Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 september 1998
gepubliceerd op 09 oktober 1998

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk

bron
ministerie van ambtenarenzaken
numac
1998002075
pub.
09/10/1998
prom.
20/09/1998
ELI
eli/besluit/1998/09/20/1998002075/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

20 SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, inzonderheid op artikel 1, vervangen bij de wet van 20 december 1995, op artikel 12, gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr. 280 van 30 maart 1984 en nr. 419 van 16 juli 1986 en bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1997, op artikel 13, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 8 november 1971, 16 mei 1977 en 28 juni 1990, bij de wet van 30 maart 1994 en bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1997, op artikel 14bis, ingevoegd bij de wet van 20 december 1995 en gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997 en op artikel 16, vervangen bij de wet van 20 december 1995;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, inzonderheid op artikel 1, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 november 1991, op de artikelen 2, 3 en 7, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 november 199 1, op artikel 9bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 maart 1986, op artikel 11, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 november 1973 en 24 maart 1986, op artikel 20, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 419 van 16 juli 1986 en op artikel 28, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 november 1973;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 november 1997;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 10 december 1997;

Gelet op het protocol nr. 98/1 van 19 maart 1998 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten;

Gelet op het besluit van de Ministerraad van 9 januari 1998 over de adviesaanvraag binnen een termijn van een maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 14 mei 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996;

Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 november 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Artikel 1.De regeling ingesteld bij de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, wordt toepasselijk verklaard op de leden van het vastbenoemd, het stagedoend, het tijdelijk personeel en het hulppersoneel en op de personeelsleden die bij een arbeidsovereenkomst in dienst zijn genomen, die behoren tot : 1° de besturen en andere diensten van de federale ministeries alsook de andere rijksdiensten, met inbegrip van de rechterlijke macht;2° de Raad van State;3° de besturen en andere diensten van de Regeringen van de Gemeenschappen en Gewesten, met inbegrip van de inrichtingen van onderwijs georganiseerd door of namens de Gemeenschappen, alsook de besturen en andere diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, met inbegrip van de inrichtingen van onderwijs georganiseerd door of namens de Franse Gemeenschapscommissie;4° de onderwijsinrichtingen die door één van de Gemeenschappen of door de Franse Gemeenschapscommissie gesubsidieerd worden;5° de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de pedagogische begeleidingsdiensten. »

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 november 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 2.Dit besluit is niet toepasselijk op : 1° de leden en het personeel van het Arbitragehof, van het Rekenhof, alsmede het personeel van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de Senaat, van de Gemeenschaps- of Gewestraden, van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie;2° de personeelsleden van de coöperatie die onderworpen zijn aan het koninklijk besluit van 10 april 1967 houdende het statuut van het personeel van de coöperatie met de ontwikkelingslanden;3° de leden van het personeel der gesubsidieerde onderwijsinrichtingen die niet het voordeel van een weddetoelage of van een loon ten laste van een Gemeenschap of een Gemeenschapscommissie genieten;4° de leden van het personeel der gesubsidieerde onderwijsinrichtingen die van een loon ten laste van een Gemeenschap of een Gemeenschapscommissie genieten en die in dienst genomen zijn met een arbeidsovereenkomst, waarop de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is;5° de leden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra, van de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en van de pedagogische begeleidingsdiensten die niet het voordeel van een weddetoelage ten laste van een Gemeenschap of een Gemeenschapscommissie genieten.»

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 november 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 3.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : 1° « de wet », de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector;2° « de Minister » : a) wat de personeelsleden van de ministeries of andere diensten van de federale ministeries betreft : de minister onder wie de ambtenaar ressorteert;b) wat de leden van de diensten van de Regeringen van de Gemeenschappen en de Gewesten, van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van het College van de Franse Gemeenschapscommissie betreft : de Regering of het College waaronder de ambtenaar ressorteert;c) wat de leden en het personeel van de rechterlijke orde betreft : de minister tot wiens bevoegdheid Justitie behoort;d) wat de leden en het personeel van de Raad van State betreft : de minister tot wiens bevoegheid Binnenlandse Zaken behoort;e) wat de leden van het onderwijzend personeel betreft : de Regering of het College waaronder zij ressorteren;f) wat de leden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra en de diensten voor studie- en beroepsoriëntering betreft : de Regering waaronder zij ressorteren.»

Art. 4.In artikel 7, laatste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 november 1991, wordt het woord « nationale » vervangen door het woord « federale ».

Art. 5.In artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 maart 1986, worden de woorden « in artikel 14, § 3 » vervangen door de woorden « in de artikelen 14, § 3, en 14bis ».

Art. 6.Artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 maart 1986, wordt aangevuld met de volgende leden : « De Administratieve Gezondheidsdienst beoordeelt de relevantie van de motieven waarom het slachtoffer niet verschenen is, voor zover het een schriftelijke rechtvaardiging geeft.

De uitbetaling wordt, zonder terugwerkende kracht, hervat de eerste dag van de maand die volgt op de datum van verschijning van het slachtoffer, die zonder geldig motief niet was verschenen, bij de Administratieve Gezondheidsdienst. »

Art. 7.Artikel 20, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Te rekenen van de dag waarop de renten zijn verkregen, worden zij de eerste dag van iedere maand van het kalenderjaar per twaalfde vooraf uitbetaald. Bereikt de graad van de blijvende ongeschiktheid evenwel geen 16 %, dan wordt de rente éénmaal per jaar in de loop van het vierde trimester uitbetaald. »

Art. 8.Artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 november 1973, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 28.§ 1. De kosten van de administratieve procedure en de niet in § 2 bedoelde gerechtskosten en -uitgaven worden betaald door de zorg van het ministerie waaronder de dienst ressorteert waarbij het ongeval moet worden aangegeven. § 2. De bij artikel 4bis bedoelde verplaatsingskosten en de gerechtskosten worden betaald : - hetzij door de zorg van het ministerie waaronder de dienst ressorteert waarbij het ongeval moet worden aangegeven voor de kosten die uit een geneeskundige expertise voortvloeien, ongeacht of ze door de Administratieve Gezondheidsdienst of bij gerechtelijke beslissing vereist wordt; - hetzij door de zorg van de Administratieve Gezondheiddienst wanneer zij volgen uit een door de geneesheer van het slachtoffer voorgeschreven behandeling. »

Art. 9.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 7 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1997.

Onverminderd het eerste lid, is artikel 8 toepasselijk op de procedures inzake terugbetaling van de verplaatsingskosten die niet definitief afgesloten zijn.

Art. 10.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 september 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Ambtenarenzaken, A. FLAHAUT

^