Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 juli 2012
gepubliceerd op 07 augustus 2012

Koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag ter betaling van een bijkomende vergoeding voor de onregelmatige prestaties, voorzien in het akkoord van 4 maart 2010 dat werd ondertekend door de federale regering en de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, en dat kadert in het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep voor de sector van de thuisverpleging en de wijkgezondheidscentra, voor het kalenderjaar 2012

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2012022314
pub.
07/08/2012
prom.
20/07/2012
ELI
eli/besluit/2012/07/20/2012022314/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 JULI 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag ter betaling van een bijkomende vergoeding voor de onregelmatige prestaties, voorzien in het akkoord van 4 maart 2010 dat werd ondertekend door de federale regering en de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, en dat kadert in het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep voor de sector van de thuisverpleging en de wijkgezondheidscentra, voor het kalenderjaar 2012


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de programmawet van 2 januari 2001, artikel 59quater;

Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, uitgebracht op 28 maart 2012;

Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, uitgebracht op 16 april 2012;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 9 mei 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 28 juni 2012;

Gelet op het voorafgaand onderzoek van de noodzaak om een effectbeoordeling waarbij werd besloten dat geen effectbeoordeling is vereist;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het bedrag bedoeld in dit besluit zo snel mogelijk aan het Fonds voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten gestort moet worden voor zover het vanaf 1 januari 2012 uitvoering geeft aan de vergoeding voor de onregelmatige prestaties voorzien in het akkoord van 4 maart 2010 dat door de federale regering werd gesloten met de betrokken representatieve organisaties van werkgevers en werknemers; het is pas op het ogenblik dat dit bedrag is gestort, dat de Fondsen kunnen zorgen voor de verdeling ervan onder hun leden;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De bijkomende vergoeding van de onregelmatige prestaties die in het kader van de attractiviteit van het verpleegkundig beroep voor de federale gezondheidssectoren is overeengekomen in het akkoord dat op 4 maart 2010 door de federale regering werd gesloten met de betrokken representatieve organisaties van de werkgevers en werknemers, en voor zover het betrekking heeft op werknemers tewerkgesteld in de sector van respectievelijk de thuisverpleging en de wijkgezondheidscentra, wordt voor het jaar 2012 vastgesteld op 713.071 euro en op 69.606 euro, zijnde in totaal 782.677 euro.

Art. 2.Het bedrag bedoeld in artikel 1 wordt door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort als volgt : a) voor de private sector zal van dit bedrag 761.328 euro (692.035 euro + 69.293 euro) gestort worden aan het Fonds Sociale Maribel voor gezondheidsinrichtingen en -diensten 330; b) voor de publieke sector zal van dit bedrag 21.349 euro (21.036 euro + 313 euro) euro gestort worden aan het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector.

Art. 3.De betalingen door de Fondsen aan de betrokken werkgevers is afhankelijk van de toepassing door deze werkgevers van het in artikel 1 bedoelde akkoord van 4 maart 2010.

Art. 4.De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 juli 2012.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, Mevr. L. ONKELINX

^