Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 november 2001
gepubliceerd op 23 februari 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1994, gesloten in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken, betreffende de bedrijfsplannen tot herverdeling van de arbeid

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2001013072
pub.
23/02/2002
prom.
10/11/2001
ELI
eli/besluit/2001/11/10/2001013072/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

10 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1994, gesloten in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken, betreffende de bedrijfsplannen tot herverdeling van de arbeid (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1994, gesloten in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken, betreffende de bedrijfsplannen tot herverdeling van de arbeid.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 november 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de cementfabrieken Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1994 Bedrijfsplannen tot herverdeling van de arbeid (Overeenkomst geregistreerd op 28 juni 1994 onder het nummer 35970/CO/106.01) Deze kader-collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten binnen het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken, is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers en werkneemsters - hierna genoemd de werknemers - van de ondernemingen die afhangen van het Paritair Comité voor het cementbedrijf - Paritair Subcomité voor de cementfabrieken.

Artikel 1.Deze kader-collectieve arbeidsovereenkomst werd gesloten in toepassing van artikel 26 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. 1.1. Het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken weerhoudt drie van de acht maatregelen die in het algemeen kader tot herverdeling van de arbeid, artikel 25 van het koninklijk besluit van 24 december 1993, bepaald werden : 1° Vrijwillige deeltijdse arbeid, met opdeling van de arbeidsplaatsen.2° Invoering van een recht op loopbaanonderbreking en/of vermindering van de arbeidsprestaties met verplichte vervanging.3° Invoering van halftijds brugpensioen met verplichte vervanging. 1.2. Daarenboven is het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken bereid opleidingsstages binnen de onderneming en voor jonge werkzoekenden te organiseren, in het kader van het plan 2000 van de « Union wallonne des entreprises », om een bijdrage te leveren aan de inschakeling van jonge werknemers op de arbeidsmarkt.

Ondernemingsplannen

Art. 2.2.1. Vrijwillige deeltijdse tewerkstelling, met verdeling van de banen.

De ondernemingen van de subsector verbinden zich tot het welwillig onderzoeken, binnen een redelijke termijn, van elke aanvraag van een werknemer die vrijwillig kiest voor een deeltijdse baan, in die mate dat dit werkritme verenigbaar is met de werkorganisatie. 2.2. Invoering van een recht op loopbaanonderbreking en/of vermindering van de werkverrichtingen met verplichte vervanging.

De ondernemingen van de subsector verbinden zich tot het welwillig onderzoeken, binnen een redelijke termijn van elke aanvraag van een werknemer die een loopbaanonderbreking wenst, conform collectieve arbeidsovereenkomst nr. 56 van 13 juli 1993, afgesloten binnen de Nationale Arbeidsraad. 2.3. Invoering van een deeltijds brugpensioen, met verplichte vervanging. 2.3.1. Algemeen kader.

Gelet op het bestaan van een specifiek brugpensioenstelsel in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken, verbinden de ondernemingen zich tot het welwillig onderzoeken, binnen een redelijke termijn, van elke aanvraag van een werknemer die een halftijds brugpensioen wenst. 2.3.2. Toegangsvoorwaarden.

Leeftijd : de leeftijd voor het toekennen van het halftijds brugpensioen in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken ligt twee jaar lager dan de leeftijd voor het voltijds conventioneel brugpensioen.

Anciënniteit : toegang tot het stelsel van halftijds brugpensioen is onderworpen aan het bewijzen van de vereiste anciënniteit van 25 jaar loontrekkende arbeid.

Afsluiten van een individueel geschreven overeenkomst. 2.3.3. Brugpensioenvergoeding.

Het inkomen van de werknemer met een halftijds brugpensioen bestaat uit : - de bezoldiging voor de halftijdse arbeidsprestaties; - de werkloosheidsuitkering waarop hij recht heeft; - een bijkomende uitkering ten laste van de werkgever, conform de bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 van 13 juli 1993. 2.3.4. Vervanging.

De ondernemingen van de ondersector van de cementfabrieken verbinden zich tot het vervangen van de werknemers met een halftijds brugpensioen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen, en binnen een kader van een arbeidsovereenkomst met bepaalde duur. 2.3.5. Aanpassing van de arbeidsorganisatie.

Zonder twijfel zal deze maatregel een aantal organisatiemoeilijkheden met zich meebrengen, evenals bijkomende kosten, waardoor een constructieve dialoog tussen de lokale directies en de vertegenwoordigers van de werknemers onmisbaar zal blijken. 2.4. Looptijd van de kader-collectieve arbeidsovereenkomst.

Deze kader-collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 september 1994 en treedt buiten werking op 31 december 1995.

Opleidingsstage binnen de onderneming

Art. 3.3.1. Onderwerp.

De ondernemingen van het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken verbinden zich tot het bevorderen van een opleidingsstage voor twaalf jonge werkzoekenden, in het raam van het plan 2000 van de U.W.E. (Union wallonne des entreprises). De mogelijkheden zullen worden verspreid naargelang de exploitatiezetels van de sector. 3.2. Doelstelling.

De inlassing op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken voor jonge werkzoekenden, door : - het aanbod van een nieuwe opleidingsmogelijkheid via het aanleren van een beroep binnen een onderneming; - een eerste werkervaring in het beroepsmilieu. 3.3. Vereisten. - minder dan 26 jaar oud zijn; - uitkeringsgerechtigde, volledig werkloze sedert 9 maanden, en nog nooit gewerkt hebben; - werkloze uit het begeleidingsplan voor werklozen. 3.4. Statuut van de jonge werknemer in opleiding.

De arbeider wordt als een stagiair in praktische opleiding binnen de onderneming beschouwd. Hij wordt niet meegerekend in het personeelsbestand van de onderneming. 3.5. Stageduur voor de jonge werknemer in opleiding.

De looptijd van zo'n stage is van 3 tot 6 maanden, één keer hernieuwbaar. 3.6. Stage-inhoud. - de concrete invulling van de stageperiode wordt afgesproken tussen de verantwoordelijke van de exploitatiezetel en de beroepsconsulent van de FOREm, ONEm, VDAB en ORBEm; - de werkgever stelt een optredende voogd aan die verantwoordelijk is voor de opleiding van de jonge werknemer. 3.7. Looptijd.

De bepalingen van artikel 3 treden in werking op 1 september 1994 en treden buiten werking op 20 januari 1995.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november 2001.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^