Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 60/2020 van 7 mei 2020 Rolnummer 7093 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 17, § 1, 4°, en 20 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen."
Uittreksel uit arrest nr. 60/2020 van 7 mei 2020 Rolnummer 7093 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 17, § 1, 4°, en 20 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen. Extrait de l'arrêt n° 60/2020 du 7 mai 2020 Numéro du rôle : 7093 En cause : la question préjudicielle relative aux articles 17, § 1 er , 4°, et 20 du Code des impôts sur les revenus 1992, posée par la Cour d'appel d'Anvers. composée des présidents A. Alen et F. Daoût, et des juges L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 60/2020 van 7 mei 2020 Extrait de l'arrêt n° 60/2020 du 7 mai 2020
Rolnummer 7093 Numéro du rôle : 7093
In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 17, § 1, 4°, En cause : la question préjudicielle relative aux articles 17, § 1er,
en 20 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door 4°, et 20 du Code des impôts sur les revenus 1992, posée par la Cour
het Hof van Beroep te Antwerpen. d'appel d'Anvers.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. composée des présidents A. Alen et F. Daoût, et des juges L. Lavrysen,
Lavrysen, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen, J.
Leysen, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y. Moerman et M. Pâques, assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée
Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, par le président A. Alen,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Objet de la question préjudicielle et procédure
Bij arrest van 18 december 2018, waarvan de expeditie ter griffie van Par arrêt du 18 décembre 2018, dont l'expédition est parvenue au
het Hof is ingekomen op 10 januari 2019, heeft het Hof van Beroep te greffe de la Cour le 10 janvier 2019, la Cour d'appel d'Anvers a posé
Antwerpen de volgende prejudiciële vraag gesteld : la question préjudicielle suivante :
« Is artikel 17 § 1, 4° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, « L'article 17, § 1er, 4°, du Code des impôts sur les revenus 1992, à
samen te lezen met artikel 20 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen lire en combinaison avec l'article 20 du Code des impôts sur les
1992 verzoenbaar met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in de revenus 1992, est-il compatible avec les articles 10, 11 et 172 de la
interpretatie luidens dewelke deze artikelen een belasting voorzien op Constitution, dans l'interprétation selon laquelle ces articles
een forfaitaire rentecomponent van 3 %, zelfs indien het totaal bedrag prévoient un impôt sur une composante d'intérêts forfaitaire de 3 %,
van de werkelijk ontvangen lijfrente lager is dan 3 % ? ». même si le montant total de la rente viagère réellement perçue est inférieur à 3 % ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
B.1. Een lijfrente is een bedrag dat periodiek door de renteplichtige B.1. Une rente viagère est un montant qui est versé périodiquement par
aan een begunstigde wordt uitbetaald. Dat bedrag wordt doorgaans le débirentier à un bénéficiaire. Ce montant est généralement payé
betaald in het kader van een lijfrenteovereenkomst die de begunstigde dans le cadre d'un contrat de rente viagère, auquel le bénéficiaire a
heeft aangegaan door de storting van een kapitaal. De inkomsten uit souscrit par le versement d'un capital. Les revenus de rentes viagères
lijfrenten zijn onder bepaalde voorwaarden als roerende inkomsten sont, sous certaines conditions, soumis à l'impôt des personnes
onderworpen aan de personenbelasting. physiques, en tant que revenus mobiliers.
Artikel 17, § 1, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, L'article 17, § 1er, 4°, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel
zoals van toepassing in het aanslagjaar 2014, bepaalt : qu'il était applicable lors de l'exercice d'imposition 2014, dispose :
« Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen zijn alle opbrengsten « Les revenus des capitaux et biens mobiliers sont tous les produits
van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk : d'avoirs mobiliers engagés à quelque titre que ce soit, à savoir :
[...] [...]
4° inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten die 4° les revenus compris dans des rentes viagères ou temporaires qui ne
geen pensioenen zijn en na 1 januari 1962 onder bezwarende titel zijn constituent pas des pensions et qui, après le 1er janvier 1962, sont
aangelegd ten laste van enige rechtspersoon of onderneming. De constituées à titre onéreux à charge de personnes morales ou
lijfrenten die zijn aangelegd tegen storting met afstand van een d'entreprises quelconques. Les rentes viagères qui sont constituées
kapitaal dat is gevormd, ofwel, met bijdragen of premies als bedoeld moyennant versement à capital abandonné, formé, soit au moyen de
in artikel 34, § 1, 2°, ofwel, in het kader van een aanvullend cotisations ou primes visées à l'article 34, § 1er, 2°, soit dans le
pensioen voor zelfstandigen als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°bis, cadre d'une pension complémentaire des indépendants visée à l'article
zijn geen pensioenen ». 34, § 1er, 2°bis, ne constituent pas des pensions ».
B.2. De prejudiciële vraag heeft inzonderheid betrekking op de B.2. La question préjudicielle porte en particulier sur la base
belastbare grondslag voor de inkomsten uit lijfrenten. imposable des revenus des rentes viagères.
Bij een lijfrente met afstand van kapitaal bestaat de Dans le cas d'une rente viagère à capital abandonné, le versement de
lijfrente-uitkering uit twee componenten : een gedeeltelijke la rente viagère est constitué de deux composantes : le remboursement
terugbetaling van het kapitaal (de kapitaalcomponent) en het inkomen partiel du capital (la composante de capital) et le revenu généré par
dat door het kapitaal is opgebracht (de rentecomponent). Enkel de le capital (la composante d'intérêts). Seule la composante d'intérêts
rentecomponent is belastbaar. est imposable.
Artikel 20 van hetzelfde Wetboek bepaalt : L'article 20 du même Code dispose :
« Wanneer in artikel 17, § 1, 4°, vermelde lijfrenten of tijdelijke « Lorsque les rentes viagères ou temporaires visées à l'article 17, §
renten zijn aangelegd tegen storting met afstand van het kapitaal, 1er, 4°, sont constituées moyennant versement à capital abandonné, le
wordt het belastbare bedrag ervan beperkt tot 3 pct. van dat kapitaal; montant imposable de celles-ci est limité à 3 pct de ce capital;
betreft het renten die voortvloeien uit de overdracht van de eigendom, lorsqu'il s'agit de rentes résultant de la translation de la
de blote eigendom of het vruchtgebruik van onroerende goederen, dan propriété, de la nue-propriété ou de l'usufruit de biens immobiliers,
wordt de waarde van het kapitaal bepaald zoals op het stuk van la valeur du capital est fixée comme en matière de droits
registratierechten ». d'enregistrement ».
B.3. De laatstgenoemde bepaling « beperkt » het belastbare bedrag dus B.3. Cette dernière disposition « limite » donc le montant imposable à
tot 3 % van het gestorte kapitaal. Uit de parlementaire voorbereiding 3 % du capital versé. Le juge a quo déduit des travaux préparatoires
leidt de verwijzende rechter af dat de wetgever daarmee de
rentecomponent van de lijfrente-uitkering op forfaitaire wijze wilde que le législateur a ainsi voulu fixer forfaitairement la composante
vaststellen en dus niet louter de belastbare grondslag wilde d'intérêts du versement de la rente viagère et qu'il n'a donc pas
begrenzen. De memorie van toelichting bij de invoering van voormeld simplement voulu limiter la base imposable. L'exposé des motifs
artikel 20 vermeldt immers : relatif à l'instauration de l'article 20 précité indique en effet :
« De intrest wordt bepaald op 3 % van het afgestane kapitaal » (Parl. « L'intérêt est fixé à 3 % du capital abandonné » (Doc. parl.,
St., Kamer, 1961-1962, nr. 264/1, p. 57). Chambre, 1961-1962, n° 264/1, p. 57).
B.4. De verwijzende rechter vraagt of de daaruit voortvloeiende B.4. Le juge a quo demande si l'identité de traitement qui en découle
gelijke behandeling verenigbaar is met de artikelen 10, 11 en 172 van est compatible avec les articles 10, 11 et 172 de la Constitution.
de Grondwet. Hoewel in de prejudiciële vraag niet uitdrukkelijk wordt gepreciseerd Bien que la question préjudicielle ne précise pas explicitement les
welke categorieën van personen dienen te worden vergeleken, blijkt uit catégories de personnes qu'il convient de comparer, il ressort de la
de motivering van de verwijzingsbeslissing dat de prejudiciële vraag motivation de la décision de renvoi que la question préjudicielle
betrekking heeft op de gelijke behandeling van, enerzijds, porte sur l'identité de traitement entre, d'une part, des
belastingplichtigen die in het betrokken aanslagjaar een lijfrente contribuables qui ont perçu, au cours de l'exercice d'imposition
hebben ontvangen waarvan de rentecomponent gelijk is aan of meer concerné, une rente viagère dont la composante d'intérêts est égale ou
bedraagt dan 3 % van het afgestane kapitaal en, anderzijds, supérieure à 3 % du capital abandonné et, d'autre part, des
belastingplichtigen die in het betrokken aanslagjaar een lijfrente contribuables qui ont perçu, au cours de l'exercice d'imposition
hebben ontvangen waarvan de rentecomponent minder is dan 3 % van het afgestane kapitaal. B.5. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Dat beginsel verzet zich overigens ertegen dat categorieën van personen, die zich ten aanzien van de betwiste maatregel in wezenlijk verschillende situaties bevinden, op identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een redelijke verantwoording bestaat. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld concerné, une rente viagère dont la composante d'intérêts est inférieure à 3 % du capital abandonné. B.5. Le principe d'égalité et de non-discrimination n'exclut pas qu'une différence de traitement soit établie entre des catégories de personnes, pour autant qu'elle repose sur un critère objectif et qu'elle soit raisonnablement justifiée. Ce principe s'oppose, par ailleurs, à ce que soient traitées de manière identique, sans qu'apparaisse une justification raisonnable, des catégories de personnes se trouvant dans des situations qui, au regard de la mesure critiquée, sont essentiellement différentes. L'existence d'une telle justification doit s'apprécier en tenant
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel compte du but et des effets de la mesure critiquée ainsi que de la
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van nature des principes en cause; le principe d'égalité et de
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat non-discrimination est violé lorsqu'il est établi qu'il n'existe pas
geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende de rapport raisonnable de proportionnalité entre les moyens employés
middelen en het beoogde doel. et le but visé.
B.6. Artikel 172, eerste lid, van de Grondwet vormt, in fiscale B.6. L'article 172, alinéa 1er, de la Constitution est une application
aangelegenheden, een bijzondere toepassing van het in de artikelen 10 particulière, en matière fiscale, du principe d'égalité et de
en 11 van de Grondwet vervatte beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. B.7. Het komt de wetgever toe de grondslag van de belasting vast te stellen. Hij beschikt ter zake over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Fiscale maatregelen maken immers een wezenlijk onderdeel uit van het sociaal-economisch beleid. Zij zorgen niet alleen voor een substantieel deel van de inkomsten die de verwezenlijking van dat beleid mogelijk moeten maken, maar zij laten de wetgever ook toe om sturend en corrigerend op te treden en op die manier het sociale en economische beleid vorm te geven. De maatschappelijke keuzen die bij het inzamelen en het inzetten van middelen moeten worden gemaakt, behoren derhalve tot de beoordelingsvrijheid van de wetgever. Het Hof vermag een dergelijke beleidskeuze, alsook de motieven die daaraan ten grondslag liggen, non-discrimination inscrit aux articles 10 et 11 de la Constitution. B.7. Il appartient au législateur d'établir la base de l'impôt. Il dispose en la matière d'une large marge d'appréciation. En effet, les mesures fiscales constituent un élément essentiel de la politique socioéconomique. Elles assurent non seulement une part substantielle des recettes qui doivent permettre la réalisation de cette politique, mais elles permettent également au législateur d'orienter certains comportements et d'adopter des mesures correctrices afin de donner corps à la politique sociale et économique. Les choix sociaux qui doivent être réalisés lors de la collecte et de l'affectation des ressources relèvent par conséquent du pouvoir d'appréciation du législateur. La Cour ne peut sanctionner un tel choix politique et les motifs qui le fondent que s'ils reposent sur
slechts af te keuren indien zij op een manifeste vergissing zouden une erreur manifeste ou s'ils sont manifestement déraisonnables.
berusten of indien zij kennelijk onredelijk zouden zijn. B.8. En outre, le législateur fiscal ne peut pas prendre en compte les
B.8. De belastingwetgever kan daarenboven geen rekening houden met de particularités des divers cas d'espèce. Il ne peut appréhender leur
bijzonderheden van elk gegeven geval. Hij vermag de diversiteit ervan diversité que de manière approximative et simplificatrice.
benaderend en vereenvoudigend te omschrijven. B.9. Les assurances de rente viagère à capital abandonné existent sous
B.9. Lijfrenteverzekeringen met afstand van kapitaal komen voor in différentes formes, assorties des modalités les plus diverses en ce
verschillende vormen, met de meest diverse modaliteiten voor de qui concerne le calcul des versements de la rente viagère. En outre,
berekening van de lijfrente-uitkeringen. Bovendien kan het bedrag van le montant des versements de la rente viagère peut fortement fluctuer,
de lijfrente-uitkeringen sterk fluctueren, met name wanneer het is notamment lorsqu'il est lié au rendement de fonds de placement, comme
gekoppeld aan het rendement van beleggingsfondsen, zoals in het c'est le cas dans le litige soumis au juge a quo. La composante
geschil voor de verwijzende rechter het geval is. De rentecomponent d'intérêts du versement de la rente viagère peut, certaines années,
van de lijfrente-uitkering kan in sommige jaren minder, in andere être inférieure à 3 % du capital abandonné et, d'autres années, être
jaren meer dan 3 % van het afgestane kapitaal bedragen. supérieure à 3 % du capital abandonné.
Het is bijgevolg niet kennelijk onredelijk dat de wetgever in een Par conséquent, il n'est pas manifestement déraisonnable que le
forfaitaire belastbare grondslag heeft voorzien. législateur ait prévu une base imposable forfaitaire.
B.10. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. B.10. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative.
Om die redenen, Par ces motifs,
het Hof la Cour
zegt voor recht : dit pour droit :
De artikelen 17, § 1, 4°, en 20 van het Wetboek van de Les articles 17, § 1er, 4°, et 20 du Code des impôts sur les revenus
inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing in het aanslagjaar 1992, tels qu'ils étaient applicables lors de l'exercice d'imposition
2014, schenden de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet niet. 2014, ne violent pas les articles 10, 11 et 172 de la Constitution.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Ainsi rendu en langue néerlandaise et en langue française,
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur
op 7 mei 2020. la Cour constitutionnelle, le 7 mai 2020.
De griffier, Le greffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, Le président,
A. Alen A. Alen
^