Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 11 maart 2021
gepubliceerd op 15 april 2021

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, betreffende de lonen, premies, vergoedingen en indexering

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2021040637
pub.
15/04/2021
prom.
11/03/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

11 MAART 2021. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, betreffende de lonen, premies, vergoedingen en indexering (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, betreffende de lonen, premies, vergoedingen en indexering.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 maart 2021.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten Collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019 Lonen, premies, vergoedingen en indexering (Overeenkomst geregistreerd op 11 februari 2020 onder het nummer 157032/CO/317) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtdiensten.

Onder "werknemer" wordt verstaan : zowel de mannelijke als de vrouwelijke arbeider of bediende. HOOFDSTUK II. - Arbeiders Afdeling I. - Lonen

Art. 2.§ 1. De minimum uurlonen en de effectief betaalde uurlonen aan de arbeiders, bedoeld in artikels 2 tot 9 inbegrepen, van de collectieve overeenkomst van 12 december 2013 (koninklijk besluit van 31 augustus 2014 - Belgisch Staatsblad van 28 november 2014) betreffende de classificatie van de beroepen, worden verhoogd met 1,1 pct. op 1 januari 2020. § 2. De minimum uurlonen van toepassing vanaf 1 januari 2020, voor een effectieve gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 37 uren, zijn opgenomen in bijlage 1 aan onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. § 3. Het aanvangsloon, dat niet van toepassing is op de militaire basissen, is vastgesteld op 95 pct. van het loon van de categorie van de uitgeoefende functie en dit voor een maximumduur van 3 maanden. De aanvangslonen die vanaf 1 januari 2020 van toepassing zijn, zijn in bijlage 1 opgenomen. § 4. De minimumuurlonen en de werkelijke uitbetaalde lonen zijn verschuldigd voor alle aanwezigheidsuren.

Art. 3.Functie van de waardevervoerder a. Criteria voor de toekenning van de functie Als vervoerder van fondsen en/of waarden wordt aangezien iedere werknemer die een activiteit van vervoerder van fondsen en/of waarden verricht welke 70 pct.van het totaal van zijn werkelijke arbeidsprestaties tijdens de drie maanden die voorafgaan vertegenwoordigt.

Wanneer een werknemer wordt beschouwd als vervoerder van fondsen en/of waarden, wordt met alle verrichte arbeidsprestaties, van welke aard ook, rekening gehouden bij de berekening van de overuren. Indien de vervoerder om economische redenen die worden erkend na overleg tussen de werkgever en de vakorganisaties gedurende drie maanden minder dan 50 pct. van het totaal van zijn werkelijke arbeidsprestaties als vervoerder moet verrichten, wordt hij niet langer beschouwd als fondsenvervoerder totdat hij opnieuw voldoet aan de vereiste voorwaarden. b. Voordelen verbonden aan de functie van vervoerder van fondsen en/of waarden De toekenning van de functie van vervoerder van fondsen en/of waarden impliceert automatisch het genot van het loon, de arbeidstijdregeling en andere voordelen die verbonden zijn aan het vervoer van fondsen en/of waarden, naar verhouding van de werkelijk gewerkte uren bij het vervoer van fondsen en/of waarden. De arbeidsprestaties verricht in een andere functie worden betaald volgens de bedragen die gelden voor de betrokken categorie.

De niet verrichte, maar gelijkgestelde uren, alsmede de overuren, worden betaald volgens het loon van de vervoerder van fondsen en/of waarden. c. Bijzondere bepalingen In overleg met de vakbondsafvaardiging wordt de individuele toestand inzake het vervoer van fondsen en/of waarden driemaandelijks onderzocht. Iedere nieuwe werknemer die wordt tewerkgesteld in het vervoer van fondsen en/of waarden verkrijgt de genoemde functie na een termijn van drie maanden, voor zover hij minstens 70 pct. van het totaal van zijn werkelijke arbeidsprestaties in het vervoer van fondsen en/of waarden heeft verricht.

Voor iedere praktische moeilijkheid die het gevolg is van de toepassing van deze paragraaf moet het paritair comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten een beslissing treffen. Afdeling II. - Premies

Art. 4.§ 1. Wapenpremie : De premie per uur, die wordt toegekend sinds 1 juli 1987 blijft van toepassing voor arbeidsprestaties met een wapen. Sinds 1 oktober 2018 bedraagt de premie 0,1992 EUR per uur.

Deze premie wordt geïndexeerd, zoals het loon.

Deze premie is niet van toepassing in de militaire basissen en voor de waardevervoerders. § 2. Premie voor zaterdagen, zondagen en feestdagen : a) Een premie voor arbeidsprestaties op zondag (van 00.00 uur tot 24.00 uur) die gelijk is aan 20 pct. van het loon van categorie SB wordt toegekend aan alle categorieën van arbeiders met uitzondering van de waardevervoerders (het rijdend personeel) en de vaultmedewerkers voor alle uren aanwezigheid.

Vanaf 1 januari 2020 wordt deze premie gebracht op 23 pct. van het werkelijk betaalde uurloon (zonder premies).

Voor de waardentransporteurs en de medewerkers in de vault is de premie voor zondagwerk gelijk aan 100 pct. van het effectieve uurloon, zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019 betreffende het weekendwerk in het waardenvervoer. b) Een premie voor arbeidsprestaties gedurende de 11 feestdagen (van 00.00 uur tot 24.00 uur). Deze is gelijk aan 30 pct. van het loon van categorie SB en wordt toegekend aan alle categorieën van arbeiders.

Vanaf 1 januari 2020 wordt deze premie berekend op basis van het werkelijk betaalde uurloon (zonder premies).

Sinds 1 januari 2008 wordt deze premie verdubbeld vanaf de 7de gepresteerde feestdag.

Naast de wettelijke feestdagen : - 1 januari : Nieuwjaar; - Paasmaandag; - 1 mei : Feest van de arbeid; - O.L.H.- Hemelvaart; - Pinkstermaandag; - 21 juli : Nationale feestdag; - 15 augustus : O.L.V.- Hemelvaart; - 1 november : Allerheiligen; - 11 november : Wapenstilstand; - 25 december : Kerstmis, worden ook als feestdagen beschouwd de communautaire feestdagen, met name : - 21 juli : Vlaamse gemeenschap; - 27 september : Franse gemeenschap; - 15 november : Duitstalige gemeenschap. c) Sinds 1 maart 2011, een premie voor prestaties op een zaterdag (van 00.00 uur tot 24.00 uur). Deze is gelijk aan 15 pct. van het loon van categorie SB en wordt toegekend aan alle categorieën van arbeiders, met uitzondering van de waardevervoerders (het rijdend personeel) en de vaultmedewerkers voor alle uren aanwezigheid.

Vanaf 1 januari 2020 wordt deze premie gebracht op 18 pct. van het werkelijk betaalde uurloon (zonder premies).

Voor de waardentransporteurs en de medewerkers in de vault is de premie voor zaterdagwerk gelijk aan 50 pct. van het effectieve uurloon, zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019 betreffende het weekendwerk in het waardenvervoer. § 3. Nachtpremie : Aan alle categorieën van arbeiders, voor alle uren aanwezigheid tussen 22.00 uur en 6.00 uur, wordt een nachtpremie toegekend die gelijk is aan 22,5 pct. van het loon van categorie SB. De premies voor nachtarbeid en arbeidsprestaties op zaterdagen, zondagen en feestdagen zijn cumuleerbaar. § 4. Stand-by premie : Een premie wordt toegekend aan de arbeiders die gedurende minstens 12 uren "stand-by" zijn. Deze premie bedraagt 6,05 EUR per 24 uren of 42,35 EUR per kalenderweek (bedragen geldig vanaf 1 oktober 2018). Een minimum van 3,03 EUR wordt gewaarborgd voor een "stand by" van minder dan 12 uur.

Sinds 1 januari 2014 wordt deze premie geïndexeerd, zoals het loon.

Onder "stand by" wordt verstaan, de toestand waarin de arbeider, hoewel hij volgens een voorafgaand akkoord met de werkgever niet van dienst is, oproepen moet beantwoorden om onmiddellijk alarminterventies uit te voeren.

Deze premie is niet van toepassing in de militaire basissen. § 5. Anciënniteit : a) premie Sinds 1 januari 2001 wordt aan alle arbeiders een niet-recurrente anciënniteitspremie toegekend.Sinds 1 januari 2012 is deze premie gelijk aan : - 99,16 EUR na 5 jaar anciënniteit; - 198,31 EUR na 10 jaar anciënniteit; - 247,89 EUR na 15 jaar anciënniteit; - 371,84 EUR na 20 jaar anciënniteit; - 495,79 EUR na 25 jaar anciënniteit; - 619,73 EUR na 30 jaar anciënniteit.

Voor deze premie verstaat men onder "anciënniteit" : ofwel de contractuele anciënniteit, ofwel de conventionele anciënniteit, ofwel deze die het gevolg is van een overname van een commercieel contract, met inbegrip van de overnames van vóór 1997. b) anciënniteitsverlof Worden toegekend : - één betaalde recurrente anciënniteitsverlofdag na 10 jaar anciënniteit; - twee betaalde recurrente anciënniteitsverlofdagen na 15 jaar anciënniteit; - drie betaalde recurrente anciënniteitsverlofdagen na 20 jaar anciënniteit; - sinds 1 januari 2014, vier betaalde recurrente ancienniteitsverlofdagen na 25 jaar anciënniteit; - sinds 1 januari 2016, vijf betaalde recurrente ancienniteitsverlofdagen na 30 jaren anciënniteit.

De hierboven genoemde recurrente anciënniteitsverlofdagen zijn niet cumuleerbaar.

Sinds 1 januari 2012 wordt de anciënniteit berekend op het niveau van de sector, en niet meer op het niveau van de onderneming. Deze anciënniteit moet ononderbroken zijn, behalve in het geval van collectief ontslag (in dit geval zal een geïmmuniseerde periode van één jaar worden toegepast). § 6. Premie voor waardevervoer : Sinds 1 juni 2001 wordt aan alle waardevervoerders een premie per effectief gepresteerd uur toegekend. Sinds 1 januari 2014 wordt deze premie geïndexeerd, zoals het loon. Vanaf 1 oktober 2018 bedraagt deze premie 0,1061 EUR. § 7. Prestaties met hond : a) vergoeding Sinds 1 juni 2001 wordt een lijst opgesteld van de arbeiders die op vaste basis prestaties doen met eigen hond.Deze arbeiders ontvangen een niet-geïndexeerde onderhoudsvergoeding van 99,16 EUR per maand, en dit op permanente basis in zover zij op deze lijst blijven staan.

Indien de werkgever een werknemer van deze lijst wil schrappen wegens te weinig prestaties met hond (onvoldoende vraag vanwege de klant), dan moet dit gebeuren mits een opzeg van 3 maanden, vanaf de 1ste dag van de maand volgende op de maand tijdens dewelke de opzeg werd gedaan.

Tijdens deze opzegperiode blijft de werkgever de onderhoudsvergoeding van 99,16 EUR per maand verder betalen, en dit ongeacht het feit of al dan niet prestaties met hond worden uitgevoerd.

De arbeiders die op occasionele basis met eigen hond werken ontvangen een onderhoudsvergoeding van 99,16 EUR per maand op voorwaarde dat zij in de betrokken maand minstens 1 prestatie met eigen hond verrichten. b) premie Sinds 1 juni 2001 wordt voor elk uur effectieve prestatie met hond (eigen hond of van de onderneming) een premie toegekend.Sinds 1 januari 2014 wordt deze premie geïndexeerd, zoals het loon. Vanaf 1 oktober 2018 bedraagt deze 0,2653 EUR per uur. § 8. Syndicale premie : Het bedrag van de syndicale premie bedraagt 145 EUR. De referteperiode loopt van oktober tot september. § 9. Bestaanszekerheidsvergoeding : Sinds 1 januari 2006, genieten de arbeiders ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de bewakingsdiensten" een bestaanszekerheidsvergoeding per dag economische of technische werkloosheid met een maximum van 60 dagen gedurende de referteperiode (1 oktober tot en met 30 september).

Sinds 1 oktober 2011 werd deze vergoeding gebracht op 11,25 EUR per dag.

Voordeliger de bedragen voortvloeiende uit bestaande akkoorden op ondernemingsvlak blijven ongewijzigd. § 10. In januari 2020 zal de werkgever eenmalig een ecocheque van 200 EUR toekennen aan elke voltijdse arbeider die tewerkgesteld was tijdens de referteperiode van 1 januari 2019 tot 31 december 2019.

Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 98 van de Nationale Arbeidsraad betreffende de ecocheques, worden deze cheques toegekend in functie van de effectieve prestaties. Worden gelijkgesteld aan effectieve uren : - de interne en externe syndicale uren; - de economische werkloosheid; - het moederschapsverlof; - de ziekte tot 30 dagen; - het arbeidsongeval tot 30 dagen; - het klein verlet; - het vaderschapsverlof; - het betaald educatief verlof; - de wettelijke vakantiedagen; - de wettelijke feestdagen en de vervangingsdagen van de wettelijke feestdagen.

Deze ecocheque moet pro rata toegekend worden : - aan de deeltijdse arbeiders; - aan de arbeiders die niet gedurende de hele referteperiode tewerkgesteld waren.

Voor zover ingevolge ander collectieve overeenkomsten voor sommige werknemers reeds de betaling van ecocheques is voorzien voor januari 2020, zal, zonder afbreuk te doen aan het recht op 200 EUR, de betaling van de cheques gespreid worden over 2019 en 2020, teneinde het fiscaal maximumbedrag niet te overschrijden. Afdeling III. - Varia

Art. 5.§ 1. De loonfiches zullen duidelijk alle elementen die deel uitmaken van het loon bevatten. § 2. Sinds 1 juli 2003, is een systeem van gegeneraliseerde vijfdagenweek op basis van de RSZ reglementering voor de waardevervoerders ingevoerd. § 3. a) Voor de arbeiders die voltijds tewerkgesteld zijn, wordt de feestdag uitbetaald naar rato van 7,4 uur aan een gemiddeld loon. Voor de deeltijdse arbeiders gebeurt de uitbetaling naar rato van hun arbeidsregeling. b) De deelname aan de vergaderingen, hetzij van de ondernemingsraad, hetzij van het comité voor preventie en bescherming op het werk, hetzij van de vakbondsafvaardiging wordt uitbetaald in functie van de aanwezigheidsduur.c) Voor de arbeiders die voltijds tewerkgesteld zijn, wordt het anciënniteitsverlof uitbetaald ten belope van 6,17 uur aan een gemiddeld loon.Voor de deeltijdse arbeiders gebeurt de uitbetaling naar rato van hun arbeidsregeling. d) Voor de arbeiders die voltijds tewerkgesteld zijn, wordt het kortverzuim uitbetaald ten belope van 6,17 uur aan een gemiddeld loon. Voor de deeltijdse arbeiders gebeurt de uitbetaling naar rato van hun arbeidsregeling.

Onder "gemiddeld loon" wordt verstaan : het loon zoals omschreven in de collectieve arbeidsovereenkomst over de arbeidsduur en de humanisering van de arbeid.

Punten c) en d) zijn niet van toepassing op de waardevervoerders. HOOFDSTUK III. - Bedienden Afdeling I. - Loonschalen

Art. 6.§ 1. De minimale en effectieve maandelijkse bezoldiging van de bedienden bedoeld in de artikels 12 en 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 2013 (koninklijk besluit van 31 augustus 2014 - Belgisch Staatsblad van 28 november 2014) betreffende de classificatie van de beroepen, worden verhoogd met 1,1 pct. op 1 januari 2020. § 2. De minimale maandelijkse bezoldiging per categorie bedoeld in artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 2013 betreffende de classificatie van de beroepen, van toepassing op de administratieve bedienden vanaf 1 januari 2020, zijn opgenomen in bijlage 2 aan onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.

Elke categorie wordt onderverdeeld in 2 subcategorieën in functie van het type van activiteit : - voor de activiteiten andere dan waardevervoer : de subcategorie STAT moet worden toegepast; - voor de activiteiten van waardevervoer wordt de subcategorie TF/WT toegepast. § 3. De minimummaandlonen per categorie zoals bepaald in artikel 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 2013 betreffende de beroepenclassificatie, die op de operationele bedienden vanaf 1 januari 2020 van toepassing zijn, zijn in bijlage 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen.

Elke categorie wordt onderverdeeld in 2 subcategorieën in functie van het type van activiteit : - voor de activiteiten andere dan waardevervoer moet de subcategorie STAT worden toegepast; - voor de activiteiten van waardevervoer moet de subcategorie TF/WT worden toegepast. § 4. Loonschalen voor de vertegenwoordigers-verkopers - De vertegenwoordigers-verkopers zonder commissieloon genieten van de van kracht zijnde loonschaal van het administratief personeel categorie 4; - De vertegenwoordigers-verkopers met commissieloon genieten een vast geïndexeerd minimumloon van 2 257,48 EUR vanaf 1 oktober 2018. In elk geval mag het minimumloon (vast barema + commissies) niet lager zijn dan het loon dat geldt voor het administratief bediendenpersoneel van categorie 4.

Art. 7.Principes § 1. De loonschaal bepaalt de minimumlonen in elke categorie in functie van de ervaring van de werknemer. Zij is gebaseerd op een indiensttreding in de functie op de leeftijd van 18 jaar.

De aanvangslonen zijn de lonen waarin de loonschaal voorziet voor 0 jaar ervaring.

De minimummaandlonen stijgen in de mate waarin de ervaring van de werknemer toeneemt. § 2. Worden verrekend bij het in aanmerking nemen van de jaren ervaring : - de studiejaren en de eventuele jaren militaire dienst; - alle activiteitsperiodes in het beroepsmilieu (onder andere : uitzendwerk, stages, contracten voor een bepaalde tijd, werk als zelfstandige, vrijwilligers-werk,...); - alle schorsingsperiodes van de arbeidsovereenkomst (tijdskrediet, moederschap,...) evenals de periodes gedekt door de sociale zekerheid en de sociale wetgeving (werkloosheid, ziekte, invaliditeit,...).

Voor de toekenning van de jaren ervaring wordt er geen enkel onderscheid gemaakt tussen de voltijdse of de deeltijdse arbeidsprestaties. Afdeling II. - Premies

Art. 8.§ 1. Wapenpremie Een brutopremie van 0,1992 EUR per uur (bedrag van toepassing sedert 1 oktober 2018), geïndexeerd, wordt toegekend aan de categorieën 2, 3 en 4 (operationele) voor de gewapende prestaties op verzoek van de werkgever. § 2. "Stand by" premie Een premie wordt toegekend aan het personeel in "stand by". Deze premie bedraagt 6,05 EUR per 24 uren of 42,35 EUR per kalenderweek (bedragen van 1 oktober 2018). Een minimum van 3,03 EUR wordt gewaarborgd voor een "stand by" van minder dan 12 uur. Sinds 1 januari 2014 wordt deze premie geïndexeerd, zoals het loon.

Onder "stand by" verstaat men : de situatie van het operationeel personeel dat, niettegenstaande het niet van dienst is, uit hoofde van een voorafgaand akkoord met de werkgever, onmiddellijk oproepen moet beantwoorden om een prestatie van interventie na alarm uit te voeren.

Iedere maand wordt de lijst van het personeel dat "stand by" is medegedeeld aan de vakbonds-afvaardiging. Het personeel dat op deze lijst vermeld is, geniet automatisch de "stand by" premie. § 3. Nachtpremie Een nachtpremie wordt toegekend per gepresteerd uur tussen 22.00 en 06.00 uur. Sinds 1 januari 2008 is deze premie gelijk aan 22,5 pct. van het SB loon van de arbeiders en volgt daarmee direct de evolutie van het SB loon (conventionele verhogingen en indexeringen). § 4. Zondagspremie Een premie wordt toegekend voor zondagprestaties (van 00.00 tot 24.00 uur). Sinds 1 januari 2008 is deze premie gelijk aan 20 pct. van het SB loon van de arbeiders en volgt daarmee direct de evolutie van het SB loon (conventionele verhogingen en indexeringen).

Vanaf 1 januari 2020 wordt deze premie gebracht op 23 pct. van het werkelijk betaalde uurloon. Voor alle categorieën van bedienden, met uitzondering van de waardevervoerders (het rijdend personeel), de vaultmedewerkers en de medewerkers van het waardevervoer belast met het openen/sluiten van de basissen en betaald volgens het barema.

Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019 betreffende weekendwerk in het waardenvervoer, hebben de waardentransporteurs, de vault-medewerkers en de medewerkers van het waardenvervoer belast met het openen, sluiten van de basissen en betaald volgens het barema, recht op een zondagpremie van 100 pct. van het effectieve uurloon.

Het uurloon wordt bekomen door het werkelijk betaalde maandloon (zonder premies) te vermenigvuldigen met 3 en dit resultaat te delen door 481. § 5. Premie voor wettelijke feestdagen Een bijzondere premie wordt toegekend tijdens de 11 feestdagen. Sinds 1 januari 2008 is deze premie gelijk aan 30 pct. van het SB loon van de arbeiders en volgt daarmee direct de evolutie van het SB loon (conventionele verhogingen en indexeringen).

Vanaf 1 januari 2020 wordt deze premie berekend op basis van het werkelijk betaalde uurloon.

Het uurloon wordt bekomen door het werkelijk betaalde maandloon (zonder premies) te vermenigvuldigen met 3 en dit resultaat te delen door 481.

Zoals bepaald in artikel 19, § 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 maart 2012 (koninklijk besluit van 23 april 2013 - Belgisch Staatsblad van 25 juni 2013) aangaande de arbeidsduur en de humanisering van de arbeid, verdubbelt deze premie vanaf de 7de gewerkte feestdag.

Voor de berekening van deze premie, begint de dag om 00.00 uur en eindigt om 24.00 uur.

Behalve de wettelijke feestdagen worden ook de communautaire feestdagen als feestdagen beschouwd : 21 juli : van de Vlaamse Gemeenschap; 27 september : van de Franse Gemeenschap; 15 november : van de Duitstalige Gemeenschap. § 6. Zaterdagpremie Sinds 1 maart 2011, wordt aan alle categorieën van bedienden en voor alle aanwezigheidsuren een premie toegekend voor prestaties op zaterdag (van 00u00 tot 24u00) die gelijk is aan 15 pct. van het loon van de categorie SB - arbeiders.

Vanaf 1 januari 2020 wordt deze premie gebracht op 18 pct. van het werkelijk betaalde uurloon voor alle categorieën van bedienden, met uitzondering van de waardevervoerders (het rijdend personeel), de vaultmedewerkers en de medewerkers van het waardevervoer belast met het openen/sluiten van de basissen en betaald volgens het barema.

Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019 betreffende weekendwerk in het waardenvervoer, hebben de waardentransporteurs, de vault-medewerkers en de medewerkers van het waardenvervoer belast met het openen/sluiten van de basissen en betaald volgens het barema, recht op een zaterdagpremie van 50 pct. van het effectieve uurloon.

Het uurloon wordt bekomen door het werkelijk betaalde maandloon (zonder premies) te vermenigvuldigen met 3 en dit resultaat te delen door 481. § 7. Forfaitaire premie Ieder jaar wordt bij de loonuitbetaling van december aan alle administratieve en operationele bedienden een forfaitaire premie toegekend. Het bedrag ervan wordt toegekend aan het voltijds tewerkgestelde personeel en, verhoudingsgewijs, aan het deeltijds tewerkgestelde personeel. Er wordt eveneens rekening gehouden met het aantal volledige maanden arbeidsprestaties in de loop van het jaar en met de wettelijk gelijkgestelde dagen.

Sinds 1 oktober 2018, bedraagt deze premie 166,63 EUR. Deze premie zal worden geïndexeerd conform het systeem voorzien voor de loonschalen. § 8. C.I.T.-chauffeur en/of -begeleider De bedienden die prestaties uitvoeren als chauffeur of begeleider bij de C.I.T. worden gelijkgesteld met de operationele bedienden en genieten bijgevolg van dezelfde premies en voordelen.

Bovendien wordt aan alle waardevervoerders sinds 1 augustus 2001 een premie per effectief gepresteerd uur toegekend. Sinds 1 januari 2014 wordt deze premie geïndexeerd, zoals het loon. Vanaf 1 oktober 2018 bedraagt deze premie 0,1061 EUR. De betaling van een 1/2 uur rust per effectieve prestatie van 4 uren wordt eveneens voorzien.

Sinds 1 juli 2003, is een systeem van gegeneraliseerde vijfdagenweek op basis van de RSZ reglementering voor de waardevervoerders ingevoerd.

Er dient genoteerd te worden dat het rustuur dat door de werknemer wordt genomen, bijvoorbeeld in een bank, om zijn maaltijd te genieten, niet wordt beschouwd als zijnde effectief gepresteerd en dus niet wordt betaald.

De situatie van bedienden die in zekere diensten tewerkgesteld zijn, zoals de C.I.T., blijft eigen aan sommige firma's, in geen enkel geval zal zij enigerlei verplichtingen meebrengen voor het geheel van de sector.

Ten titel van inlichting : bijlage bevat de loonschaal van de waardevervoerders. § 9. Anciënniteit a) Premie Er wordt een niet-recurrente anciënniteitspremie toegekend, in de maand van de verjaardag van de indiensttreding.Sinds 1 januari 2001 bedraagt deze premie 99,16 EUR na 5 jaar, 198,31 EUR na 10 jaar, 247,89 EUR na 15 jaar, 371,84 EUR na 20 jaar, 495,79 EUR na 25 jaar en 619,73 EUR na 30 jaar dienst in de onderneming, onverminderd voordeliger bestaande situaties.

Deze bepaling is niet cumuleerbaar en betreft niet het personeel dat reeds een gelijkwaardig voordeel geniet. b) Verlof Worden toegekend : - één betaalde anciënniteitsverlofdag na 5 jaar anciënniteit; - twee betaalde anciënniteitsverlofdagen na 10 jaar anciënniteit; - drie betaalde anciënniteitsverlofdagen na 15 jaar anciënniteit; - vier betaalde anciënniteitsverlofdagen na 20 jaar anciënniteit; - vijf betaalde anciënniteitsverlofdagen na 25 jaar anciënniteit; - zes betaalde anciënniteitsverlofdagen na 30 jaar anciënniteit.

Sinds 1 januari 2012 wordt de anciënniteit berekend op basis van de sector, en niet meer op basis van de onderneming. Deze anciënniteit moet ononderbroken zijn, behalve in het geval van collectief ontslag (in dit geval zal een geïmmuniseerde periode van één jaar worden toegepast).

Deze bijkomende anciënniteitsverlofdagen zijn recurrent en mogen in principe niet genomen worden aansluitend op de verlofdagen voorzien voor het jaarlijks verlof.

Het recht op deze bijkomende verlofdagen gaat in op de datum van de verjaardag van de indiensttreding in de sector.

Zonder afbreuk van de voornoemde bepalingen, dienen al de bijkomende verlofdagen te worden genomen binnen het lopende jaar. § 10. Eindejaarspremie Een eindejaarspremie, gelijk aan een volledige 13de maand, wordt in de loop van de maand december van elk jaar en vóór de eindejaarsfeesten, betaald aan de bedienden, volgens een pro rata van het aantal gepresteerde maanden van het lopende jaar, alsmede van de wettelijke gelijkgestelde dagen. De halve maand wordt pro rata in aanmerking genomen.

Behoudens zwaarwichtige redenen, heeft de bediende, die in de loop van het jaar de onderneming verlaat ingevolge vrijwillig ontslag of een ontslag uit hoofde van de werkgever, eveneens recht op een premie berekend pro rata van het aantal gepresteerde maanden tijdens het lopende jaar, de halve maand wordt pro rata in aanmerking genomen. § 11. Syndicale premie Het bedrag van de syndicale premie is bepaald op 145 EUR. De referentieperiode loopt van 1 oktober tot 30 september. § 12. In januari 2020 zal de werkgever eenmalig een ecocheque van 200 EUR toekennen aan elke voltijdse bediende die tewerkgesteld was tijdens de referteperiode van 1 januari 2019 tot 31 december 2019.

Deze ecocheque moet pro rata toegekend worden : - aan de deeltijdse bedienden; - aan de bedienden die niet gedurende de hele referteperiode tewerkgesteld waren.

Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 98 van de Nationale Arbeidsraad betreffende de ecocheques, worden deze cheques toegekend in functie van de effectieve prestaties. Worden gelijkgesteld aan effectieve uren : - de interne en externe syndicale uren; - de economische werkloosheid; - het moederschapsverlof; - de ziekte tot 30 dagen; - het arbeidsongeval tot 30 dagen; - het klein verlet; - het vaderschapsverlof; - het betaald educatief verlof; - de wettelijke vakantiedagen; - de wettelijke feestdagen en de vervangingsdagen van de wettelijke feestdagen.

Voor zover ingevolge ander collectieve overeenkomsten voor sommige werknemers reeds de betaling van ecocheques is voorzien voor januari 2020, zal, zonder afbreuk te doen aan het recht op 200 EUR, de betaling van de cheques gespreid worden over 2019 en 2020, teneinde het fiscaal maximumbedrag niet te overschrijden. § 13. Al deze premies zijn cumuleerbaar. Afdeling III. - Varia

Art. 9.§ 1. Sinds 1 oktober 2011 wordt aan de operationele bedienden die voltijds tewerkgesteld zijn, de feestdag uitbetaald naar rato van 7,4 uur aan een gemiddelde loon (zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst over de arbeidsduur en de humanisering van de arbeid). Voor de deeltijdse operationele bedienden gebeurt de uitbetaling naar rato van hun arbeidsregeling. § 2. Voor de bedienden die voltijds tewerkgesteld zijn, wordt het anciënniteitsverlof uitbetaald ten belope van 7,4 uur aan een gemiddeld loon in een regeling van 5 dagen/week en van 6,17 uur in regeling van 6 dagen/week. Voor de deeltijdse bedienden gebeurt de uitbetaling naar rato van hun arbeidsregeling. § 3. Voor de bedienden die voltijds tewerkgesteld zijn, wordt het kort verzuim uitbetaald ten belope van 7,4 uur aan een gemiddeld loon in een regeling van 5 dagen/week en van 6,17 uur in een regeling van 6 dagen/week. Voor de deeltijdse bedienden gebeurt de uitbetaling naar rato van hun arbeidsregeling.

Onder "gemiddeld loon" wordt verstaan : het loon zoals omschreven in de collectieve arbeidsovereenkomst over de arbeidsduur en de humanisering van de arbeid. HOOFDSTUK IV. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 10.§ 1. De minimum uur- en maandlonen die bepaald zijn in artikelen 2 en 6 en de werkelijk uitbetaalde lonen, worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat maandelijks wordt vastgesteld door het Federale Openbare Dienst Economie, KMO, Middenstand en Energie en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 2. De lonen die vanaf 1 oktober 2018 worden uitbetaald stemmen overeen met het spilindexcijfer 105,10 (basis 2013). § 3. Telkens de afgevlakte indexcijfers (= 4 maandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex) één van de spilindexcijfers overschrijdt, worden de lonen die gekoppeld zijn aan het spilindexcijfer 105,10 opnieuw berekend door er de coëfficiënt 1,02n op toe te passen, waarbij "n" de rang van het bereikte spilindexcijfer vertegenwoordigt.

Onder spilindexcijfers moet worden verstaan, de getallen die behoren tot een reeks waarvan het eerste 105,10 is en waarvan elk van de volgende wordt bekomen door het voorgaande te vermenigvuldigen met 1,02.

De breuken van één honderdste van een punt worden naar het hogere honderdste afgerond of verwaarloosd, naargelang zij al dan niet 50 pct. van een honderdste bereiken. § 4. De lonen worden aangepast vanaf de tweede maand die volgt op de maand waarin het indexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigt. § 5. Het resultaat van de berekeningen van de aanpassing van de uurlonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen wordt afgerond naar het hogere of het lagere vierde cijfer na de komma, naargelang het vijfde cijfer na de komma al dan niet 5 bereikt.

Het resultaat van de berekeningen van de aanpassing van de maandlonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen wordt afgerond naar het hogere of het lagere tweede cijfer na de komma, naargelang het derde cijfer na de komma al dan niet 5 bereikt. § 6. Wanneer terzelfder tijd een verhoging van de lonen die het gevolg is van de koppeling van deze lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen en een andere loonsverhoging moet worden toegepast, wordt de aanpassing die het gevolg is van de koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen uitgevoerd vooraleer de lonen volgens de vastgestelde verhoging worden aangepast. HOOFDSTUK V. - Algemeenheden

Art. 11.§ 1. Indien sommige van de voordelen, opgenomen in deze collectieve arbeidsovereenkomst, reeds geheel of gedeeltelijk door bepaalde werkgevers worden toegepast op werknemers, wordt tussen de ondertekenende partijen overeengekomen dat deze werkgevers enkel het eventuele verschil tussen wat reeds werd toegekend en wat is bepaald in de huidige overeenkomst, moeten betalen.

Alle hogere voordelen die reeds worden toegekend blijven verworven. § 2. Alle bepalingen van de bestaande overeenkomsten die niet door deze conventie worden gewijzigd blijven van toepassing, meer in het bijzonder inzake waardetransport. § 3. Alle voordeliger overeenkomsten en voor zover ze niet strijdig zijn met de algemene bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, blijven van toepassing. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 12.§ 1. In geval van betwisting zijn partijen akkoord om uitsluitend een beroep te doen op de voorzitter van het paritair comité die een verzoeningsbureau kan samenstellen en een oplossing kan voorstellen aan betrokken partijen. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing vanaf 1 januari 2020 en is gesloten voor onbepaalde duur. § 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2017 (registratienummer 142865) betreffende de lonen, premies, vergoedingen en indexering. § 4. Vanaf 1 januari 2021, kan zij worden opgezegd door één van de ondertekenende partijen, met een opzeggingstermijn van drie maanden, bij ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, betreffende de lonen, premies, vergoedingen en indexering Loonschalen arbeiders

Klasse/ Classe

Agent

Gedurende 3 maanden of 100 dagen/ Pendant 3 mois ou 100 jours

Loon na 3 maanden/ Salaire après 3 mois

SB

Statische Agent (basiscategorie)/ Agent statique (catégorie de base)

13,8866

14,6175

SQ

Statische Agent (gekwalificeerd)/ Agent statique (qualifié)

14,0537

14,7934

SE

Statische Agent (expert)/ Agent statique (expert)

14,2207

14,9692

S

SEL

Statische Agent (expert talen)/ Agent statique (expert langues)

14,3877

15,1449

SBG

Statische Agent (bodyguard)/ Agent statique (bodyguard)

15,0615

15,8542

SMB

Statische Agent (militaire basis)/ Agent statique (base militaire)

n.v.t./n.a.

17,7098

SMBP

Portier (militaire basis = SMB + 0,0496 EUR/uur)/ Portier (base militaire = SMB + 0,0496 EUR/heure)

n.v.t./n.a.

17,7594

MBB

MBB

Brigadier (militaire basis = SMB + 0,0744 EUR/uur)/ Brigadier (base militaire = SMB + 0,0744 EUR/heure)

17,7842

M

M1

Mobiele Agent (patrouille)/ Agent mobile (patrouille)

14,2207

14,9692

M2

Mobiele Agent (IAA en chauffeur VIP)/ Agent mobile (IAA et chauffeur VIP)

14,3877

15,1449

TFA

TR

Waardetransporteur/agent ATM/ Transporteur de fonds/agent ATM

16,6044

17,4783

PRVA

Medewerker vault/processing/ Collaborateur vault/processing

15,0721

15,8654

BI

BI

Brigadier/instructeur

15,0615

15,8542

TM

TM

Vervoerder van munitie/ Transporteur de munition

16,8243

17,7098

G

G

Vakman/ Homme de métier

13,8866

14,6175


Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, betreffende de lonen, premies, vergoedingen en indexering Loonschalen administratief personeel

Jaren ervaring/ Années d'expérience

Cat. 1

Cat. 2

Cat. 3

Cat. 4

STAT

TF/WT

STAT

TF/WT

STAT

TF/WT

STAT

TF/WT

0

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

1

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

2

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

3

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

4

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

5

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

6

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

7

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

8

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

9

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

10

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

11

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

12

2.233,33

2.377,04

2.450,80

2.594,49

2.603,93

2.747,65

2.763,95

2.907,65

13

2.244,89

2.388,57

2.473,53

2.617,22

2.634,76

2.778,45

2.818,02

2.961,71

14

2.257,52

2.401,23

2.496,83

2.640,53

2.667,24

2.810,95

2.864,87

3.008,54

15

2.268,87

2.412,56

2.521,50

2.665,21

2.701,82

2.845,51

2.913,36

3.057,05

16

2.272,36

2.416,04

2.540,65

2.684,34

2.721,00

2.864,69

2.936,36

3.080,06

17

2.272,36

2.416,04

2.540,65

2.684,34

2.742,52

2.886,19

2.973,31

3.116,98

18

2.282,16

2.425,84

2.560,72

2.704,40

2.768,37

2.912,05

3.015,51

3.159,20

19

2.282,16

2.425,84

2.560,72

2.704,40

2.768,37

2.912,05

3.047,53

3.191,22

20

2.291,85

2.435,55

2.569,35

2.713,02

2.787,59

2.931,28

3.084,54

3.228,23

21

2.291,85

2.435,55

2.569,35

2.713,02

2.787,59

2.931,28

3.084,54

3.228,23

22

2.301,39

2.445,09

2.583,83

2.727,52

2.808,84

2.952,52

3.111,33

3.255,03

23

2.301,39

2.445,09

2.583,83

2.727,52

2.808,84

2.952,52

3.111,33

3.255,03

24

2.306,75

2.450,44

2.583,83

2.727,52

2.837,28

2.980,94

3.138,41

3.282,10

25

2.306,75

2.450,44

2.583,83

2.727,52

2.837,28

2.980,94

3.138,41

3.282,10

26

2.312,51

2.456,20

2.597,43

2.741,10

2.848,94

2.992,64

3.165,61

3.309,30

27

2.312,51

2.456,20

2.597,43

2.741,10

2.848,94

2.992,64

3.165,61

3.309,30

28

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.860,20

3.003,90

3.192,87

3.336,54

29

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.192,87

3.336,54

30

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.192,87

3.336,54

31

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.192,87

3.336,54

32

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.248,75

3.392,41

33

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.248,75

3.392,41

34

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.248,75

3.392,41

35

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.248,75

3.392,41

36

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.248,75

3.392,41

37

2.316,65

2.460,32

2.605,45

2.749,13

2.865,53

3.009,22

3.281,84

3.425,53


Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 3 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten, betreffende de lonen, premies, vergoedingen en indexering Loonschalen operationeel personeel

Jaren ervaring/ Années d'expérience

Cat. OP1

Cat. OP2

Cat. OP3

Cat. OP4

STAT1a

STAT1b

TF/WT

STAT

TF/WT

STAT

TF/WT

STAT

TF/WT

0

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

1

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

2

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

3

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

4

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

5

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

6

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

7

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

8

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

9

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

10

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

11

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

12

2.357,03

2.450,80

2.594,49

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

13

2.374,42

2.473,53

2.617,22

2.412,18

2.555,88

2.638,23

2.781,90

2.976,54

3.120,20

14

2.392,60

2.496,83

2.640,53

2.476,07

2.619,75

2.713,05

2.856,72

2.976,54

3.120,20

15

2.410,99

2.521,50

2.665,21

2.476,07

2.619,75

2.713,05

2.856,72

2.976,54

3.120,20

16

2.422,51

2.540,65

2.684,34

2.540,02

2.683,71

2.787,73

2.931,41

2.976,54

3.120,20

17

2.424,39

2.540,65

2.684,34

2.571,80

2.715,51

2.825,09

2.968,77

2.976,54

3.120,20

18

2.432,44

2.560,72

2.704,40

2.582,06

2.725,76

2.837,54

2.981,24

3.023,59

3.167,27

19

2.437,59

2.560,72

2.704,40

2.582,06

2.725,76

2.837,54

2.981,24

3.023,59

3.167,27

20

2.447,53

2.569,35

2.713,02

2.602,46

2.746,13

2.862,41

3.006,12

3.117,62

3.261,31

21

2.452,65

2.569,35

2.713,02

2.602,46

2.746,13

2.862,41

3.006,12

3.117,62

3.261,31

22

2.462,55

2.583,83

2.727,52

2.622,95

2.766,64

2.887,16

3.030,84

3.211,73

3.355,43

23

2.466,41

2.583,83

2.727,52

2.622,95

2.766,64

2.887,16

3.030,84

3.211,73

3.355,43

24

2.473,04

2.583,83

2.727,52

2.638,80

2.782,49

2.906,48

3.050,19

3.241,72

3.385,41

25

2.477,06

2.583,83

2.727,52

2.638,80

2.782,49

2.906,48

3.050,19

3.241,72

3.385,41

26

2.483,88

2.597,43

2.741,10

2.654,82

2.798,52

2.926,03

3.069,72

3.271,62

3.415,30

27

2.487,78

2.597,43

2.741,10

2.662,74

2.806,45

2.935,67

3.079,34

3.286,54

3.430,22

28

2.493,05

2.605,45

2.749,13

2.669,07

2.812,74

2.943,60

3.087,29

3.295,74

3.439,44

29

2.496,30

2.605,45

2.749,13

2.669,07

2.812,74

2.943,60

3.087,29

3.295,74

3.439,44

30

2.499,57

2.605,45

2.749,13

2.681,78

2.825,45

2.959,32

3.103,01

3.314,23

3.457,90

31

2.502,76

2.605,45

2.749,13

2.681,78

2.825,45

2.959,32

3.103,01

3.314,23

3.457,90

32

2.506,03

2.605,45

2.749,13

2.694,56

2.838,25

2.975,10

3.118,80

3.332,69

3.476,37

33

2.506,03

2.605,45

2.749,13

2.694,56

2.838,25

2.975,10

3.118,80

3.332,69

3.476,37

34

2.509,20

2.605,45

2.749,13

2.701,74

2.845,42

2.981,66

3.125,34

3.341,70

3.485,37

35

2.509,20

2.605,45

2.749,13

2.701,74

2.845,42

2.981,66

3.125,34

3.341,70

3.485,37

36

2.512,81

2.605,45

2.749,13

2.708,92

2.852,63

2.988,30

3.132,00

3.350,57

3.494,26

37

2.514,58

2.605,45

2.749,13

2.712,48

2.856,18

2.991,51

3.135,19

3.355,16

3.498,85


Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^