gepubliceerd op 14 oktober 2026
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2025, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de sectorale verlofdagen
4 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2025, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de sectorale verlofdagen (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2025, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de sectorale verlofdagen.
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 4 oktober 2026.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, D. CLARINVAL _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de voedingsnijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2025 Sectorale verlofdagen (Overeenkomst geregistreerd op 24 februari 2026 onder het nummer 198180/CO/118)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders van de voedingsnijverheid, met uitzondering van de bakkerijen, de banketbakkerijen die "verse" producten vervaardigen voor onmiddellijke consumptie met zeer beperkte houdbaarheid en de verbruikszalen bij een banketbakkerij. § 2. Met "arbeiders" worden bedoeld : alle arbeiders zonder onderscheid naar gender.
HOOFDSTUK II. - Eindeloopbaandagen Afdeling 1. - Aantal dagen
Art. 2.§ 1. De arbeiders met 5 jaar anciënniteit bij de huidige werkgever, hebben recht op : - 3 eindeloopbaandagen per kalenderjaar vanaf 55 jaar; - 6 eindeloopbaandagen per kalenderjaar vanaf 57 jaar; - 9 eindeloopbaandagen per kalenderjaar vanaf 59 jaar; - 12 eindeloopbaandagen per kalenderjaar vanaf 62 jaar. § 2. De 3, 6, 9 en 12 dagen mogen niet gecumuleerd worden.
Art. 3.Deze dagen worden beschouwd als dagen met vrijstelling van arbeidsprestaties met behoud van loon en als zodanig aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Afdeling 2. Modaliteiten van toekenning
Art. 4.§ 1. De in artikel 2 vermelde dagen worden pro rata toegekend : - aan de deeltijds tewerkgestelde arbeiders; - aan de arbeiders waarvan de arbeidsovereenkomst in de loop van het kalenderjaar een einde neemt en dit in verhouding tot het aantal weken dat zij in dienst blijven.
Dit aantal dagen wordt afgerond op de hogere dag of halve dag. § 2. Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan gunstigere bepalingen op ondernemingsniveau.
Art. 5.Het volledig aantal eindeloopbaandagen wordt toegekend op 1 januari van het kalenderjaar waarin de arbeiders de vereiste leeftijd en anciënniteit bereiken.
Paritaire commentaar Voorbeeld 1 : Een voltijdse arbeider heeft al recht op 3 eindeloopbaandagen en bereikt op 23 maart 2025 de leeftijd van 57 jaar. Hij voldoet aan de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden. In 2025 heeft hij recht op 6 eindeloopbaandagen per kalenderjaar. Het volledige aantal eindeloopbaandagen wordt toegekend op 1 januari van het kalenderjaar waarin de arbeider de vereiste leeftijd bereikt heeft.
Voorbeeld 2 : Een arbeider voldoet op 23 maart 2025 aan de voorwaarden voor de eindeloopbaandagen op 55 jaar. Hij werkt halftijds. Bijgevolg heeft hij in 2025 recht op de 3 x 1/2 = 1,5 dag.
Art. 6.In de ondernemingen waar arbeiders op de vermelde leeftijd reeds beschikken over extra verlofdagen, kunnen deze eindeloopbaandagen via een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak worden omgezet in een gelijkwaardig voordeel voor die arbeiders.
HOOFDSTUK III. - Anciënniteitsverlof Afdeling 1. - Eén bijkomende verlofdag
Art. 7.§ 1. De arbeider die twintig jaar of meer anciënniteit heeft in de onderneming, heeft recht op één bijkomende verlofdag per kalenderjaar. § 2. Voor de toekenning van deze sectorale anciënniteitsdag wordt rekening gehouden met de anciënniteit bereikt op 1 januari van het kalenderjaar waarin de arbeiders de vereiste anciënniteit bereiken. § 3. Voor de arbeidsovereenkomsten afgesloten vanaf 1 januari 2025 worden de dagen van effectieve tewerkstelling als uitzendarbeider, die in de 24 maanden onmiddellijk voorafgaand aan het sluiten van de arbeidsovereenkomst in dezelfde onderneming werden gepresteerd, in aanmerking genomen voor het bepalen van de anciënniteit in het kader van deze sectorale anciënniteitsdag. § 4. Bestaande conventionele verlofdagen die op ondernemingsniveau werden ingevoerd, worden op deze bijkomende verlofdag in mindering gebracht. § 5. Deze bijkomende verlofdag wordt gecumuleerd met de eindeloopbaandagen bedoeld in hoofdstuk II. Afdeling 2. - Modaliteiten van toekenning
Art. 8.Deze bijkomende verlofdag is niet uitbetaalbaar en kan niet worden overgedragen naar een volgend kalenderjaar.
HOOFDSTUK IV. - Aanvullend verlof ingevolge ouderschapsverlof
Art. 9.§ 1. Arbeiders die tijdens een kalenderjaar minstens drie maanden ouderschapsverlof opnemen in een voltijds, halftijds of 1/5de-stelsel of een combinatie van voorgaande stelsels conform hoofdstuk IV, afdeling 5 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan en titel 5, hoofdstuk 2 van de programmawet van 18 juli 2025, hebben in het daaropvolgende kalenderjaar recht op één bijkomende verlofdag (volledige kalenderdag). § 2. Ouderschapsverlof opgenomen in een 1/10de-onderbreking wordt niet in aanmerking genomen voor het recht bedoeld in § 1. § 3. De bijkomende verlofdag wordt niet geprorateerd in functie van het type ouderschapsverlof zoals bedoeld in § 1. § 4. Deze bepaling is van toepassing op ouderschapsverlof dat wordt opgenomen vanaf 1 januari 2026.
Art. 10.§ 1. De kost van de in artikel 9 bedoelde bijkomende verlofdag wordt aan de werkgever vergoed door het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de voedingsnijverheid" via een forfaitaire tussenkomst van 200 EUR per toegekende verlofdag. § 2. Het in § 1 vermelde bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op 1 januari, conform de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juli 2011 betreffende de koppeling van de lonen van de arbeiders uit de voedingsnijverheid aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (106104/CO/118), met ingang van 1 januari 2027. § 3. De raad van beheer van het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de voedingsnijverheid" ziet toe op de praktische uitvoering van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2023, gesloten in het paritair comité voor de voedingsnijverheid betreffende de eindeloopbaandagen, geregistreerd onder het nummer 184106.
Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2026 en is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door elk van de partijen geheel of gedeeltelijk worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden, bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid en aan de daarin vertegenwoordigde organisaties.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 2026.
De Minister van Werk, D. CLARINVAL