Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 06 september 2002
gepubliceerd op 06 november 2002

Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2002036332
pub.
06/11/2002
prom.
06/09/2002
ELI
eli/besluit/2002/09/06/2002036332/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

6 SEPTEMBER 2002. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw


De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, Gelet op het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, inzonderheid op artikel 12;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw, inzonderheid op artikelen 5 en 28;

Gelet op het ministerieel besluit van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw, inzonderheid op artikel 5, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 mei 2001, en op artikelen 14 en 15, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 12 september 2001;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat krachtens artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw het in aanmerking te nemen referentie-inkomen ieder jaar moet worden vastgesteld en dat dit nieuw vastgesteld bedrag geldig is vanaf 1 januari 2002;

Overwegende dat het uitbetalingsritme van de bij hetzelfde besluit van de Vlaamse regering ingestelde kapitaalpremies over 5 jaar wegens de administratieve en budgettaire opvolging van de uitbetalingen dient te worden vereenvoudigd;

Overwegende dat door de invoering van de euro de verwijzingen naar Belgische frank als munteenheid in de bijlagen van het ministerieel besluit van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw dienen vervangen te worden door de euro als munteenheid, en dit met ingang van 1 januari 2002, Besluit :

Artikel 1.In artikel 5 van het ministerieel besluit van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 mei 2001, worden de woorden "870 000 BEF voor het jaar 2001" vervangen door de woorden "23.000 euro vanaf het jaar 2002".

Art. 2.In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 12 september 2001, worden de woorden "in vijf gelijke delen uitbetaald, gespreid over de vijf jaren volgend op" vervangen door de woorden "in twee gelijke delen uitbetaald, gespreid over de twee jaren volgend op".

Art. 3.In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 12 september 2001, worden de woorden "in vijf gelijke delen uitbetaald, gespreid over de vijf jaren volgend op" vervangen door de woorden "in twee gelijke delen uitbetaald, gespreid over de twee jaren volgend op".

Art. 4.In hetzelfde besluit wordt de bijlage 1 vervangen door de bijlage I, gevoegd bij dit besluit.

Art. 5.In hetzelfde besluit wordt de bijlage 3 vervangen door de bijlage II, gevoegd bij dit besluit.

Art. 6.In hetzelfde besluit wordt de bijlage 5 vervangen door de bijlage III, gevoegd bij dit besluit.

Art. 7.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Brussel, 6 september 2002.

V. DUA

Bijlage I Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 6 september 2002 tot wijziging van het minsterieel besluit van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw.

De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, V. DUA

Bijlage II Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld datum Handtekening van de ambtenaar Instructies voor het invullen van de begroting De begroting van het bedrijf dient worden opgemaakt in geval van : - steunverlening in het kader van een bedrijfsverbeteringsplan; - steunverlening in het kader van een eerste vestiging; - verlenen van gewestwaarborg.

De begroting van het bedrijf wordt gemaakt door de bevoegde ambtenaar samen met de land- of tuinbouwers. De cijfers betreffende de productie dienen reële cijfers te zijn van het bedrijf en geen streekgemiddelden.

De begroting geeft ofwel : 1. de situatie weer van het bedrijf op het tijdstip van de steunaanvraag (installatie);2. de situatie op het einde van het verbeteringsplan (na uitvoering van de investeringen).Het verbeteringsplan kan gespreid zijn over een periode van 6 jaar.

In het technisch verslag dienen de verschillende etappen worden aangeduid.

Alle bedragen dienen exclusief BTW te zijn.

Opmerkingen bij het opstellen van de begroting : I. Plantaardige productie.

A. Marktbare landbouwteelten 1) De kolom "Verbruikte hoeveelheden" omvat de hoeveelheden van de productie van marktbare teelten verbruikt door het vee op het bedrijf.2) Graanmaïs wordt vermeld in de rubriek "Graangewassen".3) De teelten voor industriële verwerking, andere dan op contract geteeld, horen thuis in de rubriek "Andere teelten".4) De rubriek "Verkochte bijproducten" omvat enkel de bijproducten die verkocht zijn aan derden, de bijproducten verbruikt door het vee worden vermeld in het overzicht "Grasland en voedergewassen". 5) De GLB-premies (graangewassen - braaklegging e.a.) : het aantal ha waarvoor de premie bekomen wordt, wordt vermeld in de kolom opp. ha en de ontvangen som in de kolom opbrengst van de verkoop in euro B. Grasland en voedergewassen 1) Indien de productie van grasland en voedergewassen wordt verbruikt door de dieren van het bedrijf, dan moeten de kolommen "Eenheidsprijzen" - "Verkochte hoeveelheden" en "Opbrengst van verkoop" niet ingevuld worden.2) De vergoeding voor vreemde dieren in verzorging wordt mede aangeduid in de kolom : "Opbrengst van de verkoop in euro".3) De rubriek "Verbruikte bijproducten" herneemt de bijproducten van de marktbare teelten van het bedrijf verbruikt door het vee.Bv. bladeren en suikerbietkoppen, gedroogde bijproducten, enz.

C. Tuinbouwteelten 1) Omwille van de verschillen, werd er een onderscheid gemaakt tussen prijzen in 't groot en in detail.Enkel verkopen van producten van het bedrijf van de aanvrager dienen aangeduid. 2) Onder opbrengst in kg of stuks/are verstaat men de opbrengst aan verkoopsklaar eindproduct.3) De champignonproductie en andere speculaties dienen weergegeven in de rubriek "Andere tuinbouwteelten".4) De teelten die tijdelijk in serren en in volle grond gekweekt worden. II. Dierlijke producten.

A. Rundvee schapen en ander vee. 1. Jaarlijks gemiddeld aantal aanwezige of vetgemeste dieren 1) Men noteert het aantal dieren dat gemiddeld aanwezig is voor een bepaalde categorie gedurende het volledige jaar.Bv. de mestveestal biedt plaats voor 200 vleesrunderen, en is gemiddeld voor 90 % bezet, dan zal het gemiddeld aantal aanwezige vleesrunderen gelijk zijn aan 180. 2) In de kolom gemiddelde prijs wordt per diersoort de gemiddelde waarde aangegeven per stuk vee.Voor de dieren die gans het jaar gemiddeld dezelfde waarde behouden (bv. melkvee) wordt deze waarde genoteerd. Voor de dieren die evolueren in waarde (aangroeien) is de waarde gelijk aan : de waarde als ze in de categorie komen + de waarde als ze de categorie verlaten gedeeld door 2. bv. vaarzen 6 maand - 2 j. waarde = waarde op 6 maand + waarde op 2 jaar/2 Opmerking : Voor dieren die minder dan 1 jaar op bedrijf blijven, waar dus op een zelfde stalplaats opeenvolgend andere dieren staan (bv. in de categorie mestrunderen > 2 j.) wordt identiek gewerkt als hierboven. Uiteraard zal in de tabel van de verkopen (p.6) een hoger aantal mestrunderen ingeschreven worden = aantal gemiddeld aanwezig x aantal ronden per jaar. 3) Schapen en ander vee dienen aangeduid in de vrijgebleven vakken van dit overzicht.2. Verkoop van zuivelproducten 1) Onder verkochte hoeveelheden dienen eveneens het verbruik in het huishouden of persoonlijk verbruik evenals de voordelen in natura verstaan.Het verbruik door het vee wordt niet weerhouden. 2) De ontvangen premies moeten toegevoegd worden aan de verkopen.3. Verkoop van vee 1) Het aantal verkochte dieren is het aantal werkelijk verkochte dieren;dit cijfer kan hoger zijn dan het aantal gemiddeld aanwezige dieren indien de dieren slechts een gedeelte van het jaar op het bedrijf blijven (bv. mestrunderen) zodat het aantal verkochte dieren gelijk is aan het aantal aanwezige x aantal ronden per jaar. ronde = aantal dieren dat opeenvolgend op eenzelfde stalplaats wordt gehuisvest (bv. indien mestperiode van een rund = 4 maand, is het aantal ronden = 3). 2) De gemiddelde prijs per categorie dient hier aangegeven voor zover het verkochte vee van homogene kwaliteit is, anders differentiëren.3) De verkoop van schapen en ander vee moet aangeduid worden in de vrijgebleven vakken van dit overzicht. 4) Ontvangen GLB-premies e.a. dienen vermeld te worden : in de kolom "aantal" dient het aantal dieren waarvoor de premie bekomen wordt vermeld en in de kolom "totale opbrengst in euro" het ontvangen bedrag. 5) Onder bijproducten verstaat men de ontvangsten voortkomende van verkoop van dekkingen, embryo's, enz...

B. Varkens pluimvee en ander kleinvee 1. Jaarlijks gemiddeld aantal aanwezige of vet gemeste dieren 1) Men noteert het aantal dieren dat gemiddeld aanwezig is in een bepaalde categorie gedurende het volledige jaar.Bv. de mestvarkensstal biedt plaats voor 1 000 mestvarkens, en is gemiddeld voor 90 % bezet, dan zal het gemiddeld aantal aanwezige varkens gelijk zijn aan 900. 2) In de kolom gemiddelde prijs wordt per diersoort de gemiddelde waarde aangegeven per stuk vee. Voor de dieren die gans het jaar nagenoeg dezelfde gemiddelde waarde behouden (bv. zeugen) wordt deze waarde genoteerd. De waarde van de biggen (- 22 kg) wordt bij de zeugen gerekend. Voor dieren die evolueren in waarde (aangroeien) is de waarde gelijk aan : de waarde die ze hebben als ze in de categorie komen + de waarde als ze de categorie verlaten, gedeeld door 2. bv. waarde mestvarken = waarde big van 22 kg + waarde slachtrijp varken/2 3) Pluimvee en ander kleinvee dienen aangeduid in de vrijgebleven vakken van dit overzicht.2. Verkoop van vee 1) Het aantal verkochte dieren is het aantal werkelijk verkochte dieren : dit cijfer kan hoger zijn dan het aantal gemiddeld aanwezige dieren indien de dieren slechts een gedeelte van het jaar op het bedrijf blijven (bv.mestvarkens) zodat het aantal verkochte dieren gelijk is aan het aantal aanwezige x aantal ronden per jaar. ronde = aantal dieren dat opeenvolgend op eenzelfde stalplaats wordt gehuisvest (bv. indien mestperiode van een mestvarken = 4 maand, is het aantal ronden = 3). 2) De gemiddelde prijs per categorie dient hier aangegeven.3) De verkoop van pluimvee en ander kleinvee moet aangeduid worden in de vrijgebleven vakken van dit overzicht.4) Onder bijproducten verstaat men de ontvangsten voortkomend uit dekkingen, enz. III. Kosten. 1. Betaalde kosten Volgende categorieën van kosten (betaalde en/of toegerekende) worden in de land- en tuinbouwbegroting opgenomen (steeds exclusief BTW).1) Aankoop vee : - rundvee, varkens en andere diersoorten zonder vervoerkosten (is desgevallend loonwerk) en andere kosten (bv.Sanitel) 2) Aangekocht voeder : - kracht- en ruwvoeders - kosten voor strooisel e.d. 3) Andere kosten rundvee en ander grootvee : - veeartskosten - brandstoffen voor verwarming - veeverzekering tegen ziekten en sterften - dekgelden, keuringskosten, K.I. - melkcontrole - specifieke lidgelden (veekweeksyndicaat, vilbeluik) - bijdragen voor het fonds voor de productie en gezondheid van de dieren - sanitelkosten (provinciale bijdrage, oormerknummers) 4) Andere kosten varkens en ander kleinvee : - veeartskosten - brandstoffen voor verwarming - dekgelden, K.I. - specifieke lidgelden - bijdragen voor het fonds voor de productie en gezondheid van de dieren - sanitelkosten (provinciale bijdrage, oormerknummers) 5) Aangekocht zaaigoed en planten : - zaad- en pootgoed - plantsoen - occasioneel aangekochte planten opmerking : geen meerjarige opplant die afgeschreven wordt - aankoop witloofwortelen 6) Aangekochte meststoffen : - minerale meststoffen - organische meststoffen (stalmest) - grondverbeteraars (schuimaarde, kalk) - bladvoeding 7) Fytosanitaire producten : - bestrijdingsmiddelen - biologische bestrijding - grondontsmettingsmiddelen 8) Werktuigkosten : - gereedschap (< 125 euro) - brandstoffen en smeermiddelen voor tractoren, machines - onderhoudskosten tractoren en werktuigen - grondstoffen voor onderhoud of werking van machines (bv.detergenten voor melkmachine) - verzekeringen, belastingen (verkeerstax) - gebruik privé-wagen voor het bedrijf (forfaitair 0,20 euro/km) - keuringskosten werktuigen (bv. spuitmachine) Opmerking : kosten voor herstelling, die de levensduur van de tractor of werktuigen aanzienlijk verlengen worden niet in rekening gebracht maar opgenomen bij de waardeberekening van het materieel - huur werktuigen - huur palloxen 9) Werk door derden : - loonwerkers - kosten stalontsmetting - kosten van vervoer - malen van voeders, enz. - transport en andere kosten voor de afzet van dierlijk mest 10) Overige kosten voor landbouw - tuinbouw : - gewasverzekeringen (bv.hagel, enz.) - heffingen (bv. mestdecreet) - vergoeding aan derden voor mestafname - brandstoffen voor verwarming van teelten en conditionering gewasproducten - potgrond - substraten (veenbalen, e.a.) - eenmalig bind- en steunmateriaal - éénmalig gebruikte bloempotten door het bedrijf Opmerking : geen meermalig gebruikte bloempotten - eenmalig gebruikte plastiek - hommels - keuringskosten voor teelten 11) Verkoopkosten : - inpak en verkoopsmaterialen - kosten voor opslaan en commercialisatie - vergunningen - veilingkosten - marktgelden - publiciteitskosten - bijdragen promotiefondsen - producentenfonds - huur aanvoerkisten 12) Seizoen- en gelegenheidslonen : - betaalde kosten voor gelegenheids- en seizoenpersoneel - voordelen in natura (uitgedrukt in geld) 13) Kosten voor grond en gebouwen : - betaalde pachten voor grond en gebouwen - polderlasten, waterschapslasten - huur opslagplaatsen, serres, frigo's, e.a. - onroerende voorheffing gronden en gebouwen - belasting op installaties en bedrijfsgebouwen - brandverzekering gebouwen + inrichting - kosten voor productierechten (bv. melkquotum, suikerbietquotum) 14) Algemene kosten : - elektriciteit - telefoon, fax, modem - water (+ milieuheffing) - lidgelden, abonnementen - provinciale taxen - grondontleding, mestontleding, voederontleding - algemene verzekeringen (B.A.) (niet gebouwen, noch voertuigen) - brandverzekering inhoud (dieren, machines, roerend) - algemene belastingen (geen onroerende voorheffing). 2. Aangerekende kosten Afschrijvingen en onderhoud van gebouwen, aanplantingen en grondverbeteringen 1) De waarde die toegekend wordt aan de gebouwen dient de gebruikswaarde of de waarde die het goed heeft als productiemiddel voor het land- of tuinbouwbedrijf te zijn.Deze gebruikswaarde is een berekende waarde waarbij rekening gehouden wordt met navolgende parameters : - de huidige kostprijs van een gelijkaardig goed (zie lijst van maximumprijzen voor investeringen in land- en tuinbouwconstructies); - een waardevermindering in rekening te brengen van 4 % per jaar; - de ouderdom van het gebouw; - de duur van de waardevermindering wordt beperkt tot 15 jaar; - het procent land- of tuinbouwnuttige aanwending; gebouwen van ouder dan 15 jaar een gebruikswaarde hebben van 40 % van de indirecte vervangingswaarde voor zover ze 100 % als landbouw nuttig aangewend worden. 2) De rentevoet die de afschrijving en het onderhoud van gebouwen, landbouw- en tuinbouwinstallatie en aanplantingen omvatten bedraagt in principe 7 % : voor de volgende goederen :- asperges; - laagstamappelaanplantingen; - perzikbomen, pruimenbomen, kerselaars; - bessenstruiken is de rentevoet vastgesteld op 12 pct 3) De schatting van de aanplantingen dient te geschieden op basis van de recentste cijfers meegedeeld door het CLE. Afschrijving van het materieel 1) De waarde die toegekend wordt aan het materieel dient de gebruikswaarde of de waarde die het goed heeft als productiemiddel voor het land- of tuinbouwbedrijf te zijn.Deze gebruikswaarde is een berekende waarde waarbij rekening gehouden wordt met indirecte vervangingswaarde en de ouderdom van het materieel. 2) De afschrijving van het materieel wordt forfaitair berekend : voor een land- en tuinbouwbedrijf rekent men 9 % van de gebruikswaarde.3) De inventaris van de werktuigen omvat een globale raming van het klein gereedschap, waarvan de afzonderlijke gebruikswaarde kleiner is dan 125 euro.4) Het materieel voor de bereiding van veevoeder mag vermeld worden in de categorie "overige". Intrest van het geïnvesteerd kapitaal 1) Krachtens een interpretatie van de E.G. dient voor de grond de gemiddelde pachtprijs van de streek aangerekend. Men vermeldt dan in de kolom "Intrest van grondkapitaal en van geïnvesteerd kapitaal" het resultaat van het product : aantal ha in eigendom x gemiddelde pachtprijs/ha. 2) Voor de teelten dient men als basis de recentst door het CLE meegedeelde cijfers te gebruiken.3) Voor de gebouwen, aanplantingen en grondverbeteringen dient men in de kolom "Waarde", het totaal van de kolom "vervangingswaarde of constructiewaarde" van overzicht "Afschrijvingen en onderhoud van gebouwen, aanplantingen en grondverbeteringen niet gedekt door de pacht " te vermelden en hierop een reductiecoëfficiënt van 55 % toe te passen.De op deze gereduceerde waarde toe te passen rentevoet bedraagt 6 %. 4) Voor het materieel dient men in de kolom "Waarde" het totaal van de kolom "vervangingswaarde" van het overzicht "Afschrijving van materieel" blz.11 te vermelden en hierop en reductiecoëfficiënt van 55 % toe te passen. De op deze gereduceerde waarde toe te passen rentevoet bedraagt 6 %. 5) Voor de dieren dient men in de kolom "Waarde" het algemeen totaal van de kolom "Jaarlijks gemiddeld kapitaal" van het overzicht "Jaarlijks gemiddeld aantal aanwezige of vetgemeste dieren" te vermelden.De op de totale waarden toe te passen rentevoet bedraagt 6 %.

IV. Bedrijfsresultaten. 1. Totale Opbrengst 1) Men dient de bedragen van de verkopen per speculatie aan te duiden in euro evenals in % van de totale verkopen.2) Inkomsten uit toeristische en ambachtelijke activiteiten op het bedrijf worden in de rubriek "andere speculaties" vermeld.3) In deze rubriek worden de toevallige premies die niet rechtstreeks aan de productie verbonden zijn ingevuld, bv.premies veeprijskampen. 2. Arbeidsinkomen 1) Om het aantal VAK te bekomen, dient men de nodige arbeidsuren voor het bedrijf per jaar te ramen en dit aantal uren te delen door 1 800.2) Op het referentie-inkomen per VAK dient een jaarlijks groeiindex toegepast te worden rekening houdend met de einddatum. Teneinde de berekening van de begroting vergelijkbaar te maken met het referentie-inkomen, dient het berekend bedrijfsinkomen met X % te worden aangepast.

Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 6 september 2002 tot wijziging van het minsterieel besluit van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw.

De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, V. DUA

Bijlage III Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 6 september 2002 tot wijziging van het minsterieel besluit van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, V. DUA

^