Etaamb.openjustice.be
Document
gepubliceerd op 08 december 2021

Projectoproep in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie 2021-2027: integratie 2022-2023 1. INTRODUCTIE Het AMIF is een fonds dat de Europese Unie heeft ingesteld om bij te dragen tot een doeltreffend beheer van migratiestr Het AMIF zal bijdragen aan volgende specifieke doelstellingen: a) versterken en ontwikkelen van (...)

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2021034052
pub.
08/12/2021
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN


Projectoproep in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie 2021-2027: integratie 2022-2023 1. INTRODUCTIE Het AMIF is een fonds dat de Europese Unie heeft ingesteld om bij te dragen tot een doeltreffend beheer van migratiestromen en tot de uitvoering, versterking en ontwikkeling van het gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid overeenkomstig het relevante acquis van de Unie en met volledige eerbiediging van de internationale verplichtingen van de Unie en de lidstaten die voortvloeien uit de internationale instrumenten waarbij zij partij zijn. Het AMIF zal bijdragen aan volgende specifieke doelstellingen: a) versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan;b) versterken en ontwikkelen van legale migratie naar de lidstaten, overeenkomstig hun economische en sociale behoeften, en bevorderen van en bijdragen tot de daadwerkelijke integratie en sociale inclusie van onderdanen van derde landen;c) bijdragen tot de bestrijding van irreguliere migratie, stimuleren van een effectieve, veilige en waardige terugkeer en overname, en bevorderen van en bijdragen tot een daadwerkelijk begin van re-integratie in derde landen;d) bevorderen van solidariteit en een billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten, met name ten aanzien van de lidstaten die het meest te maken hebben met uitdagingen op het gebied van migratie en asiel, onder meer door praktische samenwerking. Deze oproep kadert in de specifieke doelstelling B. 2. ALGEMEEN KADER De oprichtingsbeslissing van het AMIF (Verordening (EU) 2021/1147 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie) legt het algemeen kader van dit fonds vast en bepaalt welk soort acties in aanmerking komen voor welke doelgroepen. Elke lidstaat heeft deze Europese doelstellingen vertaald naar nationale doelstellingen, die zijn vastgelegd in nationale programma's. Het Belgisch nationaal programma is terug te vinden op de website van de beheersautoriteit (www.amif-isf.be).

De FOD Binnenlandse Zaken is binnen België aangeduid als beheersautoriteit voor het beheer van het AMIF. De algemene bepalingen (Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds « asiel, migratie en integratie », het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid) bepalen welke financiële en andere richtlijnen de projectuitvoerders moeten respecteren.

De FOD Binnenlandse Zaken werkt samen met de POD Maatschappelijke Integratie, die verantwoordelijk is voor de verdere inhoudelijke opvolging en begeleiding van de federale projecten onder het luik integratie. 3. PROJECTOPROEP 3.1. Activiteiten Deze projectoproep stelt middelen ter beschikking die voorzien zijn voor het luik integratie. Alle acties die verwezenlijkt worden in het kader van deze projectoproep bevorderen de integratie van nieuwkomers uit derde landen.

Belgische OCMW's komen steeds vaker in aanraking met erkende vluchtelingen. Velen onder hen zijn oorlogsvluchtelingen en hebben enkele traumatische ervaringen achter de rug. Om de integratie van alle nieuwkomers uit derde landen, inclusief diegenen die kampen met psychosociale problemen, te waarborgen is het noodzakelijk dat hulpverleners hun expertise en capaciteiten uitbreiden. Op die manier kunnen ze een gepaste en kwaliteitsvolle hulpverlening verzekeren.

De projectoproep richt zich daarom tot organisaties die een breed opleidings- en ondersteuningsaanbod kunnen uitwerken. Dankzij deze vorming kunnen hulpverleners de psychologische problemen van nieuwkomers, als gevolg van hun leven in ballingschap en migratie, herkennen én hen naar de gepaste hulpverlening doorverwijzen. Het opleidings- en ondersteuningsaanbod moet aan volgende aspecten voldoen: Inhoudelijke aspecten Dankzij het opleidings- en ondersteuningsaanbod leren de hulpverleners hoe ze het best omgaan met personen met migratie gerelateerde psychosociale problemen (trauma, depressie, migratieverdriet, dementie, psychose), zowel in groep als bij de individuele hulpverlening. De hulpverleners leren hoe ze de hulpvraag mee kunnen formuleren en naar welke expert ze de hulpvrager het best doorverwijzen. Daarbij gaat het opleidings- en ondersteuningsaanbod steeds uit van een cultuursensitieve benadering.

Het opleidingsaanbod bestaat uit twee delen : een input- en een intervisiegedeelte. Het inputgedeelte omvat een meer theoretische kennismaking met enkele specifieke thema's zoals, automutilatie, PTTS, migratieverdriet, trauma en andere migratie gerelateerd psychosociale problemen. In het intervisiegedeelte staat de uitwisseling van concrete ervaringen en cases centraal.

De deelnemers kunnen naargelang hun takenpakket één of beide modules volgen. Het aanbod bestaat wel uit een opleidingsparcours. Dit betekent dat een deelnemer eerst deelneemt aan het inputgedeelte en daarna aan het intervisiegedeelte. Personen die al eerder een basis- of gespecialiseerde opleiding volgden rond migratie gerelateerde thema's, krijgen een vrijstelling en kunnen zich meteen voor de intervisie inschrijven. De promotor voorziet in het inschrijvingsformulier de nodige ruimte om eerder verworven competenties te vermelden en geeft eventueel op basis daarvan een vrijstelling.

Deel 1 - Theoretische input De promotor voorziet specifieke opleidingen die uitgaan van een cultuursensitieve werkwijze waarin de deelnemers leren trauma, verdriet, depressie, angsten, rouw, dementie, etc... en alle migratie gerelateerde psychosociale problemen van elkaar te onderscheiden.

Tijdens de opleidingen kunnen onder andere volgende voorbeeldthema's aan bod komen: "Hoe ga je als hulpverlener om met iemand die een traumatische ervaring achter de rug heeft? Hoe pas je je hulpverlening aan die persoon aan? Hoe reageer je als hulpverlener wanneer trauma's plots in je werkgroep ter sprake komen? Hoe zorg je als betrokken hulpverlener dat je de juiste afstand houdt t.o.v. de hulpvrager? Hoe verhoudt de sociale hulpverlening zich tot de psychologische bijstand? Hoe ga je als hulpverlener om met zelfverminking?" Deel 2 - Intervisie De promotor voorziet daarnaast ook een of meerdere intervisies. Een expert zal de praktijkanalyses begeleiden. De expert is vertrouwd met de ondersteuning van nieuwkomers, die lijden aan psychosociale problemen als gevolg van migratie en een leven in ballingschap. De deelnemers krijgen advies op casusniveau en bespreken ook eigen moeilijke ervaringen.

Deel 3 - E-learning De promotor werkt een e-learning uit met specifieke kennis en goede praktijken die nuttig kunnen zijn voor de OCMW-medewerkers in hun omgang met nieuwkomers met psychosociale problemen als gevolg van hun migratie naar Europa.

Praktische aspecten Om een optimale geografische dekking van het nationale grondgebied te verzekeren, is dit gebied onderverdeeld in 11 geografische zones bestaande uit de 10 provincies en het Brussel Hoofdstedelijk Gewest.

De promotor dient een project uit te werken voor één of meerdere geografische zones.

De voorkeur gaat uit naar promotoren die een opleidingsaanbod kunnen uitwerken voor één gewest, m.a.w. voor het Vlaams, Waals of Brussels gewest, waarbij de promotoren zowel het input- als intervisiegedeelte in elke provincie van dat gewest aanbieden.

De deelnemers kunnen enkel deelnemen aan het opleidingsprogramma dat aangeboden wordt binnen de geografische zone waarin hun OCMW ligt.

Indien er voor één of meerdere geografische zones geen projecten worden ingediend, moeten de geselecteerde promotoren deelnemers ontvangen uit de desbetreffende zones.

Onderstaande lijst bevat de parameters per opleidingsdeel voor één geografische zone. De promotor is niet verantwoordelijk voor het aantal concrete inschrijvingen, maar moet wel het gevraagde aantal opleidingen en intervisies realiseren.

Inputgedeelte Tijdens de projectperiode biedt de promotor minstens 40 uren opleiding aan. Deelnemers van de intervisies krijgen voorrang bij de inschrijving voor dit gedeelte. De promotor kan de deelnemers van intervisies verplichten een minimum of specifiek aantal gespecialiseerde opleidingen te volgen.

Intervisiegedeelte Tijdens de projectperiode organiseert de promotor minstens één intervisietraject dat alle intervisiebijeenkomsten omvat, het is een proces dat een deelnemersgroep samen doorloopt. In totaal biedt de promotor minstens 30 uren intervisie aan.

Tijdens de gespecialiseerde opleidingen en intervisies reikt de promotor instrumenten, methodieken, gesprekstechnieken, inzichten en goede praktijken aan die de hulpverlening bevorderen.

Voor één of meerdere geografische zones: De promotor voorziet een contactpunt (bv. in de vorm van een helpdesk) waar de deelnemers terecht kunnen in geval van nood, als zij met vragen zitten over de opleiding of als zij extra ondersteuning wensen.

Dit contactpunt moet minstens 1 halve werkdag per week beschikbaar zijn.

De promotor organiseert de modules in de taal van de geografische zone waar de vorming plaatsvindt. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden alle modules en het contactpunt bij voorkeur zowel in het Frans als in het Nederlands aangeboden. De deelnemer wordt bij voorkeur steeds in zijn werktaal aangesproken.

De promotor heeft de mogelijkheid partnerschappen aan te gaan om de gevraagde expertise voldoende te kunnen aanbieden.

E-learning De e-learning moet gratis ter beschikking gesteld worden aan alle deelnemers. 3.2. Budget Het beschikbare budget vanuit het AMIF voor deze projectoproep bedraagt 951.936,89€. De AMIF-toelage mag maximum 75% van de totale betoelaagbare kost van het project bedragen. De middelen kunnen besteed worden van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2023.

Het minimum subsidiebedrag per project bedraagt 200.000,00€.

De POD Maatschappelijke Integratie voorziet een cofinanciering van maximum 15% van de totale betoelaagbare kost van het project. Het beschikbare budget voor de cofinanciering bedraagt 190.387,38€, als de middelen in 2022 en 2023 nog steeds beschikbaar zijn.

Om tot de verplichte cofinanciering van 25% te komen, dient de federale cofinanciering aangevuld te worden met eigen middelen of andere projectgerelateerde bijdragen of inkomsten. Het gaat hier over minimum 10% van de totale betoelaagbare kost van het project. 3.3. Looptijd Deze oproep financiert projecten die lopen tussen 1 JANUARI 2022 en 31 DECEMBER 2023. 3.4. Doelgroep Het opleidings- en/of ondersteuningsaanbod richt zich tot medewerkers van de OCMW's en andere organisaties die de nieuwkomers van het OCMW helpen, uit de geografische zone waarvoor de promotor een project indient én uit de zones waarvoor geen projecten werden ingediend. Het aanbod helpt hen om nieuwkomers naar de gepaste hulpdiensten te verwijzen.

Het is niet de bedoeling dat de promotor instaat voor de actieve begeleiding van nieuwkomers uit derde landen.

Bij de omschrijving van de verschillende opleidings- en ondersteuningsmodules moet steeds duidelijk de doelgroep vermeld staan. Op die manier kan er worden nagegaan of de modules zich tot de juiste doelgroep richten.

Bij elk opleidingsmoment worden alle deelnemers op een objectieve en controleerbare wijze geregistreerd. 3.5. Eindbegunstigden Deze projectoproep staat open voor alle organisaties die expertise hebben met het geven van opleidingen en het bieden van ondersteuning.

Daarnaast moeten de organisaties, gezien de federale missie die zij realiseren, actief kunnen zijn in de geografische zones die zij in hun projectvoorstel aanduiden (zie praktische aspecten). 4. ALGEMENE BEPALINGEN De financiering uit het fonds bedraagt maximaal 75% van de effectief gerealiseerde, verifieerbare en subsidiabel geachte uitgaven. De subsidies worden toegekend door de Minister van Binnenlandse Zaken, na beslissing van de Stuurgroep, bestaande uit de vertegenwoordigers van de voor de fondsen bevoegde ministers en staatssecretarissen.

Alleen projecten die kunnen aantonen dat ze geen lucratief karakter hebben, komen in aanmerking voor een subsidie.

Indien er inkomsten gerealiseerd worden, zullen deze in mindering worden gebracht van de subsidie.

De geselecteerde projecten moeten zich richten naar de administratieve en financiële regels die van toepassing zijn op de federale programmatie en die voortvloeien uit zowel de Europese als de nationale wetgeving.

De opvolging van de uitvoering van de verschillende projecten door de beheersautoriteit gebeurt op basis van de in het subsidiebesluit vastgestelde bepalingen.

De POD Maatschappelijke Integratie is mee verantwoordelijk voor de inhoudelijke opvolging van de activiteiten en resultaten van de projecten.

In het geval van een partnerschap met een andere projectindiener/organisatie blijft de organisatie die het project heeft ingediend de enige gesprekspartner van de beheersautoriteit.

Deze projectindiener coördineert het project en is verantwoordelijk voor het naleven van de rapportageverplichtingen. De partnerschap(pen) moet(en) het onderwerp zijn van een partnerschapsovereenkomst waarin nauwkeurig de samenwerkingsmodaliteiten worden vastgelegd.

Elke projectuitvoerder moet alle registraties, facturen of gelijkwaardige documenten en relevante gegevens die verband houden met (1) de uitgaven en inkomsten van het project, (2) de doelgroep van het project, en (3) de projectactiviteiten bijhouden.Deze stukken moeten opgeladen worden via de online toepassing van de beheersautoriteit. 5. VOORWAARDEN VOOR SUBSIDIABILITEIT In het kader van deze oproep kan tussen 2 opties gekozen worden: Optie 1 : Er kunnen enkel loonkosten worden ingediend, met bovenop het totaal van deze loonkosten een forfait van maximum 40% voor alle andere kosten (direct en indirect). Optie 2 : Er kunnen loonkosten en andere directe kosten worden ingediend, met bovenop een forfaitair bedrag voor de indirecte kosten, van maximum 7% op de totale directe kosten, of 15% op de loonkosten. 5.1. Algemene bepalingen 1. Elke eindbegunstigde van het fonds AMIF-ISF-BMVI, zelfs zij die niet beantwoorden aan de definitie van art.2, 1° van de wet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/06/2016 pub. 14/07/2016 numac 2016021053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten sluiten met betrekking tot overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, is onderworpen aan de nationale wetgeving en de Europese regelgeving inzake overheidsopdrachten. 2. Alle kosten moeten het gebruikelijke kostenbeleid van de organisatie weerspiegelen. 5.2. Loonkosten Er wordt gewerkt met een standaarduurtarief voor intern personeel (van de eindbegunstigde of een projectpartner) verbonden via arbeidsovereenkomst.

Het standaard uurtarief wordt in regel berekend op basis van het bruto maandloon van de maand januari van het kalenderjaar waarin prestaties geleverd worden voor het project. Voor werknemers nog niet in dienst in januari wordt het bruto maandloon van de eerste volledige maand van tewerkstelling gebruikt.

Volgende formule wordt toegepast: uurtarief = bruto maandloon * 1,08/100.

Voor de berekening van de loonkosten wordt het aantal gewerkte uren vermenigvuldigd met dit uurtarief.

Specifieke bepalingen: 1. Het brutomaandloon dat wordt gebruikt voor de berekening van het standaarduurtarief moet het gebruikelijke loonbeleid van de organisatie weerspiegelen.De nodige bewijsstukken dienen aan de beheersautoriteit bezorgd te worden. De beheersautoriteit kan extra bewijsstukken (loon informatie van andere maanden, individuele berekening of andere) opvragen ter controle. 2. Er wordt een maximum standaarduurtarief gehanteerd van 80 EUR/uur.3. Personen met een deeltijds contract dienen hun voltijds equivalent bruto maandloon te gebruiken voor de berekening van hun uurtarief.4. In geval personen over meerdere arbeidscontracten beschikken, is de berekeningsbasis de som van de bruto maandlonen van alle contracten samen, tenzij de activiteiten in het kader van het project enkel betrekking hebben op 1 specifiek arbeidscontract.5. Het uurtarief geldt minstens voor het kalenderjaar waarin het uurtarief is bepaald.Het uurtarief kan op vraag van de eindbegunstigde geactualiseerd worden voor het volgende kalenderjaar. 6. Voor een voltijds equivalent kan op jaarbasis maximaal 1.720 uur worden ingebracht. 7. Bij de berekening van het uurtarief wordt geen rekening gehouden met loonsubsidies of andere loon gerelateerde inkomsten.Deze moeten als projectgerelateerde inkomsten gerapporteerd worden.

Vereiste bewijsstukken: 1. Arbeidscontract of equivalent 2.Affectatiebewijs 3. Taakbeschrijving 4.Bewijs van het brutoloon van de maand januari/eerste volledige maand van de tewerkstelling 5. Bewijs van op het project gepresteerde uren 5.3. Andere directe kosten Algemeen 1. Het minimum bedrag voor de andere directe kosten bedraagt 1.000,00€ per individuele kost. Kosten lager dan dit bedrag zullen als niet-subsidiabel worden beschouwd. 2. Kosten moeten gemaakt zijn door de eindbegunstigde of projectpartner.3. Kosten moeten redelijk zijn en stroken met de beginselen van goed financieel beheer, met name wat prijs-kwaliteitsverhouding en kosteneffectiviteit betreft.4. Kosten moeten gedaan zijn in het kader van de uitvoering van het project, en de link met het project moet worden aangetoond voor elke kost.5. Kosten moeten gedaan zijn tijdens de looptijd van het project (betalingen kunnen tot 3 maand na einde van het project).6. Voor alle kosten moet een factuur of gelijkwaardig worden voorgelegd, en moet het betaalbewijs beschikbaar zijn.Dit geldt niet voor afschrijvingen. 7. Alle kosten moeten opgenomen zijn in de boekhouding van de eindbegunstigde. Specifiek 1. Btw is subsidiabel onder volgende voorwaarden: ? voor concrete projecten waarvan de totale kosten lager zijn dan 5.000.000,00€ (inclusief btw); ? voor concrete projecten waarvan de totale kosten ten minste 5.000.000,00€ (inclusief btw) bedragen indien zij krachtens de nationale btw-wetgeving niet terugvorderbaar zijn; 2. Aankopen van roerende goederen van meer dan 5.000,00€ per unit die niet via afschrijvingen worden ingebracht moeten minstens 3 maand voor het einde van het project gebeuren (tenzij er voorafgaandelijke goedkeuring is van de beheersautoriteit). De oorspronkelijke aankoop van dit materiaal mag niet gefinancierd zijn via een financiering van de Europese Unie. 3. Wanneer aankoop of huur van onroerend goed wordt ingebracht mag het onroerend goed niet (eerder) aangekocht zijn via een financiering van de Europese Unie.4. Voor kosten voor de doelgroep moet worden aangetoond dat zij behoren tot de doelgroep zoals beschreven in de Europese regelgeving (Verordening (EU) 2021/1147 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Fonds voor Asiel, Migratie en Integratie), en moeten bewijsstukken bewaard worden waaruit blijkt dat de personen de bijstand ontvangen hebben (ontvangstbewijzen).5. De diensten die een onderaannemer levert, moeten gedetailleerd gefactureerd worden met vermelding van: naam uitvoerder prestatie, datum van uitvoering, aard van diensten en indien van toepassing het aantal gepresteerde uren.De link met het project moet duidelijk aangetoond kunnen worden. De volledige aanbestedingsprocedure moet gedocumenteerd zijn en zal opgevraagd worden bij controle. 6. Reis-en verblijfskosten en verzekeringen voor het personeel dat op het project werkt zijn niet subsidiabel.7. De volgende maxima zijn van toepassing: a) 125,00€ per uur voor extern personeel via onderaanneming.b) Voor verblijfsvergoedingen bij zendingen naar derde landen gelden de maxima van de FOD Buitenlandse Zaken (categorie 1 van het Ministerieel besluit houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan personeelsleden en afgevaardigden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies).c) Voor verblijfsvergoedingen voor zendingen van derde landers naar België gelden de maximale per diem rates zoals gepubliceerd door de Europese Commissie, terug te vinden op de website van de DG Development and Cooperation. d) 100.000,00€ voor herinrichting, modernisering of renovatie van een gebouw. 6. INDIENING VAN DE PROJECTVOORSTELLEN De projectvoorstellen moeten worden ingediend via de online toepassing van de beheersautoriteit.Via www.amif-isf.be moet u zich hiervoor registeren.

De uiterste datum voor invoering van de projecten is 12 januari 2022. 7. SELECTIEPROCEDURE 7.1. Inoverwegingname Projectvoorstellen worden in overweging genomen wanneer zij voldoen aan volgende voorwaarden: - De doelgroep van de oproep wordt gerespecteerd - De doelstellingen van de oproep worden gerespecteerd.

Indien niet voldaan wordt aan één van deze criteria leidt dit tot niet inoverwegingname van het project, zonder enige verdere analyse. 7.2. Inhoudelijke en financiële evaluatie Projecten die in overweging zijn genomen, zullen vervolgens door de FOD Binnenlandse Zaken en de POD Maatschappelijke Integratie geanalyseerd worden op basis van volgende criteria: - Kwaliteit van het project - Kwaliteit van het budget - Efficiëntie van het project - Ervaring en deskundigheid van de indiener - De mate waarin het project bijdraagt tot het beleid en de coherentie ervan.

De projectvoorstellen worden vervolgens, vergezeld van de resultaten van de inhoudelijke analyse, voorgelegd aan de Stuurgroep. Deze kan beslissen een project te verwerpen, een project te weerhouden of een project te laten wijzigen.

In dit laatste geval zal de projectuitvoerder door de beheersautoriteit geïnformeerd worden over de opmerkingen en voorstellen van de Stuurgroep. De herwerkte voorstellen worden binnen de bepaalde termijn elektronisch aan de cel Europese Fondsen bezorgd, opnieuw geanalyseerd en voorgelegd aan de Stuurgroep om een beslissing te nemen.

De beslissingen over alle projectvoorstellen worden voorgelegd aan de Inspectie van Financiën. Vervolgens wordt de selectie geformaliseerd in de vorm van een ministerieel besluit, ondertekend door de Minister van Binnenlandse Zaken. 8. INFORMATIESESSIE Op 14 december 2021 zal de beheersautoriteit in samenwerking met de POD MI een informatiesessie organiseren voor alle geïnteresseerde projectuitvoerders. Inschrijven kan door een mail te sturen naar amif.isf@ibz.eu Voor inhoudelijke vragen over de activiteiten die uitgevoerd worden in het kader van deze projectoproep, kan u contact opnemen met de POD MI op volgend adres: lisa.asselman@mi-is.be of op 02/508.86.34.

^