Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 maart 2006
gepubliceerd op 01 juni 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de textielverzorging, betreffende de tewerkstellingsverbintenissen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006200870
pub.
01/06/2006
prom.
22/03/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 MAART 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de textielverzorging, betreffende de tewerkstellingsverbintenissen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 1983, gesloten in het Paritair Comité voor het wasserij-, ververij- en ontvettingsbedrijf, betreffende de aanwending van de bijkomende loonmatiging voor de tewerkstelling, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 juli 1983;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 1985, gesloten in het Paritair Comité voor het wasserij-, ververij- en ontvettingsbedrijf, betreffende de bijkomende tewerkstelling, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 september 1985;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 mei 1987, gesloten in het Paritair Comité voor het wasserij-, ververij- en ontvettingsbedrijf, betreffende de tewerkstelling, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 oktober 1987;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de textielverzorging;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 17 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de textielverzorging, betreffende de tewerkstellingsverbintenissen.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 maart 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota's (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Koninklijk besluit van 1 juli 1983, Belgisch Staatsblad van 31 augustus 1983.

Koninklijk besluit van 25 september 1985, Belgisch Staatsblad van 26 oktober 1985.

Koninklijk besluit van 16 oktober 1987, Belgisch Staatsblad van 7 november 1987.

Bijlage Paritair Comité voor de textielverzorging Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 mei 2005 Tewerkstellingsverbintenissen (Overeenkomst geregistreerd op 4 augustus 2005 onder het nummer 75993/CO/110)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers, de werklieden en werksters van de ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de textielverzorging.

Art. 2.De beschikkingen inzake tewerkstelling, overeengekomen in de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 1983 betreffende de aanwending van de loonmatiging voor de tewerkstelling, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 juli 1983, aangevuld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 1985, en aangevuld bij collectieve arbeidsovereenkomst van 5 mei 1987, algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 oktober 1987 blijven van toepassing tot 31 december 2006.

Art. 3.In geval van tijdelijk gebrek aan werk wegens economische omstandigheden zullen de werkgevers op het niveau van de onderneming alle mogelijkheden tot invoering van een regime van gedeeltelijke arbeid invoeren, rekening houdend met de wettelijke en conventionele bepalingen terzake, alvorens tot ontslagen over te gaan.

Bij de invoering in de onderneming van ofwel een volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst ofwel een regeling van gedeeltelijke arbeid bij volledig of gedeeltelijk gebrek aan werk wegens economische omstandigheden, worden de nadelen, verbonden aan de tijdelijke werkloosheid, zoveel als mogelijk evenredig verdeeld over alle werknemers. Daarbij wordt rekening gehouden met de technische noodwendigheden eigen aan de organisatie van de arbeid en inzonderheid met het feit dat de prestaties van bepaalde werknemers of van bepaalde groepen van werknemers noodzakelijk en onvervangbaar kunnen zijn voor het uitvoeren van het resterend werk.

Art. 4.De werkgevers verbinden zich ertoe om bij collectieve afdankingen de bestaande wetgeving correct toe te passen en dus overleg te plegen hetzij met de ondernemingsraad, hetzij met de vakbondsafvaardiging, hetzij met de werknemers of hun vertegenwoordigers teneinde de grond van de afdankingen te bespreken met het oog op een eventuele bespreking van deze afdankingen.

Wat de individuele ontslagen betreft, zal de werkgever op uitdrukkelijke, schriftelijke vraag van de werknemer informatie verstrekken aan de vakbondsafvaardiging en schriftelijke voorstellen van de vakorganisatie met betrekking tot een eventuele beperking van de individuele ontslagen in overweging nemen.

Art. 5.In geval van individuele ontslagen, met uitzondering van het ontslag om dringende redenen en ontslag tijdens de proeftijd, zal de werkgever voorafgaand aan het ontslag de betrokken werknemer een schriftelijke verwittiging geven. De vakbondsafvaardiging wordt van die verwittiging in kennis gesteld.

Art. 6.Indien de werkgever de in deze collectieve arbeidsovereenkomst voorziene procedures niet naleeft, kan de betrokken werknemer of de werkgever een vraag tot bemiddeling indienen bij de voorzitter van het paritair comité. De voorzitter van het paritair comité zal zich na onderzoek over de grond van de vraag uitspreken met als doel tot een minnelijke schikking te komen. Hij kan in voorkomend geval beslissen dat de werkgever een schadeloosstelling aan de betrokken werknemer verschuldigd is, waarvan het bedrag niet hoger kan zijn dan 500 EUR.

Art. 7.De ondertekenende partijen geven aan de werkgevers de aanbeveling om de juwelen voor de laureaten en kadetten van de arbeid in hun dienst te vergoeden.

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde tijd. Zij treedt in werking op 1 juni 2005 en kan door één der partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden, bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de textielverzorging en aan de erin vertegenwoordigde organisaties.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 maart 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^