Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 13 februari 2007
gepubliceerd op 23 maart 2007

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1998, gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen, betreffende het verlagen van de werkdruk

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2007200492
pub.
23/03/2007
prom.
13/02/2007
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

13 FEBRUARI 2007. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1998, gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen, betreffende het verlagen van de werkdruk (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1998, gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen, betreffende het verlagen van de werkdruk.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 13 februari 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 1998 Verlagen van de werkdruk (Overeenkomst geregistreerd op 12 november 1998 onder het nummer 49465/CO/327) HOOFDSTUK I. - Ondertekenende partijen

Artikel 1.Tussen : enerzijds de Vlaamse Werkgeversfederatie voor de Beschutte Werkplaatsen (VLAB), vertegenwoordigd door de heer Alfons Weltens, Directeur, en anderzijds het Algemeen Christelijk Vakverbond, de Centrale van Diverse Industrieën (ACV - CCDI), de Landelijke Bediendencentrale - Nationale Vereniging voor Kaderpersoneel (ACV - LBC - NVK), vertegenwoordigd door de heer Leon Van Haudt, en de heer Walter Cornelis, het Algemeen Belgisch Vakverbond, de Algemene Centrale (ABVV - AC), de Belgische Bond voor Bedienden, Technici en Kaders (ABVV - BBTK), vertegenwoordigd door de heer Jacques Michiels, en de heer André Langenus, wordt volgend protocol akkoord afgesloten. HOOFDSTUK II. - Juridisch kader

Art. 2.Dit protocol akkoord wordt afgesloten in uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord voor de social-profitsector (gezin en welzijn), en zal geconcretiseerd worden in collectieve arbeidsovereenkomsten in uitvoering van de wet van 5 december 1968. De collectieve arbeidsovereenkomsten zullen in toepassing van voornoemde wet afgesloten worden in het nationaal paritair comité, en dit zoals voorzien in de preambule van voornoemd intersectoraal akkoord. Ook dit protocol van akkoord zal neergelegd worden op de Griffie van de Dienst van de Collectieve arbeidsbetrekkingen, onder voorbehoud van de goedkeuring door het federaal paritair comité, en dit om de rechtszekerheid van de ondertekenende partijen te waarborgen.

Het intersectoraal akkoord voorziet volgende beleidsdoelstellingen : - de verhoogde inzet van middelen vanwege de Vlaamse Gemeenschap is er voornamelijk op gericht bijkomende tewerkstelling te creëren; - door een selectieve benadering kan de werkdruk geheel of gedeeltelijk worden weggewerkt; - gelet op de maatschappelijke en socio-demografische evoluties is er een noodzaak aan toename van de tewerkstelling in de sector.

Voor dit akkoord voorziet de Vlaamse Gemeenschap een extra dotatie van 50 miljoen BEF, bepaald in bijlage van voormeld akkoord. HOOFDSTUK III. - Toepassingsgebied en omschrijving van de begrippen

Art. 3.Dit protocolakkoord is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen die erkend zijn door het "Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap", en op de werknemers die zij tewerkstellen.

Onder "werknemers" verstaat men : zowel de mannelijke als de vrouwelijke arbeiders en bedienden.

Art. 4.Onder "partijen" verstaat men : de Vlaamse regering, vertegenwoordigd door de heer Luc Martens, Minister van Cultuur, Welzijn en Gezin, en de patronale en syndicale organisaties die dit protocolakkoord hebben ondertekend. HOOFDSTUK IV. - Oprichting van een Dienst Sociaal Beleid (DSB)

Art. 5.De werkgeversorganisatie en de vakbonden, zoals vermeld onder artikel 1, zijn akkoord om een bijzondere inspanning te leveren, dankzij de bijkomende financiële middelen van de Vlaamse Gemeenschap, om de werkdruk te verlagen in de beschutte werkplaatsen, en dit door bijkomende tewerkstelling, gegenereerd door de oprichting van een dienst sociaal beleid. HOOFDSTUK V. - Opdrachten van de dienst

Art. 6.De dienst heeft als opdracht : - de sociale begeleiding van de werknemer met een handicap zowel voor aangelegenheden die rechtstreeks verbonden zijn aan de tewerkstelling als voor externe aangelegenheden. De dienst sociaal beleid kan hierbij een doorverwijzende rol spelen; - organisatie van opleiding en vorming, zowel intern als extern; - de vorming en begeleiding van het omkaderingspersoneel in functie van "werken met personen met een handicap"; - de dienst heeft eveneens als opdracht de arbeidsomstandigheden te verbeteren en als bijzondere opdracht de arbeidspost aan te passen aan de personen met een handicap, met als doel de werkdruk te verlagen.

Met aanpassing van de arbeidspost wordt niet onmiddellijk bedoeld de materiële aanpassing, maar wel het beter inzetbaar zijn van de werknemers aan de arbeidssituatie.

Art. 7.De partijen komen overeen om inzake opleiding en vorming, zoals vermeld in artikel 7, te zoeken naar de nodige financiële middelen, zoals die onder meer voorzien zijn in het Europees sociaal fonds, en via andere departementen van de Vlaamse Gemeenschap. HOOFDSTUK VI. - Vereisten inzake de personeelsbezetting

Art. 8.De verantwoordelijken voor de dienst moeten minstens een A1 opleiding hebben. Hiermee bedoelen de partijen een opleiding in de richting van paramedisch, sociaal, pedagogisch of psychologisch niveau. Ook een technische richting kan aangewezen zijn, mits de opdracht van de dienst vervuld wordt zoals voorzien in het artikel 6 (Hoger Onderwijs Buiten Universiteit - HOBU).

Tevens moeten zij voldoende bekwaamheden en ervaring bezitten voor de begeleiding van alle werknemers.

Hun statuut moet voldoende waarborgen bieden op werkzekerheid, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Art. 9.Voor deze verantwoordelijken is er een onverenigbaarheid met het continu uitvoeren van en administratieve personeelstaken. Zij moeten hun functie in alle onafhankelijkheid kunnen uitvoeren. HOOFDSTUK VII. - Organisatie van de dienst

Art. 10.Binnen elke beschutte werkplaats wordt een dienst sociaal beleid opgestart. De extra kost voor de oprichting van deze dienst binnen elke beschutte werkplaats moet minimaal zijn.

Concreet betekent dit dat er minimum één voltijds personeelslid per beschutte werkplaats betoelaagd wordt aan 100 pct.

Beschutte werkplaatsen die meer dan 100 werknemers met een handicap tewerkstellen hebben recht op een halftijdse subsidieerbare medewerker per schijf van 50 subsidieerbare werknemers.

Indien de dienst sociaal beleid voorheen niet bestond is er een nieuwe aanwerving onder de voorwaarden bepaald onder artikel 8.

Indien de dienst reeds bestond en werkzaam was volgens de opdrachten van deze overeenkomst, kan de werkplaats genieten van de bijkomende subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap.

Indien iemand met het vereiste kwalificatieniveau, zoals voorzien in artikel 8, reeds personeelslid was, kan hij of zij doorschuiven naar de nieuwe gecreëerde functie op voorwaarde dat zijn/haar uren van prestatie in zijn/haar vroegere functie gecompenseerd worden door een nieuwe werknemer. HOOFDSTUK VIII. - Opvolging, controle en rapportering

Art. 11.Ter voorbereiding van de installatie van een dienst sociaal beleid dient een bespreking te gebeuren in de ondernemingsraad, of bij ontstentenis, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of met de vakbondsafvaardiging.

De verantwoordelijke van de dienst sociaal beleid moet jaarlijks, en uiterlijk voor 30 november, een actieplan opstellen samen met voornoemde overlegorganen. Over de uitvoering hiervan moet driemaandelijks, jaarlijks, en in bijzondere omstandigheden aan deze een schriftelijk verslag worden uitgebracht en besproken. HOOFDSTUK IX. - Kost en resultaatsverbintenis

Art. 12.Gelet op de bestaande regelgeving vanuit het "Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap", en rekening houdend met de huidige normen kunnen vandaag 29 van de 68 Vlaamse beschutte werkplaatsen geen betoelaging bekomen voor de sociale omkadering.

Partijen komen overeen om de huidige norm van 1 personeelslid per volle groep van 100 gehandicapte werknemers te wijzigen in één halftijds personeelslid per volle groep van 50 gehandicapte werknemers, waarbij beschutte werkplaatsen met minder dan 100 werknemers recht hebben op minstens één voltijds personeelslid.

Dit brengt een stijging mee van het aantal betoelaagde personeelsleden in de sociale omkadering van ongeveer 90 FTE naar 127 FTE (Full Time Equivalenten).

Rekening houdend met de huidige maximale subsidietoelagen betekent dit een meerkost van + 19 042 679 BEF. In akkoord met de partijen, en ermee rekening houdend dat de eerste werknemer van de dienst sociaal beleid aan 100 pct. betoelaagd wordt (geplaffoneerd) betekent dit een bijkomende kost van 37 997 356 BEF, wat de totale kost op 54 040 035 BEF brengt.

Gelet op het beschikbare budget zal dit bedrag niet overschreden worden, rekening houden met een gemiddelde afwezigheid van 10 pct. wegens onder andere ziekte, bevallingsverlof en andere afwezigheden.

Hoe dan ook is het budget van 50 000 000 BEF niet te overschrijden. De eventuele meerkost is ten laste van de individuele werkplaats.

De regelgeving zal terzake moeten aangepast worden.

Dit betekent dat er een garantie ontstaat om in iedere beschutte werkplaats een sociale omkadering te realiseren, waarvan de eerste werknemer aan 100 pct. betoelaagd wordt (geplaffoneerd). Bovendien wordt de mogelijkheid geboden aan werkplaatsen die een bijkomende volle groep van 100 werknemers met een handicap niet kunnen realiseren om een halftijdse werknemer extra in dienst te nemen voor de sociale omkadering per bijkomende groep van 50 werknemers met een handicap. HOOFDSTUK X. - Overgangsbepalingen, geldigheidsduur en slotbepaling

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 1998 en is gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan opgezegd worden door elk van de ondertekenende partijen met een opzeg van drie maanden, betekend bij aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 februari 2007.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^