Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 februari 1997
gepubliceerd op 10 juni 1997

Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van de Regie der Gebouwen

bron
ministerie van ambtenarenzaken
numac
1997002023
pub.
10/06/1997
prom.
04/02/1997
ELI
eli/besluit/1997/02/04/1997002023/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

4 FEBRUARI 1997. Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van de Regie der Gebouwen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 11, § 1, vervangen bij de wet van 22 juli 1993;

Gelet op de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, gewijzigd en aangevuld bij de wetten van 28 december 1973, 22 december 1989 en 20 juli 1990;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 3, § 1, 37°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 september 1994 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 1995;

Gelet op het koninklijk besluit van 4 februari 1997 betreffende de hiërarchische indeling van de bijzondere graden waarvan de personeelsleden van de Regie der Gebouwen titularis kunnen zijn;

Gelet op het advies van de Directieraad;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 10 oktober 1996;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 10 oktober 1996;

Gelet op het protocol nr. 65/3 van 16 december 1996 van het Sectorcomité I « Algemeen Bestuur »;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat zonder verwijl de bepalingen inzake vereenvoudiging van de loopbaan en de bevordering door verhoging in weddeschaal voorzien voor de aan de ministeries gemene graden ook dienen te worden toegepast op de loopbanen voor de bijzondere graden bij de Regie der Gebouwen, teneinde de continuïteit van de dienst te verzekeren.

Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. In afwijking van artikel 43 van het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4, worden de ambtenaren die, op 1 januari 1994 titularis waren van één van de graden die vermeld zijn in de linkerkolom, ambtshalve benoemd in de graden die in de rechterkolom voorkomen : Controleur van werken Technisch assistent Eerste tekenaar Eerstaanwezend Eerstaanwezend controleur van werken technisch assistent Hoofdtekenaar § 2. In afwijking van voormeld artikel 43 van hetzelfde koninklijk besluit van 14 september 1994 worden ook de ambtenaren die op 1 januari 1994 laureaat zijn van het examen voor bevordering in graad tot de graad van eerste tekenaar of controleur van werken ambtshalve benoemd tot de graad van technisch assistent.

Art. 2.De ambtenaren die, op de datum van 1 januari 1994, titularis zijn van één van de hierna in de linkerkolom vermelde geschrapte graden, worden ambtshalve benoemd in één van de graad die in de rechterkolom voorkomt : Hoofd van de Huishoudelijke dienst Klerk Landschapsdeskundige (rang 22) Landschapsdeskundige (rang 26) Eerstaanwezend technisch Eerstaanwezend technisch helper (rang 22) helper (rang 26) Eerste technisch helper (rang 21) Landschapsdeskundige Landschapsdeskundige van 1e klasse (rang 23) van 1e klasse (rang 27) Eerstaanwezend landschaps- Eerstaanwezend landschaps. deskundige deskundige (rang 24) (rang 28) Tuinarchitect (rang 24) Eerstaanwezend land- schapsdeskundige (rang 28) Hoofdtechnisch helper Hoofdtechnisch helper (rang 24) (rang 28) Eerste deskundige Eerste conducteur van werken (rang 25) (rang 29) Chef elektricien (rang 34) Vakman (rang 30) Precisie werkman D Vakman (rang 30) (rang 30) Geschoold werkman A Arbeider (rang 41) (rang 40) Geschoold werkman B Geschoold arbeider (rang 42) (rang 42) Eerste vakman Geschoold arbeider (rang 43) (rang 42) Eerste vakman A Geschoold arbeider (rang 44) (rang 44)

Art. 3.De ambtenaren die, op de datum van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit betreffende de personeelsformatie van de Regie der Gebouwen, titularis zijn van één van de hierna vermelde geschrapte graden, worden ambtshalve benoemd tot de graad van wachter (rang 42) : Wachter (rang 40) Wachter 1ste klasse (rang 41) Eerstaanwezend wachter (rang 42) Adjunct-hoofdwachter (rang 43) Hoofdwachter (rang 44)

Art. 4.In afwijking van artikelen 47 en 53 van het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4 worden de ambtenaren, die op datum van 1 januari 1994 de titularis zijn van één van de hierna vermelde geschrapte graden, ambtshalve benoemd tot de graad van technisch adjunct (rang 30) : Adjunct-werkopzichter Adjunct-tekenaar Werkopzichter Adjunct-tekenaar 1ste klasse Eerste werkopzichter Eerste adjunct-tekenaar

Art. 5.§ 1. De ambtenaren die krachtens de vorige artikelen van dit besluit benoemd zijn behouden in hun nieuwe graad de graadanciënniteit welke verkregen was in de graad waarvan ze titularis waren.

De ambtenaren die in niveau 2+ benoemd zijn, behouden in dat niveau de anciënniteit verkregen in de graad waarvan ze titularis waren. § 2. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van klerk (rang 30) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van rang 35, 34, 32 en 30 geacht verricht te zijn in de graad van rang 30. § 3. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van technisch adjunct (rang 30) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 34, 32 en 30 geacht verricht te zijn in de graad van rang 30. § 4. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend technisch assistent (rang 28) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rang 24 geacht verricht te zijn in de graad van rang 28. § 5. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van technisch assistent (rang 26) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rang 22 geacht verricht te zijn in de graad van rang 26. § 6. In afwijking van § 1 van dit artikel worden voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend technisch helper (rang 26) worden benoemd, slechts de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rang 22 geacht verricht te zijn in de graad van rang 26. § 7. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend landschapsdeskundige (rang 28) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van rang 24 geacht verricht te zijn in de graad van rang 28. § 8. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaar die in de graad van eerste conducteur van werken (afgeschafte graad - rang 29) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van rang 25 geacht verricht te zijn in de graad van rang 29. § 9. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van vakman (rang 30) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 34, 32 en 30 geacht verricht te zijn in de graad van rang 30. § 10. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van geschoold arbeider (rang 42) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 44, 43 en 42 geacht verricht te zijn in de graad van rang 42. § 11. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in een graad van arbeider (rang 40) worden benoemd, worden de in de aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 41 en 40 geacht verricht te zijn in de graad van rang 40.

Art. 6.Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaen die in de graad van wachter (rang 42) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 44, 43, 42, 41 en 40 geacht verricht te zijn in de graad van rang 42.

Art. 7.De graad van hoofdtechnisch adjunct kan enkel worden toegekend aan de ambtenaren die titularis zijn van de graad van technisch adjunct en die geslaagd zijn voor een examen voor verhoging in graad, waarvan de nadere regels inzake organisatie worden vastgesteld door de Minister, die de Regie der Gebouwen onder zijn bevoegdheid heeft, na advies van de vastwervingssecretaris.

Art. 8.De door de in de artikelen 1 tot 5 bedoelde ambtenaren verkregen weddenanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.

Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1994 met uitzondering van de artikelen 3 en 6 die in werking treden op dezelfde dag als het koninklijk besluit van 10 januari 1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van de Regie der Gebouwen.

Art. 10.Onze Minister van Ambtenarenzaken in belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 februari 1997.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Ambtenarenzaken, A. FLAHAUT

^