Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 25 september 2000
gepubliceerd op 14 november 2000

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies van 4 maart 1986 betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2000012712
pub.
14/11/2000
prom.
25/09/2000
ELI
eli/besluit/2000/09/25/2000012712/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

25 SEPTEMBER 2000. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies van 4 maart 1986 betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies gesloten op 4 maart 1986 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 20 maart 1986;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de uitzendarbeid;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies van 4 maart 1986 betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 25 september 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Koninklijk besluit van 20 maart 1986, Belgisch Staatsblad van 19 april 1986.

Bijlage Paritair Comité voor de uitzendarbeid Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1999 Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies van 4 maart 1986 betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten (Overeenkomst geregistreerd op 22 juni 1999 onder het nummer 51044/CO/322)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op : a) de uitzendbureaus, bedoeld bij artikel 7, 1° van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, verder genoemd « de werkgever »;b) de uitzendkrachten, bedoeld bij artikel 7, 3° van voornoemde wet van 24 juli 1987, die door deze uitzendbureaus worden tewerkgesteld, verder genoemd « de werknemer ».

Art. 2.Artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies gesloten op 4 maart 1986 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten, wordt vervangen door : « Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht, tijdens de referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse werkweek, ten minste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of ten minste 78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek.

In afwijking van deze regel van 65 (78) dagen hebben de uitzendkrachten die tijdens de referteperiode in vaste dienst treden bij de gebruiker waarbij onmiddellijk daarvoor als uitzendkracht waren tewerkgesteld, recht op een eindejaarspremie als zij in deze referteperiode minstens 60 (72) dagen tellen.

Bovendien wordt voor deze uitzendkrachten en voor het berekenen van het aantal vereiste dagen om het recht op de eindejaarspremie te openen, de referteperiode verlengd tot en met 10 april. De arbeids- of gelijkgestelde dagen die vallen na 31 maart worden bewezen aan de hand van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid en de loonfiche.

De Raad van Beheer van het Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten neemt de maatregelen die nodig zijn voor het in aanmerking nemen van de gelijkgestelde dagen tijdens de duur van een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, alsmede de maatregelen die nodig zijn voor het in aanmerking nemen van de compensatiedagen die worden toegekend ter toepassing van de wet betreffende de arbeidsduur. ».

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst die uitwerking heeft vanaf de eindejaarspremie 1999 wordt van kracht op 1 april 1998.

Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan, mits een opzeggingstermijn van drie maanden wordt in acht genomen, door elk van de partijen worden opgezegd met een aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de uitzendarbeid.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 september 2000.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^