Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 mei 1999
gepubliceerd op 15 juli 1999

Koninklijk besluit houdende instelling van een Commissie voor kunsten bij de Regie der Gebouwen

bron
ministerie van ambtenarenzaken
numac
1999002092
pub.
15/07/1999
prom.
04/05/1999
ELI
eli/besluit/1999/05/04/1999002092/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

4 MEI 1999. - Koninklijk besluit houdende instelling van een Commissie voor kunsten bij de Regie der Gebouwen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het besluit van de Regent van 23 oktober 1946 tot het samenbrengen in het Departement van Openbare Werken van de bevoegdheden betreffende de Rijksgebouwen;

Gelet op het besluit van de Regent van 16 oktober 1947 houdende instelling van een Commissie van Advies inzake Kunst en Kunstambachten, zoals gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 2 september 1957, 30 mei 1962, 22 maart 1965, 15 februari 1977 en 9 september 1988;

Gelet op de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, gewijzigd door de wetten van 28 december 1973, 22 december 1989, 20 juli 1990 en 15 januari 1999 en door het koninklijk besluit van 18 november 1996;

Gelet op de programmawet van 22 december 1989, inzonderheid op het artikel 334;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit Besluit wordt verstaan onder : de Minister : de Minister of de Staatssecretaris die de beheersbevoegdheid heeft over de Regie der Gebouwen; de Regie : de Regie der Gebouwen; de Commissie : de Commissie voor kunsten.

Art. 2.Bij de Regie wordt een Commissie voor kunsten ingesteld. De zetel van de Commissie in gevestigd te Brussel.

Art. 3.De Commissie heeft tot taak : 1° de Minister te adviseren over het beleid inzake integratie van kunstwerken in terreinen, gebouwen en hun aanhorigheden welke beheerd worden door de Regie.Jaarlijks, stelt de commissie aan de Minister een verslag voor, waarin zij de balans opmaakt van haar werkzaamheden tijdens het voorbije jaar. In dat verslag, stelt zij ook, voor het komende jaar, de te ondernemen acties voor, evenals de procedures die daarvoor dienen aangewend te worden en de vast te leggen kredieten; 2° een advies te verlenen over de integratie van kunstwerken op terreinen, in gebouwen en hun aanhorigheden welke beheerd worden door de Regie.

Art. 4.Het advies van de Commissie heeft betrekking op : 1° de terreinen, en de gebouwen waarin kunstwerken kunnen worden geïntegreerd;2° de aard van de kunstwerken en hun bestemming in de onroerende goederen bedoeld onder punt 1 en de budgetten die dienen vastgelegd te worden;3° de procedures voor de toekenning van de opdrachten betreffende de creatie en de realisatie van de kunstwerken en de personen die voor de creatie van kunstwerken in aanmerking komen;4° het schetsontwerp, het voorwerp en het uitvoeringsontwerp, de voorlopige en definitieve oplevering van het kunstwerk.

Art. 5.Op hun verzoek en voor hun rekening kan de Commissie zijn advies verlenen inzake de integratie van kunstwerken in terreinen, gebouwen en hun aanhorigheden die beheerd worden door de fysieke en rechtspersonen ten aanzien van dewelke de Regie bevoegd is om haar diensten te verlenen.

Art. 6.§ 1. Behoudens het voorzitterschap waargenomen door de Directeur-generaal der gebouwen, telt de Commissie tien vaste leden en tien plaatsvervangende leden. Twee vaste leden en twee plaatsvervangende leden zijn ambtenaren van de Regie. Acht vaste leden en acht plaatsvervangende leden worden gekozen onder persoonlijkheden die een ontegenspreklijke bekwaamheid vertonen op het vlak van plastische kunst en artistieke integratie in de architectuur. § 2. De Commissie telt bovendien vier wisselende leden, aangewezen in functie van de gebouwen die in aanmerking komen voor de integratie van een kunstwerk. Zij nemen deel aan de deliberaties van de Commissie in de mate dat deze deliberaties een gebouw betreffende dat behoort tot hun bevoegheden. Twee leden zijn ambtenaren van de Regie die de betrokkene buitendienst vertegenwoordigen. Een lid vertegenwoordigt de architect, ontwerper van het gebouw. Een lid vertegenwoordigt de bezettende dienst van het betrokken gebouw. § 3. Op straffe van ontslag van rechtswege mogen deze leden tijdens hun ambtstermijn, geen opdracht aanvaarden voor de uitvoering van een kunstwerk voor rekening van de Regie of voor rekening van één van de personen die overeenkomstig artikel 5 van dit besluit op advies van de Commissie een beroep doen. § 4. Daarnaast fungeren, als secretaris, zonder stemrecht, twee ambtenaren van de Regie, van verschillende taalrol. Twee ambtenaren van de Regie, van verschillende taalrol, worden aangewezen als plaatsvervangende secretarissen. § 5. Alle leden worden aangewezen door de Minister. § 6. Het mandaat van de leden en van de secretarissen duurt vier jaar en is hernieuwbaar.

Art. 7.De Minister stelt het huishoudelijk reglement van de Commissie vast.

Hij bepaalt het bedrag van de werkingskosten van de Commissie.

Art. 8.Het besluit van de Regent van 16 oktober 1947 houdende instelling van een Commissie van Advies inzake Kunst en Kunstambachten en de in uitvoering daarvan genomen besluiten worden opgeheven.

Art. 9.Onze Minister van Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 mei 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Ambtenarenzaken, A. FLAHAUT

^