Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 21 april 2007
gepubliceerd op 08 juni 2007

Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsprocedure waarbij beoefenaars van de verpleegkunde ertoe gemachtigd worden een bijzondere beroepstitel te dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaamheid te beroepen

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2007022762
pub.
08/06/2007
prom.
21/04/2007
ELI
eli/besluit/2007/04/21/2007022762/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

21 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsprocedure waarbij beoefenaars van de verpleegkunde ertoe gemachtigd worden een bijzondere beroepstitel te dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaamheid te beroepen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, inzonderheid artikel 35sexies, ingevoegd door de wet van 19 december 1990;

Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Verpleegkunde, gegeven op 29 november 2005;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 augustus 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 30 maart 2007;

Gelet op het advies 41.903/3 van de Raad van State, gegeven op 4 januari 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « de Minister » : de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;2° « erkenning » : een erkenning zoals omschreven in artikel 35quater van het koninklijk besluit nr.78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, indien is voldaan aan alle erkenningscriteria die door de Minister zijn vastgesteld; 3° « de Erkenningscommissie » : de Erkenningscommissie van de Nationale Raad voor Verpleegkunde;4° « de Raad » : de Nationale Raad voor Verpleegkunde zoals beschreven in artikel 21quater, § 2 van het koninklijk besluit nr.78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. HOOFDSTUK II. - De Erkenningscommissie van de Nationale Raad voor Verpleegkunde

Art. 2.§ 1. Er wordt binnen de Nationale Raad voor Verpleegkunde een Erkenningscommissie opgericht. § 2. De Erkenningscommissie is als volgt samengesteld : 1° een voorzitter, die onder de leden van het bureau van de Raad wordt gekozen, 2° een ondervoorzitter, die onder de leden van de Erkenningscommissie wordt gekozen en 3° zeven andere leden, aangeduid tussen de leden van de Raad.

Art. 3.De voorzitter, de ondervoorzitter en de leden worden uiterlijk twee maanden na de samenstelling van de Nationale Raad voor Verpleegkunde benoemd voor een periode die overeenstemt met het mandaat van de leden van de Raad.

Art. 4.De Erkenningscommissie houdt zitting wanneer ten minste twee leden en de voorzitter of de ondervoorzitter aanwezig zijn. Zij beraadslaagt dan op geldige wijze.

Art. 5.De Erkenningscommissie neemt haar besluiten bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter of die van de ondervoorzitter, bij afwezigheid van de voorzitter, doorslaggevend.

Art. 6.De Erkenningscommissie dient ten minste vier keer per jaar of, naar gelang van de behoeften, vaker te vergaderen.

Art. 7.De Erkenningscommissie past het huishoudelijk reglement van de Nationale Raad voor Verpleegkunde toe.

De Erkenningscommissie kan indien ze dat nodig acht vragen dat in het huishoudelijk reglement van de Nationale Raad voor Verpleegkunde bepalingen ingelast worden met betrekking tot het concrete beheer van de dossiers.

Art. 8.De Erkenningscommissie heeft haar standplaats bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu te Brussel.

Art. 9.De eventuele verblijfskosten en zitpenningen van de voorzitter, de ondervoorzitter, de leden van de Erkenningscommissie en de deskundigen worden betaald in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Regent van 15 juli 1946 tot bepaling van het bedrag van het presentiegeld en van de kosten uitgekeerd aan de leden van de vaste commissies die van het departement van Volksgezondheid en van het Gezin afhangen.

De reiskosten worden terugbetaald conform het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.

Art. 10.Na een machtiging terzake van de Minister of van zijn afgevaardigde kan de Erkenningscommissie een of meer leden of deskundigen belasten met het opstellen van verslagen of het verrichten van onderzoeken.

Per bezoek wordt een bezoldiging toegekend aan de persoon die door de Erkenningscommissie belast wordt met het uitvoeren van de controle, zoals bepaald in artikel 17. De Minister bepaalt het bedrag van deze bezoldiging. HOOFDSTUK III. - Erkenningsprocedure

Art. 11.De beoefenaars van de verpleegkunde die de erkenning wensen te verkrijgen waarbij ze gemachtigd worden een bijzondere beroepstitel te dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaamheid te beroepen, moeten, overeenkomstig de onderstaande bepalingen, hun aanvraag om erkenning bij de Minister indienen, door middel van een formulier waarvan het model wordt vastgesteld in bijlage.

Bij de aanvraag dienen de bewijsstukken te worden gevoegd waaruit blijkt dat voldaan is aan de door de Minister vastgestelde erkenningscriteria voor de bijzondere beroepstitel of de bijzondere beroepsbekwaamheid die hij wenst te verkrijgen.

Art. 12.De Minister heeft twee maanden om, via de administratie, de aanvraag tot erkenning voor te leggen aan de Erkenningscommissie, die over een termijn van drie maanden beschikt om terzake een advies uit te brengen.

Om de erkenning aan de beoefenaar van de verpleegkunde af te leveren zodat hij een bijzondere beroepstitel kan dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaamheid kan beroepen, dient de volgende procedure te worden gevolgd : 1. De administratie stuurt aan de aanvrager een bevestiging dat zijn erkenningsaanvraag ontvangen werd en volledig is.2. De administratie legt de volledige dossiers voor aan de Erkenningscommissie, die de juistheid van de aanvraag en de gevolgde opleidingen controleert.De Erkenningscommissie geeft haar advies hierover. 3. Ter informatie wordt aan de plenaire vergadering van de Nationale Raad voor Verpleegkunde een naamlijst van de gunstige en ongunstige (gemotiveerde) adviezen voorgelegd.4. De administratie stelt een attest van erkenning op, dat ter ondertekening wordt voorgelegd aan de Minister of aan zijn gevolmachtigde, die het recht hebben om hiervan af te wijken, mits motivatie.5. De administratie zendt de aanvrager het ondertekende attest toe, waarbij wordt vermeld op welke datum de erkenning is ingegaan.6. In geval van ongunstige beslissing wordt een gemotiveerde brief opgestuurd door de Minister of door zijn gevolmachtigde aan de belanghebbende.

Art. 13.De erkenning wordt door de Minister verleend voor onbepaalde duur, voor zover de door de Minister vastgestelde voorwaarden worden nageleefd. HOOFDSTUK IV. - Beroepsprocedure

Art. 14.In geval van weigering van de erkenning kan de aanvrager binnen de twee maanden na de beslissing een gemotiveerd administratief beroep bij de Minister indienen, die deze aanvraag aan de Nationale Raad voor Verpleegkunde zal doorgeven.

Art. 15.De voorzitter van de Nationale Raad voor Verpleegkunde, of zijn plaatsvervanger, behandelt het dossier met twee andere leden van de Raad. De voorzitter geeft de beslissing door bij de volgende plenaire zitting indien minstens twee weken verstreken zijn sinds de ontvangst van het dossier.

De personen die dit dossier in de Erkenningscommissie behandeld hebben moeten zich onthouden van de behandeling en van de stemming. HOOFDSTUK V. - Controle, sanctie en opnieuw verkrijgen van de erkenning

Art. 16.§ 1. De Erkenningscommissie behoudt zich het recht voor de naleving van de door de Minister vastgestelde voorwaarden voor het behoud van de betreffende titel of bekwaming te controleren. Deze taak kan aan de administratie worden gedelegeerd. § 2. De verpleegkundige die drager is van een bijzondere beroepstitel of die zich op een bijzondere beroepsbekwaamheid beroept, wordt schriftelijk van de lopende controle jegens hem op de hoogte gebracht. § 3. De verpleegkundige bezorgt het controleteam binnen dertig dagen vanaf de datum waarop het schrijven waarvan sprake in § 2 is verzonden, de documenten waaruit de naleving van de door de Minister vastgestelde voorwaarden voor het behoud van de bijzondere beroepstitel of van de bijzondere beroepsbekwaamheid in kwestie blijkt. In geval van uitzonderlijke gemotiveerde omstandigheden, kan de Erkenningscommissie de termijn verlengen. § 4. De controle kan enkel betrekking hebben op de 48 maanden voorafgaande aan de datum die in het schrijven waarvan sprake in § 2 wordt vermeld. § 5. De Erkenningscommissie kan deze controle op zijn vroegst uitoefenen vier jaar na het einde van de studie die toegang tot de bijzondere beroepstitel verleent, of vier jaar na het einde van de vorming die toegang gaf tot de bijzondere beroepsbekwaamheid. § 6. De Erkenningscommissie brengt jaarlijks een verslag uit omtrent de uitgevoerde controles.

Art. 17.In geval van controle, indien wordt vastgesteld dat de door de Minister vastgestelde voorwaarden voor het behoud van de bijzondere beroepstitel of bijzondere beroepsbekwaamheid niet worden nageleefd, kan de erkenning door de Minister worden geschorst totdat de voorwaarden opnieuw vervuld zijn.

Art. 18.Er kan in geval van schorsing van de bijzondere beroepstitel of van de bijzondere beroepsbekwaamheid tot de Minister een aanvraag worden gericht, die aan de Erkenningscommissie wordt doorgegeven, om de titel of bekwaming opnieuw te verkrijgen. De verpleegkundige stuurt hiertoe het hiervoor bedoelde formulier naar de Erkenningscommissie en voegt hier documenten bij waaruit blijkt dat hij aan de door de Minister vastgestelde voorwaarden voldoet om de titel of de bekwaamheid te behouden en opnieuw te verkrijgen.

De Erkenningscommissie heeft na ontvangst van de aanvraag via aangetekend schrijven drie maanden de tijd om een beslissing te nemen en deze aan de betrokkene mee te delen.

De bepalingen van hoofdstuk 4 omtrent het administratief beroep zijn eveneens van toepassing in geval van weigering. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 19.Het koninklijk besluit van 20 mei 1994 tot vaststelling van de erkenningsprocedure waarbij beoefenaars van de verpleegkunde ertoe gemachtigd worden een bijzondere beroepstitel te dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaming te beroepen, wordt opgeheven.

De personen die een erkenning gekregen hebben om een bijzondere beroepstitel te dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaming te beroepen, bij toepassing van het koninklijk besluit van 20 mei 1994 tot vaststelling van de erkenningsprocedure waarbij beoefenaars van de verpleegkunde ertoe gemachtigd worden een bijzondere beroepstitel te dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaming te beroepen, mogen deze behouden voor zover ze aan de voorwaarden voldoen die door de Minister vastgesteld worden voor het behoud van de titel of van de bekwaamheid.

Art. 20.Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 april 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 april 2007 tot vaststelling van de erkenningsprocedure waarbij beoefenaars van de verpleegkundige ertoe gemachtigd worden een bijzondere beroepstitel te dragen of zich op een bijzondere beroepsbekwaamheid te beroepen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^