Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 september 2023
gepubliceerd op 12 oktober 2023

Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 445, § 5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de vastlegging van de schaal van de administratieve boetes en hun toepassingsmodaliteiten

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2023045447
pub.
12/10/2023
prom.
20/09/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 SEPTEMBER 2023. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 445, § 5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de vastlegging van de schaal van de administratieve boetes en hun toepassingsmodaliteiten


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het huidige ontwerp van koninklijk besluit heeft tot doel het artikel 445, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna "WIB 92") uit te voeren, door een schaal van geldboetes voor de verschillende hieronder bedoelde situaties op te stellen.

Het artikel 445, § 5, WIB 92 voorziet een systeem van geldboetes in het geval van niet-naleving van de verplichting tot aangifte uit eigen beweging zoals bepaald door artikel 473 WIB 92.

Paragraaf 1 van artikel 473 betreft enkel in België of in het buitenland gelegen gebouwen evenals het materieel en outillage gelegen in België.

Paragraaf 2 van dat artikel betreft de belastingplichtige die op 31 december 2020 houder is van een zakelijk recht op een onroerend goed dat gelegen is in het buitenland alsook de belastingplichtige die een zakelijk recht op een onroerend goed gelegen in het buitenland verwerft of vervreemdt. Deze paragraaf legt hem op hiervan uit eigen beweging aangifte te doen bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie respectievelijk ten laatste op 31 december 2021 en binnen de 4 maanden vanaf de verwerving of vervreemding wanneer die plaatsvindt na 31 december 2020.

Het huidig ontwerp van koninklijk besluit stelt voor een schaal van bijzondere geldboetes die onder de bevoegdheid van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie vallen in te voeren wanneer artikel 473 WIB 92 overtreden wordt. Deze schaal formaliseert het bedrag van de toegepaste geldboetes overeenkomstig artikel 445, § 5, WIB 92 op basis van het bedrag van het geschat of herschat kadastraal inkomen.

Dit koninklijk besluit houdt rekening met advies n. 74.014/1/V van de Raad van State van 11 augustus 2023.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1.Het eerste lid van dit artikel voert een schaal van geldboetes in voor de overtreding van de bepalingen voorzien in artikel 473 WIB 92 ten gevolge van een laattijdige aangifte of niet-aangifte.

Het tweede lid preciseert het kadastraal inkomen dat in aanmerking wordt genomen om het bedrag van de geldboete te bepalen wat betreft de gevallen bedoeld in artikel 473, § 1, WIB 92.

Het derde lid bepaalt dat een boete kan worden opgelegd voor elk kadastraal perceel waarvoor een aangifte had moeten worden ingediend of waarvan de aangifte te laat is ingediend.

Artikel 2.Bepaalt de bevoegdheid van de minister van Financiën.

Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd, Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, V. VAN PETEGHEM

ADVIES 74.014/1/V VAN 11 AUGUSTUS 2023 OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT UITVOERING VAN ARTIKEL 445, § 5, VAN HET WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992 INZAKE DE VASTLEGGING VAN DE SCHAAL VAN DE ADMINISTRATIEVE GELDBOETES EN HUN TOEPASSINGSMODALITEITEN" Op 5 juli 2023 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen, van rechtswege verlengd tot 21 augustus 2023, (1) een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van artikel 445, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de vastlegging van de schaal van de administratieve geldboetes en hun toepassingsmodaliteiten".

Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 8 augustus 2023. De kamer was samengesteld uit Wilfried Van Vaerenbergh, eerste voorzitter van de Raad van State, Paul Lemmens en Geert Debersaques, kamervoorzitters, Jan Velaers, assessor, en Greet Verberckmoes, griffier. Het verslag is uitgebracht door Lise Vandenhende, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jeroen Van Nieuwenhove, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 11 augustus 2023. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 2. Artikel 445, § 5, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna: WIB 92) voorziet in de mogelijkheid tot het opleggen van een administratieve geldboete van 250 euro tot 3000 euro in geval van niet-naleving van de aangifteverplichtingen bedoeld in artikel 473 WIB 92.Het derde lid van die bepaling bepaalt dat de Koning de schaal van de administratieve geldboetes vastlegt en hun toepassingsmodaliteiten regelt. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot uitvoering van die bepaling en voegt daartoe in het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 19/11/2015 numac 2015000628 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 04/03/2016 numac 2016000121 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel III sluiten "tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992" een artikel 229/7 in, bevattende de schaal van de administratieve geldboetes alsook de toepassingsmodaliteiten. 3. Voor het ontwerp wordt rechtsgrond geboden door artikel 445, § 5, WIB 92, dat is vermeld in de aanhef. Onderzoek van de tekst Artikel 1 - rubriek C 4. In de ontworpen schaal wordt voor de inbreuk bedoeld in rubriek C geen administratieve geldboete opgelegd indien het KI lager is dan 159 euro, terwijl voor de inbreuken getarifeerd in de rubrieken B en D een geldboete van 1000 euro is opgelegd indien het KI lager is dan 745 euro.Aan de gemachtigde werd gevraagd hoe dit verschil in het licht van het gelijkheidsbeginsel te verantwoorden is. Die verschafte de volgende verantwoording: "Het onderscheid tussen rubriek B en rubriek C bevindt zich in het feit dat in rubriek C voor een KI onder 159 euro geen boete verschuldigd is, terwijl dergelijke regel niet van toepassing is in rubriek B. De reden hiervoor is de volgende: Het bedrag van 159 euro komt overeen [met] het KI [dat] zou worden berekend op materieel en outillage met een waarde van EUR 3.000.

Artikel 483 van het WIB 92 definieert de gebruikswaarde en geeft de methode voor de berekening van het KI voor materieel en outillage: gebruikswaarde x 5,3% (=> EUR 3.000 x 5,3% = EUR 159).

Dit bedrag van 3.000 euro is het minimumbedrag dat vereist is om materieel en outillage in het kadaster te registreren.

Onder dit bedrag wordt geen KI opgenomen (Cf. art. 10 van het Koninklijk Besluit van 17.08.1955 betreffende de bewaring van het kadaster en de perceelsgewijze schattingen).

De doorgevoerde aanpassing ten opzichte van rubriek B is dus hoogstwaarschijnlijk louter theoretisch, maar heeft de verdienste volledig te zijn en het formaat van de boeteschaal te harmoniseren en in overeenstemming te brengen met de praktijk." Met deze verantwoording kan worden ingestemd. 5.1. Rubriek C bepaalt de geldboeteschaal voor de laattijdige aangifte of niet-aangifte van de "aanwezigheid van materieel en outillage", waarbij wordt verwezen naar artikel 473, § 1, eerste lid, vierde streepje, WIB 92. Deze bepaling luidt als volgt: "De eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van een in België gelegen goed, de in artikel 471, § 1, eerste lid, 2°, a, bedoelde houder van een zakelijk recht op een in het buitenland gelegen goed en de in artikel 471, § 1, eerste lid, 2°, b, bedoelde oprichter van een juridische constructie, in deze titel belastingplichtige genoemd, is ertoe gehouden, uit eigen beweging, bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie aan te geven: - (...) - de ingebruikstelling van nieuw of toegevoegd materieel of outillage, alsook de wijziging of de definitieve buitengebruikstelling van materieel of outillage." De ontworpen bepaling neemt de "aanwezigheid" van materieel en outillage als bestraffingsgrond, terwijl luidens het aangehaalde artikel 473, § 1, eerste lid, vierde streepje, WIB 92 de aangifteplicht geldt voor de "ingebruikstelling", de "wijziging" en de "definitieve buitengebruikstelling". Aan de gemachtigde werd gevraagd om te verduidelijken of de inbreuk vermeld in artikel 1, tabel rubriek C, van het ontwerp in overeenstemming is met de aangifteplicht bedoeld in artikel 473, § 1, eerste lid, vierde streepje, WIB 1992. Die antwoordde: "Dit is inderdaad in overeenstemming met artikel 473, § 1, eerste lid, vierde streepje WIB 92 daar de aanwezigheid beïnvloed wordt door de drie in dat artikel aangehaalde gebeurtenissen. Eventueel kan om de consistentie te verbeteren de tekst aangepast worden naar gebeurtenissen vermeld in artikel 473, § 1, vierde streepje, WIB 92 zoals gedaan is in rubriek B." Deze verantwoording kan niet worden bijgevallen. De "aanwezigheid" van materieel en outillage is niet gelijk te stellen aan de "ingebruikstelling", "wijziging" of "definitieve buitengebruikstelling". Zulks klemt te dezen des te meer vermits artikel 445, § 5, eerste lid, WIB 92 uitdrukkelijk in het opleggen van de (verzwaarde) administratieve geldboetes voorziet "in geval van niet-naleving van de aangifteverplichtingen bedoeld in artikel 473" en het legaliteitsbeginsel zich ertegen verzet dat in de schaal van administratieve geldboeten andere handelingen of gebeurtenissen dan die (uitdrukkelijk) vermeld in het voornoemde artikel 473 worden opgenomen. 5.2. De tekst van artikel 1, tabel rubriek C, van het ontwerp moet dan ook worden aangepast zodat die overeenstemt met de bewoordingen van artikel 473, § 1, eerste lid, vierde streepje, WIB 1992.

Artikel 1 - rubriek D 6. In de Nederlandse versie van het ontwerp staat in artikel 1 - tabel rubriek D dat het zakelijk recht "uiterlijk" diende te bestaan op 31 december 2020.In de Franstalige tekst is dit niet terug te vinden. De gemachtigde verklaarde hierover: "De door u aangehaalde zinsnede in rubriek D heeft betrekking op artikel 473, § 2, tweede lid, WIB 92. Het determinerend element is inderdaad het bestaan van een zakelijk recht op 31 december 2020.

Artikel 473, § 2, tweede lid, WIB 92 vermeldt daarover het volgende: "De belastingplichtige die op 31 december 2020 houder is van een zakelijk recht op een onroerend goed dat gelegen is in het buitenland, zoals omschreven in artikel 472, § 3, is ertoe gehouden dit uit eigen beweging uiterlijk op 31 december 2021 aan te geven bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie." Het woord "uiterlijk" in de Nederlandse tekst kan dan ook verwijderd worden om de tekst van rubriek D tussen het Nederlands en Frans beter af te stemmen en de tekst tevens te laten aansluiten bij het bepaalde in het WIB 92." Met de uitleg van de gemachtigde kan worden ingestemd. De Raad van State suggereert evenwel om in de twee tekstversies te schrijven: "of laattijdige aangifte of niet-aangifte van het bestaan op 31 december 2020 van een in het buitenland gelegen onroerend goed".

De griffier De voorzitter G. VerberckmoesW. Van Vaerenbergh (1) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus. 20 SEPTEMBER 2023. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 445, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de vastlegging van de schaal van de administratieve geldboetes en hun toepassingsmodaliteiten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 445, § 5, ingevoegd bij de programmawet van 10 februari 2021, 473 en 494, § 1, 4° ;

Gelet op het KB/WIB 92;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 april 2023;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 4 juli 2023;

Gelet op het advies n. 74.014/1/V van de Raad van State, gegeven op 11 augustus 2023, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voordracht van de minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In hoofdstuk 3, afdeling XVII, van het KB/WIB 92 wordt een artikel 229/7 ingevoegd, luidende: "

Art. 229/7.De schaal van administratieve geldboetes betreffende inbreuken bedoeld in artikel 445, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt als volgt vastgesteld: Tabel

Nature de l'infraction - Aard van de overtredingen

Montant du nouveau RC Bedrag van het nieuwe KI

Bedrag van de geldboete Montant de l'amende

A. Infraction à l'article 473 du Code des impôts sur les revenus 1992 due à des circonstances indépendantes de la volonté du contribuable :

/

Néant

A. Overtreding op artikel 473 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige:

/

Nihil


B. Déclaration tardive ou absence de déclaration des événements mentionnés à l'article 473, § 1er, alinéa 1er, tirets 1 à 3, du Code des impôts sur les revenus 1992 :

- RC < 745 EUR

1000 EUR

- RC entre 745 EUR et moins de 2500 EUR

2000 EUR

- RC > ou = 2500 EUR

3000 EUR

B. Laattijdige aangifte of niet-aangifte van de gebeurtenissen vermeld in artikel 473, § 1, eerste lid, streepjes 1 tot en met 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992:

- KI < 745 EUR

1000 EUR

- KI vanaf 745 EUR en minder dan 2500 EUR

2000 EUR

- KI > of = 2500 EUR

3000 EUR


C. Déclaration tardive ou absence de déclaration de la mise en usage de matériel ou d'outillage nouveaux ou ajoutés ainsi que de la modification ou de la désaffectation définitive de matériel ou d'outillage (art. 473, § 1er, alinéa 1er, 4ème tiret, du Code des impôts sur les revenus 1992) :

- RC < à 159 EUR

Néant

- RC entre 159 EUR et moins de 745 EUR

1000 EUR

- RC entre 745 EUR et moins de 2500 EUR

2000 EUR

- RC > ou = à 2500 EUR

3000 EUR

C. Laattijdige aangifte of niet-aangifte van de ingebruikstelling van nieuw of toegevoegd materieel of outillage, alsook van de wijziging of van de definitieve buitengebruikstelling van materieel en outillage (art. 473, § 1, eerste lid, vierde streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992):

- KI < 159 EUR

Nihil

- KI vanaf 159 EUR en minder dan 745 EUR

1000 EUR

- KI vanaf 745 EUR en minder dan 2500 EUR

2000 EUR

- KI > of = 2500 EUR

3000 EUR


D. Déclaration tardive ou absence de déclaration d'acquisition et/ou d'aliénation d'un droit réel sur un bien immobilier sis à l'étranger ou déclaration tardive ou absence de déclaration de l'existence d'un droit réel sur un bien sis à l'étranger au 31.12.2020 (art. 473, § 2, du Code des impôts sur les revenus 1992) :

- RC < 745 EUR

1000 EUR

- RC entre 745 EUR et moins de 2500 EUR

2000 EUR

- RC > ou = 2500 EUR

3000 EUR

D.Laattijdige aangifte of niet-aangifte van verwerving en/of vervreemding van een zakelijk recht op een in het buitenland gelegen onroerend goed of laattijdige aangifte of niet-aangifte van het bestaan van een zakelijk recht op een in het buitenland gelegen onroerend goed, op 31.12.2020 (art. 473, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992):

- KI < 745 EUR

1000 EUR

- KI vanaf 745 EUR en minder dan 2500 EUR

2000 EUR

- KI > of = 2500 EUR

3000 EUR


Het kadastraal inkomen dat in aanmerking wordt genomen voor het vaststellen van het bedrag van de boete bij niet-naleving van de verplichtingen voorzien in artikel 473, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is datgene dat werd vastgesteld bij toepassing van artikel 494 van hetzelfde Wetboek, met andere woorden het geschat of herschat kadastraal inkomen op basis van de nieuwe toestand die laattijdig werd aangegeven door de belastingplichtige of die door de administratie werd vastgesteld.

In geval van laattijdige aangifte of niet-aangifte worden de boetes toegepast per betrokken kadastraal perceel.

Art. 2.De minister die bevoegd is voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 september 2023.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, V. VAN PETEGHEM

^