Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 08 maart 2017
gepubliceerd op 19 september 2017

Ministerieel besluit tot vaststelling van de richtlijnen die van toepassing zijn bij de veilige inrichting van de ruimten voor de opvang van baby's en peuters

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2017204345
pub.
19/09/2017
prom.
08/03/2017
ELI
eli/besluit/2017/03/08/2017204345/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

8 MAART 2017. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de richtlijnen die van toepassing zijn bij de veilige inrichting van de ruimten voor de opvang van baby's en peuters


De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, Gelet op het decreet van 31 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 31/03/2014 pub. 02/07/2014 numac 2014202570 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de kinderopvang sluiten betreffende de kinderopvang, artikel 7, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 2 maart 2015;

Gelet op het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang, artikel 21, tweede lid, 9° en 16°, artikel 87, 9°, artikel 128, tweede lid, 9°, 12°, 17° en 19°;

Gelet op het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de zelfstandige onthaalouders, artikel 15, tweede lid, 9°, 12°, 17°;

Gelet op het besluit van de Regering van 30 juni 2014 houdende verdeling van de bevoegdheden onder de ministers;

Gelet op het besluit van de Regering van 30 juni 2014 houdende overdracht van beslissingsbevoegdheden aan de ministers;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 januari 2017;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d. 8 maart 2017, Besluit :

Artikel 1.In de bijlage van dit besluit worden de richtlijnen vastgelegd die - bij de veilige inrichting van de ruimten waartoe kinderen toegang hebben - van toepassing zijn op de dienstverrichters en de in de kinderopvang werkzame personen vermeld in artikel 1, 7°, 9°, 10° en 14°, van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang en vermeld in artikel 2, 6° en 7°, van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de zelfstandige onthaalouders.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt aangenomen.

Eupen, 8 maart 2017.

A. ANTONIADIS

Bijlage bij het ministerieel besluit van 8 maart 2017 tot vaststelling van de richtlijnen die van toepassing zijn bij de veilige inrichting van de ruimten voor de opvang van baby's en peuters HOOFDSTUK 1. - Balustrades en omheiningen I. Balustrades A) Traphekjes en afsluithekjes Trappen en de toegang tot die trappen worden beveiligd overeenkomstig het tweede lid vanaf vijf treden resp. vanaf een hoogte van 80 cm.

Wat traphekjes en afsluithekjes betreft, gelden de volgende richtlijnen in alle ruimten waar de opvang plaatsvindt en die voor de kinderen toegankelijk zijn : 1° de traphekjes en afsluithekjes zijn minstens 50 cm hoog;2° de traphekjes en afsluithekjes bestaan ofwel uit verticale spijlen met een maximale afstand van 6,5 cm tussen twee spijlen, ofwel uit een volle wand;3° er zijn geen horizontale dwarsbalken;4° de maximale afstand tussen de bodem en de onderste rand van de traphekjes en afsluithekjes bedraagt 6,5 cm. B) Terrasbalustrades Voor terrasbalustrades gelden de volgende richtlijnen : 1° elk verhoogd terras dat voor de kinderen toegankelijk is en dat een valhoogte van meer dan één meter heeft, is beveiligd met een terrasbalustrade;2° de terrasbalustrade is minstens 1,20 meter hoog;3° de terrasbalustrade bestaat ofwel uit verticale spijlen met een maximale afstand van 6,5 cm tussen twee spijlen, ofwel uit een volle wand;4° de maximale afstand tussen de bodem en de onderste rand van de terrasbalustrade bedraagt 6,5 cm;5° er zijn geen horizontale dwarsbalken;6° indien de terrasbalustrade niet voldoet aan de normen vastgesteld in de bepalingen onder 2° tot 5°, oefent de onthaalouder, kinderbegeleider of begeleider van occasionele kinderopvang permanent en versterkt toezicht uit. C) Balustrades bij open verhogingen Onder "open verhogingen" worden verhogingen zoals een mezzanine, een bordes en dergelijke verstaan.

Voor balustrades bij open verhogingen gelden de volgende richtlijnen : 1° elke open verhoging die voor de kinderen toegankelijk is en die een valhoogte van meer dan één meter heeft, is beveiligd met een balustrade;2° de balustrade is minstens 1,20 meter hoog;3° de balustrade bestaat ofwel uit verticale spijlen met een maximale afstand van 6,5 cm tussen twee spijlen, ofwel uit een volle wand;4° de maximale afstand tussen de bodem en de onderste rand van de balustrade bedraagt 6,5 cm;5° er zijn geen horizontale dwarsbalken;6° indien de balustrade niet voldoet aan de normen vastgesteld in de bepalingen onder 2° tot 5°, oefent de onthaalouder, kinderbegeleider of begeleider van occasionele kinderopvang permanent en versterkt toezicht uit. D) Trapbalustrades Voor trapbalustrades gelden de volgende richtlijnen : 1° elke open trap die voor de kinderen toegankelijk is, is beveiligd met een trapbalustrade;2° de trapbalustrade is minstens 90 cm hoog;3° de trapbalustrade bestaat ofwel uit verticale spijlen met een maximale afstand van 6,5 cm tussen twee spijlen, ofwel uit een volle wand;4° er zijn geen horizontale dwarsbalken;5° de maximale afstand tussen de bodem en de onderste rand van de trapbalustrade bedraagt 6,5 cm;6° indien de trapbalustrade niet voldoet aan de normen vastgesteld in de bepalingen onder 2° tot 5°, mogen kinderen tot de leeftijd van 6 jaar de trap alleen gebruiken in begeleiding van een volwassene. II. Omheiningen A) Omheiningen rond permanente waterpartijen Onder 'permanente waterpartijen' worden natuurlijke of door de mens aangelegde waterpartijen van blijvende aard verstaan, zoals een vijver, poel, fontein, zwembad en dergelijke.

Voor omheiningen rond permanente waterpartijen waartoe de kinderen toegang hebben, gelden de volgende richtlijnen : 1° elke waterpartij is beveiligd met een omheining;2° de omheining is minstens 1,20 meter hoog;3° de maximale afstand tussen de bodem en de onderste rand van de omheining bedraagt 6,5 cm;4° indien de omheining niet voldoet aan de normen vastgesteld in de bepalingen onder 2° tot 3°, oefent de onthaalouder, kinderbegeleider of begeleider van occasionele kinderopvang permanent en versterkt toezicht uit. B) Omheiningen rond niet-permanente waterpartijen Onder 'niet-permanente waterpartijen' worden door de mens aangelegde waterpartijen van tijdelijke aard verstaan, zoals speelbadjes en dergelijke.

Niet-permanente waterpartijen zijn alleen bij permanent en versterkt toezicht van de onthaalouder, kinderbegeleider of begeleider van occasionele kinderopvang toegankelijk voor de kinderen.

C) Omheiningen van buitenruimten Voor omheiningen van buitenruimten die voor de kinderen toegankelijk zijn, gelden de volgende richtlijnen : 1° het voor de kinderen toegankelijke gedeelte van de tuin is beveiligd met een omheining;2° de omheining is minstens 1,20 meter hoog;3° indien de omheining uit verticale spijlen bestaat, bedraagt de maximale afstand tussen de spijlen 6,5 cm;4° de maximale afstand tussen de bodem en de onderste rand van de omheining bedraagt 6,5 cm;5° indien de omheining niet voldoet aan de normen vastgesteld in de bepalingen onder 2° tot 4°, oefent de onthaalouder, kinderbegeleider of begeleider van occasionele kinderopvang permanent en versterkt toezicht uit. HOOFDSTUK 2. - Vensters Vensters waartoe de kinderen toegang hebben of kunnen hebben en die een valhoogte naar buiten van meer dan één meter hebben, zijn zo gesloten dat de kinderen ze niet kunnen openen. HOOFDSTUK 3. - Giftige planten Voor giftige planten gelden de volgende richtlijnen : 1° giftige kamerplanten bevinden zich buiten het bereik van de kinderen;2° indien de kinderen toegang hebben tot giftige buitenplanten of hagen oefent de onthaalouder, kinderbegeleider of begeleider van occasionele kinderopvang permanent en versterkt toezicht uit. HOOFDSTUK 4. - EHBO-koffers Voor EHBO-koffers gelden de volgende richtlijnen : 1° De EHBO-koffer is waterdicht en als EHBO-koffer herkenbaar.2° De EHBO-koffer bevindt zich altijd op dezelfde plaats;die plaats is droog en buiten het bereik van de kinderen. 3° Na gebruik wordt de voorraad in de EHBO-koffer weer aangevuld.4° Een keer per jaar wordt de inhoud, de vervaldatum, de actualiteit en de toestand gecontroleerd.5° De EHBO-koffer bevat : a) een lijst met de inhoud van de EHBO-koffer;b) twee paar wegwerphandschoenen;c) twee snelverbanden;d) een isolatiedeken (reddingsdeken);e) een steriele driekantige doek;f) een veiligheidsspeld;g) vijf grote en vijf kleine steriele gaascompressen;h) een rol hechtpleister;i) een fixeerverband (elastisch verband);j) wondpleisters;k) een beademingsmasker;l) een schaar;m) een correct bewaard koelgelzakje;n) een koortsthermometer. HOOFDSTUK 5. - Bedden en wiegen Voor bedden en wiegen gelden de volgende richtlijnen : 1° Spijlenbedden voldoen aan de volgende voorwaarden : a) de hoogte tussen de bovenzijde van de matras en de bovenste rand van het bed bedraagt minstens 50 cm;b) het spijlenbed is tussen 90 cm en 1,40 cm lang;c) de maximale afstand tussen twee verticale spijlen bedraagt 6,5 cm;d) er zijn geen horizontale dwarsbalken;e) de maximale afstand tussen de latten van de lattenbodem bedraagt 6,5 cm;f) het kind kan de lattenbodem niet bewegen of opheffen;g) de matras is uit vast materiaal en bedekt de hele bodem van het spijlenbed.2° Reisbedden voldoen aan de volgende voorwaarden : a) de hoogte tussen de bovenzijde van de matras en de bovenste rand van het bed bedraagt minstens 50 cm;b) het reisbed is tussen 90 cm en 1,40 cm lang;c) de matras is uit vast materiaal en bedekt de hele bodem van het reisbed.Het kind kan de matras niet bewegen of opheffen; 3° wiegen voldoen aan de volgende voorwaarden : a) de hoogte tussen de bovenzijde van de matras en de bovenste rand van de wieg bedraagt minstens 20 cm;b) de wieg is hoogstens 90 cm lang;c) de maximale afstand tussen twee verticale spijlen bedraagt 6,5 cm;d) de maximale afstand tussen de latten van de lattenbodem bedraagt 6,5 cm;e) de matras is uit vast materiaal en bedekt de hele bodem van de wieg;f) de wieg mag alleen gebruikt worden voor baby's die jonger zijn dan zeven maanden;g) spijlenbedden waarvan de bodem in de hoogte verstelbaar is en die gebruikt worden voor baby's die jonger zijn dan zeven maanden, voldoen aan de voorwaarden vermeld onder a).4° Beddengoed voldoet aan de volgende voorwaarden : a) de bedlakens zijn aangepast aan de afmetingen van het bed;b) voor kinderen jonger dan 18 maanden is de slaapzak aangepast aan de grootte van het kind en aan het seizoen;c) voor kinderen jonger dan 18 maanden liggen geen dekens, kussens, stoffen bedrandbeschermers of speelgoedjes in het bed, met uitzondering van aan de leeftijd aangepaste troosters of een refluxkussen;d) voor kinderen jonger dan vier jaar ligt in het bed geen materiaal waarin het kind verstrikt kan raken. HOOFDSTUK 6. - Huisdieren [1] Voor het houden van een huisdier gelden de volgende richtlijnen : 1° voor het begin van het opvangcontract verplicht de onthaalouder zich ertoe de personen belast met de opvoeding ervan op de hoogte te brengen dat er een huisdier in de opvang aanwezig is;2° voor zover de onthaalouder huisdieren heeft of aanschaft die in contact komen met de opgevangen kinderen, licht hij de personen belast met de opvoeding van de op te vangen kinderen daarover in en laat hij hen ondertekenen dat ze daarvan kennis hebben genomen.De personen belast met de opvoeding geven hun toestemming voor de eventuele aanwezigheid van het dier tijdens de opvangtijden in de voor het toezicht voorziene ruimten; 3° in de aansprakelijkheidsverzekering wordt de aanwezigheid van het dier vermeld. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 8 maart 2017 tot vaststelling van de richtlijnen die van toepassing zijn bij de veilige inrichting van de ruimten voor de opvang van baby's en peuters.

Eupen, 8 maart 2017.

De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, A. ANTONIADIS __________ [1] Deze bepalingen zijn niet van toepassing op crèches, mini-crèches en initiatieven voor occasionele kinderopvang.

^