Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 januari 2006
gepubliceerd op 06 april 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de uitsluitingsvoorwaarden

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2005012777
pub.
06/04/2006
prom.
23/01/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de uitsluitingsvoorwaarden (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de wijziging en coördinatie van de uitsluitingsvoorwaarden.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 januari 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het garagebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 Wijziging en coördinatie van de uitsluitingsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 2 augustus 2005 onder het nummer 75932/CO/112) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het garagebedrijf.

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. HOOFDSTUK II. - Voorwerp

Art. 2.Deze overeenkomst heeft in uitvoering van hoofdstuk III, artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het nationaal akkoord 2005-2006 van het Paritair Comité voor het garagebedrijf tot doel de voorwaarden te expliciteren waaraan : - de collectieve arbeidsovereenkomst of het collectief akkoord dient te voldoen opdat de in voormeld artikel voorziene verhoogde bijdrage van 1,2 procent van de bruto-bezoldiging van de arbeiders kan worden aangewend in het kader van een ondernemingsgebonden pensioenstelsel, in plaats van in het kader van het sectorale pensioenstelsel dat ingevoerd wordt door de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002; - het ondernemingsgebonden pensioenstelsel zelf dient te voldoen. HOOFDSTUK III. - Voorwaarden

Art. 3.3.1. Oorspronkelijk(e) collectieve arbeidsovereenkomst of akkoord De collectieve arbeidsovereenkomst of het collectief akkoord moet bestaan vóór 31 december 2000 en dient het akkoord van de sociale partners op bedrijfsniveau te bevatten inzake een ondernemingsgebonden pensioenstelsel. 3.2. Collectieve arbeidsovereenkomst tot verhoging De collectieve arbeidsovereenkomst waarin de sociale partners op ondernemingsniveau ervoor opteren om de verhoging van de bijdrage gelijk aan 0,2 procent te gebruiken ter financiering van het door het Paritair Comité goedgekeurd ondernemingspensioenstelsel. 3.3. Het ondernemingspensioenstelsel Het ondernemingspensioenstelsel dient ten laatste vanaf 1 januari 2002 minimaal de hierna volgende voorwaarden te voorzien. 3.3.1. Aansluitingsvoorwaarden Alle arbeiders die vanaf 1 januari 2002 met een werkgever verbonden waren of zijn via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van deze arbeidsovereenkomst), moeten aangesloten worden bij het ondernemingsplan.

Dit houdt onder meer in dat : - ook de arbeiders die tewerkgesteld worden of werden op basis van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, dienen aan te sluiten; - de aansluiting onmiddellijk gebeurt ten tijde van het afsluiten van de arbeidsovereenkomst, waardoor de aansluiting dus niet kan uitgesteld worden tot na een bepaalde leeftijd, bijvoorbeeld de 25ste verjaardag van de aangeslotene.

De volgende categorieën dienen niet aangesloten te worden bij het ondernemingsplan : - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst van studentenarbeid; - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst voor uitzendarbeid, zoals geregeld door hoofdstuk II van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van de werknemers ten behoeve van gebruiken; - de personen tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van een speciaal door met steun van de overheid gevoerd opleidings-, arbeidsinspannings-, en omscholings-programma. 3.3.2. Verzekeringscombinatie De bijdrage kan enkel aangewend worden als premie voor een verzekering in de combinatie "uitgesteld kapitaal met tegenverzekering van de reserve". 3.3.3. Financiering Het door het paritair comité goedgekeurd ondernemingsstelsel dient vanaf 1 januari 2006 gefinancierd te worden met een bijdrage, zoals voorzien in artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het nationaal akkoord 2005 - 2006 van het Paritair Comité voor het garagebedrijf, die minstens gelijk is aan 1,2 procent van het brutojaarloon van de arbeiders waarop R.S.Z.-inhoudingen verschuldigd zijn. HOOFDSTUK IV. - Informatie

Art. 4.De werkgever dient minstens eenmaal per jaar een lijst van de aangeslotenen van het ondernemingsstelsel die voldoen aan de hogervernoemde aansluitingsvoorwaarden, over te maken aan de voorzitter van het paritair comité.

Daarenboven zal de hiervoor vermelde werkgever de voorzitter van het paritair comité op de hoogte houden van elke wijziging die doorgevoerd wordt aan het ondernemingsstelsel door middel van het opsturen van een afschrift van de wijziging van het pensioenreglement binnen de twee maanden te rekenen vanaf de begindatum van het gewijzigde ondernemingsstelsel. De pensioeninstelling die het ondernemingsstelsel beheert dient bij deze gelegenheid een verklaring op te stellen dat het ondernemingspensioenstelsel voldoet aan de in het kader van deze overeenkomst bepaalde voorwaarden.

Tenslotte zal de werkgever op eenvoudig verzoek van de voorzitter van het paritair comité alle gegevens overmaken die de voorzitter toelaten de juiste uitvoering van de verplichtingen te (laten) controleren. HOOFDSTUK V. - Procedure in geval van niet-betaling van de premies of van stopzetting van het ondernemingspensioenstelsel

Art. 5.Het ondernemingsstelsel dient te voorzien in een procedure die ingeval van niet-betaling van de premies, minstens de volgende elementen bevat : - ingeval van niet-betaling van de premies binnen een termijn van 30 dagen na de vervaldag ervan, zal de werkgever door de pensioeninstelling door middel van een aangetekend schrijven in gebreke gesteld worden en aangemaand worden om over te gaan tot betaling van de premies; - indien de premies binnen een termijn van 60 dagen na de vervaldag ervan nog niet betaald zijn, zal de werkgever door de pensioeninstelling door middel van een aangetekend schrijven nogmaals in gebreke gesteld worden en aangemaand worden om over te gaan tot betaling van de premies. De pensioeninstelling brengt de voorzitter van het paritair comité hiervan schriftelijk op de hoogte; - indien de premies binnen een termijn van 90 dagen na de vervaldag ervan nog niet betaald zijn, zal de werkgever door de pensioeninstelling door middel van een aangetekend schrijven op de hoogte worden gesteld dat de contracten binnen de drie weken premievrij zullen worden gemaakt. De pensioeninstelling brengt de voorzitter van het paritair comité, alsook de aangeslotenen van het ondernemingspensioenstelsel hiervan schriftelijk op de hoogte.

Ingeval van blijvende niet-betaling van de in het kader van het ondernemingsstelsel verschuldigde premies, of ingeval van stopzetting van het ondernemingsstelsel, is de werkgever verplicht om vanaf het tijdstip van de stopzetting van de premies of van het ondernemingsstelsel, aan te sluiten bij het sectorale pensioenstelsel. HOOFDSTUK VI. - Procedure

Art. 6.Wanneer men in uitvoering van artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 betreffende het nationaal akkoord 2005-2006 wenst gebruik te maken van de mogelijkheid om de verhoogde bijdrage van 1,2 procent te gebruiken ter financiering van het door het paritair comité goedgekeurd ondernemingspensioenstelsel, dient volgende procedure gevolgd te worden : 6.1. Inlichtingen te verstrekken aan de voorzitter van het paritair comité Ter controle en goedkeuring dienen een aantal documenten te worden voorgelegd aan de voorzitter van het paritair comité. Dit dient bij wege van een aangetekend schrijven te gebeuren. Dit dient uiterlijk vóór 1 maart 2006 te gebeuren.

Het gaat meer bepaald over de volgende stukken : - de collectieve arbeidsovereenkomst waarin de sociale partners op ondernemingsniveau ervoor opteren om de verhoging van de bijdrage gelijk aan 0,2 procent te gebruiken ter financiering van het door het paritair comité goedgekeurd ondernemingspensioenstelsel; - en het nieuwe pensioenreglement dat voldoet aan de voorwaarden die voort vloeien uit deze collectieve arbeidsovereenkomst. 6.2. Beraadslaging door de voorzitter van het paritair comité Binnen de twee maanden na de hiervoor vermelde kennisgeving door de werkgever, laat de voorzitter van het paritair comité ofwel zijn akkoord ofwel zijn weigering ofwel een vraag om meer inlichtingen geworden aan de werkgever.

De voorzitter van het paritair comité kan enkel een aanvraag tot aanwending van de verhoogde bijdrage van 1,2 procent ter financiering van het door het paritair comité goedgekeurd ondernemingspensioenstelsel weigeren indien niet voldaan is aan de voorwaarden die terzake worden gesteld in deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Enige geschillen terzake worden dan ook behandeld binnen het Paritair Comité voor het garagebedrijf. HOOFDSTUK VII. - Financiële implicaties van het sectorale pensioenstelsel

Art. 7.Overeenkomstig artikel 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, zal de daarin bepaalde bijdrage worden ingevorderd en geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (R.S.Z.), overeenkomstig artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid en zal na de terbeschikkingstelling ervan aan de inrichter van het sectoraal pensioenstelsel door laatstgenoemde worden doorgestort aan de sectorale pensioeninstelling.

Gezien de inrichter ervoor wist te opteren om voor wat betreft de inhouding van deze bijdragen, geen onderscheid te maken tussen de werkgevers die overeenkomstig deze overeenkomst buiten het toepassingsgebied vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 mei 2005 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en de werkgevers waarvoor dit niet het geval is stort hij de bijdragen ingehouden bij de werkgevers die niet onder het toepassingsgebied vallen, aan hen terug.

De in het vorige lid bedoelde terugstortingen zullen gebeuren binnen een tijdsspanne van 1 maand te rekenen vanaf de dag waarop de inrichter hiertoe de nodige gegevens ter beschikking heeft, dan wel vanaf de dag waarop de stortingen aan de inrichter ter beschikking zouden worden gesteld door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid indien deze datum zich na de terbeschikkingstelling van de gegevens zou situeren. Op de terugstortingen worden geen verwijlintresten toegekend. HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding en opzeggingsmogelijkheden

Art. 8.De collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002 houdende de uitsluiting uit het toepassingsveld van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf (P.C. 112), houdende de invoering van een sectoraal pensioenstelsel, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2006.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2006 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan worden beëindigd mits opzegging van zes maanden en wordt betekend per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het voormelde paritair comité.

Voorafgaandelijk aan de opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst moet het paritair comité de beslissing nemen om het sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing is enkel geldig wanneer zij wordt genomen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 10, § 1, 3° W.A.P. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 januari 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^