Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 26 februari 2003
gepubliceerd op 04 maart 2003

Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 17 december 2002 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2003035275
pub.
04/03/2003
prom.
26/02/2003
ELI
eli/besluit/2003/02/26/2003035275/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

26 FEBRUARI 2003. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 17 december 2002 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee


De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, Gelet op verordening (EG) nr. 2340/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling voor 2003 en 2004, van de vangstmogelijkheden voor bestanden van diepzeevissen;

Gelet op verordening (EG) nr. 2341/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot vaststelling voor 2003, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden die in de wateren van de Gemeenschap en voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, inzonderheid op bijlage XVII inzake visserij-inspanning en aanvullende voorwaarden op het gebied van controle, inspectie en toezicht in de context van het herstel van de kabeljauw- en heekbestanden;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 6, § 1, V, vervangen bij de bijzondere wet van 13 juli 2001;

Gelet op de wet van 12 april 1957 waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee, gewijzigd bij de wetten van 23 februari 1971, 18 juli 1973, 22 april 1999 en 3 mei 1999;

Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wetten van 11 april 1983, 29 december 1990 en 5 februari 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 juni 1994 tot het instellen van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 december 1994, 4 mei 1995, 4 augustus 1996, 2 december 1996, 13 september 1998, 3 februari 1999, 13 mei 1999, 20 december 1999 en 20 augustus 2000, inzonderheid op artikel 18;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering;

Gelet op het ministerieel besluit van 17 december 2002 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 27 januari 2003;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat met het oog op het goede beheer van de visbestanden in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g, het noodzakelijk is maatregelen te nemen vanaf 1 maart 2003 zoals het sluiten van bepaalde gebieden voor de visserij, het beperken van het aantal zeedagen per vaartuig, per maand en de tongvangsten per zeedag;

Overwegende dat voor het jaar 2003 vangstbeperkingen moeten worden vastgesteld om de aanvoer te spreiden, is het bijgevolg nodig zonder uitstel behoudsmaatregelen te nemen om de door de EG toegestane vangsten niet te overschrijden;

Overwegende dat een betere spreiding van de aanvoer van wijting kan worden bewerkstelligd door het instellen van maximale vangsten per vaartdag in bepaalde i.c.e.s.-gebieden;

Overwegende dat de wrakvisserij beoefend door zeehengelaars resulteert in het afvangen van moederdieren van de vissoort kabeljauw waarvan het bestand op instorten staat;

Overwegende dat tengevolge van de drastische verlaging van de TAC van kabeljauw er nationaal strenge vangstbeperkingen worden opgelegd aan de beroepsvisserij en dat bepaalde niet-beroepsmatige visserijactiviteiten, met name het zeehengelen vanuit vaartuigen die niet beschikken over een visvergunning, kunnen leiden tot concurrentievervalsing en dat het derhalve billijk is dat ook deze niet-beroepsvissers aan een vangstbeperking op die vissoort worden onderworpen, Besluit :

Artikel 1.Het artikel 7 van het ministerieel besluit van 17 december 2002 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee, wordt aangevuld met de volgende leden : « In afwijking met vorige leden is het in de periode van 1 maart 2003 tot en met 31 maart 2003 in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g verboden dat de totale tongvangst per zeereis gerealiseerd door een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 221 kW een hoeveelheid overschrijdt die gelijk is aan 100 kg vermenigvuldigd met het aantal zeedagen gerealiseerd tijdens die zeereis in VIIf,g;

In afwijking met vorige leden is het in de periode van 1 maart 2003 tot en met 31 maart 2003 in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g verboden dat de totale tongvangst per zeereis gerealiseerd door een vissersvaartuig met een motorvermogen van 221 kW of minder een hoeveelheid overschrijdt die gelijk is aan 150 kg vermenigvuldigd met het aantal zeedagen gerealiseerd tijdens die zeereis in VIIf,g. »

Art. 2.Het artikel 9bis ingevoegd in hetzelfde besluit door het ministerieel besluit van 27 januari 2003 wordt aangevuld met het volgend lid : « Een vissersvaartuig, mag gedurende de maand maart 2003 maximaal tien zeedagen realiseren in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g;

Het aantal overschreden dagen wordt gekort van het maximaal toegelaten aantal vaartdagen gedurende de eerste viermaandelijkse periode zoals bepaald in artikel 18. »

Art. 3.Het artikel 14 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid : « In de periode van 1 maart 2003 tot en met 31 maart 2003 is de visserij in het deel van de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g ten oosten van 5°30'W.L. en bovendien ten noorden van 50°45'N.B. verboden;

In de periode van 1 april 2003 tot en met 30 juni 2003 is de visserij in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g verboden. »

Art. 4.Het artikel 17 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgende leden : « In afwijking met vorig lid is de wijtingvisserij in de Noordzee vrij vanaf 1 maart 2003 en dit tot op het ogenblik dat 50 % van het quotum werd benut vóór 30 september 2003.

In de periode van 1 maart 2003 tot en met 31 december 2003 is het in het i.c.e.s.-gebied VIIa verboden dat de totale wijtingvangst per zeereis door een vissersvaartuig een hoeveelheid overschrijdt die gelijk is aan 40 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis in betreffend i.c.e.s.-gebied. »

Art. 5.Het artikel 17bis ingevoegd in hetzelfde besluit door het ministerieel besluit van 27 januari 2003, wordt artikel 18bis .

Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 17bis ingevoegd : « Art. 17bis . Het is aan zeehengelaars, die vissen vanuit vaartuigen die niet beschikken over een visvergunning verboden om in totaal meer dan 20 kg kabeljauw en zeebaars, waarvan maximaal 15 kg kabeljauw, per ingescheepte persoon en per zeereis aan boord te houden, over te laden en te lossen. De vis dient in hele staat te worden aangevoerd en mag ontdaan zijn van ingewanden. »

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2003 en treedt buiten werking op 31 december 2003, om 24 uur.

Brussel, de 26 februari 2003.

V. DUA

^