Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 24 december 2001
gepubliceerd op 23 januari 2002

Koninklijk besluit tot vaststelling van de werkingsmodaliteiten van het Zilverfonds

bron
ministerie van financien
numac
2001003540
pub.
23/01/2002
prom.
24/12/2001
ELI
eli/besluit/2001/12/24/2001003540/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

24 DECEMBER 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de werkingsmodaliteiten van het Zilverfonds


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut;

Gelet op de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds, inzonderheid op artikel 35;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het Zilverfonds onverwijld in de mogelijkheid moet gesteld worden om te functioneren ten einde de opdracht uit te voeren die hem door de wet toevertrouwd werd;

Overwegende dat het Zilverfonds deze opdracht slechts kan uitvoeren indien de werkingsregels van de raad van bestuur zonder verwijl vastgesteld worden, gelet op het feit dat deze raad talrijke taken moet uitvoeren ten einde het Fonds binnen de vereiste termijn operationeel te maken;

Op de voordracht van Onze Minister van Begroting, van Onze Minister van Financiën en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In de zin van dit besluit wordt verstaan onder : 1. de wet : de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds;2. het Fonds : het Zilverfonds bedoeld in artikel 12 van de wet;3. de raad : de raad van bestuur voorzien in artikel 16 van de wet;4. de voorzitter : de voorzitter van de raad benoemd door de Koning in uitvoering van artikel 16, lid 2 van de wet;5. de gedelegeerd bestuurder : de administrateur-generaal van de Thesaurie die krachtens artikel 16, lid 3 van de wet, van rechtswege lid van de raad is;6. de leden : de leden van de raad.

Art. 2.De maatschappelijke zetel van het Fonds is gevestigd te 1040 Brussel, Kunstlaan 30. Hij kan verplaatst worden binnen de grenzen van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.

Art. 3.Zonder afbreuk te doen aan artikel 23 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, vergadert de raad op bijeenroeping door de voorzitter of op vraag van de gedelegeerd bestuurder indien de raad hem deze bevoegdheid gedelegeerd heeft, en dit, zo dikwijls als zijn opdracht het vereist en minstens eens om de drie maanden.

De voorzitter of de gedelegeerd bestuurder roept de raad bijeen telkens twee leden dit vragen.

Art. 4.De raad vergadert op de maatschappelijke zetel van het Fonds.

Art. 5.De oproeping tot de vergaderingen van de raad vermeldt de diverse punten op de agenda. De stukken en documenten met betrekking tot de punten die op de agenda staan, moeten minstens drie werkdagen vóór de zitting aan de leden worden verzonden, behalve in dringende gevallen waarover de voorzitter of de gedelegeerd bestuurder, naargelang het geval, oordeelt.

Art. 6.De agenda wordt opgesteld door de voorzitter of door de gedelegeerd bestuurder, naargelang het geval. Wanneer een lid het vraagt wordt elk onderwerp waarvoor de raad bevoegd is, op de agenda geplaatst. Elk punt dat niet op de agenda staat kan niet worden besproken indien de meerderheid van de leden zich daartegen verzet.

Art. 7.Indien de voorzitter afwezig is op een vergadering van de raad dan wordt het voorzitterschap verzekerd door het oudste lid bedoeld in artikel 16, lid 1, 1° van de wet.

Art. 8.De besluitvorming van de raad wordt als volgt geregeld : 1° de raad kan slechts geldig beraadslagen indien minstens 6 leden aanwezig zijn, onder wie de voorzitter of zijn plaatsvervanger;2° een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen mag geen volmacht verlenen aan een ander lid;3° de besluiten van de raad worden genomen bij eenvoudige meerderheid van de stemmen van de op de vergadering aanwezige leden.Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of van zijn plaatsvervanger doorslaggevend.

Art. 9.Er worden notulen opgemaakt van de vergaderingen van de raad.

De notulen worden ter goedkeuring aan de raad voorgelegd bij de eerstvolgende vergadering.

Art. 10.De raad duidt het personeelslid van de Administratie der Thesaurie aan, dat de gedelegeerd bestuurder vervangt wanneer deze verhinderd is.

Art. 11.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 12.Onze Minister van Begroting en Onze Minister van Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 24 december 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie, J. VANDE LANOTTE De Minister van Financiën, D. REYNDERS

^