gepubliceerd op 02 oktober 2026
Koninklijk besluit tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing
27 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 275, §§ 1 en 2, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2023 pub. 15/09/2023 numac 2023044749 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende de productnormen voor het integreren van energie uit hernieuwbare bronnen in fossiele motorbrandstoffen bestemd voor de vervoerssector en tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen sluiten;
Gelet op het KB/WIB 92: - artikel 88, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2022Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2022 pub. 30/12/2022 numac 2022043137 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing type koninklijk besluit prom. 19/12/2022 pub. 22/12/2022 numac 2022034498 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de beloningen voor verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° ter, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 type koninklijk besluit prom. 19/12/2022 pub. 27/12/2022 numac 2022207312 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders sluiten; - bijlage III, vervangen bij het koninklijk besluit van 11 december 2025 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 juli 2026;
Overwegende de wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende: - dat de wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting talrijke wijzigingen heeft aangebracht aan de personenbelasting; - dat een deel van deze wijzigingen reeds op 1 januari 2026 in werking treedt; - dat het koninklijk besluit van 24 juli 2026 tot wijziging van de toepassingsregels voor de bedrijfsvoorheffing sommige van deze wijzigingen reeds heeft omgezet op het vlak van de bedrijfsvoorheffing; - dat de wijzigingen die betrekking hebben op de belastingvrije som, de toeslagen daarop, het huwelijksquotiënt en de verminderingen voor vervangingsinkomsten, nog moesten worden omgezet in de bedrijfsvoorheffing; - dat het van belang is dat de belastingplichtigen zo spoedig mogelijk het voordeel genieten van bepaalde maatregelen die een weerslag hebben op hun maandelijkse bezoldiging; - dat het in de praktijk evenwel te laat is om nog in 2026 wijzigingen aan te brengen in de berekening van de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op pensioenen en dat de impact van de wijzigingen die door de wet van 15 juli 2026 voor de meeste gepensioneerden ook beperkt is, gelet op de compensatie van de verhoging van de belastingvrije som in het bedrag van de vermindering voor pensioenen.
Dit laatste geldt eveneens voor de werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag bedoeld in nummer 80 van de toepassingsregels van de bijlage III van het KB/WIB 92; - dat dit besluit ten spoedigste ter kennis moet worden gebracht van de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing; - dat dit besluit dus dringend moet worden getroffen;
Op de voordracht van de Minister van Financiën,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1.In nummer 4.2, van de toepassingsregels van de bijlage III van het KB/WIB 92, vervangen bij het koninklijk besluit van 11 december 2025 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 24 juli 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het vijfde en het zesde streepje worden vervangen als volgt: "- die rijksinwoners zijn, indien een echtgenoot beroepsinkomsten heeft van meer dan de belastingvrije som, d.w.z. 11.550 euro per jaar, die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten; - die rijksinwoners zijn, indien een echtgenoot inkomsten geniet van meer dan de belastingvrije som, d.w.z. 11.550 euro per jaar, uit een studiebeurs die aanleiding geeft tot de opbouw van al dan niet volledige rechten inzake sociale zekerheid maar niet onderworpen is aan de inkomstenbelastingen;"; b) een zevende streepje wordt ingevoegd, luidende: "- die niet-inwoners zijn, indien slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan de belastingvrije som, d.w.z. 11.550 euro per jaar.".
Art. 2.Nummer 32, van dezelfde toepassingsregels, wordt vervangen als volgt: "32. Behoudens de in nr. 33 vermelde afwijking wordt de belasting bekomen volgens hoofdstuk 1, verminderd met 3.089,63 euro (zijnde de belasting op het basisbedrag van de belastingvrije som ten bedrage van 11.550 euro). Het bekomen verschil vormt de basisbelasting.".
Art. 3.Nummer 34.1.1, van dezelfde toepassingsregels, wordt vervangen als volgt: "34.1.1. Aan de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten wordt een beroepsinkomen toegekend dat gelijk is aan 30 pct. van het nettobedrag van de belastbare grondslag.
Het toegekende inkomen mag echter niet meer bedragen dan: a) wanneer beide echtgenoten de leeftijd van 66 jaar hebben bereikt op 1 januari 2027: 12.790 euro (maximum bereikt bij een nettobedrag van de belastbare grondslag van 42.633,33 euro); b) in alle andere gevallen, ook wanneer de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing niet over de nodige informatie beschikt om punt a) toe te passen: 11.780 euro (maximum bereikt bij een nettobedrag van de belastbare grondslag van 39.266,67 euro).".
Art. 4.Nummer 34.2, van dezelfde toepassingsregels, wordt vervangen als volgt: "34.2. Basisbelasting De basisbelasting is gelijk aan de som van de overeenkomstig nrs. 34.1.2 en 34.1.3 bekomen resultaten verminderd met 6.179,26 euro (zijnde tweemaal de belasting op het basisbedrag van de belastingvrije som ten bedrage van 11.550 euro).".
Art. 5.In nummer 38, van dezelfde toepassingsregels, wordt de tabel vervangen als volgt:
AANTAL KINDEREN TEN LASTE
VERMINDERING VAN DE BASISBELASTING
NOMBRE D'ENFANTS A CHARGE
REDUCTION DE L'IMPOT DE BASE
1
684 EUR
1
684 EUR
2
1.644 EUR
2
1.644 EUR
3
4.344 EUR
3
4.344 EUR
4
7.488 EUR
4
7.488 EUR
5
10.884 EUR
5
10.884 EUR
6
14.292 EUR
6
14.292 EUR
7
17.712 EUR
7
17.712 EUR
8
21.492 EUR
8
21.492 EUR
meer dan 8: de basisbelasting wordt verminderd met een vast bedrag van 21.492 EUR, verhoogd met 3.780 EUR per kind ten laste boven het achtste, d.w.z.:
plus de 8 : l'impôt de base est réduit d'un montant fixe de 21.492 EUR, majoré de 3.780 EUR par enfant à charge au-delà du huitième, c-à-d :
a) voor 9 kinderen: 21.492 + (1 x 3.780) = 25.272 EURb) voor 10 kinderen: 21.492 + (2 x 3.780) = 29.052 EUR enz.
a) pour 9 enfants : 21.492 + (1 x 3.780) = 25.272 EURb) pour 10 enfants : 21.492 + (2 x 3.780) = 29.052 EUR etc.
Art. 6.In nummer 39, van dezelfde toepassingsregels wordt de tabel vervangen als volgt:
GROND VAN DE VERMINDERING
JAARBEDRAG VAN DE VERMINDERING (1)
MOTIF DE LA REDUCTION
MONTANT ANNUEL DE LA REDUCTION (1)
1. de verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt:
648 EUR
1.le bénéficiaire des revenus est lui-même handicapé :
648 EUR
2. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° en 3°, WIB 92 bedoelde personen ten laste die de leeftijd van 66 jaar hebben bereikt en zorgbehoevend zijn, per persoon:
1.992 EUR
2. le bénéficiaire des revenus a à sa charge des personnes visées à l'article 136, 2° et 3°, CIR 92 qui sont dans une situation de dépendance et qui ont atteint l'âge de 66 ans, par personne :
1.992 EUR
3. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4°, WIB 92 bedoelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 2 hiervoor, ten laste, per persoon:
636 EUR
3.le bénéficiaire des revenus à sa charge des personnes visées à l'article 136, 2° à 4°, CIR 92 autres que celles visées au point 2 ci-avant, par personne :
636 EUR
(1) alle verminderingen mogen worden samengevoegd. (1) toutes les réductions peuvent être cumulées.
Art. 7.In nummer 40, van dezelfde toepassingsregels wordt de tabel vervangen als volgt:
GROND VAN DE VERMINDERING
JAARBEDRAG VAN DE VERMINDERING (1)
MOTIF DE LA REDUCTION
MONTANT ANNUEL DE LA REDUCTION (1)
1. de verkrijger van de inkomsten is een niet hertrouwde weduwnaar (weduwe), een ongehuwde vader (moeder), of een echtgescheiden, feitelijk gescheiden of van tafel en bed gescheiden ouder, met één of meer kinderen ten laste:
636 EUR
1.le bénéficiaire des revenus est un veuf (une veuve) non remarié(e), un père (une mère) célibataire, ou un parent divorcé ou séparé de fait, avec un ou plusieurs enfants à charge :
636 EUR
2. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten, die niet meer bedragen dan 290 EUR NETTO per maand:
1.740 EUR
2. le conjoint du bénéficiaire des revenus a des revenus professionnels propres, autres que des pensions, rentes ou revenus y assimilés, qui ne dépassent pas 290 EUR NETS par mois :
1.740 EUR
3. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 579 EUR NETTO per maand:
3.474 EUR
3. le conjoint du bénéficiaire des revenus a des revenus professionnels propres qui sont exclusivement constitués de pensions, rentes ou revenus y assimilés, qui ne dépassent pas 579 EUR NETS par mois :
3.474 EUR
(1) alle verminderingen mogen worden samengevoegd. (1) toutes les réductions peuvent être cumulées.
Art. 8.In nummer 41, van dezelfde toepassingsregels wordt de tabel vervangen als volgt:
GROND VAN DE VERMINDERING
JAARBEDRAG VAN DE VERMINDERING
MOTIF DE LA REDUCTION
MONTANT ANNUEL DE LA REDUCTION
de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten is gehandicapt:
636 EUR
le conjoint du bénéficiaire des revenus est handicapé :
636 EUR
Art. 9.In nummer 54, van dezelfde toepassingsregels wordt de tabel vervangen als volgt:
AANTAL KINDEREN TEN LASTE
GRENSBEDRAG
NOMBRE D'ENFANTS A CHARGE
MONTANT LIMITE
1
19.543 EUR
1
19.543 EUR
2
22.750 EUR
2
22.750 EUR
3
29.060 EUR
3
29.060 EUR
4
36.130 EUR
4
36.130 EUR
5
43.200 EUR
5
43.200 EUR
6
50.270 EUR
6
50.270 EUR
7
57.340 EUR
7
57.340 EUR
8
64.410 EUR
8
64.410 EUR
9
71.480 EUR
9
71.480 EUR
10
78.550 EUR
10
78.550 EUR
11
85.620 EUR
11
85.620 EUR
12
92.690 EUR
12
92.690 EUR
Art. 10.Dit besluit is van toepassing op de vanaf 1 november 2026 betaalde of toegekende inkomsten.
In afwijking van het eerste lid, zijn de wijzigingen vervat in dit besluit niet van toepassing wanneer de bedrijfsvoorheffing wordt berekend overeenkomstig de regels vastgelegd in nummer 80 of Deel 5 van de toepassingsregels van de bijlage III van het KW/WIB 92.
Art. 11.De minister bevoegd voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 september 2026.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. JAMBON