Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 11 oktober 2006
gepubliceerd op 29 november 2006

Koninklijk besluit tot instelling van het statuut van nationale erkentelijkheid van burgerlijk invalide van de oorlog 1940-1945

bron
ministerie van landsverdediging
numac
2006007310
pub.
29/11/2006
prom.
11/10/2006
ELI
eli/besluit/2006/10/11/2006007310/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

11 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot instelling van het statuut van nationale erkentelijkheid van burgerlijk invalide van de oorlog 1940-1945


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het decreet van 3-22 augustus 1790 « concernant les pensions, gratifications et autres récompenses nationales », meer bepaald artikel 4 van titel 1;

Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-strijders en Oorlogsslachtoffers van 11 mei 2006;

Gelet op het advies 40.856/2/V van de Raad van State van 2 augustus 2006 overeenkomstig artikel 84 § 1, alinea 1, 1/ van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voordracht van Onze Minister van Landsverdediging, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - De begunstigden

Artikel 1.In dit besluit : § 1. wordt met het statuut van burgerlijk invalide van de oorlog 1940-1945 de hoedanigheid bedoeld die wordt toegekend aan eenieder die een zekere schade heeft opgelopen die noodzakelijk voortkomt uit een schending van zijn fysieke integriteit, veroorzaakt door één van de oorlogsfeiten bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van de wet van 15 maart 1954 betreffende de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden en die, uit hoofde van deze schade : 1. geniet, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, van een pensioen toegekend op basis van voornoemde wet, in verhouding tot een invaliditeitspercentage dat voor schadevergoeding in aanmerking komt;2. of, werd afgewezen, op basis van een beslissing die overeenkomstig voornoemde wet werd getroffen, ofwel omdat het invaliditeitspercentage, aanrekenbaar aan het schadelijk feit, niet voldoende was om het recht op pensioen toe te kennen, ofwel omdat de vastgestelde en aan het schadelijk feit aanrekenbaar geachte kwaal geen invaliditeit tot gevolg heeft gehad;3. of, het genot van een tijdelijk pensioen, toegekend op basis van voornoemde wet, heeft verloren aangezien het invaliditeitspercentage niet het vereiste minimum bereikte. § 2. is « de Minister » de Minister tot wiens bevoegdheid de Oorlogsslachtoffers behoren.

Art. 2.Het statuut van burgerlijk invalide van de oorlog 1940-1945 wordt toegekend aan de personen bedoeld in artikel 1 op voorwaarde dat zij beantwoorden aan de nationaliteitsvoorwaarden, vereist door de wet van 15 maart 1954.

Art. 3.Dit statuut is onderworpen aan dezelfde gronden van uitsluiting en verval als voorzien in de wet van 15 maart 1954. HOOFDSTUK II. - De toekenning van het statuut en de aanvraag

Art. 4.§ 1. Het statuut bepaald in artikel 1 wordt ten persoonlijke titel toegekend aan de burgerlijke invaliden van de oorlog 1940-1945; het kan niet worden toegekend aan hun rechthebbenden. § 2. Voorzover aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan, wordt het statuut zoals bepaald in artikel 1 ambtshalve toegekend door de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers aan de burgerlijke invaliden van de oorlog 1940-1945 die een invaliditeitspensioen genieten. § 3. Voor zover aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan, zal het statuut eveneens worden toegekend, op basis van een aanvraag die moet worden ingediend bij de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers, aan personen die, op basis van een beslissing getroffen in toepassing van de wet van 15 maart 1954, hebben genoten van een tijdelijk pensioen en aan personen wiens invaliditeitspercentage, dat aanrekenbaar wordt geacht aan een schadelijk feit, onvoldoende is om recht te geven op een pensioen en aan personen wiens kwaal die werd vastgesteld en aanrekenbaar werd geacht aan het schadelijk feit, geen invaliditeit tot gevolg had.

Art. 5.De Minister bevoegd voor de Oorlogsslachtoffers doet uitspraak op stukken, door middel van een met redenen omklede beslissing. Onder zijn verantwoordelijkheid en zijn controle, kan deze bevoegdheid overgedragen worden aan één of meerdere ambtenaren van de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers.

Art. 6.Elke beslissing getroffen overeenkomstig artikel 5 kan herzien worden wegens dwaling in feite of in rechte of ingevolge het overleggen van nieuwe gegevens die de herziening wettigen.

Art. 7.§ 1. De herziening wordt gevorderd hetzij door de Minister die de betrokkene ervan op de hoogte brengt, hetzij door betrokkene zelf die een aanvraag richt aan de Dienst voor de Oorlogsslachtoffers.

In beide gevallen doet de Minister, na een nieuw onderzoek, uitspraak bij een gemotiveerde beslissing die aan betrokkene betekend wordt. § 2. Behalve indien zij steunt op de overlegging van nieuwe gegevens, moet de herziening, op straffe van verval, gevorderd worden binnen een termijn van tien jaar vanaf de dag waarop de beslissing waarvan de herziening wordt gevorderd, definitief is geworden.

Art. 8.§ 1. Een aanvraag kan niet postuum worden ingediend. § 2. Het overlijden van de verzoeker stuit het onderzoek van de aanvraag. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 9.De toekenning van het statuut van burgerlijk invalide van de oorlog 1940-1945 geeft aanleiding tot het opstellen van een kaart van nationale erkentelijkheid waarvan de Koning het model bepaalt.

Art. 10.Er wordt een medaille van burgerlijk invalide van de oorlog 1940-1945 ingesteld, waarvan de Koning het model bepaalt.

Deze zal alleen mogen gedragen worden door de begunstigden van dit besluit.

Art. 11.Het genot van dit besluit kan geen andere financiële weerslag hebben dan deze voorzien in de wet van 15 maart 1954 betreffende de herstelpensioenen van de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden en de wetten die deze later wijzigden.

Het statuut toegekend bij dit besluit geeft geen recht op het verkrijgen van een ander statuut van nationale erkentelijkheid.

Art. 12.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Art. 13.Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 oktober 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT

^