Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 18 december 2015
gepubliceerd op 30 december 2015

Ministerieel besluit houdende actualisatie van de huidige bandingfactoren en vastlegging van de bandingfactoren van groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten voor projecten met een startdatum vanaf 2016

bron
vlaamse overheid
numac
2015036634
pub.
30/12/2015
prom.
18/12/2015
ELI
eli/besluit/2015/12/18/2015036634/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

VLAAMSE OVERHEID

Leefmilieu, Natuur en Energie


18 DECEMBER 2015. - Ministerieel besluit houdende actualisatie van de huidige bandingfactoren en vastlegging van de bandingfactoren van groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten voor projecten met een startdatum vanaf 2016


DE VLAAMSE MINISTER VAN BEGROTING, FINANCI"N EN ENERGIE, Gelet op het Energie decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/05/2009 pub. 06/07/2009 numac 2009035588 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het decreet van 22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet sluiten, artikel 7.1.4/1, § 1 en § 4, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2012 pub. 30/08/2012 numac 2012204755 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met : 1° de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen van inkomen en van vermogen met inbegrip van de ondernemingsbelasting en de grondbelastingen, en van het Slotprotocol, ondertekend te Brussel op 11 april 1967, zoals gewijzigd door de aanvullende overeenkomst, ondertekend te Brussel op 5 november 2002, en door het Protocol, ondertekend te Brussel op 21 januari 2010; 2° het Protocol tot wijziging van de overeenkomst en het Slotprotocol, zoals gewijzigd, vermeld onder 1°, ondertekend te Brussel op 21 januari 2010 type decreet prom. 13/07/2012 pub. 11/09/2012 numac 2012204829 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met 1° de overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting naar het inkomen en naar vermogenswinsten, ondertekend te Brussel op 1 juni 1987, gewijzigd door het protocol van 24 juni 2009, 2° het protocol tot wijziging van de overeenkomst vermeld onder 1°, ondertekend te Parijs op 24 juni 2009 type decreet prom. 13/07/2012 pub. 06/09/2012 numac 2012204745 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met : 1° het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met protocollen I en II, ondertekend te Luxemburg op 5 juni 2001, zoals gewijzigd door het protocol, ondertekend te Berlijn op 23 juni 2009, 2° het protocol tot wijziging van het Verdrag en de protocollen, vermeld onder 1°, ondertekend te Berlijn op 23 juni 2009 sluiten en gewijzigd bij de decreet van 28 juni 2013 en 27 november 2015;

Gelet op het Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 6.2/1.1, eerste lid, tweede zin, ingevoegd bij het besluit van 21 december 2012 en laatst gewijzigd bij het besluit van 10 juli 2015 en artikel 6.2/1.6, eerste lid, ingevoegd bij het besluit van 21 december 2012 en gewijzigd bij het besluit van 10 januari 2014;

Gelet op het rapport van het Vlaams Energieagentschap van 31 augustus 2015;

Gelet op het advies nr. 58.495/3 van de Raad van State, gegeven op 15 december 2015 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit :

Artikel 1.Voor nieuwe projecten met startdatum in 2016 bedragen de maximaal toegelaten bandingfactoren voor: 1° projecten uit de representatieve projectcategorieën met een afschrijvingstermijn van tien jaar: 1;2° projecten uit de representatieve projectcategorieën met een afschrijvingstermijn van vijftien jaar: 0,800;3° projecten uit de niet-representatieve projectcategorieën met een afschrijvingstermijn van tien jaar: 1;4° projecten uit de niet-representatieve projectcategorieën met een afschrijvingstermijn van vijftien jaar: 0,940.

Art. 2.Voor groenestroomprojecten wordt de bandingfactor per categorie, door het Vlaams Energieagentschap in haar rapport van 31 augustus 2016 voorgesteld ter uitvoering van het bepaalde in artikel 6.2/1.5, § 2, derde lid van het Energiebesluit, per categorie vastgesteld als volgt: 1° zonne-energie: a) nieuwe installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW tot en met 250 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,382;b) nieuwe installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,384;2° nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een maximaal vermogen per turbine tot en met 4 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,605;3° nieuwe biogasinstallaties met een maximaal vermogen tot en met 5 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: a) voor de vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen: de bandingfactor bedraagt 1;b) voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie: de bandingfactor bedraagt 1;c) recuperatie van stortgas: de bandingfactor bedraagt 0,397;d) voor vergisting van rioolwaterzuiveringsslib: de bandingfactor bedraagt 0;e) overige vergisters: de bandingfactor bedraagt 1;4° nieuwe biogasinstallaties met een maximaal vermogen groter dan 5 MWe tot en met 20 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: a) voor de vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromenen: de bandingfactor bedraagt 1;b) voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie: de bandingfactor bedraagt 1;c) recuperatie van stortgas: de bandingfactor bedraagt 0,243;d) voor vergisting van rioolwaterzuiveringsslib: de bandingfactor bedraagt 0;e) overige vergisters: de bandingfactor bedraagt 1;5° nieuwe installaties voor de verbranding van vaste biomassa met een maximaal vermogen tot en met 20 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1;6° nieuwe installaties voor de verbranding van vloeibare biomassa met een maximaal vermogen tot en met 20 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1;7° nieuwe installaties voor de verbranding van biomassa-afval met een maximaal vermogen tot en met 20 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,580;8° nieuwe installaties voor de verbranding van huishoudelijk of bedrijfsafval met een maximaal vermogen tot en met 20 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0.

Art. 3.Voor WKK-projecten wordt de bandingfactor, door het Vlaams Energieagentschap in haar rapport van 31 augustus 2015 voorgesteld ter uitvoering van het bepaalde in artikel 6.2/1.5, § 2, derde lid van het Energiebesluit, per categorie vastgesteld als volgt: 1° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties, voor zover ze niet behoren tot 5°, met een bruto nominaal vermogen tot en met 10 kWe: a) nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1;b) ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1;2° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties, voor zover ze niet behoren tot 5°, met een bruto nominaal vermogen groter dan 10 kWe tot en met 200 kWe: a) nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1;b) ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1;3° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties, voor zover ze niet behoren tot 5°, met een bruto nominaal vermogen groter dan 200 kWe tot en met 1MWe: a) nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1;b) ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,577;4° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties, voor zover ze niet behoren tot 5°, met een motor met een bruto nominaal vermogen groter dan 1 MWe tot en met 5MWe: a) nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,860;b) ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,620;4° /1 kwalitatieve warmte-krachtinstallaties, voor zover ze niet behoren tot 5°, met minimaal een motor en met een bruto nominaal vermogen groter dan 5 MWe tot en met 10 MWe: a.nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,554; b. ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,377;5° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties op biogas met een maximaal bruto nominaal vermogen tot en met 5 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: a) nieuwe installaties: 1.voor de vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen: de bandingfactor bedraagt 1; 2. voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie: de bandingfactor bedraagt 1;3. voor recuperatie van stortgas: de bandingfactor bedraagt 1;4. voor vergisting van rioolwaterzuiveringsslib: de bandingfactor bedraagt 0;5. overige vergisters: de bandingfactor bedraagt 1;b) ingrijpende wijzigingen: 1.voor de vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen: de bandingfactor bedraagt 1; 2. voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie: de bandingfactor bedraagt 1;3. voor recuperatie van stortgas: de bandingfactor bedraagt 1;4. voor vergisting van rioolwaterzuiveringsslib: de bandingfactor bedraagt 0;5. overige vergisters: de bandingfactor bedraagt 1;6° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties op biogas met een maximaal bruto nominaal vermogen groter dan 5 MWe tot en met 20 MWe en met een startdatum vanaf 1 januari 2016: a) nieuwe installaties: 1.voor de vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen: de bandingfactor bedraagt 1; 2. voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie: de bandingfactor bedraagt 1;3. voor recuperatie van stortgas: de bandingfactor bedraagt 0;4. voor vergisting van rioolwaterzuiveringsslib: de bandingfactor bedraagt 0;5. overige vergisters: de bandingfactor bedraagt 1;b) ingrijpende wijzigingen: 1.voor de vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen: de bandingfactor bedraagt 1; 2. voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie: de bandingfactor bedraagt 1;3. voor recuperatie van stortgas: de bandingfactor bedraagt 0;4. voor vergisting van rioolwaterzuiveringsslib: de bandingfactor bedraagt 0;5. overige vergisters: de bandingfactor bedraagt 1;7° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties met een bruto nominaal vermogen groter dan 1 tot en met 20 MWe met turbines op a) gas: 1.nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,377; 2. ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0;b) stoom: 1.nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0; 2. ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0;c) beide: 1.nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,963; 2. ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,183;8° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties met een bruto nominaal vermogen groter dan 20 tot en met 50 MWe met turbines op a) gas: 1.nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1; 2. ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,451;b) stoom: 1.nieuwe installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,426; 2. ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0;c) beide: 1.nieuwe installaties met een startdatum vanaf vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 1; 2. ingrijpende wijzigingen met een startdatum vanaf vanaf 1 januari 2016: de bandingfactor bedraagt 0,851.

Art. 4.Voor groenestroomprojecten wordt de bandingfactor per categorie, door het rapport van het Vlaams Energieagentschap van 1 juli 2015 ter uitvoering van artikel 7.1.4/1, § 1, zesde lid van het Energiedecreet en artikel 6.2/1.3 van het Energiebesluit geactualiseerd en aangepast, gevalideerd als volgt: 1° zonne-energie: a) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) tot en met 10 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2013 t.e.m. 31 december 2013: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,818; b) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW tot en met 250 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2013 t.e.m. 31 december 2013: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,880; c) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2013 t.e.m. 31 december 2013: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,686; d) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) tot en met 10 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2014 t.e.m. 30 juni 2014: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,753; e) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW tot en met 250 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2014 t.e.m. 30 juni 2014: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,642; f) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2014 t.e.m. 30 juni 2014: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,520; g) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) tot en met 10 kW en met een startdatum vanaf 1 juli 2014 t.e.m. 31 december 2014: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,621; h) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW tot en met 250 kW en met een startdatum vanaf 1 juli 2014 t.e.m. 31 december 2014: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,579; i) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW en met een startdatum vanaf 1 juli 2014 t.e.m. 31 december 2014: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,467; j) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) tot en met 10 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2015 t.e.m. 30 juni 2015: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,448; k) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 kW tot en met 250 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2015 t.e.m. 30 juni 2015: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,581; l) installaties met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 250 kW tot en met 750 kW en met een startdatum vanaf 1 januari 2015 t.e.m. 30 juni 2015: de geactualiseerde bandingfactor bedraagt 0,469. 2° nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op land, met een maximaal vermogen per turbine tot en met 4 MWe en: a) met een startdatum vanaf 1 januari 2013 t.e.m. 31 december 2013: de bandingfactor bedraagt 0,889; b) met een startdatum vanaf 1 januari 2014 t.e.m. 31 december 2014: de bandingfactor bedraagt 0,767; c) met een startdatum vanaf 1 januari 2015 t.e.m. 31 december 2015: de bandingfactor bedraagt 0,655.

Brussel, 18 december 2015.

De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, Annemie TURTELBOOM

^