Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 07 februari 2006
gepubliceerd op 24 februari 2006

Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2006035265
pub.
24/02/2006
prom.
07/02/2006
ELI
eli/besluit/2006/02/07/2006035265/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

7 FEBRUARI 2006. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode


De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 5 februari 1999 en bij het koninklijk besluit van 25 oktober 1995;

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen;

Gelet op Verordening (EG) nr. 1452/2003 van de Commissie van 14 augustus 2003 tot handhaving van de in artikel 6, lid 3, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2092/91 vastgestelde uitzonderingsbepaling ten aanzien van bepaalde soorten zaaizaad en vegetatief teeltmateriaal en tot vaststelling van procedurebepalingen en criteria voor de uitzonderingsbepaling;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 juli 1998 en 3 september 2000;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004;

Gelet op het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode;

Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 16 januari 2006;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het noodzakelijk is onmiddellijk maatregelen te nemen die de telers informeren over het zaaizaad waarvoor al dan niet een vergunning kan worden aangevraagd, nog voor de zaai- of plantperiode begint, Besluit :

Artikel 1.Aan artikel 4 van het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 4.Er wordt een algemene vergunning verleend aan alle gebruikers, vermeld in artikel 5, vierde lid, van verordening 1452/2003 voor rassen die behoren tot gewassen of gewassubgroepen die opgenomen zijn in bijlage IV. » 2° in § 1, tweede lid, 1°, wordt tussen de woorden « onderzoeksdoeleinden » en « in » het woord « of » ingevoegd.

Art. 2.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « pas gegeven » vervangen door het woord « verkregen »;2° het vierde lid wordt opgegeven.

Art. 3.In het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode worden bijlage I en II respectievelijk vervangen door bijlage I en II, die bij dit besluit zijn gevoegd.

Art. 4.Aan het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode wordt een bijlage IV toegevoegd, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 7 februari 2006.

De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME

Bijlage I Gewassen of gewassubgroepen als vermeld in artikel 4, § 1, lid 1 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode Brussel, 7 februari 2006.

De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME

Bijlage II Voorwaarden om niet volgens de biologische productiemethode verkregen zaaizaad en pootaardappelen te gebruiken als vermeld in artikel 4, § 2

Artikel 1.Met toepassing van artikel 5, lid 1, a), van verordening 1452/2003 kan een vergunning verleend worden als van de door de gebruiker gevraagde soort geen enkel ras is opgenomen in de in artikel 7 vermelde databank.

Art. 2.Met toepassing van artikel 5, lid 1, b), van verordening 1452/2003 kan een vergunning verleend worden als geen enkele leverancier het materiaal voor het zaaien of planten kan leveren, terwijl de gebruiker het zaaizaad of de pootaardappelen wel tijdig heeft besteld.

De vergunning wordt toegestaan onder de volgende voorwaarden : 1° de teler heeft tijdig contact opgenomen met alle in de databank geregistreerde leveranciers die het gezochte ras aanbieden, maar geen enkele onder hen kon het biologische teeltmateriaal voor de zaai- of planttijd in de gevraagde hoeveelheid leveren.De teler bezorgt de controleorganisatie het bewijs dat de geregistreerde leveranciers niet kunnen leveren en de datum waarop hij deze leveranciers heeft gecontacteerd; 2° de teler heeft zijn bestelling al bij een leverancier geplaatst, maar inmiddels bevindt de leverancier zich in de onmogelijkheid te leveren.De vergunning kan worden toegestaan als de teler het bewijs levert dat hij een bestelling had gedaan bij een leverancier, maar dat die verstek heeft laten gaan; 3° de teler heeft zijn bestelling geplaatst bij een leverancier, die hem vervolgens zaaizaad of pootgoed levert dat duidelijk kwaliteitsgebreken vertoont.De teler moet het geleverde lot of de geleverde loten geweigerd hebben; 4° De teler heeft eigen geproduceerd zaad- of plantgoed bewaard, maar dit zaad- of plantgoed werd beschadigd waardoor het onbruikbaar is geworden.De teler moet het ras geteeld hebben met een voldoende hoeveelheid.

Art. 3.Met toepassing van artikel 5, lid 1, c), van verordening 1452/2003 kan een vergunning verleend worden als het door de gebruiker gevraagde ras niet in de databank is geregistreerd en de gebruiker kan aantonen dat geen van de geregistreerde alternatieven van dezelfde gewassubgroep geschikt is en dat de vergunning derhalve belangrijk is voor zijn productie.

De vergunning wordt toegestaan onder de volgende voorwaarden : 0° Van de door de gebruiker gevraagde soort is geen enkel ras opgenomen in de gewassubgroep in de in artikel 7 vermelde databank.1° specifieke aanvragen van de markt : a) door een klant gevraagd ras : informatie, aan te brengen door de aanvrager : een kopie van het productiecontract of, bij gebrek daaraan, een attest van de klant;b) speciaal ras of buitengewone technologische karakteristiek : informatie, aan te brengen door de aanvrager : de gezochte karakteristiek en de reden van de keuze van die karakteristiek;2° resistentie tegen of tolerantie voor een ziekte : informatie, aan te brengen door de aanvrager : de naam van de betreffende ziekte;3° spreiding van de economische of agronomische risico's : informatie, aan te brengen door de aanvrager : billijke verdeling van de productie tussen biologische en niet- biologische rassen voor de soort die gevraagd wordt (Voorbeeld : 3 gebruikte rassen = elk ras (al dan niet biologisch) betreft 1/3 van de productie); voorwaarde : een van de gebruikte rassen is biologisch 4° aanpasbaarheid van het ras aan streekvoorwaarden a) aan de streek aangepast ras : objectieve informatie, aan te brengen door de aanvrager : het bijzondere aanpassingskarakter en de betreffende streek nader bepalen;b) gebrekkige kennis over het in de databank aangeboden ras : 1) de in de databank beschikbare rassen zijn in België weinig of niet bekend;2) geen of onvoldoende ervaring met de beschikbare rassen in België inzake de biologische productiemethode;c) kleinschalige rassenproeven : 1) een teler die een tot dusver weinig of niet bekend ras wil uittesten;2) voorwaarde : proef op een kleine oppervlakte, namelijk niet meer dan 5 % van de totale oppervlakte wordt gebruikt voor de desbetreffende soort;5° gezocht type zaaizaad 1) zaaizaad of pootgoed van het gevraagde ras is beschikbaar, maar in een niet-geschikte vorm (bijvoorbeeld : omhuld zaad, naakt zaad);2) objectieve informatie, aan te brengen door de aanvrager : verduidelijken waarom het type van het beschikbare zaad niet voldoet en aangeven welk type dan wel wordt gevraagd.

Art. 4.Met toepassing van artikel 5, lid 1, d), van verordening 1452/2003 kan een vergunning verleend worden als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden : 1° de marktdeelnemer in kwestie heeft de intentie het ras te gebruiken voor onderzoeksdoeleinden of in het kader van kleinschalige veldproeven;2° de marktdeelnemer in kwestie heeft de intentie het ras te gebruiken met als doel de instandhouding van het ras. De dienst is belast met het beoordelen van vergunningsaanvragen die vallen onder de voorwaarden van het eerste lid.

Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode Brussel, 7 februari 2006.

De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME

Bijlage IV Gewassen of gewassubgroepen als vermeld in artikel 4, § 4 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorschriften betreffende uitzonderingsbepalingen voor zaaizaad en pootaardappelen in de biologische productiemethode.

Brussel, 7 februari 2006.

De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME

^