Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 november 2001
gepubliceerd op 02 februari 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de uurlonen

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2001013055
pub.
02/02/2002
prom.
10/11/2001
ELI
eli/besluit/2001/11/10/2001013055/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

10 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de uurlonen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het koetswerk;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de uurlonen.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 november 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het koetswerk Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 juni 1999 Uurlonen (Overeenkomst geregistreerd op 15 september 2000 onder het nummer 55561/CO/149.02) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het koetswerk.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden en de werksters. HOOFDSTUK II. - Lonen Meerderjarige werklieden.

Minimumuurlonen.

Art. 2.Het minimumuurloon van de hulpwerkman (spanning 100) wordt verhoogd met (regime 39 uur/week) : - 4 BEF op 1 juli 1999; - 5 BEF op 1 juli 2000.

Deze verhogingen schommelen voor de andere categorieën volgens de loonspanningen voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999.

Art. 3.Bijgevolg worden de minimumuurlonen als volgt vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Werkelijk betaalde lonen.

Art. 4.De aan de meerderjarige werklieden werkelijk betaalde uurlonen worden als volgt verhoogd (regime 39 uur/week) : - 4 BEF op 1 juli 1999; - 5 BEF op 1 juli 2000.

Minderjarige werklieden.

Art. 5.Op de bedragen vermeld in de artikelen 2, 3 en 4 is het voor de minderjarige werklieden bepaald stelsel van degressiviteit van toepassing, overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999.

Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Art. 6.De minimumuurlonen en de werkelijk betaalde lonen van toepassing op 1 april 1999 stemmen overeen met het referte-indexcijfer 102,98; zij schommelen overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvorming van 10 juni 1999, en de van kracht zijnde wettelijke bepalingen. HOOFDSTUK III. - Geldigheid

Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999 en is gesloten voor een onbepaalde duur.

Zij vervangt deze van 12 juni 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, tot vaststelling van de uurlonen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 oktober 1999.

Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden wordt betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor het koetswerk.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november 2001.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^