Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 15 oktober 2026
gepubliceerd op 23 oktober 2026

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 januari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en naaisters, betreffende het sociaal akkoord

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2026006772
pub.
23/10/2026
prom.
15/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

15 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 januari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en naaisters, betreffende het sociaal akkoord (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en naaisters;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 januari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en naaisters, betreffende het sociaal akkoord.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 oktober 2026.

FILIP Van Koningswege :: De Minister van Werk, D. CLARINVAL _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en naaisters Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 januari 2026 Sociaal akkoord (Overeenkomst geregistreerd op 9 februari 2026 onder het nummer 197771/CO/107)

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied<

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters, hierna "werknemers" genoemd, met inbegrip van de huisarbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en naaisters, PC 107 (koninklijk besluit van 29 januari 1991 - Belgisch Staatsblad van 8 februari 1991).

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt vanaf 1 januari 2025 de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2023 betreffende de algemene nationale collectieve arbeidsovereenkomst (registratienummer 183686/CO/107).

HOOFDSTUK II. - Koopkracht/lonen

Art. 2.Baremalonen De baremalonen bedragen op 1 mei 2025 :

Niveau 1

Helpers(sters) en afwerkers- (sters)

14,9551

Niveau 1

Aides et finis- seurs(euses)

14,9551

Niveau 1bis

Helpers(sters) en afwerkers- (sters) na 3 jaar anciënniteit

15,6929

Niveau 1bis

Aides et finisseurs(euses) après 3 ans d'ancienneté

15,6929

Niveau 2

De assistenten werklieden en werksters

16,5119

Niveau 2

Les assistants ouvriers et ouvrières

16,5119

Niveau 3

Geschoolde werklieden en werksters

17,6080

Niveau 3

Ouvriers et ouvrières qualifiés

17,6080

Niveau 4

Goedge- schoolde werk- lieden en werk- sters (keurwerk- sters)

18,1581

Niveau 4

Ouvriers et ouvrières très qualifiés (ouvrières d'élite)

18,1581

Niveau 5

Taille-werkman en taille-werkster

18,7075

Niveau 5

Ouvriers tailleurs et ouvrières tailleuses

18,7075


Art. 3.Maaltijdcheques Met ingang van 1 januari 2026 wordt het patronaal aandeel in de maaltijdcheques verhoogd met 2 EUR per effectief gepresteerde dag. De bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2023 betreffende de maaltijdcheques (registratienummer 183687/CO/107; registratiedatum 13 november 2023) worden in die zin aangepast.

Art. 4.Cadeaucheques 2025-2026 Aan de werknemers wordt op 6 december 2025 en 6 december 2026 een cadeaucheque uitbetaald door de werkgever ter waarde van 40,00 EUR. De kost van de premie kan door de werkgever worden gerecupereerd via het "Gemeenschappelijk Fonds voor maatkleding en snijwerk dames".

HOOFDSTUK III. - Huisarbeid

Art. 5.Het maakloon wordt berekend door het aantal uren vereist voor de uitvoering van elk stuk te vermenigvuldigen met het uurloon overeenstemmend met één van de functies vermeld in artikel 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 6.Het globale loon van de huisarbeiders en -arbeidsters wordt bij elke uitbetaling met 10 pct. verhoogd als schadeloosstelling voor de algemene kosten welke te hunnen laste vallen (verwarming, verlichting, enz.). Deze vergoeding wordt op 15 pct. gebracht wanneer de huisarbeiders en -arbeidsters zelf de kleine benodigdheden (garen, koorzijden, enz.) leveren.

Art. 7.Onverminderd de bepalingen van de wetten van 26 januari 1951 en 4 augustus 1978 betreffende het bijhouden van de sociale documenten, worden de in artikel 6 bedoelde vergoedingen bij elke uitbetaling afzonderlijk in het loonboekje ingeschreven. De in artikel 5 bepaalde uren voor uitvoering van elk kledingstuk moeten schriftelijk worden vastgelegd bij het afsluiten van de arbeidsovereenkomst.

HOOFDSTUK IV. - Arbeidsduur

Art. 8.De maximumgrens van de wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld op 38 uren.

Art. 9.De wekelijkse arbeidsduur wordt over vijf dagen van de week verdeeld. De dag van inactiviteit wordt bij overeenkomst tussen de werkgever en de meerderheid van zijn of haar werknemers, hetzij op maandag of op zaterdag, hetzij beurtelings op maandag en op zaterdag bepaald.

Art. 10.In afwijking van de bepalingen van artikel 9 mag de werkgever, in overeenstemming van de meerderheid van de werknemers, het werk over zes dagen verdelen, op voorwaarde dat per week aan elke werknemer individueel, hetzij op zaterdag, hetzij op maandag, een dag van inactiviteit wordt toegekend volgens een tussen de partijen overeengekomen beurtstelsel.

Art. 11.De werkgevers delen aan de voorzitter van het paritair comité de krachtens artikel 9 of artikel 10 in hun onderneming ingevoerde arbeidsregeling mee. De voorzitter geeft kennis van deze arbeidsregeling aan de in het Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en naaisters vertegenwoordigde organisaties.

HOOFDSTUK V. - Mobiliteit

Art. 12.Vanaf 1 januari 2026 wordt de werkgeverstussenkomst in het privévervoer geïndexeerd en bedraagt vanaf dan 85 pct. van de prijs van de treinkaart (2de klasse).

De collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2023 betreffende de tussenkomst van de werkgever in de vervoerskosten (registratienummer 183688) zal hieraan worden aangepast. HOOFDSTUK VI. - Landingsbanen

Art. 13.1) Intekening op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 179 van de Nationale Arbeidsraad van 21 oktober 2025 betreffende de landingsbanen (voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027); 2) Intekening op de collectieve arbeidsovereenkomst nr.180 van de Nationale Arbeidsraad van 21 oktober 2025 betreffende de landingsbanen (voor de periode van 1 januari 2028 tot en met 30 juni 2029).

De bovenvermelde afspraken zullen worden vastgelegd in een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 14.De werknemers die in het kader van een landingsbaan hun arbeidsprestaties verminderen met 1/5de of met de helft, hebben recht op een sectorale opleg met ingang vanaf 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026.

De bedragen zijn vastgesteld als volgt : - voor een landingsbaan met een loopbaanvermindering van 1/5de : 30,00 EUR/maand; - voor een landingsbaan met een halftijdse loopbaanvermindering : 50,00 EUR/maand.

De sectorale opleg wordt betaald door de werkgever, die deze kan terugvorderen bij het "Gemeenschappelijk Fonds voor maatkleding en snijwerk dames", met inbegrip van de bijzondere werkgeversbijdrage.

Deze maatregel wordt geëvalueerd op haar financiële haalbaarheid op het einde van het huidig akkoord.

HOOFDSTUK VII. - Werkbaar werk

Art. 15.Werkbaar werk, gespreid over de ganse loopbaan, moet een structureel aandachtspunt zijn. Inspanningen moeten tot concrete resultaten leiden op de werkvloer.

HOOFDSTUK VIII. - Opleiding en vorming

Art. 16.Partijen verbinden er zich toe om de inspanningen die geleverd worden voor vorming en opleiding verder te zetten met bijzondere aandacht voor risicogroepen.

HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen

Art. 17.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2025 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2026.

Zij wordt van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, indien zij vóór de jaarlijkse vervaldag niet door één van de ondertekenende partijen wordt opgezegd, mits een opzegging van drie maanden, bij een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de meester-kleermakers, de kleermaaksters en naaisters en aan de daarin vertegenwoordigde organisaties.

Art. 18.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per koninklijk besluit.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


^