Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 oktober 2026
gepubliceerd op 19 oktober 2026

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het opleidingsplan en opleidingsrecht van de werknemers in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector van de goederenbehandeling voor rekening van derden

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2026006210
pub.
19/10/2026
prom.
04/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

4 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het opleidingsplan en opleidingsrecht van de werknemers in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector van de goederenbehandeling voor rekening van derden (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het opleidingsplan en opleidingsrecht van de werknemers in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector van de goederenbehandeling voor rekening van derden.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 oktober 2026.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, D. CLARINVAL _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair comité voor het vervoer en de logistiek Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2026 Opleidingsplan en opleidingsrecht van de werknemers in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector van de goederenbehandeling voor rekening van derden (Overeenkomst geregistreerd op 10 maart 2026 onder het nummer 198454/CO/140)

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité 140.03 voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden. § 2. Onder "werknemers" wordt verstaan : de arbeiders en arbeidsters, aangegeven in de RSZ-categorie 083.

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van de hoofdstukken 9 - "opleidingsplannen" en 12 - "investeren in opleiding" van de wet van 3 oktober 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/10/2022 pub. 10/11/2022 numac 2022206360 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende diverse arbeidsbepalingen sluiten houdende diverse arbeidsbepalingen, hierna genoemd "Arbeidsdeal".

HOOFDSTUK II. - Begrippen

Art. 3.Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder : - "SFTL" : het "Sociaal Fonds Transport en logistiek" opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 19 juli 1973 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Sociaal Fonds voor het vervoer van goederen met motorvoertuigen" en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 december 1973 (Belgisch Staatsblad van 15 januari 1974), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 1993, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 april 1994 (Belgisch Staatsblad van 16 juni 1994) en gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 houdende wijziging van de benaming van het "Sociaal Fonds voor het vervoer van goederen met voertuigen" in "Sociaal Fonds voor het goederenvervoer en aanverwante activiteiten voor rekening van derden" en wijziging van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 november 1999 (Belgisch Staatsblad van 28 december 1999), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 september 2004, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 augustus 2005 (Belgisch Staatsblad van 23 november 2005), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 2007 betreffende de wijziging van de benaming van het "Sociaal Fonds voor het goederenvervoer en aanverwante activiteiten voor rekening van derden" in "Sociaal Fonds Transport en Logistiek" algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 mei 2008 (Belgisch Staatsblad van 10 juni 2008), alsook de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 september 2011 betreffende de wijziging van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid "Sociaal Fonds Transport en Logistiek" geregistreerd onder nummer 106705/CO/140 en laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 16 februari 2012 betreffende wijziging van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid "Sociaal Fonds Transport en Logistiek", geregistreerd onder nummer 109264/CO/140; - "Formele opleiding" : door lesgevers of opleiders ontwikkelde cursussen en stages. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van organisatie van de opleider of opleidingsinstelling. Ze gaan door op een plaats die duidelijk van de werkplek gescheiden is. Ze richten zich tot een groep leerlingen. Die opleidingen kunnen ontwikkeld en beheerd worden door de onderneming zelf of door een extern organisme; - "Informele opleiding" : de opleidingsactiviteiten, andere dan de formele opleidingen die rechtstreeks betrekking hebben op het werk.

Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van zelforganisatie door de individuele leerling of door een groep leerlingen met betrekking tot de tijd, de plaats en de inhoud, een inhoud die gekozen wordt volgens de individuele behoeften van de leerling op de werkplek, en met een rechtstreeks verband met het werk en de werkplek, met inbegrip van deelname aan conferenties of beurzen voor leerdoeleinden; - "Opleidingsbudget" : jaarlijks heeft elke onderneming uit de sector recht op een opleidingsbudget. De onderneming kan dit budget aanwenden om opleiding van werknemers van de onderneming aangegeven onder de RSZ-categorie 083, te bekostigen.

HOOFDSTUK III. - Opleidingsplan

Art. 4.Iedere werkgever stelt jaarlijks, in uitvoering van artikel 36 van de Arbeidsdeal, vóór 31 maart een opleidingsplan op.

Hierbij besteedt de werkgever in het bijzonder aandacht aan : - de werknemers behorend tot de risicogroepen zoals bedoeld in artikel 35 wet houdende diverse arbeidsbepalingen van 3 oktober 2022; - de genderdimensie; - de knelpuntberoepen.

Het opleidingsplan bevat minstens een overzicht van de te volgen formele en informele opleidingen. Deze opleidingen vormen een investering in opleiding bedoeld in hoofdstuk 12 van de wet houdende diverse arbeidsbepalingen van 3 oktober 2022.

De opleidingen in het kader van de nascholing vakbekwaamheid en eventuele ADR of andere verplichte opleidingen worden in het opleidingsplan meegenomen als formele opleidingen.

De "on-the-job" trainingen die nu reeds in de ondernemingen worden gegeven worden in het opleidingsplan meegenomen als informele opleidingen.

Om aan zijn verplichting inzake het jaarlijks opleidingsplan te voldoen, kan de werkgever gebruik maken van het model in bijlage. De werkgever kan echter ook gebruik maken van zijn eigen model op voorwaarde dat dit voldoet aan de bepalingen uit hoofdstuk 9 - "opleidingsplannen" van de Arbeidsdeal.

Art. 5.De verplichting tot het opmaken van een opleidingsplan zoals opgenomen in artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op werkgevers die minder dan 20 werknemers tewerkstellen.

HOOFDSTUK IV. - Individueel opleidingsrecht

Art. 6.§ 1. In ondernemingen met minder dan 10 werknemers, berekend overeenkomstig artikel 50, § 2 van de Arbeidsdeal geldt geen individueel opleidingsrecht. § 2. In ondernemingen met meer dan 10 werknemers en minder dan 20 werknemers, uitgedrukt in VTE, geldt een individueel opleidingsrecht van één opleidingsdag per jaar voor een voltijdse werknemer. § 3. In ondernemingen met 20 of meer werknemers wordt het individueel opleidingsrecht, overeenkomstig artikel 54, § 2, vastgelegd op twee dagen voor een voltijdse werknemer, tenzij op ondernemingsvlak al een hoger opleidingsrecht werd voorzien. § 4. Voor de invulling van het individuele opleidingsrecht komen enkel professionele en sectorgerelateerde opleidingen in aanmerking.

Hieronder wordt onder meer verstaan : - Nascholing code 95; - ADR of andere wettelijk verplichte opleidingen; - Opleidingen die toeleiden tot een (knelpunt)beroep in Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden, zoals rijbewijsopleiding, hef- of reachtruckopleidingen,... - Taalopleidingen. § 5. Het groeipad voor de ondernemingen met 20 of meer werknemers wordt als volgt vastgelegd : - 2 dagen voor een voltijdse werknemer in 2023; - 3 dagen voor een voltijdse werknemer in 2025; - 4 dagen voor een voltijdse werknemer vanaf 2027; - 5 dagen voor een voltijdse werknemer vanaf 2030.

Dit groeipad zal binnen het SFTL worden geëvalueerd. § 6. Het saldo van de niet opgebruikte opleidingsdagen wordt op het einde van het jaar overgedragen naar het daaropvolgende jaar, zonder dat dit saldo in mindering mag worden gebracht van het opleidingskrediet van de werknemer in dat jaar.

Doel is dat op het einde van elke periode van vijf jaar, die ten vroegste kan beginnen op 1 januari 2024 (of vóór het einde van de arbeidsovereenkomst indien deze stopt voordat de voormelde periode van vijf jaar afloopt), de voltijdse werknemer minimum het in artikel 6 bepaalde aantal opleidingsdagen per jaar heeft opgenomen. Na vijf jaar wordt het saldo van het beschikbare opleidingskrediet opnieuw op nul gezet. § 7. De originele attesten die door de opleidingsinstellingen aan de werkgever afgeleverd worden naar aanleiding van de door de werknemer gevolgde formele en informele opleidingen, dienen onverwijld aan de werknemer te worden overgemaakt.

HOOFDSTUK V. - Nascholing code 95

Art. 7.Iedere werkgever, ongeacht het aantal tewerkgestelde werknemers, moet ervoor zorgen dat iedere chauffeur met rijbewijs C/CE 5-jaarlijks, vóór de vervaldag van de code 95, de nodige vorming heeft gevolgd.

In de ondernemingen waar het individueel opleidingsrecht van toepassing is, gelden deze nascholingen als invulling van het individueel opleidingsrecht.

HOOFDSTUK VI. - Vergoeding voor de opleidingsdagen

Art. 8.§ 1. De opleiding kan binnen of buiten de normale werkuren worden gevolgd.

De opleidingsuren worden betaald aan het gewone loon voor de arbeidsuren.

De opleidingsuren die buiten de normale werkuren gevolgd worden, worden eveneens betaald aan het reële uurloon arbeidstijd maar geven geen aanleiding tot de betaling van een eventueel overloon. § 2. Indien de opleiding een bijkomende verplaatsing voor de werknemer vereist zal deze desgevallend vergoed worden conform de collectieve arbeids overeenkomst van 20 oktober 2022Relevante gevonden documenten type overeenkomst prom. 20/10/2022 pub. 01/12/2022 numac 2022033898 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Technisch reglement houdende diagnostische referentieniveaus in radiodiagnose met röntgenstraling sluiten tot vaststelling van de werkgeverstussenkomst voor het woon-werkverkeer (176494/CO/140) en zijn eventueel opvolgende collectieve arbeidsovereenkomsten.

HOOFDSTUK VII. - Financiële tussenkomst door het "Sociaal Fonds Transport en Logistiek"

Art. 9.Met uitzondering van de lonen van de deelnemende werknemers betaald voor de uren vermeld onder artikel 8, geven de kosten voor de opleiding (formeel of informeel) georganiseerd door de werkgever tot en met 30 juni 2026 recht op een financiële tussenkomst van het SFTL, genaamd opleidingsbudget.

Art. 10.Voor het jaar 2026 hebben werkgevers nog recht op : - 12,50 EUR per arbeider in bedrijven met zes of meer arbeiders; - 25 EUR per arbeider in bedrijven met 1 tot en met 5 arbeiders.

De berekening van het budget gebeurt in functie van het aantal arbeiders in dienst bij de werkgever op 30 juni 2025.

Vanaf 1 juli 2026 wordt geen nieuw opleidingsbudget toegekend.

Art. 11.Het opleidingsbudget kan enkel aangewend worden voor arbeidsgerelateerde opleidingen.

De aanwending van dit opleidingsbudget beperkt zich tot de delging van (een deel van) de loonkost van de interne lesgever(s) of de factuur van de externe opleidingsverstrekker.

Voor interne opleidingen zal een forfaitair bedrag bepaald worden, per opleidingsuur dat werd gegeven, ongeacht het aantal opgeleide personen.

Na uitvoering van de opleiding zal de werkgever een uitbetalingsaanvraag indienen bij het SFTL. De door de werkgever gedragen kost kan ten vroegste vallen in de periode van 6 maand voorafgaand aan de vaste indiensttreding bij het bedrijf.

Om recht te openen op een tussenkomst dient de werknemer minimaal 1 dag in dienst te zijn onder de RSZ-categorie 083.

De werkgevers waarbij syndicale overlegorganen aanwezig zijn, dienen de opleiding voor te leggen aan (in rangorde, volgens aanwezigheid in de onderneming) hetzij de ondernemingsraad, hetzij het comité voor preventie en bescherming op het werk, hetzij de syndicale afvaardiging.

Art. 12.Werkgevers die het toegekende opleidingsbudget niet opgebruikten, kunnen nog tot en met 31 december 2026 aanspraak maken op het budget.

HOOFDSTUK VIII. - Geldigheidsduur

Art. 13.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2026 en is van onbepaalde duur. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 februari 2023 betreffende het opleidingsplan en opleidingsrecht, nr. 179636. § 2. De collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de contracterende partijen worden opgezegd. Deze opzegging moet drie maanden op voorhand geschieden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, die zonder verwijl de betrokken partijen in kennis zal stellen. De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum van verzending van bovengenoemde aangetekende brief.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende het opleidingsplan en opleidingsrecht van de werknemers in de subsector voor het goederenvervoer ten lande voor rekening van derden en de subsector van de goederenbehandeling voor rekening van derden SECTORAAL MODEL OPLEIDINGSPLAN - PC 140.03 Naam bedrijf : ......... . . . . . ...........................

RSZ-nummer : ......... . . . . . ...........................

Geldig van ....../....../........... tot ....../....../.............

I. Doelstellingen van het opleidingsplan Met specifieke aandacht voor : - de werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of niet bezaten bij overlijden; - personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid; - de 50-plussers; - knelpuntberoepen; - de genderdimensie.

De genderdimensie slaat kwantitatief op het gegeven dat er wordt naar gestreefd dat er geen ongelijke behandeling naar gender of ongelijke kansen zijn naar gender in het uitgestippelde opleidingsbeleid van het opleidingsplan. Kwalitatief slaat het op het gegeven dat er in het opleidingsaanbod aandacht wordt besteed aan vorming met betrekking tot, gendergelijkheid en preventie van discriminatie.

II. Concrete opleidingsinitiatieven - Doelgroep (rijdend/niet-rijdend/garagepersoneel) - Opleiding (titel, omschrijving) - Duurtijd - Formele/informele opleiding? - Timing (exacte datum of periode waarin opleiding is gepland) - Code 95? (ja/neen) Teller Aantal opleidingsdagen toegekend door de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2026 : Aantal opleidingsdagen of dagdelen toegekend door dit opleidingsplan : Mate van het bereiken van het aantal opleidingsdagen toegekend door de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2026 door dit opleidingsplan : ...../......

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


^