Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 oktober 2026
gepubliceerd op 19 oktober 2026

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2025, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de sectorale verlofdagen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2026201891
pub.
19/10/2026
prom.
04/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

4 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2025, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de sectorale verlofdagen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2025, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de sectorale verlofdagen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 oktober 2026.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, D. CLARINVAL _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2025 Sectorale verlofdagen (Overeenkomst geregistreerd op 16 januari 2026 onder het nummer 197217/CO/220)

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers van de voedingsnijverheid en op de door hen tewerkgestelde bedienden. § 2. Onder "bedienden" wordt verstaan : de bedienden zonder onderscheid naar gender.

HOOFDSTUK II. - Eindeloopbaandagen Afdeling 1. - Aantal dagen


Art. 2.§ 1. De bedienden met 5 jaar anciënniteit bij de huidige werkgever, hebben recht op : - 1 eindeloopbaandag per kalenderjaar vanaf 55 jaar; - 2 eindeloopbaandagen per kalenderjaar vanaf 57 jaar; - 6 eindeloopbaandagen per kalenderjaar vanaf 59 jaar; - 8 eindeloopbaandagen per kalenderjaar vanaf 62 jaar. § 2. De 1, 2, 6 en 8 dagen mogen niet gecumuleerd worden. § 3. Vanaf 59 jaar moeten de bestaande conventionele verlofdagen op bedrijfsvlak aangerekend worden op 2 van de 6 of 8 eindeloopbaandagen.

Art. 3.Deze dagen worden beschouwd als dagen met vrijstelling van arbeidsprestaties met behoud van loon en als zodanig aangegeven aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Afdeling 2. - Modaliteiten van toekenning


Art. 4.§ 1. De in artikel 2 vermelde dagen worden pro rata toegekend : - aan de deeltijds tewerkgestelde bedienden; - aan de bedienden waarvan de arbeidsovereenkomst in de loop van het kalenderjaar een einde neemt en dit in verhouding tot het aantal weken dat zij in dienst blijven.

Dit aantal dagen wordt afgerond op de hogere dag of halve dag. § 2. Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan gunstigere bepalingen op ondernemingsniveau.

Art. 5.Het volledig aantal eindeloopbaandagen wordt toegekend op 1 januari van het kalenderjaar waarin de bediende de vereiste leeftijd en anciënniteit bereikt.

Paritaire commentaar Voorbeeld 1 : Een voltijds bediende bereikt op 23 maart 2025 de leeftijd van 59 jaar. Hij voldoet aan de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden. In 2025, heeft hij recht op 6 eindeloopbaandagen per kalenderjaar. Het volledige aantal eindeloopbaandagen wordt toegekend op 1 januari van het kalenderjaar waarin de bediende de vereiste leeftijd bereikt heeft, dit wil zeggen 1 januari 2025 in het voorbeeld.

Voorbeeld 2 : Een bediende voldoet op 23 oktober 2025 aan de voorwaarden voor de eindeloopbaandagen op 59 jaar. Hij werkt halftijds. De bediende heeft ook recht op twee conventionele dagen. Daarom heeft hij in 2025 recht op 6 - 2 = 4 x 1/2 = 2 eindeloopbaandagen. Het volledige aantal eindeloopbaandagen wordt toegekend op 1 januari van het kalenderjaar waarin de bediende de vereiste leeftijd bereikt heeft, dit wil zeggen 1 januari 2025 in het voorbeeld.

Voorbeeld 3 : Een voltijdse bediende voldoet op 1 december 2025 aan de voorwaarden voor de eindeloopbaandagen op 55 jaar. Bijgevolg heeft hij op 1 januari 2025 recht op 1 eindeloopbaandag.

Art. 6.In de ondernemingen waar bedienden op de vermelde leeftijd reeds beschikken over extra verlofdagen, kunnen de eindeloopbaandagen waarop geen ander verlof aangerekend wordt (cfr. artikel 2, § 3) via een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak worden omgezet in een gelijkwaardig voordeel voor die bedienden.

HOOFDSTUK III. - Aanvullend verlof ingevolge ouderschapsverlof

Art. 7.§ 1. Bedienden die tijdens een kalenderjaar minstens drie maanden ouderschapsverlof opnemen in een voltijds, halftijds of 1/5de-stelsel of een combinatie van voorgaande stelsels conform hoofdstuk IV, afdeling 5 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan en titel 5, hoofdstuk 2 van de programmawet van 18 juli 2025, hebben in het daaropvolgende kalenderjaar recht op één bijkomende verlofdag (volledige kalenderdag). § 2. Ouderschapsverlof opgenomen in een 1/10de-onderbreking wordt niet in aanmerking genomen voor het recht bedoeld in § 1. § 3. De bijkomende verlofdag wordt niet geprorateerd in functie van het type ouderschapsverlof zoals bedoeld in § 1. § 4. Deze bepaling is van toepassing op ouderschapsverlof dat wordt opgenomen vanaf 1 januari 2026.

Art. 8.§ 1. De kost van de in artikel 7 bedoelde bijkomende verlofdag wordt aan de werkgever vergoed door het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de bedienden uit de voedingsnijverheid" via een forfaitaire tussenkomst van 200 EUR per toegekende verlofdag. § 2. Het in § 1 vermelde bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op 1 januari, conform de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 december 2011 betreffende de koppeling van de lonen van de bedienden uit de voedingsnijverheid aan het indexcijfer (107571/CO/220), met ingang van 1 januari 2027. § 3. De raad van beheer van het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor bedienden uit de voedingsnijverheid" ziet toe op de praktische uitvoering van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst.

HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2023, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid betreffende de eindeloopbaandagen, geregistreerd onder het nummer 184873.

Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2026 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan door elk van de partijen geheel of gedeeltelijk worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden, bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid en aan de daarin vertegenwoordigde organisaties.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


^