Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 19 januari 1998
gepubliceerd op 28 maart 1998

Ministerieel besluit houdende maatregelen met het oog op de opsporing van infectieuse boviene rhinotracheïtis en van paratuberculose in de runderbeslagen

bron
ministerie van middenstand en landbouw
numac
1998016019
pub.
28/03/1998
prom.
19/01/1998
ELI
eli/besluit/1998/01/19/1998016019/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

19 JANUARI 1998. Ministerieel besluit houdende maatregelen met het oog op de opsporing van infectieuse boviene rhinotracheïtis en van paratuberculose in de runderbeslagen


De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990, 30 juli 1991, 6 augustus 1993, 21 december 1994 en 20 december 1995;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 augustus 1988 tot vaststelling van het bijzonder reglement betreffende het beheer van het Fonds voor de gezondheid en de produktie van de dieren;

Gelet op het koninklijk besluit van 6 december 1978 betreffende de bestrijding van runderbrucellose gewijzigd bij koninklijke besluiten van 20 januari 1988, 27 januari 1989, 10 januari 1990, 9 januari 1991, 28 november 1991, 17 april 1992, 19 augustus 1992 en 20 october 1992;

Gelet op het advies van de Raad van het Fonds voor de gezondheid en de produktie van de dieren, gegeven op 18 november 1997;

Gelet op het akkoord van de Inspectie van Financiën, gegeven op 8 januari 1998;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989 en 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het noodzakelijk is een duidelijk inzicht te hebben in het voorkomen van deze ziekten teneinde hun uitroeiingsplan te kunnen opstellen of onderbouwen, Besluit :

Artikel 1.Met het oog op de opsporing van infectieuse boviene rhinotracheïtis en van paratuberculose moeten bloedmonsters worden genomen tussen 1 december 1997 en 31 maart 1998 in een gedeelte van de runderbedrijven. Het aantal te nemen monsters en de keuze van de te bemonsteren bedrijven wordt door de Dienst bepaald.

Art. 2.De aangenomen dierenarts, aangeduid door de verantwoordelijke voor de uitvoering van profylactische tussenkomsten op de runderen van zijn beslag, voert de bloedstaalnames uit bedoeld bij artikel 1.

Art. 3.De dierenartsen aangeduid volgens artikel 2 worden als volgt voor hun prestaties vergoed : a. de vergoedingen worden toegekend overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 6 december 1978 tot bevordering van de brucellosebestrijding gezien het voorschrijven van een serologische balans voor de opsporing van brucellose;b. 50 frank wordt toegekend per rund van minder dan een jaar dat het voorwerp uitmaakt van een staalname bedoeld bij artikel 1;dit bedrag is te vermelden in de trimestriële staten "brucellose"; c. een forfaitaire vergoeding van 450 frank wordt toegekend per runderbeslag dat het voorwerp uitmaakt van bloedstaalnames met het oog op de opsporing van infectieuse boviene rhinotracheïtis en van paratuberculose.

Art. 4.De forfaitaire vergoeding bedoeld bij artikel 3 lid c, is ten laste van het Fonds voor de gezondheid en de productie van de dieren en wordt toegekend als de selectie van de te bemonsteren dieren, de bloedstaalname en de identificatie uitgevoerd zijn volgens de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts en als de gevraagde documenten vervolledigd zijn. Deze vergoeding wordt rechtstreeks uitbetaald aan de aangeduide dierenarts tegen overlegging van een behoorlijk gerechtvaardigde onkostenstaat die door de inspecteur-dierenarts juist werd verklaard.

Art. 5.Het conditionneren van de stalen wordt uitgevoerd door de erkende laboratoria binnen de grenzen van hun territoriale bevoegdheid. De analyses en de verwerking worden uitgevoerd door het CODA.

Art. 6.De rechtspersoonlijkheid van het CODA is ertoe gehouden om overeenkomstig de richtlijnen van de Dienst het personeel aan te werven, dat zal belast worden met de uitvoering van de opdrachten voorzien in dit besluit of voorgeschreven door de Dienst.

Voor de financiering van dit personeel, evenals voor de lasten die voortvloeien uit deze opdrachten zullen, ten laste van het Fonds, toelagen worden toegekend aan de rechtspersoonlijkheid van het CODA op basis van de ingediende schuldvorderingen.

Een voorschot op de toelage zoals deze voorzien is in bijlage 1 kan uitbetaald worden. Het saldo zal pas uitbetaald worden na verrechtvaardiging van het geheel van deze toelagen.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 december 1997.

Brussel, 19 januari 1998.

K. PINXTEN

Bijlage Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 19 januari 1998.

De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, K. PINXTEN

^