Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 25 november 2002
gepubliceerd op 21 december 2002

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
2002023042
pub.
21/12/2002
prom.
25/11/2002
ELI
eli/besluit/2002/11/25/2002023042/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

25 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 68;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1998 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", inzonderheid artikel 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1998;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 augustus 1998, 28 april 1999 en 9 februari 2001 en bij het ministerieel besluit van 19 april 2001;

Gelet op de adviezen van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, uitgebracht op 11 maart 1999, 8 april 1999 en 28 september 2000;

Gelet op het advies nr. 32.832/3 van de Raad van State van 14 mei 2002;

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg moet voldoen om erkend te worden", wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt : « De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten volgens welke de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" beurtelings georganiseerd kan worden op één of meerdere vestigingsplaatsen van een ziekenhuis. »

Art. 2.In artikel 5, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord "vier" vervangen door het woord "drie".

Art. 3.Artikel 8 van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : « De geneesheer-diensthoofd, bedoeld in dit artikel kan tergelijkertijd de geneesheer zijn die de leiding heeft van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. »

Art. 4.In artikel 9, § 3, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de tekst zoals deze oorspronkelijk van kracht was, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : « De in § 1, bedoelde geneesheren mogen tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.»; 2° In de tekst, gewijzigd door 1°, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "en mogen, met uitzondering van de toepassing van het tweede lid, tegelijkertijd geen andere medische permanentie uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden en in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moeten voldoen om te worden erkend.»; b) tussen het eerste lid, gewijzigd bij a) en het tweede lid, ingevoegd bij 1°, wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt : « Indien er op de bedoelde vestigingsplaats een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) en een functie voor intensieve zorg worden uitgebaat, mogen de geneesheren die de permanentie waarnemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), als bedoeld in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, voorzover een bijkomende geneesheer, die beantwoordt aan de vereisten bedoeld in § 1, in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" aanwezig is binnen vijftien minuten nadat de eerstgenoemde geneesheer de bedoelde functie heeft verlaten ingevolge een oproep van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG).Zolang die geneesheer niet ter plaatse is, dient een geneesheer die, met toepassing van de artikelen 14 en 15 van het voornoemde koninklijk besluit van 27 april 1998, de permanentie waarneemt in de functie voor intensieve zorg, eveneens de permanentie waar te nemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg. »

Art. 5.Artikel 9, § 5, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 5. De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen. »

Art. 6.In artikel 11, § 2, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "tenzij hij/zij kan bewijzen dat hij/zij" vervangen door de woorden "tenzij hij/zij als gegradueerd of gebrevetteerd verpleger of verpleegster kan bewijzen dat hij/zij".

Art. 7.Artikel 13 van het voornoemd koninklijk besluit van 27 april 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 13.§ 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993. § 2. Gedurende de in § 1, bedoelde periode kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van hoger vermeld ministerieel besluit van 12 november 1993. § 3. Gedurende de in § 1 bedoelde periode mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van hoger vermeld ministerieel besluit van 12 november 1993 voorzover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling. § 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit. »

Art. 8.Het koninklijk besluit van 9 februari 2001 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moeten voldoen om erkend te worden, wordt ingetrokken.

Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 december 1998, met uitzondering van de artikelen 4, 2° en 8, die uitwerking hebben op 6 april 2001.

Art. 10.Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 25 november 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, J. TAVERNIER De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

^