Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 15 juli 2005
gepubliceerd op 09 augustus 2005

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de non-ferro metalen, betreffende de arbeidsorganisatie

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2005201759
pub.
09/08/2005
prom.
15/07/2005
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

15 JULI 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de non-ferro metalen, betreffende de arbeidsorganisatie (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de non-ferro metalen;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de non-ferro metalen, betreffende de arbeidsorganisatie.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 juli 2005.

ALBERT Van Koningswege : Voor de Minister van Werk, afwezig : De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven, J. VANDE LANOTTE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de non-ferro metalen Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2005 Arbeidsorganisatie (Overeenkomst geregistreerd op 13 mei 2005 onder het nummer 74719/CO/105)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de non-ferro metalen en op de werklieden die zij tewerkstellen.

Onder "werklieden" wordt verstaan : de werklieden en de werksters.

Art. 2.§ 1. De werklieden hebben binnen het wettelijk kader de mogelijkheid te opteren voor uitbetaling van overuren die zijn gepresteerd in het kader van buitengewone vermeerdering van werk (artikel 25 van de arbeidswet van 16 maart 1971) of van werkzaamheden ingevolge een onvoorziene noodzakelijkheid (artikel 26, § 1, 3° van dezelfde wet), en dit voor maximum 130 uren per jaar. § 2. Gekoppeld aan deze wijziging inzake overuren wordt op twee niveaus het volgende voorzien : 1. op het niveau van de sector wordt er jaarlijks een evaluatie van deze regeling gepland naar aanleiding van het jaarlijkse paritair contactcomité;2. op het niveau van de onderneming wordt in het meest aangewezen overlegorgaan per kwartaal geïnformeerd over de volgende punten : a.het totaal aantal gepresteerde overuren, het aantal overuren dat wordt uitbetaald, het aantal overuren dat wordt gerecupereerd; b. het aantal uitzendkrachten dat tijdens het betreffende kwartaal wordt tewerkgesteld;c. het gebruik van andere flexibele formules zoals onderaanneming en contracten van bepaalde duur, de omzetting van deze laatste in contracten van onbepaalde duur;d. de voorziene evoluties inzake tewerkstelling. Over deze informatieprocedure moet een door alle partijen, vertegenwoordigd in de syndicale delegatie, getekende collectieve arbeidsovereenkomst worden afgesloten op ondernemingsvlak. Indien voor 30 september 2005 hierover geen collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten, worden de overuren vanaf het 66e overuur gerecupereerd.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005 en treedt buiten werking op 31 december 2006.

Zij vervangt de bepalingen van hoofdstuk 4, van de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de non-ferro metalen, betreffende het protocol van sectoraal akkoord 2005-2006.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2005.

Voor de Minister van Werk, afwezig : De Minister van begroting en Overheidsbedrijven, J. VANDE LANOTTE

^