Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 05 juli 2022
gepubliceerd op 08 december 2022

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2021, gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest, betreffende de opleidingsinspanningen voor 2021-2022

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2022015002
pub.
08/12/2022
prom.
05/07/2022
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

5 JULI 2022. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2021, gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest, betreffende de opleidingsinspanningen voor 2021-2022 (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2021, gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest, betreffende de opleidingsinspanningen voor 2021-2022.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 juli 2022.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2021 Opleidingsinspanningen voor 2021-2022 (Overeenkomst geregistreerd op 17 februari 2022 onder het nummer 170297/CO/328.01) Preambule De inschakeling op de arbeidsmarkt in het kader van een kwaliteitsvolle tewerkstelling en het behoud van deze tewerkstelling houden in dat mensen hun beroepsleven lang kennis verwerven en ontwikkelen.

Voor het uitoefenen van de functies bij De Lijn zijn specifieke competenties nodig opdat De Lijn haar publieke opdracht ten volle zou kunnen verwezenlijken.

De permanente ontwikkeling van de werknemers vormt een volwaardige activiteit binnen De Lijn, namelijk voor CC Talent/Ontwikkeling.

De partijen komen overeen dat het recht op ontwikkeling van de werknemer ook inhoudt dat deze een verantwoordelijkheid heeft in zijn eigen ontwikkeling.

Wordt tijdens de zitting van het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest van 25 november 2021 het volgende overeengekomen :

Artikel 1.Toepassingsgebied Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité 328.01 voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest en op alle werknemers in dienst van deze werkgevers.

Met "werknemers" wordt bedoeld : de loontrekkenden en weddetrekkenden die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst.

Art. 2.Voorwerp De onderhavige overeenkomst omvat de verbintenissen van De Lijn betreffende de opleiding van de werknemers in toepassing van : - de wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten betreffende werkbaar en wendbaar werk, artikelen 9 tot 21; - het koninklijk besluit van 5 december 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/2017 pub. 18/12/2017 numac 2017206212 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende uitvoering van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten houdende uitvoering van de eerste afdeling van hoofdstuk II van de wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten betreffende werkbaar en wendbaar werk.

De opleiding van werknemers is een prioriteit voor de onderneming. De onderneming verbindt zich ertoe om jaarlijks alle loon- en weddetrekkenden minimaal 2,5 dagen opleiding aan te bieden. Voor de invulling van het begrip opleiding is artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing.

Chauffeurs bouwen, door het volgen van de intensieve basisopleiding gedurende de eerste periode dat zij in dienst zijn, een equivalent op van gemiddeld 2,5 dagen opleiding per jaar gedurende de eerste vijf jaren van hun in dienst zijn. Nadien is dat voor buschauffeurs minimaal 2,5 dagen opleiding per jaar inclusief de wettelijk verplichte voortgezette opleidingen in het kader van het behouden van de vakbekwaamheid D. Ook elke tramchauffeur krijgt na deze eerste periode van 5 jaar na de basisopleiding minstens 2,5 dagen voortgezette opleiding per jaar.

Alle opleidingen kunnen zowel intern als extern worden gevolgd, maar zijn algemeen gericht op het bijleren en verruimen van de kennis van de medewerkers in het kader van hun professionele ontwikkeling, en gekoppeld aan de missie en doelstellingen van de organisatie.

Art. 3.Definitie opleidingen Opleidingen worden gedefinieerd zoals in de "Toelichtingsnota met betrekking tot de opleidingsactiviteiten opgenomen in de sociale balans" van de Nationale Bank.

Onder "opleidingen" wordt verstaan : - voortgezette beroepsopleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever : - formele opleidingsinitiatieven; - minder formele of informele opleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever; - initiële beroepsopleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever.

Art. 4.Het opleidingsaanbod Het doel van de verhoging van de participatiegraad van 2 naar 5 opleidingsdagen (zie interprofessionele opleidingsdoelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per jaar per medewerker, van kracht sinds 1 januari 2017) van de werknemers aan de opleidingen zal in het bijzonder geconcretiseerd worden door : - het hele opleidingsaanbod van De Lijn (inclusief rijschool); - de mogelijkheid tot het volgen van vaktechnische en softskills opleidingen binnen én buiten de onderneming; - het organiseren van alle wettelijk verplichte opleidingen; - de werknemer actief te informeren over mogelijke ontwikkelingsinitiatieven- en mogelijkheden (bijvoorbeeld via Intranet, literatuur, "on-the-job" trainingen,...) en te stimuleren om de aangereikte mogelijkheden optimaal te benutten; - het aanbieden van "on-the-job" training met het oog op de ontwikkeling van de voor de functie vereiste competenties; - het diversifiëren van de gehanteerde pedagogische en didactische middelen (bijvoorbeeld e-learning).

De vermelde methodes/opleidingswijzen zullen ingezet worden bij de verwezenlijking van het opleidingsaanbod en de toekomstige groeipaden.

Bij een evolutie van een halve extra opleidingsdag per tweejaarlijkse opleidings-collectieve arbeidsovereenkomst, wordt de termijn voor het groeipad naar 5 opleidingsdagen per jaar uiterlijk bereikt tegen 2030-2031.

Het beschikbare gedeelte van de loonmassa bestemd voor dit opleidingsaanbod wordt, overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 5 december 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/2017 pub. 18/12/2017 numac 2017206212 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende uitvoering van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten, bepaald op minstens 2 pct.

Art. 5.De doelgroepen Elke werknemer volgt de voorziene opleidingen(-trajecten) die een toegevoegde waarde hebben voor de functie en voor de ontwikkeling van zijn competenties.

Voor de loontrekkenden binnen de business unit Techniek zullen de opleidingsnoden in kaart gebracht worden, en zullen gelinkt worden aan de te volgen vaktechnische opleidingen.

Voor alle technische functies wordt het overzicht van de vereiste vaktechnische/softskill competenties geactualiseerd. Daaruit zal kunnen afgeleid worden welke opleidingen/opleidingenprogramma's kunnen/moeten gevolgd worden in het kader van de uitoefening van de huidige functie en de eventuele doorgroei naar een andere functie.

De opleidingen(-programma's) die in dit kader zullen aangeboden worden zullen de groei van de medewerker stapsgewijs ondersteunen.

Voor alle weddetrekkende functies, inclusief het leidinggevend personeel, worden de opleidingsnoden eveneens in kaart gebracht.

In een latere fase kunnen ook voor de volgende doelgroepen van weddetrekkenden opleidingsprogramma's worden aangeboden : - weddetrekkenden nieuw in een functie (via interne mobiliteit en aanwerving); - weddetrekkenden die voor heroriëntatie in aanmerking komen; - weddetrekkenden die kiezen voor een nieuwe uitdaging binnen De Lijn, en waarvoor een POP (Persoonlijk OntwikkelPlan) wordt opgesteld.

Art. 6.Deelname aan de opleidingen De werknemers volgen de opleidingen waarvoor ze uitgenodigd worden door De Lijn.

De leidinggevenden zien toe op de deelname van elk van hun werknemers aan de verschillende opleidingen die nodig zijn in het kader van de uitoefening van de functie, en engageren zich om hun medewerkers de ruimte te geven tot het bijwonen van opleidingen.

Ook de medewerkers zelf hebben een verantwoordelijkheid in het vergroten van hun deelname aan opleidingen en de ontwikkeling van hun competenties nodig voor het uitoefenen van hun functie.

Art. 7.Geldigheid De onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking op 25 november 2021 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2022.

Art. 8.Opzegging Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door één van de partijen opgezegd worden mits het respecteren van een opzeggingstermijn van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan alle partijen en bijkomend aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest.

Art. 9.Neerlegging en registratie Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst zal neergelegd worden met het oog op registratie op de Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt door de Koning algemeen verbindend verklaard.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 juli 2022.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^