordt gevraagd onmiddellijk te worden geïnformeerd in het geval van de ontdekking van oude ondergrondse structuren;

Overwegende dat de SPW-ARNE vermeldt dat kadastraal perceel 76M in de databank betreffende de toestand van de bodems (BDES) is opgenomen onder de kleur "perzik", als gevolg van de enkele vergunning die werd verleend voor de ontginning van de steengroeve; dat geen enkel element dat verband houdt met de voorschriften van het bodemdecreet zich waarschijnlijk tegen de herziening zal verzetten;

Overwegende dat SPW ARNE wijst op de mogelijke gevolgen voor landbouwgrond, met het verlies van bruikbare landbouwgrond als onderdeel van dit project; dat zij erop wijst dat de aanvraag een vrijstelling van de milieueffectbeoordeling (MEB) bevat, waarbij de huidige oppervlakte van de steengroeve en die van de uitbreiding als beperkt worden geschat, maar zonder overtuigend aan te tonen dat de mogelijke gevolgen voor het milieu, de natuurlijke hulpbronnen en de landbouwbedrijven te verwaarlozen zijn; dat rekening moet worden gehouden met de cumulatieve gevolgen van een dergelijke vrijstelling in termen van biodiversiteit en ecologische continuïteit;

Overwegende dat het Natuurpark Viroin-Hermeton op 30 augustus 2024 advies heeft uitgebracht; dat het voor de aanvraag tot herziening van het gewestplan is en tegen de vrijstelling van de milieueffectbeoordeling;

Overwegende dat het natuurpark Viroin-Hermeton onderstreept dat de uitbreiding van de steengroeve landschappelijke gevolgen kan hebben vanwege de topografische ligging; dat het melding maakt van "de kwaliteit van de bestaande landschappelijke sequenties ten zuiden van Neuville, met name langs de rue du Herdeau en de rue des Carrières"; dat het ook wijst op de aanwezigheid op zijn grondgebied van talrijke steengroeven en voormalige steengroeven van groot biologisch en erfgoed belang, en de projecten die door het park zijn ondernomen om dit netwerk te versterken; dat het nota neemt van het ontbreken van een biologische studie en analyse over dit onderwerp en herinnert aan de doelstellingen van regeneratie en behoud van de natuurlijke omgeving in het kader van de post-operationele herontwikkeling van de huidige steengroeve; dat het natuurpark derhalve verzoekt om de opstelling van een vereenvoudigd milieueffectrapport, met inbegrip van een analyse van de gevolgen van het project voor het landschap, het biologische kader en de geschiktheid van het herbestemmen van het terrein tot natuurgebied aan het einde van de exploitatie;

III . Het ontwerp van herziening van het gewestplan III.1 Voorstel tot beslissing Overwegende dat uit de analyse van het verzoek en de ingewonnen adviezen blijkt dat het verzoek gerechtvaardigd is vanuit geologisch, economisch, sociaal en milieuoogpunt en bijdraagt tot een rationeel gebruik van het gebied, waarbij wordt gestreefd naar een optimale exploitatie en een optimaal gebruik van de hulpbronnen met behoud van de landschappelijke en milieukenmerken dat de optie om een winningsgebied op te nemen in het gewestplan, als uitbreiding van het gebied met bijgebouwen die momenteel worden geëxploiteerd, het mogelijk maakt om de winningsactiviteit op een coherente manier voort te zetten, rekening houdend met de locatie van de afzetting en de feitelijke en juridische situatie;

Overwegende dat de opsteller van het milieueffectrapport er echter moet voor zorgen dat deze "zeldzame" minerale hulpbron naar behoren wordt geëxploiteerd door een gedetailleerde geologische studie uit te voeren om de precieze omvang van de afzetting vast te stellen en de kennis te verbeteren van de delen van de afzetting die kunnen worden geëxploiteerd als siersteen of, bij gebrek daaraan, als aggregaat;

Overwegende dat, onder voorbehoud van de conclusies van het milieueffectrapport, de bevindingen van de aanvrager met betrekking tot de irrelevantie van alternatieve locaties gerechtvaardigd zijn;

Overwegende dat de opneming van een ontginningsgebied in het gewestplan gerechtvaardigd is, gelet op de ligging van de bioherme van rood marmer en het feit dat daar alleen ontginningsactiviteiten zullen worden ontwikkeld, met uitsluiting van de installatie van aanhorigheden van een ontginning die voor de ontginning niet onontbeerlijk zouden zijn; dat dit gebied ook bestemd kan zijn voor de afzetting van steriele gesteenten van de ontginning;

Overwegende dat een deel van het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft, niet op onbetwistbare geografische of administratieve grenzen is gebaseerd; dat de grenzen van het gebied dat in het gewestplan moet worden opgenomen, moeten worden bepaald ten opzichte van vaste, gemakkelijk herkenbare kenmerken om latere betwistingen te voorkomen dat, alvorens de omtrek van de aanvraag aan te passen, de werkelijke omvang van de afzetting moet worden geverifieerd door middel van een gedetailleerde geologische studie als onderdeel van het milieueffectrapport en dat, indien nodig, de omtrek dienovereenkomstig moet worden aangepast; dat, zoals het er nu uitziet, daarom wordt besloten dat het ontwerpplan de grenzen van de oorspronkelijke aanvraag, gebaseerd op de kadastrale grenzen van de eigendommen van de aanvrager, moet behouden;

Overwegende dat, zoals gepland, de registratie van het winningsgebied een resterende ruimte van ongeveer 0,2 ha in bosgebied laat; dat dit gebied vergelijkbaar is met een bosje en dat de kenmerken ervan niet volledig overeenkomen met die beschreven in artikel D.II.37 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; dat het milieueffectrapport moet bepalen of de toewijzing van deze grond aan bosgebied passend is of dat een andere toewijzing geschikter is;

Overwegende dat het passend lijkt dat het volledige ontginningsgebied aan het einde van de exploitatie groen wordt; dat deze bestemming echter moet worden gevalideerd in het milieueffectrapport; dat dit rapport andere bestemmingen aan het einde van de exploitatie zal onderzoeken, waaronder met name het natuurgebied of het landbouwgebied;

Overwegende dat, als gevolg hiervan, wordt voorgesteld om in het gewestplan een ontginningsgebied op te nemen dat aan het einde van de operatie een groengebied wordt, met een totale oppervlakte van 1,6 ha, in plaats van een landbouwgebied (1,5 ha) en een bosgebied (0,1 ha);

III.2 Op de herziening van het gewestplan toepasselijke beginselen Overwegende dat de beginselen die van toepassing zijn op de herzieningen van het gewestplan bedoeld in de artikelen D.II.45, § 1, 2 en 3, van het Wetboek enkel van toepassing zijn op de opneming van een nieuw gebied bestemd voor stedelijke ontwikkeling; dat het aldus geformuleerde verzoek enkel betrekking heeft op de opneming in het gewestplan van een gebied niet bestemd voor stedelijke ontwikkeling; dat het onderzoek van voormelde beginselen in casu irrelevant is;

III.3 Verantwoording van de overwogen herziening van het gewestplan ten opzichte van artikel D.I.1 van het Wetboek Overwegende dat de herziening van het gewestplan, zoals geconcipieerd, het mogelijk zal maken om tussen 300.000 en 450.000 ton extra rode marmer te produceren; dat bij het door de aanvrager gewenste productietempo van 10.000 ton rode marmer per jaar, de exploitatie ter plaatse kan worden gegarandeerd voor minimaal 30 extra jaren voor rode marmer;

Overwegende dat de behoeften gerechtvaardigd lijken, rekening houdend met de uitputting van de afzetting binnen de momenteel toegestane omtrek van de steengroeve en een nichemarkt voor deze productsoort;

Overwegende dat het ontwerp van herziening van het gewestplan beantwoordt aan sociale en economische behoeften, aangezien het de voorziening van een "niche"-markt met weinig concurrentie mogelijk maakt; dat de uitbreiding het ook mogelijk maakt twee directe banen en ongeveer zestig indirecte banen te behouden, waaronder het personeel van het moederbedrijf VICTOR-MEYER S.A. ;

Overwegende dat het bijgevolg in het belang van het Gewest is dat de ontginning van marmerproducten in de steengroeve van Pré Picard wordt voortgezet;

Overwegende dat een evenwicht moet worden bewaard tussen de verschillende activiteiten die het gebied vormen; dat de huidige herziening van het gewestplan dit evenwicht respecteert door tegemoet te komen aan de economische behoeften van de markt door de ontwikkeling mogelijk te maken van een van de laatste afzettingen van rood marmer in het Waalse Gewest en door de impact op de levenskwaliteit in de buurt tot een minimum te beperken;

Overwegende dat het verzoek om deze redenen op evenwichtige wijze beantwoordt aan een belangrijk deel van de economische, sociale, milieu- en energiebehoeften van de gemeenschap in verband met de ontginning en de uitvoering van openbare werken, waarbij zonder onderscheid rekening wordt gehouden met de dynamiek en de specifieke kenmerken van de regio Luik en van de gemeenten Bitsingen en Wezet, alsmede met de sociale samenhang;

III.4 Overeenstemming van de overwogen herziening van het gewestplan met het ruimtelijk ontwikkelingsplan Overwegende dat de eerste doelstelling van het ruimtelijk ontwikkelingsplan is om hulpbronnenefficiënte verstedelijking en productiemethoden te ondersteunen (SA1); dat in dit verband wordt opgemerkt dat de bodem een niet-hernieuwbare hulpbron is met vele toepassingen, en moet worden beschouwd als een kostbaar bezit (SA1.C1);

Op basis van deze observatie richt het voorgeschreven ruimtelijk ontwikkelingsplan zich op twee zaken: - Erkenning van de bodem als een niet-hernieuwbare hulpbron die spaarzaam moet worden beheerd en waarvan het gebruik moet worden gecontroleerd en geoptimaliseerd (SA1.E1); - rationeel gebruik van de hulpbronnen in de regio, met als doel het welzijn van toekomstige generaties te garanderen door uitputting van hulpbronnen te voorkomen en synergieën te bevorderen (SA1.E2);

Overwegende dat het ruimtelijk ontwikkelingsplan tot doel heeft ervoor te zorgen dat het Waals Gewest de rol van ontwikkelingsvector speelt die de creatie van activiteiten en banen ondersteunt; dat het gewest daartoe zodanig zal worden georganiseerd dat de sectoren die endogene natuurlijke rijkdommen exploiteren, worden versterkt, en dat het aldus zal bijdragen tot de inspanningen om de afhankelijkheid van het gewest op energiegebied van fossiele brandstoffen en ingevoerde primaire en secundaire goederen te verminderen (AI3.E4) ;

Overwegende dat het ruimtelijk ontwikkelingsplan de ondergrond en het landschap, het gebouwde en natuurlijke erfgoed erkent als te ontwikkelen hulpbronnen, met het oog op de ontwikkeling van een endogene economie, de versterking van het concurrentievermogen van de Waalse economie en als hefboom voor de klimaat- en energietransitie (AI3.E3);

Overwegende dat, wat de plattelandsgebieden betreft, de territoriale ontwikkeling gebaseerd zal zijn op de lokale ontwikkelingscentra en -gebieden, en meer in het bijzonder op de troeven van deze laatste, zoals de primaire hulpbronnen en de lokale verwerking; dat deze ambitie een strategisch antwoord biedt op de noodzaak om de ruimte te optimaliseren door de productieve activiteiten te vestigen op plaatsen die aangepast zijn aan hun behoeften (SA3éco.E1) ;

Overwegende dat de groeve van Pré Picard een van de laatste afzettingen van rood marmer in Wallonië exploiteert; dat in dit opzicht de exploitatie van deze lokale hulpbron, die internationaal bekend staat volgens het "Poty"-rapport, en zeldzaam is, moet worden gemotiveerd en ervoor moet zorgen dat de afzetting op de juiste manier wordt geëxploiteerd;

Overwegende dat het verzoek om deze redenen en onder voorbehoud van motivering en validering door het rapport over de milieueffecten van de voorgestelde herziening van het gewestplan, in overeenstemming is met het ruimtelijk ontwikkelingsplan;

IV. ONTWERP-INHOUD VAN HET MILIEUEFFECTENVERSLAG IV.1 Beoordeling van de effecten van het ontwerp-plan Overwegende dat de aanvrager heeft verzocht om een vrijstelling van de milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen D.VIII.31 en D.VIII.32 van het Wetboek; dat artikel D.VIII.31, § 2 van het Wetboek de persoon of de overheid die het verzoek tot voorbereiding, herziening of intrekking van een plan, schema, gids of omtrek initieert, toelaat om een vrijstelling van de milieueffectbeoordeling te vragen "wanneer een plan, schema, gids of omtrek het gebruik van kleine gebieden op lokaal niveau bepaalt of geringe wijzigingen inhoudt van de plannen, schema's, gidsen of omtrekken bedoeld in paragraaf 1 of niet het kader bepaalt waarbinnen de uitvoering van de projecten opgenomen in de lijst opgesteld overeenkomstig artikel D.64 van boek I van het Milieuwetboek in de toekomst kan worden toegestaan"; dat deze vrijstelling kan worden aangevraagd indien de milieueffecten verwaarloosbaar worden geacht en indien de aanvraag gerechtvaardigd is in het licht van de criteria die de vermoedelijke omvang van de effecten bepalen, bedoeld in artikel D.VIII.32 van het Wetboek;

Overwegende dat de motiveringen in het basisdossier en de bijlagen ervan met name betrekking hebben op de geringe omvang van de steengroeve en de uitbreiding ervan, de afstand van de exploitatie tot bewoonde gebieden, waardoor de overlast, met name in termen van lawaai, stof en vervoer, op het landschap, enz. kan worden beperkt;

Overwegende dat, gelet op de hieronder uiteengezette rechtspraak, het sectorplan niet kan worden beschouwd als een plan dat het gebruik van kleine gebieden op lokaal niveau bepaalt; dat, volgens de uitlegging die het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn arrest van 21 november 2016 heeft gegeven, het begrip "op lokaal niveau" verwijst naar het territoriale kader van de instantie die het plan opstelt of vaststelt, en veronderstelt dat het plan door een lokale instantie wordt vastgesteld, en niet door een regionale of nationale instantie ; dat deze definitie een duidelijk onderscheid maakt tussen plannen die op regionaal niveau zijn opgesteld en strikt lokale instrumenten; dat bijgevolg een streekplan, dat op initiatief en onder het gezag van de regio is opgesteld, niet kan worden omschreven als een plan dat het gebruik van kleine gebieden op lokaal niveau bepaalt;

Overwegende dat het herzieningsverzoek evenmin een kleine wijziging van het sectorplan betreft; dat in dit verband jurisprudentie (C.E., 18 januari 2016, nr. 233.494, Fourman) bepaalt dat een vrijstelling van effectbeoordeling slechts kan worden verleend indien de ingetrokken handeling deel uitmaakt van een hiërarchie van handelingen die aan een voorafgaande milieubeoordeling zijn onderworpen...; dat het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn arrest van 10 september 2015 (C-473/14) heeft verduidelijkt dat een wijziging van een plan of programma aan een beoordeling moet worden onderworpen wanneer zij aanzienlijke gevolgen voor het milieu kan hebben, met name wanneer het oorspronkelijke plan of programma niet aan een voorafgaande milieubeoordeling was onderworpen...; In casu is het bestemmingsplan niet onderworpen aan een milieueffectbeoordeling; het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan betreft de uitbreiding van een steengroeve in een gebied dat a priori niet verenigbaar is, namelijk in een landbouw- en bosbouwgebied; gelet op de informatie in het dossier kan deze herziening niet worden beschouwd als een kleine wijziging wegens de mogelijke gevolgen voor het leefmilieu en het landschap;

Overwegende dat, ten slotte, het gewestplan juist tot doel heeft het kader vast te leggen waarbinnen de uitvoering van de projecten die zijn opgenomen in de lijst opgesteld overeenkomstig artikel 64, § 2, van Boek I van het Milieuwetboek in de toekomst kan worden toegestaan en herinnert aan het open karakter van deze lijst;

Overwegende dat het verzoek om vrijstelling van het milieueffectrapport derhalve ongegrond is;

Overwegende dat het aldus opgemaakte ontwerp-plan niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het leefmilieu wegens de kenmerken van het gewestplan, van de effecten en van de gebieden die aangetast zouden kunnen worden ;

Overwegende dat om de behandeling van de aanvraag te kunnen voortzetten, een rapport derhalve moet worden opgesteld over de gevolgen van het ontwerp-plan voor het milieu en moet worden bepaald welke informatie het bevat;

Overwegende dat artikel D.VIII.33, § 3, van het Wetboek de minimuminhoud van het milieueffectenverslag vaststelt ; dat de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die moet worden verstrekt bepaald dient te worden om de specifieke kenmerken van het ontwerp-plan op die wijze in rekening te kunnen nemen ;

IV.2 Omvang van de te verstrekken informatie Overwegende dat geen enkel onderdeel van het ontwerp-plan vrijgesteld is van het milieueffectenverslag ;

Overwegende dat in het verslag over de gevolgen van het ontwerp-plan voor het leefmilieu een analyse zal worden gemaakt van de gevolgen van de opneming van de bestanddelen van het ontwerp-plan in het gewestplan Luik; dat de analyse beperkt zal blijven tot de onderdelen van het ontwerp-plan die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het leefmilieu;

Overwegende dat het milieueffectrapport in verhouding moet blijven tot de beperkte reikwijdte en de verwachte effecten van het project voor de herziening van het gewestplan; dat het rapport zich prioritair moet richten op de essentiële kwesties, waarbij de diepgaande analyse moet worden gericht op en beperkt tot onderwerpen die werkelijk relevant zijn voor de herziening van het gewestplan;

Overwegende dat het milieueffectenrapport volgens de trechterformule zal dienen te werken, namelijk dat de analyse van de onderdelen van het ontwerp-plan, volgens de aard van de behandelde aspecten, verricht zal worden van de grootste schaal naar de plaatselijke schaal van de omtrek van de aan herziening onderworpen gebieden ;" Overwegende dat het aan de opsteller van het milieueffectrapport is om alle in het basisdossier vermelde economische en technische gegevens te verifiëren;

Overwegende dat de analyse van de behoeften die de opname van een nieuw ontginningsgebied in het gewestplan rechtvaardigt, gedetailleerd moet zijn om de doelmarkt te specificeren (actieradius, concurrenten, beschikbaarheid van de producten in de twee steengroeven van de aanvrager en die van de concurrenten, enz.); dat het nodig zal zijn om het effect van een stopzetting van de steengroeveactiviteit op de markt in het geval van niet-herziening van het gewestplan op te nemen en aan te tonen dat het aanbod van andere steengroeven onvoldoende zou zijn om aan de vraag te voldoen; dat de analyse niet beperkt zal blijven tot rood marmer alleen, maar alle producten zal omvatten die in de groeve worden gewonnen; dat deze analyse van vraag en aanbod gedetailleerd zal moeten zijn in de context van de nichemarkt voor rood marmer;

Overwegende dat de opsteller van het milieueffectrapport een gedetailleerde geologische studie moet verrichten, met inbegrip van geofysische proeven en (niet-destructieve) kernboringen, teneinde onder meer de precieze omvang van de afzetting, de geometrie, de breuklijn en de kleur van het marmer te bepalen; dat de analyse niet beperkt mag blijven tot de terreinen van de aanvrager, maar betrekking moet hebben op de gehele afzetting;

Overwegende dat de steengroeve enkel een rood en grijs marmeren rif exploiteert in de vorm van breuksteen; dat de mogelijkheid om de afzetting te exploiteren voor de productie van breuksteen en siersteen moet worden geverifieerd en dat het meest geschikte exploitatietype moet worden gedefinieerd, met het oog op het noodzakelijke spaarzame gebruik van de grond en de optimale ontwikkeling van een afzetting die zeldzaam is in Wallonië;

Overwegende dat het ook nodig zal zijn de oppervlakte te evalueren die moet worden bestemd voor het ontginningsgebied in de zin van artikel D.II.41 van het Wetboek in het licht van het huidige aanbod en in de loop van de instructie alsmede de toekomstige behoeften van de activiteit en de herinrichtingsprojecten, met betrekking tot de feitelijke omvang van de afzetting en rekening houdend met de aanwijzingen in het ruimtelijk ontwikkelingsplan;

Overwegende dat, in het licht van het verzoek, in het milieueffectrapport de behoefte aan oppervlakte voor de opslag van afvalgesteente moet worden geanalyseerd en, indien nodig, in maatregelen ter bescherming van het landschap moet worden voorzien; dat in het rapport rekening moet worden gehouden met eventuele alternatieven voor de opslag van afvalgesteente, teneinde een spaarzaam beheer van het land te waarborgen en zoveel mogelijk land voor agrarisch gebruik te behouden;

Overwegende dat het nodig zal zijn om de impact op de steengroeve te analyseren van het verwijderen van de directe toegang tot de N5 via de chemin de Tapoumont ; dat het ook nodig zal zijn om het project te analyseren om een parallelweg aan de N5 aan te leggen om de omwonenden en de steengroeve te bedienen, evenals de impacts en alternatieven in termen van beheer van het vrachtvervoer als dit project niet wordt uitgevoerd;

Overwegende dat de analyse van de relevantie van de locatie van het ontwerpplan en het zoeken naar varianten moet worden beperkt tot het gebied waar de aanwezigheid van een bioherme van rood marmer is aangetoond, zonder te worden beperkt tot de enige ontginningsgebieden en ontginningsafhankelijke gebieden die momenteel zijn opgenomen in het gewestplan, met inachtneming van de aanwijzingen van het ruimtelijk ontwikkelingsplan en een spaarzaam beheer van de ondergrondse hulpbronnen;

Overwegende dat de analyse van de afbakening van het project en van de voorwaarden voor de ontsluiting van de bestemmingsgebieden, evenals het zoeken naar varianten, moeten beperkt worden tot de meest relevante onderzoeksomtrek rekening houdende met de overwogen aard van het milieu en druk voortvloeiende uit de vestiging.

Overwegende dat de omtrek van de uitbreiding opnieuw moet worden bepaald in het licht van de omvang van de biohermie en de vastgestelde behoeften, zonder rekening te houden met de eigendomsgrenzen en op basis van de resultaten van de gedetailleerde geologische studie die tot doel heeft de precieze grenzen van de afzetting te bepalen; dat ook de door de aanvrager afgewezen varianten moeten worden geanalyseerd;

Overwegende dat de auteur van het onderzoek de gevolgen van het ontwerpplan voor de ruimtelijke optimalisatie zal moeten beoordelen; dat deze analyse een beoordeling zal moeten omvatten van de ontwerpherziening van het gewestplan voor de bestrijding van ongebreidelde stadsuitbreiding, het maximale behoud van land en het efficiënte en coherente gebruik van land door verstedelijking;

IV.3 Duidelijkheid van de te verstrekken informatie Overwegende dat het verslag rekening zal houden : - "met de economische, technische en leefmilieukenmerken van de aanvraag;" - de adviezen uitgebracht door : * de beleidsgroep « Ruimtelijke Ordening » ; * de Beleidsgroep Leefmilieu; * de SPW (Waalse Overheidsdienst) Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu * het natuurpark Viroin-Hermetorn" over het basisdossier en/of de inhoud van het rapport; - met de opmerkingen van de gemeenteraad van Philippeville en het publiek tijdens de voorafgaande informatiebijeenkomst op 28 september 2023;

Overwegende dat het milieueffectrapport alle producten die uit de steengroeve worden gewonnen uitputtend moet onderzoeken; dat het een schatting moet maken van de gewonnen hoeveelheden voor elk type product (rood marmer, grijs marmer, roze marmer); dat deze analyse een gedetailleerde beschrijving moet bevatten van hun toepassingen, zoals industriële of decoratieve toepassingen, evenals hun bestemmingen, lokaal, nationaal of internationaal; dat van het rapport ook wordt verwacht dat het details verstrekt over de steengroeveproducten die door de exploiterende onderneming op de markt worden gebracht, waarbij wordt aangegeven hoe ze worden gebruikt, om een volledig inzicht te krijgen in de economische en milieueffecten van deze exploitatie;

Overwegende dat het milieueffectrapport ervoor moet zorgen dat deze afzetting, die als een zeldzame hulpbron wordt beschouwd, op passende wijze wordt geëxploiteerd, door middel van een gedetailleerde geologische studie; dat deze studie niet-destructieve boringen zal omvatten om de verschillende aanwezige marmervariëteiten te onderscheiden en te kwantificeren, om de breukstaat van het gesteente duidelijk vast te stellen en, in voorkomend geval, de onmogelijkheid te rechtvaardigen om de afzetting als afmetingsteen of siersteen te exploiteren ;

Overwegende dat ook wordt verwacht dat de precieze grenzen van de afzetting zullen worden bepaald; dat de opsteller van het milieueffectrapport zich zal kunnen baseren op de gegevens en de aanbevelingen zal kunnen toepassen van de geologische studie die in 2012 door het adviesbureau ARCEA is uitgevoerd voor de groeve Pré Picard, evenals die van het advies van de SPW ARNE;

Overwegende dat moet worden nagegaan of de vastgestelde grenzen het mogelijk maken te voldoen aan de eisen van de artikelen D.II.28, lid 3, en D.II.41, van het Wetboek met betrekking tot de omtrek of isolatievoorziening die vereist is voor het ontginningsgebied;

Overwegende dat in het milieueffectrapport de geschiktheid van het voorgestelde gebruik, met inbegrip van het aan het einde van de exploitatie geplande gebruik, zal worden geanalyseerd en dat in voorkomend geval alternatieven zullen worden voorgesteld, rekening houdend met de kenmerken van het project, de eisen van de exploitatie en het potentieel van de locatie op lange termijn; dat de auteur meer in het bijzonder wordt verzocht de mogelijkheid en de geschiktheid te analyseren van een herbestemming van de grond tot natuur- of landbouwgebied aan het einde van de exploitatie;

Overwegende dat de auteur van het onderzoek zal analyseren of het wenselijk is om een milieubeschermingsstatus te registreren aan het einde van de ontginningsactiviteit (natuurreservaat, biologisch waardevol vochtig gebied, Natura2000-gebied, enz;);

IV.4 In te winnen adviezen Overwegende dat de ontwerp-inhoud van het milieueffectrapport en het ontwerpplan voor advies moeten worden voorgelegd aan de Beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening" en de Beleidsgroep "Leefmilieu", overeenkomstig artikel D.VIII.33, § 4, van het Wetboek;

Overwegende dat, gezien de verschillende potentiële effecten op het milieu, de natuurlijke hulpbronnen en de landbouwactiviteit, de ontwerpinhoud van het milieueffectrapport voor advies moet worden voorgelegd aan de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;

Overwegende dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de mobiliteit en meer bepaald aan de bereikbaarheid van de groeve van en naar de N5; dat het bijgevolg aangewezen is het ontwerp van de inhoud van het milieueffectenrapport voor advies voor te leggen aan de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;

V. CONCLUSIES Overwegende dat het om de hierboven uiteengezette redenen noodzakelijk is te beslissen over de herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin, het ontwerp-plan goed te keuren en opdracht te geven tot het opstellen van een milieueffectrapport van dit ontwerp-plan;

Overwegende dat de ontwerp-inhoud van het milieueffectenverslag bijgevoegd bij dit besluit de draagwijdte van artikel D.VIII.33, § 2, van het Wetboek verduidelijkt door de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het moet bevatten ten opzichte van de specifieke kenmerken van het ontwerp-plan te bepalen;

Besluit :

Artikel 1.Het gewestplan Philippeville-Couvin (blad 57/4) moet worden herzien om de voortzetting van de ontginning van de steengroeve Pré Picard te Philippeville (Neuville) mogelijk te maken.

Art. 2.Het ontwerp van herziening van het gewestplan Philippeville-Couvin met betrekking tot de registratie van een ontginningsgebied dat aan het einde van de exploitatie een groene zone zal worden op het grondgebied van de stad Philippeville (Neuville), op de site van de steengroeve Pré Picard, wordt overeenkomstig bijgevoegd plan goedgekeurd.

Art. 3.Een milieueffectrapport van het ontwerp-plan dient te worden opgesteld.

Art. 4.De ontwerp-inhoud van het milieueffectrapport van het ontwerp-plan wordt aangenomen overeenkomstig bijgaand document.

Art. 5.De Waalse Overheidsdienst Gebiedsontwikkeling, Woonbeleid, Erfgoed, Energie is belast met de opvolging van dit besluit en, naast de Beleidsgroepen "Ruimtelijke Ordening" en "Leefmilieu", voor het inwinnen van advies bij de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu en de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur.

Namen, 27 februari 2025.

F. DESQUESNES


Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


^