Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 januari 2002
gepubliceerd op 09 februari 2002

Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de jaren 1999 en 2000, van het bedrag en de voorwaarden van het ten laste nemen door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen van de kosten, verbonden aan de mededeling van de gegevens inzake te tariferen verstrekkingen die de tariferingsdiensten aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering moeten meedelen

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
2002022114
pub.
09/02/2002
prom.
18/01/2002
ELI
eli/besluit/2002/01/18/2002022114/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

18 JANUARI 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de jaren 1999 en 2000, van het bedrag en de voorwaarden van het ten laste nemen door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen van de kosten, verbonden aan de mededeling van de gegevens inzake te tariferen verstrekkingen die de tariferingsdiensten aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering moeten meedelen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 165, elfde lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 februari 1996 tot vaststelling van de gegevens inzake te tariferen verstrekkingen die de tariferingsdiensten aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering moeten meedelen en tot regeling van de daaraan verbonden kosten, inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 10 april 2000;

Gelet op het advies van de Algemene Raad van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 17 april 2000;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 mei 2000;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 1 februari 2001;

Gelet op het besluit van de Ministerraad, over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 31.534/1, gegeven op 10 juli 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 1999 wordt de ten laste van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen bepaalde bijdrage in de kosten verbonden aan het doorsturen door de tariferingsdiensten aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van de te tariferen gegevens, zoals voorzien in de artikelen 2 en 4 van het koninklijk besluit van 29 februari 1996 tot vaststelling van de gegevens inzake te tariferen verstrekkingen die de tariferingsdiensten aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering moeten meedelen en tot regeling van de daaraan verbonden kosten, forfaitair vastgesteld op 0,24 %, belasting op de toegevoegde waarde niet inbegrepen, van de gefactureerde nettobedragen en het totale bedrag van de bijkomende wachtbedragen in 1998.

Voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 is deze bijdrage gelijk aan de werkelijke uitgaven die de tariferingsdienst kan aantonen aan de hand van de in de artikelen 2 en 3 van dit besluit bedoelde procedure. Deze bijdrage kan in geen geval meer bedragen dan 0,4 % (belasting op de toegevoegde waarde niet inbegrepen) van de voor het jaar 1998 gefactureerde nettobedragen en bijkomende wachtbedragen.

Bij wijze van voorschot storten de verzekeringsinstelligen maandelijks één twaalfde van 0,4 % (belasting op de toegevoegde waarde niet inbegrepen) van de voor het jaar 1998 gefactureerde nettobedragen en bijkomende wachtbedragen aan de tariferingsdiensten.

Art. 2.De tariferingsdiensten zijn verplicht de bewijsstukken die betrekking hebben op de volgende punten, voor de in artikel 1 vastgestelde periodes bij te houden en ter beschikking te stellen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering : 1° de bewezen kosten die voortvloeien uit de aanpassingen van de informatica die noodzakelijk zijn voor de omschakeling naar de euro;2° de bewezen kosten die voortvloeien uit de aanpassingen van de informatica die noodzakelijk zijn om de werking van de systemen en programma's te garanderen bij de overgang naar het jaar 2000;3° de bewezen kosten die voortvloeien uit de aanpassingen van de informatica die noodzakelijk zijn voor de realisatie van het factuurspoor;4° de bewezen kosten die voortvloeien uit de aanpassingen van de informatica die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de nieuwe factureringsonderrichtingen;5° de bewezen kosten die voortvloeien uit de aanpassingen van de informatica die noodzakelijk zijn voor de verwerking van de gegevens van de SIS-kaart;6° de bewezen kosten die voortvloeien uit de aanpassingen van de informatica, uit de herstructureringen en uit het bijhouden en verwerken van de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de onontbeerlijke controles zoals ze zijn beoogd in het koninklijk besluit van 12 augustus 1970 tot vaststelling van de maatstaven tot erkenning van de tariferingsdiensten;7° de bewezen kosten die voortvloeien uit het sociaal passief dat is veroorzaakt door het systematisch gebruik van de SIS-kaart.

Art. 3.De tariferingsdiensten moeten in staat zijn de in artikel 2 bedoelde bewijsstukken voor te leggen op vraag van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. Zij moeten de nodige documenten gedurende vijf jaar ter beschikking houden van de sociaal inspecteurs en de sociaal controleurs van de Dienst voor administratieve controle. De documenten die betrekking hebben op het jaar 1998 dienen eveneens gedurende vijf jaar ter beschikking te worden gehouden.

Art. 4.De controleprocedures worden uitgewerkt door de Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en vastgelegd door de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen. Deze controleprocedures worden gepubliceerd bij middel van een omzendbrief aan de tariferingsdiensten.

Art. 5.Artikel 1, tweede lid, van dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.

Art. 6.Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 januari 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

^