Etaamb.openjustice.be
Document
gepubliceerd op 23 september 2015

Beheersovereenkomst 2015-2020 tussen de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, Inhoudsopgave In Juridisch kader HOOFDSTUK 1 - Algemene bepalingen Artikel 1. Definities Artikel 2. De visi(...)

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2015031599
pub.
23/09/2015
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

Beheersovereenkomst 2015-2020 tussen de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, Inhoudsopgave Inleiding Juridisch kader HOOFDSTUK 1 - Algemene bepalingen

Artikel 1.Definities

Artikel 2.De visie van de BGHM

Artikel 3.Voorwerp van de beheersovereenkomst

Artikel 4.Samenstelling van de beheersovereenkomst

Artikel 5.Identificatie van de partijen

Artikel 6.Rol van de bij de overeenkomst betrokken partijen 1. De Regering en de Minister voor Huisvesting 2.De BGHM 11

Artikel 7.De gebruikers van de BGHM 1. De Openbare vastgoedmaatschappijen (OVM's) 2.De eindgebruikers : de huurders en de kandidaat-huurders

Artikel 8.De opdrachten van de BGHM 1. Observatie en programmering van de sector 2.Financiering 3. Assistentie en Advies 4.Regulatie en controle 5. Speler en Provider 6.Sociale acties 7. Gedelegeerde opdrachten Artikel 9.De wederzijdse algemene verbintenissen van de partijen

Artikel 10.De algemene principes en waarden die de Overeenkomst schragen HOOFDSTUK 2 - De verbintenissen van de BGHM

Artikel 11.De algemene verbintenissen van de BGHM

Artikel 12.De strategische richtsnoeren van de BGHM

Artikel 13.Strategisch richtsnoer 1 : Duurzame woningen tot stand brengen om de levenskwaliteit van de bewoners en de integratie van de projecten in de wijken te verbeteren

Artikel 14.Vernieuwende oplossingen zoeken om het huurwoningbestand uit te breiden

Artikel 15.De programmering van de bouwprojecten uitvoeren om het aantal woningen in openbaar beheer met sociaal overwicht te vermeerderen

Artikel 16.Voor kwaliteitsvolle woningen zorgen waarbij er sprake is van een aan de programma's aangepaste functionele, sociale en typologische mix

Artikel 17.Het technisch en technologisch toezicht uitbouwen om het gebruik van duurzame bouwmaterialen en -technieken te stimuleren

Artikel 18.Strategisch richtsnoer 2 : De vierjarenplannen voor de renovatie van het patrimonium doeltreffend en efficiënt toepassen (de oude programma's sluiten, het huidige programma tot een goed einde brengen en op de volgende programmering anticiperen)

Artikel 19.De operationele programmering van de investeringen verbeteren om de start van de werken te versnellen en de betrouwbaarheid van de budgettering te verbeteren

Artikel 20.De uitvoeringstermijnen van de renovatiewerken terugschroeven

Artikel 21.Een technisch referentiekader uitwerken voor renovatiewerken en opfrissingwerken voor herverhuur

Artikel 22.Voor een betere aanwending van de bestaande reportingsoftware zorgen

Artikel 23.Strategisch richtsnoer 3 : Een resultaatgerichte en op transversaliteit gebaseerde bedrijfscultuur ontwikkelen. Hierbij wordt er gelet op de doeltreffendheid en de continuïteit van de opvolging van de strategische en operationele doelstellingen aan de hand van een permanente beheercontrole

Artikel 24.Een bedrijfsplan opstellen en de opvolging ervan verzekeren

Artikel 25.Een resultaatgerichte bedrijfscultuur invoeren

Artikel 26.Instrumenten invoeren die op de ontsluiting van de activiteiten en de transversaliteit gericht zijn

Artikel 27.De vereenvoudiging en de samenhang van de interne en externe procedures verzekeren

Artikel 28.De beheercontrole toepassen

Artikel 29.Strategisch richtsnoer 4 : Een referentiecentrum voor huisvesting in openbaar beheer met sociaal overwicht worden dat ten dienste staat van het Gewest en van de gewestelijke spelers

Artikel 30.Denkoefeningen ten gronde voeren over de diverse problemen die verband houden met de ontwikkeling van huisvesting in openbaar beheer met sociaal overwicht

Artikel 31.Een doeltreffende reporting aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en het Brussels Parlement invoeren

Artikel 32.De BGHM positioneren als kennis- en supportcentrum ten dienste van de gewestelijke beleidsoverheden en de gebruikers

Artikel 33.De waardering van de initiatieven en goede praktijken in de sector voortzetten en voor een goede informatieverspreiding zorgen

Artikel 34.Strategisch richtsnoer 5 : De doeltreffendheid van de werking van de OVM's steunen door zich ervan te vergewissen dat zij hun verplichtingen nakomen en hiervoor de administratieve verplichtingen voor al hun gebruikers vereenvoudigen

Artikel 35.Een beduidende vooruitgang van de rationalisering van de OVM's waarborgen

Artikel 36.Erop toezien dat de OVM's de door de BGHM uitgevaardigde en op hen betrekking hebbende voorschriften naleven zonder dat afbreuk wordt gedaan aan wat de reglementering bepaalt

Artikel 37.De op sectoraal niveau verwezenlijkte activiteiten en de mate van verwezenlijking van de beheersovereenkomsten van niveau 2 evalueren

Artikel 38.De administratieve vereenvoudiging zowel tussen de BGHM en de OVM's als op het niveau van de OVM's actief stimuleren en steunen

Artikel 39.De externe traceerbaarheid invoeren

Artikel 40.Strategisch richtsnoer 6 : De uitwisselingen en de samenwerking met de diverse spelers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van beide andere gewesten verdiepen en uitbouwen

Artikel 41.Regelmatig contacten leggen en onderhouden met de OVM's en met de openbare spelers van de drie Gewesten om meer ervaringen en goede praktijken te delen

Artikel 42.Operationele samenwerkingsverbanden invoeren om de ontwikkeling van het gewestelijk beleid te vergemakkelijken

Artikel 43.Strategisch richtsnoer 7 : Beleidslijnen voor sociale acties uitstippelen ter verbetering van de levenskwaliteit van de huurders

Artikel 44.Toezien op de toepassing van samenhangende sociale actiebeleidslijnen

Artikel 45.De individuele sociale begeleiding voor de huurders steunen

Artikel 46.De sociale acties die de sociale samenhang ten goede komen, stuwen en steunen

Artikel 47.De participatieprocedés van de sociale huurders aanmoedigen en omkaderen

Artikel 48.Strategisch richtsnoer 8 : Toezien op de duurzaamheid van de financiering en van de werking van de sociale huisvestingssector door rekening te houden met de evolutie van de omgeving ervan

Artikel 49.Met betrekking tot de historische programma's : een proactief beheer van de saldo's op gewestsubsidies waarborgen

Artikel 50.Met betrekking tot de lopende programma's : de financiering van de sector en de houdbaarheid ervan op termijn waarborgen

Artikel 51.Met betrekking tot de toekomstige programma's : vooruitblikkend nadenken over de evolutie van de modaliteiten en over de voorwaarden van de sectorale financiering

Artikel 52.Het thesauriebeheer dynamisch maken om in te spelen op sectorale behoeften waaraan thans niet voldaan wordt HOOFDSTUK 3 - De verbintenissen van het Gewest

Artikel 53.De algemene verbintenissen van het Gewest

Artikel 54.Budgettaire engagementen

Artikel 55.Subsidies voor de activiteiten van de BGHM

Artikel 56.Terbeschikkingstelling van de financiële middelen voor het volgende vierjarenprogramma

Artikel 57.Financiering van vernieuwende woonvormen en van collectieve uitrustingen

Artikel 58.Financiering van de werking van de sector

Artikel 59.Behoud van kredieten en subsidies

Artikel 60.Raadpleging van de BGHM

Artikel 61.Financiering van nieuwe acties en opdrachten HOOFDSTUK 4 - Opvolging en evaluatie van de verbintenissen van de beheersovereenkomst

Artikel 62.Periodieke reporting

Artikel 63.Evaluatievergadering HOOFDSTUK 5 - Herzieningsvoorwaarden en slotbepalingen

Artikel 64.Herzieningsvoorwaarden

Artikel 65.Niet naleving van de clausules van de overeenkomst

Artikel 66.Slotbepalingen Inleiding De nieuwe tussen de BGHM en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gesloten beheersovereenkomst luidt de vierde generatie beheersovereenkomsten van de Brusselse sociale huisvestingssector in.

De overeenkomst geeft vaste vorm aan de gewestelijke doelstellingen betreffende sociale huisvesting en houdt daarbij rekening met de gewestelijke context, alle vigerende reglementeringen, de verworvenheden van de eerste drie generaties beheersovereenkomsten van de Brusselse sociale huisvestingssector en met de in de evaluatie van de vorige beheersovereenkomst vermelde aanbevelingen.

De beheersovereenkomst is geen lijst met alle opdrachten en taken van de BGHM. Het is veeleer een akkoord tussen de BGHM en het Gewest over de te bevoorrechten hoofdlijnen die worden omgezet in strategische richtsnoeren en operationele doelstellingen die de BGHM en het Gewest gedurende de 5 jaar van de overeenkomst zullen delen. Dat stelt de uitvoering van de in de juridische teksten (Huisvestingscode of besluiten van de BHR) opgenomen en in het kader van onderhavige overeenkomst niet uiteengezette taken en opdrachten geenszins in vraag. De hoofdlijnen worden gedefinieerd als richtsnoeren die de basis vormen van de gewenste evolutie van de Instelling in het kader van één of verscheidene nieuwe acties, een verandering of een versteviging van een actuele actie of opdracht.

De redactie van deze nieuwe beheersovereenkomst sluit aan op de context van een demografische groei en de vergrijzing van de bevolking. In dat kader moeten er absoluut snelle oplossingen worden gevonden om aangepaste woningen te verwezenlijken. De schaarse grond, het renovatiebeleid en de vele stakeholders moeten de BGHM ertoe aanzetten na te denken over vernieuwende en duurzame oplossingen. Meer nog, de rationalisering van het aantal OVM's gekoppeld aan al die uitdagingen moeten de BGHM ertoe aanzetten zichzelf opnieuw uit te vinden. Dat is de ambitie van deze nieuwe Beheersovereenkomst.

Om haar positie te bevestigen als essentiële partij van de Brusselse openbare huisvestingssector met sociaal overwicht die zich van de gebruikers ten dienste stelt, houdt de BGHM in overeenstemming met het Gewest en via onderhavige nieuwe beheersovereenkomst de volgende vier hoofdlijnen voor ogen : 1. De dynamiek voor de productie van nieuwe sociale, bescheiden en middenklassewoningen aanmoedigen en uitbouwen en het woningaanbod diversifiëren in het kader van een aanpak van duurzame, goed ingerichte en geïntegreerde wijken;2. De staat, de conformiteit en de prestaties van de sociale, bescheiden en middenklassewoningen verbeteren om de levenskwaliteit van de huurders naar een hoger niveau te tillen;3. Er altijd op toezien een administratie te blijven die ten dienste staat van al haar gebruikers;4. De financiering van de sector en de houdbaarheid ervan op lange termijn waarborgen. Juridisch kader De BGHM oefent haar uit onderhavige Overeenkomst voortvloeiende activiteiten, opdrachten en verbintenissen uit overeenkomstig alle op haar van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen, waaronder : - De Ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten - Het Wetboek van vennootschappen met uitzondering van de in de Brusselse Huisvestingscode opgenomen afwijkende bepalingen en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten - De Statuten van de BGHM - De Wet van 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten - De Ordonnantie van 30 maart 1995 betreffende de openbaarheid van bestuur en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten - De organieke Ordonnantie van 23 februari 2006 tot vaststelling van de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten - Het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 april 2014 tot wijziging van het besluit van de Regering van 23 januari 2003 tot vaststelling van de organieke personeelsformatie van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij - Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen. (C(2011) 9380) - Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de staatssteunregels van de Europese Unie op voor het verrichten van diensten van algemeen economisch belang verleende compensatie. (2012/C 8/02) - Mededeling van de Commissie : EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst. (2012/C 8/03) - Gids voor de toepassing van de EU-regels inzake staatssteun, overheidsopdrachten en de eengemaakte markt op diensten van algemeen economisch belang, en met name sociale diensten van algemeen - Werkdocument van de diensten van de Commissie - Brussel 29/04/2013 - (SWD 2013) 53 final/2. HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Definities In deze Beheersovereenkomst en de bijbehorende bijlagen hebben de gebruikte bewoordingen en uitdrukkingen de betekenis die wordt bepaald in artikel 2 van de Ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode.

Op de datum van de ondertekening van onderhavige Beheersovereenkomst gelden onderstaande betekenissen voor de toepassing ervan : Actiris : Brussels gewestelijk arbeidsbureau ADL : Assistentie bij de Activiteiten van het Dagelijks Leven Alliantie Wonen : Door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in 2013 beslist programma voor de verwezenlijking van nieuwe woningen waarin de BGHM moet zorgen voor de productie van 3.000 sociale en 1.000 middenklassehuurwoningen, waarvan 500 in het kader van een projectoproep met het oog op het vinden van private partners die worden belast met het volledige project voor de verwezenlijking van de woningen.

ARHUU : Adviesraad van de Huurders BGHM : Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij BHC : Ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode bMa : Bouwmeester Maître Architecte BOC : Beperkt Overlegcomité Brusselse huisvestingsreferentie : Persoon die rechtstreeks van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering afhangt en wiens hoofdopdracht erin bestaat om via overleg en consensus in een zo vroeg mogelijk stadium de verwezenlijking van openbare woningen en van private woningen met een sociaal doel te bespoedigen.

CEB : Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa DAEB : Dienst Algemeen Economische Belang DMBSH : Dienst Maatschappelijke Begeleiding Sociale Huurders EFRO : Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling EIB : Europese Investeringsbank Federaties : De OVM-federaties, met name de VSH en de FESOCOLAB FESOCOLAB : Fédération des Sociétés Coopératives de Logement à Bruxelles Functionele mix : Op een bepaald grondgebied over alle functies beschikken die voor het leven in de stad noodzakelijk zijn : woongelegenheid, activiteit, winkels, administratieve, culturele, mobiliteits-, ontspanningsuitrustingen, enz...

Gebruikers : Rechtstreekse of onrechtstreekse genieters van de diensten van de BGHM Gemeentelijke Openbare Huisvesting : Het in artikel 15 bedoelde aandeel gemeentelijke openbare woningen omvat de op het grondgebied van de gemeenten gelegen woningen van de OVM's, de gemeenten, de OCMW's, de huurbijstand van het Woningfonds en van de SVK's.

Gewest : Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest GHP : Gewestelijk Huisvestingsplan GOB : Gewestelijke Overheidsdienst Brussel ISMS : Beheersysteem voor informatiebeveiliging (in het Engels : Information security management system) Openbare uitrustingen of uitrustingen van algemeen belang : Overeenkomstig het GBP, betreft het bouwwerken of installaties bestemd om tegemoet te komen aan een openbare opdracht of opdracht van algemeen nut zoals diensten van lokale overheden, schoolgebouwen, gebouwen voor culturele, sportieve, sociale en gezondheidsuitrustingen.

OVM : Openbare Vastgoedmaatschappij Partners : personen of instellingen die in het kader van een beleid betrokken zijn PPP's : Publiek-private partnerschappen PSC : Project voor Sociale Cohesie Raad voor de coördinatie van de huisvesting : instrument voor overleg en coördinatie tussen de openbare instanties met als hoofddoel de bespreking van concrete oplossingen om tegemoet te komen aan de moeilijkheden waarmee projecten kampen die de productie van woningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opstarten.

Regering of BHR : De Brusselse Hoofdstedelijke Regering VAMOS : Assistentie bij het sociale bouwmeesterschap Vernieuwende woonvormen : Nieuwe woningtypes waaronder de intergenerationele en de solidaire woningen, de ADL-woningen VIH's : Verenigingen voor integratie via huisvesting VSH : Vereniging voor Sociale Huisvesting 135 % : De door het vierjarenprogramma 2010-2013 gefinancierde investeringen worden ten belope van 135 % gefinancierd om de OVM's in staat te stellen alle supplementaire kosten te dekken. De 135 % is samengesteld uit : - 100 % voor de kostprijs van de werken; - 6 % voor de btw; - 12 % voor de ontwerper, inclusief de kosten voor de architect, de ingenieur, de veiligheidscoördinator en de EPB-expert; - 9 % voor onvoorziene kosten; - 4 % voor de nutsbedrijven (gas, water, elektriciteit); - 2 % voor de kosten voor het bouwplaatstoezicht; - 2 % voor de indexering.

Art. 2.De visie van de BGHM De in deze overeenkomst bepaalde actie is erop gericht de visie van de BGHM toe te passen : Met betrekking tot kwaliteitsvolle woongelegenheid in openbaar beheer met sociaal overwicht uitgroeien tot de vernieuwende referentie.

Aan de hand van de doorgevoerde acties wil de BGHM in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de referentie-instantie worden wat kwaliteitsvolle woongelegenheid in openbaar beheer met sociaal overwicht betreft. Aan de hand van een vernieuwende en voortuitblikkende aanpak en door een onophoudelijke aandacht voor de verwachtingen van haar gebruikers zorgt de BGHM voor een expertise die de ontwikkeling van de sector ten goede komt en op de evolutie van de behoeften ervan anticipeert.

In dat verband zullen alle door de BGHM verwezenlijkte opdrachten aansluiten op een concretisering van de administratieve vereenvoudiging en samenwerking met de diverse spelers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de andere gewesten. Er worden uitvoeringssystemen ingevoerd om de resultaten beter te richten en een grotere doeltreffendheid en efficiëntie te verzekeren. De nieuwe beheersovereenkomst stelt alle gebruikers centraal en wordt op alle niveaus gedragen door waarden die verband houden met gelijke kansen, diversiteit, respect voor de andere, de ontplooiing en de levenskwaliteit." In het kader van haar werking zal de BGHM toezien op de bevordering en de waardering van de sociale huisvesting. De Instelling zal de wil van de Regering om sociale huisvesting als één van haar prioriteiten te beschouwen, uitvoeren."

Art. 3.Voorwerp van de beheersovereenkomst Onderhavige beheersovereenkomst wordt gesloten overeenkomstig artikelen 43 en 44 van de BHC met betrekking tot de beheersovereenkomst. De beheersovereenkomst stelt de regels en de voorwaarden vast op basis waarvan de BGHM de haar toevertrouwde opdrachten uitvoert en regelt de verplichtingen van de Partijen die bij de beheersovereenkomst betrokken zijn.

Art. 4.Samenstelling van de beheersovereenkomst Onderstaande documenten gaan als bijlage bij onderhavige beheersovereenkomst en maken er integraal deel van uit : - Bijlage 1 : Begrotingsprogrammering voor de beheersovereenkomst niveau 1 (2015-2020) uitgedrukt in duizend euro en het uitvoeringsplan van de vierjaarlijkse investeringsprogramma's, van het Gewestelijk Huisvestingsplan en van de Alliantie Wonen op de datum waarop de beheersovereenkomst wordt ondertekend. Deze tabel heeft een indicatieve waarde. - Bijlage 1bis : Toelichting bij de begrotingsprogrammering voor de beheersovereenkomst niveau 1 (2015-2020) - Bijlage 2 : Boordtabel - Bijlage 3 : Opvolgingstabel van de opdrachten van de beheersovereenkomst niveau 1 - Bijlage 4 : Tabel met het woningbestand en de door de gemeenten omkaderde woningen (raming 2014) - Bijlage 5 : Oriëntatienota van de Regering - Bijlage 6 : Bepalingen betreffende de berekening van de reële huurprijs Bijlagen 2 en 3 zullen binnen de drie maanden na de ondertekening van de beheersovereenkomst in gemeenschappelijk overleg bepaald worden.

In geval van uiteenlopende interpretaties tussen deze documenten zal de beheersovereenkomst prevaleren boven alle andere als bijlagen aan de beheersovereenkomst toegevoegde documenten.

Art. 5.Identificatie van de partijen Gezien artikel 43 van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode wordt onderhavige beheersovereenkomst gesloten tussen : - Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna genoemd « het Gewest », vertegenwoordigd door de Minister voor huisvesting; en - de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, openbaar rechtspersoon, onderworpen aan de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, vertegenwoordigd door de Voorzitter en Ondervoorzitter van de Raad van Bestuur;

Hierna gezamenlijk « de partijen » genoemd.

Art. 6.Rol van de bij de overeenkomst betrokken partijen 1. De Regering en de Minister voor Huisvesting De Regering en de Minister voor Huisvesting bepalen en beslissen over het algemene huisvestingsbeleid.Binnen de beperking van de beschikbare budgetten waarborgen zij de middelen en vergewissen zich van de opvolging van de aanwending ervan. 2. De BGHM Als intermediaire instantie tussen de Regering en de OVM's ziet de BGHM erop toe dat de OVM's het gewestelijk beleid goed toepassen.

Art. 7.De gebruikers van de BGHM 1. De Openbare vastgoedmaatschappijen (OVM's) Als partners van de BGHM zijn de OVM's de plaatselijke uitvoerders van de dynamiek die zorgt voor de toepassing van het beleid met betrekking tot sociale, bescheiden en middenklassewoningen. De BGHM steunt de OVM's en ziet toe op hun werking via de uitvoering van de beheersovereenkomst niveau 2 of van het reglement door de correcte uitvoering van het gewestbeleid voor ogen te houden. 2. De eindgebruikers : de huurders en de kandidaat-huurders Alle door de BGHM gedragen projecten worden verwezenlijkt om de levenskwaliteit van de huurders te verbeteren.Door de OVM's te steunen in hun opdrachten maakt de BGHM het voor hen mogelijk een betere dienstverlening aan de eindgebruikers te waarborgen.

Art. 8.De opdrachten van de BGHM De opdrachten van de BGHM worden bepaald in de artikelen 41 en 42 van de BHC en in haar statuten. In het kader van onderhavige beheersovereenkomst kunnen deze opdrachten gebundeld worden in 7 hoofdopdrachten die als de core business van de instelling kunnen worden beschouwd. 1. Observatie en programmering van de sector - De sociale huisvesting bevorderen in alle negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. - Instaan voor de programmering van de sectorale investeringen op basis van een strikte en vooruitblikkende analyse van de behoeften van de sector; - Instaan voor alle studies die noodzakelijk zijn voor de grondige kennis van de sector en voor de aanpassing van haar opdrachten; - De referentie zijn voor huisvesting in openbaar beheer met sociaal overwicht ten dienste van het Gewest en zijn instanties. - Telkens als het in geval van nieuwbouw mogelijk is een aanzienlijk deel van niet minder dan 30 % woningen met ten minste drie slaapkamers verwezenlijken binnen eenzelfde geheel van nieuwbouwwoningen. 2. Financiering - Binnen de beperkingen van de beschikbare middelen, de OVM's de nodige financiële middelen ter beschikking stellen voor de verwezenlijking van hun doel en instaan voor de opvolging van de aanwending van die middelen.3. Assistentie en Advies - Advies uitbrengen over iedere aangelegenheid betreffende de huisvesting, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Regering; - De OVM's adviseren en steunen; - De Minister voor Huisvesting in het kader van haar initiatieven van advies dienen en steunen. 4. Regulatie en controle - De OVM's erkennen overeenkomstig de in artikel 54 van de BHC bepaalde voorwaarden en de opvolging van de fusies waarborgen; - Controle en administratief toezicht uitoefenen op de activiteiten en het beheer van de OVM's; - Het overleg met de OVM's organiseren; - Toezicht uitoefenen op de werking van de Adviesraden van de huurders en het goede verloop van de relaties tussen de Adviesraden en de respectieve OVM; - Het stelsel van de Projecten voor Sociale Cohesie op basis van de tussen de stakeholders van de PSC's ondertekende overeenkomsten omkaderen, evalueren en subsidiëren. 5. Speler en Provider - Terreinen aankopen, onroerende goederen aankopen en/of optrekken, ze inrichten, renoveren, beheren, ze verkopen, de gesplitste zakelijke rechten overdragen, ze verhuren en bezwaren met erfdienstbaarheden en lasten, middels goedkeuring van de BHR en toewijzing van de hiertoe noodwendige middelen; - Met de instemming van de Regering of in haar naam en voor haar rekening overeenkomsten sluiten met derden, de uitwerking en de uitvoering van projecten bevorderen, vennoot worden en deelnemen in het kapitaal van maatschappijen om haar taken te verwezenlijken; - Met de voorafgaande goedkeuring van de Regering alle andere handelingen verrichten die samenhangen met deze die in de BHC worden opgesomd; 6. Sociale acties - De sociale samenhang en de organisatie van sociale relaties tussen de huurders en de OVM's stimuleren.In dat kader steunt de BGHM de sociale begeleiding van de huurders en de maatregelen die de participatie en de persoonlijke en collectieve verantwoordelijkheid ten goede komen. 7. Gedelegeerde opdrachten De gedelegeerde opdrachten zijn de opdrachten inzake huisvesting die door de Regering specifiek aan de BGHM zijn toevertrouwd om aan nieuwe behoeften te voldoen.Op de datum waarop de beheersovereenkomst in werking treedt, worden er twee opdrachten door de Regering gedelegeerd : het « Gewestelijk Huisvestingsplan » en « De Alliantie Wonen ».

Alle inhoudelijke wijzigingen of wijzigingen in het kader van de bestaande opdrachten inzake huisvesting die door de Regering specifiek aan de BGHM zijn toevertrouwd, die zich na de inwerkingtreding van de beheersovereenkomst zouden voordoen, worden geregeld in een aanhangsel bij de Beheersovereenkomst en worden geacht deel uit te maken van de gedelegeerde opdrachten. In het aanhangsel worden de middelen en de manier bepaald waarop deze opdrachten worden gefinancierd.

De BGHM verbindt er zich toe haar opdrachten, diensten en activiteiten te ontwikkelen door de huurder centraal te plaatsen.

Art. 9.De wederzijdse algemene verbintenissen van de partijen 1. De BGHM voert haar activiteiten uit in het kader van het door het Gewest bepaalde huisvestingsbeleid en voert de via onderhavige beheersovereenkomst bepaalde acties en doelstellingen getrouw uit.2. De beheersorganen van de BGHM staan efficiënt in voor het beheer van de activiteiten en zetten zich er onophoudelijk voor in om de doeltreffendheid en de kwaliteit ervan te verbeteren ten gunste van haar gebruikers.3. Binnen de grenzen van de beschikbare budgetten waarborgt het Gewest de BGHM de financiële, menselijke en logistieke middelen waarmee zij de haar toebedeelde en de haar eventueel nieuwe toevertrouwde opdrachten kan uitvoeren.

Art. 10.De algemene principes en waarden die de Overeenkomst schragen De BGHM verbindt zich ertoe om haar organieke opdrachten en haar gedelegeerde opdrachten in het belang van de gebruikers uit te voeren om zodoende het woningaanbod in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uit te breiden.

De BGHM zal haar organieke opdrachten en haar gedelegeerde opdrachten uitvoeren met inachtneming van de volgende basisprincipes : - Gelijkheid van gebruikers : de BGHM zal de principes van gelijke behandeling toepassen, die worden bepaald in de BHC volgens de Europese richtlijnen 2000/43/EG van 29 juni 2000 en 2004/113/EG van 13 december 2004. - Transparantie : de BGHM zal haar werking, in het bijzonder via de verschillende verslagen waarin wordt voorzien door deze overeenkomst, transparant structureren en zal toezien op toegankelijkheid, begrijpelijkheid en duidelijkheid voor het grote publiek; de BGHM zal antwoorden op elke vraag die het Gewest over haar beheer en de uitoefening van haar opdrachten zou kunnen stellen; de BGHM verbindt er zich tevens toe alle informatie mee te delen, die zou kunnen worden gevraagd in het kader van door het Brussels Hoofdstedelijk parlement gestelde vragen. - Ethiek en deontologie : in het kader van de uitvoering van onderhavige beheersovereenkomst zorgt de BGHM voor de dagelijkse toepassing en ontwikkeling van haar principes van goed bestuur waarvan zij de promotor is in de sociale huisvestingssector.

Overeenkomstig de beslissing van de Commissie van 20 december 2011 C(2011) 9380 is de Brusselse sociale huisvestingssector ervan vrijgesteld jaarlijks alle haar door de Overheid toegekende financiële middelen als staatssteun te rechtvaardigen zelfs als het bedrag van de ontvangen compensatie de in deze beslissing bepaalde algemene drempel voor de aanmeldingsverplichting overstijgt.

Hiertoe en overeenkomstig artikel 9 van die beslissing stelt de BGHM vanaf 30 juni 2014 om de twee jaar een verslag op waarin zij rechtvaardigt dat de aan de sector toegekende financieringen niet als staatssteun aangemerkt dienen te worden. HOOFDSTUK 2. - De verbintenissen van de BGHM

Art. 11.De algemene verbintenissen van de BGHM De algemene verbintenissen van de BGHM die uit onderhavige Beheersovereenkomst voortvloeien, hebben betrekking op het volgende : - De vernieuwende en doeltreffende uitvoering, in het kader van de middelen die haar worden toegekend, van het gewestelijke huisvestingsbeleid; - Het optimale gebruik van de beschikbare middelen, met inbegrip van de aanwending van de jaarlijkse begrotingskredieten die voor de uitoefening van haar opdrachten te hare beschikking worden gesteld; - De optimalisering van haar werkingsmiddelen en programma's om derwijze het woningaanbod met betrekking tot de oprichting van nieuwe woningen te maximaliseren, overeenkomstig de wettelijke verplichtingen van de Instelling en via de mobilisering van alle betrokken actoren, mits inachtneming van haar bevoegdheden; - De voorrang die de BGHM verleent aan haar in onderhavige beheersovereenkomst bepaalde basisopdrachten en -activiteiten; - Het Gewest in het bezit stellen van gegevens die bij de BGHM beschikbaar zijn om zodoende te zorgen voor transparantie en een beter inzicht te verkrijgen in de context en de actie van de sector.

Art. 12.De strategische richtsnoeren van de BGHM De verbintenissen van de BGHM worden in acht strategische richtsnoeren geconcretiseerd. Deze worden verderop in de tekst uitgewerkt en worden omgezet in initiatieven die in overleg met de Minister voor Huisvesting worden genomen. Voor de uitvoering ervan worden indicatoren uitgewerkt. De uitvoeringstermijnen worden vermeld in de als bijlage bij onderhavige overeenkomst gevoegde boordtabel. De boordtabel wordt uitgewerkt binnen de drie maanden die volgen op de ondertekening van deze overeenkomst.

Het gaat om de volgende acht strategische richtsnoeren : 1. Duurzame woningen tot stand brengen om de levenskwaliteit van de bewoners en de integratie van de projecten in de wijken te verbeteren;2. De vierjarenplannen voor de renovatie van het patrimonium doeltreffend en efficiënt toepassen (de oude programma's sluiten, het huidige programma tot een goed einde brengen en op de volgende programmering anticiperen);3. Een resultaatgerichte en op transversaliteit gebaseerde bedrijfscultuur ontwikkelen.Hierbij wordt er gelet op de doeltreffendheid en de continuïteit van de opvolging van de strategische en operationele doelstellingen aan de hand van een permanente beheercontrole; 4. Een referentiecentrum voor huisvesting in openbaar beheer met sociaal overwicht worden dat ten dienste staat van het Gewest en van de gewestelijke spelers;5. De doeltreffendheid van de werking van de OVM's steunen door zich ervan te vergewissen dat zij hun verplichtingen nakomen en hiervoor de administratieve verplichtingen voor al hun gebruikers vereenvoudigen;6. De uitwisselingen en de samenwerking met de diverse instanties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van beide andere gewesten verdiepen en uitbouwen;7. Beleidslijnen voor sociale acties uitstippelen ter verbetering van de levenskwaliteit van de huurders;8. Toezien op de duurzaamheid van de financiering en van de werking van de sociale huisvestingssector door rekening te houden met de evolutie van de omgeving ervan.

Art. 13.Strategisch richtsnoer 1 : Duurzame woningen tot stand brengen om de levenskwaliteit van de bewoners en de integratie van de projecten in de wijken te verbeteren.

In het kader van de voortzetting van het Gewestelijk Huisvestingsplan en de aanzet tot de verwezenlijking van 4.000 woningen tegen 2020 in het kader van de Alliantie Wonen moet de BGHM voor een groter aantal woningen zorgen om het stijgende tekort aan openbare woningen op te lossen. In het meerderheidsakkoord van 2014-2019 stelt de Regering zich immers tot doel om tijdens deze regeerperiode de productie van 6.500 openbare woningen op te starten, waarvan 60 % door de OVM's beheerde sociale woningen en 40 % voor verhuring en verkoop bestemde bescheiden en middenklassewoningen. De BGHM zal dan ook op zoek gaan naar alle mogelijke vernieuwende oplossingen om het huurwoningbestand uit te breiden door binnen de grenzen van de middelen en de beperkingen die met haar consolidatie gepaard gaan de levenskwaliteit van de bewoners te verbeteren. De voorgenomen oplossingen zijn in de eerste plaats gericht op de netto productie van woningen. De BGHM zal ambitieus blijven ook op het vlak van leefmilieu, inclusief wat renovatie betreft.

Om dat strategische richtsnoer te verwezenlijken, streeft de BGHM de volgende vier operationele doelstellingen na : 1. Vernieuwende oplossingen zoeken om het huurwoningbestand uit te breiden;2. De programmering van de bouwprojecten uitvoeren om het aantal woningen in openbaar beheer met sociaal overwicht te vermeerderen;3. De functionele mix in de bouwprojecten invoeren;4. Het technisch en technologisch toezicht uitbouwen om het gebruik van duurzame bouwmaterialen en -technieken te stimuleren.

Art. 14.Vernieuwende oplossingen zoeken om het huurwoningbestand uit te breiden. - Het groeiende tekort aan gronden zet de BGHM ertoe aan op zoek te gaan naar vernieuwende oplossingen waarmee het huurwoningenbestand in kortere tijd en met gecontroleerde kosten kan worden uitgebreid in het kader van een harmonieuze integratie ten voordele van de bewoners. In dat verband zal de BGHM : - deelnemen aan de opstelling van het gewestelijk kadaster van de beschikbare ruimten (gronden, kantoren, leegstaande gebouwen, ...) en deelnemen aan de potentiële opwaardering van de lege ruimten; - een vergelijkende studie uitvoeren (kosten/doeltreffendheid) sloop/bouw versus zware renovatie bij iedere bestemmingswijziging. - erop toezien dat zij op de hoogte blijft van potentieel te koop aangeboden vastgoed en dat zij in voorkomend geval onmiddellijk reageert. - De BGHM zal ook in samenwerking met het Brussels Planbureau deelnemen aan de invoering van de strategie voor de patrimoniumontwikkeling in de 12 nieuwe prioritaire wijken.

De BGHM zal haar bevoegdheid inzake aankoop van gronden en gebouwen uitbouwen, inclusief wat gesplitste eigendomsrechten betreft. In het door de Regering bepaalde kader is de Raad van Bestuur bevoegd om de hiertoe in het kader van de Alliantie Wonen geplande financiële middelen vast te leggen. Het aankoopbeleid is erop gericht het bestand van sociale, bescheiden en middenklassewoningen op een evenwichtige manier op het grondgebied uit te breiden.

Art. 15.De programmering van de bouwprojecten uitvoeren om het aantal woningen in openbaar beheer met sociaal overwicht te vermeerderen.

Om de doelstelling tot uitbreiding van het aantal woningen in openbaar beheer met sociaal overwicht te verwezenlijken en om de uitvoeringstermijnen te verminderen, neemt de BGHM de volgende initiatieven : - Haalbaarheidsstudies uitvoeren. Die studies moeten de stedenbouwkundige, technische en financiële haalbaarheid analyseren vooraleer de projecten worden opgestart.

Deze studies bepalen zowel het programma, zegge het aantal woningen, de typologie en de verdeling ervan, de aan- of afwezigheid van parkings, de noodzaak of niet om in collectieve en gemeenschappelijke uitrustingen, omgevingswerken en/of wegenaanleg te voorzien en de kostprijs van het project. Hiertoe zal er worden op gelet dat er een toereikend aanbod grote woningen (minstens 3 slaapkamers) en aan personen met beperkte mobiliteit wordt ingevoegd. De haalbaarheidsstudies worden aan de eigenaars van de terreinen, de beheerders en de gemeentelijke en gewestelijke stedenbouwkundige besturen voorgelegd.

Bovendien worden de dimensies van openbare netheid en afvalophaling erin opgenomen die de te maken keuzes zullen bepalen inzake nieuwe bodembedekking en breedte van de weg in het kader van de nieuwe wijken, maar ook de toepassingsregels voor de afvalophaling (opname van containerlokalen en bepaling van hun omvang, toegang, dagelijkse praktische haalbaarheid of installatie van ingegraven containers in de wijken en bepaling van hun ligging, aantal, omvang, enz.). De raadpleging van het Agentschap Net Brussel is absoluut noodzakelijk bij het nemen van deze beslissingen.

In nauwe samenwerking met de Brusselse Huisvestingsreferentie zal de BGHM ervoor zorgen dat er een juist evenwicht wordt voorgesteld tussen de diverse woningtypes (sociale woningen, middenklassewoningen, bescheiden woningen) die verwezenlijkt moeten worden rekening houdend met de kenmerken van de betrokken wijken en de door de gewestelijke regeringsverklaring bepaalde doelstellingen.

In het kader van de Alliantie Wonen en de 4.000 te verwezenlijken woningen (3.000 sociale woningen en 1.000 middenklassewoningen) en op het moment dat de verwezenlijking van middenklassewoningen of bescheiden woningen door de OVM's wordt gevraagd, zal de BGHM erop toezien de volgende beginselen toe te passen : - In de gemeenten waar het aandeel openbare woningen minder bedraagt dan 10 %, en overeenkomstig artikel 67, 9° van de BHC, mag de verwezenlijking van middenklassewoningen of bescheiden woningen niet meer dan 20 % van de gebouwde woningen bedragen - In de gemeenten waar het aandeel openbare woningen meer bedraagt dan 10 % mag de verwezenlijking van middenklassewoningen of bescheiden woningen maximum 40 % van de gebouwde woningen bedragen In het geval van partnerships met een andere speler daarentegen zal de BGHM bij voorrang sociale woningen verwezenlijken.

Daarnaast wordt de bouw van vernieuwende woonvormen en collectieve uitrustingen ten belope van 50 % gesubsidieerd als het om sociale woningen gaat en ten belope van 33 % als het middenklassewoningen betreft. Met betrekking tot de gesubsidieerde oppervlakten zal de BGHM een voorstel aan de Regering doen.

Deze studies moeten ook heldere regels opstellen betreffende de financierings- en beheermodaliteiten met betrekking tot de collectieve en gemeenschappelijke uitrustingen. De BGHM zal de mogelijkheden analyseren om de vereiste financieringen te vinden bij het Gewest en de gemeenten of via alternatieve financieringsmodaliteiten van het type PPP of derde investeerder.

Om de verwezenlijking van die haalbaarheidsstudies te verbeteren, zal de Raad van Bestuur van de BGHM binnen de achttien maanden na de ondertekening van onderhavige Beheersovereenkomst aan de Regering een voorstel doen betreffende een door zijn diensten opgesteld typerooster voor grondige analyse waarmee overeenkomstig artikel 42 2° van de BHC de criteria kunnen worden gedefinieerd om de investeringsprojecten uit te werken. Dat analyserooster zal onder andere het volgende bevatten : - Voor de woningen : het totale aantal, het aantal PBM-woningen, de verdeling tussen sociale en middenklassewoningen, de verdeling per typologie (aantal slaapkamers), de totale bruto oppervlakte, de prijs per m²... - Voor de parkings : het aantal, de verdeling tussen ondergrondse en bovengrondse parkings, de totale bruto oppervlakte, de prijs per m²... - Voor de collectieve en gemeenschappelijke uitrustingen : het programma, de totale bruto oppervlakte, de prijs per m², de financieringsbron (volgens een referentieregel voor de financiering van de collectieve en gemeenschappelijke uitrustingen), het toegepaste subsidiepercentage ... - Voor de kostprijs van het project : de prijs per m², de totale kostprijs, de gedetailleerde kostprijs (kostprijs van de bruto bouwoppervlakte + kostprijs honoraria + kostprijs nutsbedrijven en diverse kosten + kostprijs van de onmiddellijke omgeving + kostprijs btw), de verdeling tussen de kostprijs van de voor woningen bestemde bruto oppervlakten en de voor andere functies bestemde bruto oppervlakten, de verdeling tussen de kostprijs van de ondergrondse en van de bovengrondse oppervlakten ... - Voor de behoeften : het aantal woningaanvragen (inclusief de mutatieaanvragen) bij de toekomstige beheerder (OVM of gemeente) per typologie (aantal slaapkamers) en in voorkomend geval per categorie (PBM-woningen, vernieuwende woonvormen). - De vigerende technische bepalingen onophoudelijk aanpassen aan de evolutie van de normen en in functie van de aangevatte projecten. Om die technische bepalingen aan te passen zal de BGHM de volgende initiatieven nemen : - een inventaris van de bestaande technische normen opstellen; - overleg voeren met de spelers die in de bouwsector actief zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; - De technische bepalingen evalueren via de organisatie van een rondetafelvergadering aan het einde van de projecten. - Alle voornoemde initiatieven horen thuis in het streven naar een optimale en doeltreffende aanwending van de middelen. In dat kader zal de BGHM : - een nieuwe prijsreferentie per m² voor nieuwbouw opstellen; - voor een permanente monitoring van de prijzen per m² instaan; - de omstandigheden scheppen voor een betere budgettaire planning en een nauwgezette opvolging via de identificatie van de (technische, economische, maatschappelijke, politieke,...) oorzaken van de vastgestelde verschillen en via de invoering van corrigerende maatregelen of bijsturingen. - Een strategisch communicatieplan opstellen voor de burgers en de professionals van de sector. - Vernieuwende woonvormen ontwikkelen. In dat kader zal de BGHM de volgende initiatieven nemen : - De technische en functionele criteria opstellen voor dergelijke woonvormen; - De bronnen van de gewestelijke financiering voor dergelijke woonvormen consolideren door een besluit aan de Regering op te stellen en voor te stellen; - Voor projecten waarvoor een specifieke sociale begeleiding nodig is, de mogelijkheden onderzoeken om de vereiste financieringen te vinden. - In overleg met de andere Brusselse spelers procedés invoeren waarmee een bijdrage kan worden geleverd om de termijnen terug te schroeven.

Dat initiatief moet gekoppeld worden aan artikel 42 betreffende de uitbouw van de uitwisselingen en de samenwerkingsverbanden. - De aanzet geven tot de verwezenlijking van woningen via alternatieve financieringswijzen zoals de PPP's. De realisatie van dat initiatief verloopt via een haalbaarheidsstudie over de optimale modaliteiten die in dat verband toegepast moeten worden.

Op basis van de resultaten van de studie zal de BGHM de aanzet geven tot de productie van 500 woningen.

Art. 16.Voor kwaliteitsvolle woningen zorgen waarbij er sprake is van een aan de programma's aangepaste functionele, sociale en typologische mix.

Als referentieontwikkelaar van kwaliteitsvolle openbare woningen moet de BGHM de uitbreiding van het bestand van sociale, bescheiden en middenklassewoningen tot een goed einde brengen. In dat kader wordt bijzondere aandacht gevestigd op de diversifiëring van het woningaanbod.

In het kader van die bouwprojecten zal de BGHM ook bijzondere aandacht besteden aan het levenskader en de levenskwaliteit van de huurders. In dat verband zal de BGHM dan ook zorgen voor een functionele, sociale en typologische mix door zich te baseren op de resultaten van de in artikel 15 opgenomen haalbaarheidsstudies.

De BGHM zal zodra de drempel van 40 woningen bereikt is, sportieve uitrusting integreren (zowel in het kader van de bouw van nieuwe woningen als in het geval van zware renovaties). Een equivalent van maximum 1 % van het budget van de operatie en in mindering gebracht van de post gewijd aan de omgeving van het gebouw, zal hiertoe voorbehouden worden, waarbij het behoud van een gelijke kwaliteit van de woningen niet uit het oog verloren wordt. Iedere afwijking van deze regel zal, naargelang het geval, voor gemotiveerde beslissing aan de BGHM (zware renovatie) of aan de regering (bouw) voorgelegd worden.

De BGHM zal de mogelijkheden onderzoeken om de vereiste financieringen te vinden bij het Gewest en de gemeenten of via alternatieve financieringsmodaliteiten van het type PPP of derde investeerder.

Art. 17.Het technisch en technologisch toezicht uitbouwen om het gebruik van duurzame bouwmaterialen en -technieken te stimuleren.

Binnen de grenzen van de ter beschikking gestelde middelen zal de BGHM alles in het werk blijven stellen om kwaliteitsvolle en milieuvriendelijke woningen af te leveren door in dat verband de volgende initiatieven te nemen : - Het gebruik van duurzame bouwmaterialen en -technieken aanmoedigen.

Om de volgende initiatieven te bewerkstelligen moet de BGHM : - de prijs per m² van nieuwbouw en renovatie met gebruik van vernieuwende bouwmaterialen en -technieken op basis van de reeds ter zake uitgevoerde studies begroten zodat duurzaamheid en uitvoeringssnelheid verzoend kunnen worden. - de sociale, ethische en leefmilieugebonden clausules zoveel mogelijk invoeren in de bestekken of in de openbare opdrachten.

Art. 18.Strategisch richtsnoer 2 : De vierjarenplannen voor de renovatie van het patrimonium doeltreffend en efficiënt toepassen (de oude programma's sluiten, het huidige programma tot een goed einde brengen en op de volgende programmering anticiperen) In het kader van de onophoudelijke verbetering van het bestaande patrimonium zal de BGHM zorgen voor procedures waarmee de renovatieprojecten in geoptimaliseerde termijnen worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de Huisvestingscode en met zorg voor duurzaamheid en harmonieuze integratie in de wijken. De strijd tegen de leegstand in het kader van een proactief patrimoniumbeheer blijft ook een prioriteit van deze nieuwe beheersovereenkomst.

Om dat strategische richtsnoer te concretiseren, streeft de BGHM de volgende vier operationele doelstellingen na : 1. de operationele programmering van de investeringen verbeteren om de start van de werken te versnellen en de betrouwbaarheid van de budgettering te verbeteren;2. de uitvoeringstermijnen van de renovatiewerken terugschroeven;3. een technisch referentiekader uitwerken voor renovatiewerken en opfrissingwerken vóór herverhuur;4. voor een betere aanwending van de bestaande reportingsoftware zorgen.

Art. 19.De operationele programmering van de investeringen verbeteren om de start van de werken te versnellen en de betrouwbaarheid van de budgettering te verbeteren - Om ervoor te zorgen dat de patrimoniumbehoeften en de door de OVM's verwezenlijkte projecten goed op elkaar afgestemd zijn, voert de BGHM ieder jaar een diagnose uit over de staat waarin het patrimonium zich bevindt. Die diagnose wordt opgesteld op basis van de gegevens van het technisch kadaster en van de werken die nodig zijn in termen van aanpassing aan de normen, de veiligheid, de kwaliteit en het comfort.

Die diagnose lijst de door de BGHM gefinancierde werken op en vermeldt de financieringsbronnen ervan. Hierin wordt ook de aandacht gevestigd op de werken die in geen enkel investeringsprogramma zijn opgenomen en voor die werken wordt dan ook een begrotingsraming opgesteld.

Die diagnose maakt het ook mogelijk om voor het patrimonium een renovatiebeleid uit te stippelen en de prioritaire projecten aan te wijzen in het kader van de toekenning van begrotingskredieten. - Om het vierjarenplan 2018-2021 zo goed mogelijk voor te bereiden en een betere programmering van het gebruik van de begrotingsmiddelen mogelijk te maken, zal de BGHM samen met de OVM's nadenken en voorbereidend werk leveren om een programmeringsvoorstel op te stellen. In dat kader moet de BGHM : - samen met de OVM's een kritische analyse maken van het selectieverloop van de projecten. - Een analyserooster uitwerken waarmee de selectiecriteria voor de projecten kunnen worden gedefinieerd op basis van het nieuwe in artikel 21 opgenomen technische referentiekader, van het technisch kadaster en van de selectiecriteria van de investeringsprojecten (gewestelijke criteria en criteria van de OVM's). - Een nieuw typebestek uitwerken op basis van het nieuwe technische referentiekader en van de nieuwe referentieprijs per m².

Art. 20.De uitvoeringstermijnen van de renovatiewerken terugschroeven Om de uitvoeringstermijnen van de werken terug te schroeven en het aantal leegstaande woningen te verminderen, zal de BGHM de volgende initiatieven nemen : - uiterlijk binnen de twaalf maanden na de ondertekening van de beheersovereenkomst het controle- en toezichtsverloop herdefiniëren en referentietermijnen opstellen voor alle werk- en bouwplaatscategorieën; - nadenken over de uitbreiding van het vertrouwensbeginsel en het beginsel betreffende de relevante controles om de bestaande toezichtstypes aan te passen; - het systeem van de enige referentiepersoon verbeteren via de evaluatie van het huidige systeem en de invoering van een functiebeschrijving. Zodoende moet er gezorgd worden voor een betere definitie van de rol en de opdrachten van de enige referentiepersoon.

Het is de bedoeling dat de productiviteit en de transparantie ten opzichte van het fusieverloop worden verbeterd; - het opvolgingscomité van de investeringen behouden om het Gewest in staat te stellen de voortgang van de investeringen te volgen. In dat verband zal de BGHM voor iedere OVM een opvolgingscomité oprichten voor de opvolging van de door het Gewest gefinancierde investeringsprojecten. Bedoeling hiervan is de uitwisseling van informatie tussen de BGHM en de OVM's te bevorderen en mogelijke oplossingen aan te wijzen om eventuele problemen bij de verwezenlijking van de projecten van de OVM op te lossen. De BGHM verbindt er zich ook toe het Gewest regelmatig op de hoogte te houden van de vordering van de investeringsprojecten; - de in het kader van de expertisepool beschikbare financiële middelen gebruiken om de programmering van de investeringen te optimaliseren en de termijnen voor de uitvoering van de renovatiewerken te verminderen; - de vernieuwende herhuisvestingsoplossingen in het kader van renovatieprojecten bevorderen.

Art. 21.Een technisch referentiekader uitwerken voor renovatiewerken en opfrissingwerken voor herverhuur.

Hiertoe zal de BGHM de volgende initiatieven nemen : - een nieuwe technisch referentiekader uitwerken. Dat referentiekader zal streven naar een samenhang met de technische bepalingen met betrekking tot de bouw; - samen met de sector nieuwe prijzen per m² opnieuw evalueren en definiëren voor alle soorten werken om op die manier bijkomende financieringsaanvragen zo veel mogelijk te beperken. Om dat initiatief te concretiseren moet de BGHM : - de prijs per m² voor alle soorten werken (zware of lichte renovatie, passiefnorm, beschermde gebouwen, gefaseerde werken, enz.) opnieuw evalueren en/of definiëren; - de problemen waarmee de gebouwen kampen en de kostprijs ervan herdefiniëren; - de prijs van de specifieke uitrustingen, omgeving, enz... definiëren.

Art. 22.Voor een betere aanwending van de bestaande reportingsoftware zorgen. - Om de evolutie van de woningproductie en de verwezenlijking van de renovatiewerken permanent te kunnen opvolgen, zal de BGHM het bestaande reportingverloop vereenvoudigen en verbeteren. In dat kader zal de Instelling het volgende ondernemen : - een inventaris van de behoeften en de bestaande instrumenten opstellen; - de aan de sector te bezorgen relevante informatie aangeven; - typedocumenten voor de programmering, de opvolging en het beheer opstellen om de greep op procedures en termijnen te verbeteren; - binnen de Antilopesoftware een module invoeren voor de opvolging en de planning van de bouwwerken; - de specifieke IT-strategie definiëren om de bestaande reporting- en opvolgingsinstrumenten opnieuw uit te werken of te wijzigen. - Om ervoor te zorgen dat het Gewest over een precies en actueel beeld beschikt van het patrimonium van de OVM's en de staat ervan, zal de BGHM het technisch kadaster verder ontwikkelen. Het technisch kadaster is een gegevensbank met alle gegevens over het patrimonium van de OVM's, de kenmerken en de technische bestanddelen ervan. Dat inzicht in het patrimonium moet zo volledig mogelijk zijn.

Hiertoe zal de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen het Gewest, de BGHM, de VSH en de Fesocolab bijgewerkt en aangepast worden. Ieder jaar zal het begeleidingscomité van het technisch kadaster een jaarverslag over het voorbije jaar opstellen. Dat verslag wordt bezorgd aan de Raad van Bestuur van de BGHM en vervolgens aan het Gewest overgestuurd. Dat verslag schraagt de jaarlijkse evaluatie van de goede uitvoering van de overeenkomst.

De gegevensbank van het Kadaster wordt in real time door de maatschappijen en op welbepaalde momenten door de BGHM van gegevens voorzien via enquêtes over specifieke onderwerpen. De OVM's moeten de essentiële kenmerken en bestanddelen van het technisch kadaster updaten. Om hen bij die taak te helpen, houdt de BGHM hen hiervoor het noodzakelijke personeel ter beschikking. De lijst met de essentiële kenmerken en bestanddelen wordt herzien naargelang de doelstellingen en de behoeften van het Gewest. De jaarlijkse invoering van energiegegevens door de OVM's wordt voortgezet.

De BGHM zal nagaan of de essentiële kenmerken en bestanddelen van het technisch kadaster worden geüpdatet. Voor die controle wordt gezorgd via woningbezoeken bij alle OVM's en via nazicht van de samenhang met de in andere bronnen opgenomen gegevens. Als 20 % van de gecontroleerde gegevens van een OVM niet bijgewerkt is, zal deze maatschappij verplicht zijn om die gegevens binnen de drie maanden bij te werken op straffe van het verlies van haar trekkingsrechten.

Art. 23.Strategisch richtsnoer 3 : Een resultaatgerichte en op transversaliteit gebaseerde bedrijfscultuur ontwikkelen. Hierbij wordt er gelet op de doeltreffendheid en de continuïteit van de opvolging van de strategische en operationele doelstellingen aan de hand van een permanente beheercontrole Om haar visie door te voeren, moet de BGHM haar werkingsmethode aanpassen. Om de in overleg met het Gewest overeengekomen richting uit te werken, moet de BGHM vier operationele doelstellingen nastreven : 1. Een bedrijfsplan opstellen en de opvolging ervan verzekeren 2.Een resultaatgerichte bedrijfscultuur invoeren 3. Procedés invoeren die op de ontsluiting van de activiteiten en de transversaliteit gericht zijn 4.De vereenvoudiging en de samenhang van de interne en externe procedures verzekeren 5. De beheercontrole toepassen Art.24. Een bedrijfsplan opstellen en de opvolging ervan verzekeren.

Het bedrijfsplan is een intern, participatief en creatief beheers- en intern communicatie-instrument. Het doet in ruimte mate een beroep op de transversale beheerprocedés zoals het projectgericht beheer of het doelstellingsgericht participatiebeheer.

Het bedrijfsplan beoogt de operationele toepassing van de in het kader van onderhavige beheersovereenkomst gekozen doelstellingen. Het plan bepaalt de voorwaarden voor de toepassing van de initiatieven en doet hiervoor een beroep op de verantwoordelijken, de acties, de timings en de hulpmiddelen. Het plan bepaalt ook de interacties tussen alle betrokken (interne of externe) stakeholders.

In het kader van alle acties of prestaties wordt de nadruk gelegd op kwaliteitsvolle doelstellingen om de openbare dienstverplichtingen van de BGHM zo goed mogelijk te waarborgen om de tevredenheid van de gebruikers te maximaliseren.

In dat kader verbindt de BGHM zich tot het volgende : - haar bedrijfsplan uiterlijk binnen de zes maanden na de ondertekening van de Beheersovereenkomst opstellen; - een samenvattende boordtabel invoeren waarmee de in het bedrijfsplan vermelde acties doeltreffend opgevolgd kunnen worden. Die boordtabel wordt jaarlijks geëvalueerd en volgens de noodwendigheden bijgewerkt; - de interne communicatie van het plan binnen de maand na de goedkeuring ervan verzekeren en de resultaten meedelen na iedere jaarlijkse evaluatie.

Art. 25.Een resultaatgerichte bedrijfscultuur invoeren.

Om ervoor te zorgen dat het personeel zich achter een resultaatgerichte bedrijfscultuur schaart, verbindt de BGHM zich tot het volgende : - haar medewerkers via het bedrijfsplan responsabiliseren. Alle diensten en departementen krijgen vooropgestelde doelstellingen, uit te voeren acties en/of projecten. De mate waarin die doelstellingen werden bereikt, wordt regelmatig geëvalueerd en het bedrijfsplan wordt bijgewerkt; - een procedé van verandering en veranderingsbeheer invoeren. Binnen het jaar na de ondertekening van onderhavige beheersovereenkomst volgen de teamverantwoordelijken de nodige opleidingen; - een op projectbeheer gebaseerde werkmethode invoeren. Voor ieder project moet de technische inhoud worden beschreven, de kosten en de termijnen worden vastgelegd, de verantwoordelijkheden van de projectteamleden worden bepaald en de vooruitgang van het project gecontroleerd en geëvalueerd worden. Om de toepassing van deze nieuwe aanpak te vergemakkelijken : - krijgen alle potentieel betrokken medewerkers binnen het jaar na de ondertekening van onderhavige overeenkomst een opleiding in het kader van een operationeel perspectief; - wordt een projectopvolgingsinstrument ter beschikking gesteld van de teams; - per exploitatie een korte, indien mogelijk geautomatiseerde verslaggeving uitbrengen over de in het projectbeheerinstrument ingevoerde informatie; - een dynamiek voor de evaluatie van de medewerkers invoeren.

Art. 26.Instrumenten invoeren die op de ontsluiting van de activiteiten en de transversaliteit gericht zijn.

Om die doelstelling te halen, verbindt de BGHM zich tot het volgende : - de transversale instrumenten uitwerken en versterken via de optimalisering van het EDB en het gebruik van samenwerkingsplatformen.

Het gebruik van die instrumenten zal de BGHM helpen om te evolueren naar een papierloos bestuur. De optimalisering van de instrumenten wordt vergemakkelijkt door de problemen in kaart te brengen; - een participatiecultuur tot stand brengen onder andere door : - samenwerkingsprojecten; - de implicatie van alle diensten bij de uitwerking van het bedrijfsplan; - de systematische raadpleging van de betrokken beambten in het kader van de "business analyses "; - een intern communicatieplan uitwerken dat op het volgende gericht is : - een nieuw grafisch handvest bepalen na de eventuele goedkeuring van een nieuwe naam en een nieuw logo voor de instelling; - het intranet een nieuwe dynamiek geven; - de interne nieuwsbrief laten evolueren naar een institutioneel sociaal netwerk; - een « welcome pack » voor de nieuwe medewerkers invoeren; - voor de personeelsleden voorbehouden evenementen organiseren (team building); - de in te voeren transversale procedés ontwerpen; - een tevredenheidsenquête organiseren om te peilen naar de perceptie en de algemene tevredenheid van haar medewerkers in het kader van de in artikel 66 bepaalde tussentijdse evaluatie. De resultaten van die enquête zullen aanleiding geven tot de aanpassing van de ingevoerde systemen of instrumenten.

Art. 27.De vereenvoudiging en de samenhang van de interne en externe procedures verzekeren.

Met het oog op vereenvoudiging en samenhang worden de interne procedés die met de externe gebruikers verband houden, diepgaand gewijzigd.

Hiertoe ziet de BGHM op het volgende toe : - binnen de 12 maanden na de ondertekening van onderhavige beheersovereenkomst een kritische analyse uitvoeren van de diverse vakgebiedprocedés die verband houden met de externe gebruikers. Die analyse berust op : - de diverse vakgebiedprocedés, op basis van de activiteiten en opdrachten van de diverse betrokken diensten, identificeren en categoriseren; - de huidige procedés op hoog niveau beschrijven; - de belangrijkste bronnen van inefficiëntie onderstrepen (inclusief op het niveau van de instrumenten); - de beste praktijken oplijsten; - verbeterde procedés bepalen door de herziening op de volgende principes te schragen : - de stappen voor externe derden vereenvoudigen; - de transfers en wat overgedragen wordt, vereenvoudigen; - nutteloos heen en weer schrappen en herinvoering strikt beperken; - de rollen strikt definiëren (geen overlapping); - referentietermijnen per fase opstellen; - de instrumenten optimaliseren; - de competenties binnen elk verloop beter verdelen; - er zich van vergewissen dat alle procedés samenhangen door ze in kaart te brengen.

Art. 28.De beheercontrole toepassen.

Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 oktober 2014 betreffende de modaliteiten van de beheercontrole bepaalt dat de beheercontrole in alle autonome bestuursinstanties wordt ingevoerd. Om die doelstelling te verwezenlijken, ziet de BGHM op het volgende toe : - het door artikel 9 van het besluit van 24 oktober 2014 operationeel plan van de beheercontrole invoeren. Dat plan omvat ten minste de concrete doelstellingen voor het betreffende jaar, de kwantificering ervan en de meetindicatoren, de voor de verwezenlijking van deze doelstellingen nodige activiteiten en projecten, de betrokken personeelsleden en het bepaalde begrotingskrediet.

Het operationeel plan wordt gekoppeld aan het in artikel 24 uiteengezette bedrijfsplan. - de verbanden versterken tussen de strategische of operationele doelstellingen en de begrotingsdotaties door : - de maandelijkse begrotingsopvolging te verbeteren aan de hand van een precieze staat van het verbruik in termen van vastleggingen enerzijds en van betalingsmiddelen anderzijds; - de analytische boekhouding in te voeren om bij te dragen tot een optimale toewijzing van de middelen en een goede kostenbeheersing.

Hiertoe ziet de BGHM op het volgende toe : o een specifiek projectteam invoeren, o de basisprincipes en de aanpak bepalen waarvoor wordt gekozen voor de uitwerking van de analytische boekhouding, o zich vergewissen van de samenhang rekening houdend met de vakgebiedprocedés en de ondersteuningsprocedés, o de met het boekhoudkundig instrument gepaard gaande beperkingen analyseren, o het projecthandvest definiëren, o een efficiënte reporting invoeren die door een doeltreffende IT-strategie wordt gedragen. - een samenhangende en doeltreffende reporting invoeren dankzij : - het gebruik van gestandaardiseerde modellen van boordtabellen en rapporten die door de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken worden uitgewerkt voor de opvolging van de doelstellingen betreffende ambtenarenzaken; - de verbetering en/of de uitwerking van instrumenten waarmee de BGHM in voorkomend geval kan worden gestuurd; - de verwezenlijking van de in de oriëntatienota, de oriëntatiebrief, de beheersovereenkomst, de strategische plannen van de mandatarissen en in de jaarlijkse operationele plannen bepaalde strategische en operationele doelstellingen. Hiertoe werkt de BGHM een geïntegreerde multidimensionale boordtabel uit. De BGHM zal instaan voor de periodieke opvolging ervan via de opstelling van een verslag met de analyse van de resultaten en de formulering van de mogelijke corrigerende maatregelen; - ieder jaar een jaarverslag over de beheercontrole opstellen; - een softwarepakket voor geïntegreerd beheer invoeren (ERP of enterprise resource planning).

Art. 29.Strategisch richtsnoer 4 : Een referentiecentrum voor huisvesting in openbaar beheer met sociaal overwicht worden dat ten dienste staat van het Gewest en van de gewestelijke spelers De BGHM heeft de ambitie om haar kennis betreffende openbare huisvesting te ontwikkelen door de actie van het kenniscentrum uit te bouwen. Zodoende wil de Instelling de Brusselse referentie voor huisvesting in openbaar beheer met sociaal overwicht worden. Zij moet ook tegemoetkomen aan de behoeften van het Gewest en zijn diverse spelers in termen van observatie en programmering van de sector.

Hiertoe streeft de BGHM vier operationele doelstellingen na : 1. Studies en denkoefeningen ten gronde voeren over de diverse problemen die verband houden met huisvesting in openbaar beheer met sociaal overwicht;2. Een doeltreffende reporting aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en het Brussels Parlement invoeren;3. De BGHM positioneren als kennis- en supportcentrum ten dienste van de gewestelijke beleidsoverheden en de andere gebruikers;4. De waardering van de initiatieven en goede praktijken in de sector voortzetten en voor een goede informatieverspreiding zorgen.

Art. 30.Denkoefeningen ten gronde voeren over de diverse problemen die verband houden met de ontwikkeling van huisvesting in openbaar beheer met sociaal overwicht.

Om het Gewest stof tot nadenken te bieden bij de uitwerking van nieuwe beleidslijnen op het stuk van sociale, bescheiden en middenklassewoningen en om vooruit te blikken en vernieuwende inzichten voor te stellen voor de uitbouw van de sector, verbindt de BGHM zich tot het volgende : - de diverse studies voeren betreffende de financiering van de BGHM en van de sector; - de denkoefening voortzetten over de huurprijsberekeningswijze en de gevolgen ervan voor de financiële middelen van de OVM's en voor de gewestfinanciën; - de denkoefening beginnen over de stedelijke verdichting in de Brusselse sociale huisvestingssector. Hiertoe zal de BGHM over dat thema een colloquium organiseren en de diverse mogelijkheden ter zake onderzoeken bij de nieuwe bouwprojecten; - een denkoefening maken over de typologie van woningen die op korte, middellange en lange termijn nodig zijn. Hiertoe zal de BGHM meewerken aan analyses en studies over het onderwerp en alle nodige ontmoetingen organiseren; - deelnemen aan de verwezenlijking van een kadaster van de openbare woningen per typologie en per gemeente in samenwerking met de openbare spelers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; - bijdragen tot de verwezenlijking van een behoefteanalyse per woningtype en tot een behoefteanalyse met betrekking tot « vernieuwende woningen of woonvormen » op middellange en lange termijn; - communiceren over het resultaat van de diverse gevoerde studies en analyses en voorstellen formuleren op basis van de verkregen resultaten; - actief deelnemen aan Housing Europe.

Art. 31.Een doeltreffende reporting aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en het Brussels Parlement invoeren.

Hiertoe, en met het oog op een rationalisering van de stappen en verhoudingen, verbindt de BGHM zich tot het volgende : - de bestaande statistische gegevensbank verbeteren door een nieuwe statistisch formulier voor te stellen voor de inzameling van de gegevens van de OVM's voor het jaar 2015. Na de opstelling van de inventaris van de in de gegevensbank opgenomen elementen, analyseert de BGHM, op basis van de voor de programmering van het huisvestingsbeleid noodzakelijke elementen, de relevantie van die hierin op te nemen items. De Instelling ziet ook toe op de standaardisering van de door de OVM's ingediende strategische informatieaanvragen; - de in de aan het Gewest te bezorgen rapporten opgenomen statistische gegevens analyseren en in perspectief plaatsen. Door die gegevens in perspectief te plaatsen, kan de maat worden genomen van de evolutie van de sector en van de eventuele invloed van bepaalde factoren op de gemeten resultaten; - de gegevens over de woningen, het aantal, het adres en de kenmerken ervan bijhouden. In dat kader bepaalt de BGHM een code per woning die als communicatiebasis tussen de BGHM en de OVM's zal dienen voor alle vragen over huurprijzen, investeringen en functiebestemmingen of -herbestemmingen; - op basis van uit de verbeterde gegevensbank gehaalde statistische gegevens antwoorden op parlementaire vragen voorstellen; - juridische adviezen verstrekken over wettelijke voorstellen.

Art. 32.De BGHM positioneren als kennis- en supportcentrum ten dienste van de gewestelijke beleidsoverheden en de gebruikers.

Om die doelstelling te halen, ziet de BGHM op het volgende toe : - een elektronische catalogus van de BGHM-bibliotheek ter beschikking stellen; - richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen invoeren zodra de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ter omzetting ervan in de gewestelijke reglementering is gepubliceerd; - de sectorale kennis consolideren door de door de sector voortgebrachte informatie en publicaties in te zamelen en te analyseren; - een rol van interface ontwikkelen met betrekking tot de kennis van het openbaar huisvestingsbeleid via de invoering van een documentaire toezichtinstantie over dat thema.

Art. 33.De waardering van de initiatieven en goede praktijken in de sector voortzetten en voor een goede informatieverspreiding zorgen.

Om die doelstelling te halen, ziet de BGHM op het volgende toe : - een strategisch plan voor externe communicatie uitwerken; - de specifieke kenmerken en de in de sector genomen initiatieven in de verf zetten. In dat kader organiseert de BGHM colloquia, bezoeken aan woonwijken en realiseert publicaties en tentoonstellingen over de Brusselse sociale huisvesting in samenwerking met andere spelers die van dicht of van ver bij openbare huisvesting betrokken zijn; - methodologische informatie-instrumenten updaten en ter beschikking stellen van de OVM's, de huurders en de kandidaat-huurders. Deze dragers zijn erop gericht hen te informeren over de werking en over de procedures van de Brusselse huisvestingssector; - voor het personeel en de bestuurders van de OVM's en de huurders opleidingen organiseren. Die opleidingen worden door de BGHM of een andere instantie verstrekt; - inlichtingen verstrekken over de beschikbare tegemoetkomingen : Het Gewest verbindt er zich toe de BGHM voor te lichten over de begrotingsmiddelen die beschikbaar zijn voor de investerings- en werkingstegemoetkomingen en over de criteria voor de toekenning van die tegemoetkomingen; - uit eigen naam of namens alle andere door haar gemachtigde spelers informatie verstrekken aan de OVM's over alle beschikbare gewestelijke, federale en Europese subsidies waarop zij recht hebben inzake investeringen en werking; - een wetgevend toezicht invoeren; - een extranet met alle informatie voor de OVM's invoeren; - haar « Ecolabel » certificatie behouden en verbeteren.

De verwezenlijking van die specifieke doelstellingen wordt in de informaticastrategie van de BGHM geïntegreerd.

Art. 34.Strategisch richtsnoer 5 : De doeltreffendheid van de werking van de OVM's steunen door zich ervan te vergewissen dat zij hun verplichtingen nakomen en hiervoor de administratieve verplichtingen voor al hun gebruikers vereenvoudigen In het kader van dat strategische richtsnoer zet de BGHM zich ervoor in de volgende operationele doelstellingen te halen : 1. Een beduidende vooruitgang van de rationalisering van de OVM's waarborgen;2. Erop toezien dat de OVM's de door de BGHM uitgevaardigde en op hen betrekking hebbende voorschriften naleven zonder dat afbreuk wordt gedaan aan wat de reglementering bepaalt;3. De op sectoraal niveau verwezenlijkte activiteiten en de mate van verwezenlijking van de beheersovereenkomsten van niveau 2 evalueren;4. De administratieve vereenvoudiging zowel tussen de BGHM en de OVM's als op het niveau van de OVM's stimuleren en steunen;5. De externe traceerbaarheid invoeren;6. De energiecertificatie voortzetten.

Art. 35.Een beduidende vooruitgang van de rationalisering van de OVM's waarborgen.

In het zog van het in de vorige beheersovereenkomst opgestarte rationaliseringsverloop van het aantal OVM's en dat uitmondt in de toekenning van 16 erkenningen, zal de BGHM alles in het werk stellen om binnen de twee jaar na de ondertekening van de beheersovereenkomst beduidende vooruitgang te boeken in dat verloop door hiervoor de volgende initiatieven te nemen : - Een expertise om het verloop te begeleiden, ter beschikking stellen van de OVM's. - De juridische en operationele procedés begeleiden, opvolgen en controleren, inclusief het behoud van een nabije dienstverlening. - Het verloop en de gevolgen ervan aan een eerste evaluatie onderwerpen om te bepalen hoe het verloop moet worden voortgezet.

Art. 36.Erop toezien dat de OVM's de door de BGHM uitgevaardigde en op hen betrekking hebbende voorschriften naleven zonder dat afbreuk wordt gedaan aan wat de reglementering bepaalt. - Om de uitvoering van de opdrachten door de OVM's beter te kunnen opvolgen, zal de BGHM omzendbrieven opstellen of wijzigen om een zo doeltreffend mogelijke organisatie van de controleopdracht mogelijk te maken. Hiertoe zal de BGHM het volgende ondernemen : - een inventaris opmaken van alle bij te werken richtlijnen, omzendbrieven, besluiten, reglementen, enz. - Wijzigingsvoorstellen opstellen waarover in voorkomend geval met de sector overleg zal worden gevoerd en waarbij rationalisering voor ogen wordt gehouden. - De BGHM ziet erop toe dat : - de berekening van de basishuurprijs geen betrekking heeft op het deel van de werken dat wordt gefinancierd met de verkrijging van subsidies die worden toegekend in het kader van een vierjaarlijks investeringsprogramma, het Gewestelijk Huisvestingsplan, de Alliantie Wonen; - de inachtneming van specifieke subsidies zoals Beliris of de KCML bij de berekening van de reële huurprijs wordt geharmoniseerd; - de sancties in termen van subsidie geen stijging van de basishuurprijs met zich meebrengen.

Art. 37.De op sectoraal niveau verwezenlijkte activiteiten en de mate van verwezenlijking van de beheersovereenkomsten van niveau 2 evalueren - De BGHM zal de uitvoering van de in de beheersovereenkomsten tussen de BGHM en de OVM's vermelde opdrachten en activiteiten evalueren. In dat verband zal de Instelling ieder jaar een gewestelijke stand van zaken opstellen waarin onder andere een overzicht wordt gegeven van de sectorale statistische gegevens, van de analyses van de strategische plannen en van de naleving van de uitvoering van de in de beheersovereenkomsten van het tweede niveau opgenomen verplichtingen.

Die stand van zaken wordt aan de Raad van Bestuur van de BGHM en aan het Gewest bezorgd en vervolgens aan de hele sector meegedeeld.

Art. 38.De administratieve vereenvoudiging zowel tussen de BGHM en de OVM's als op het niveau van de OVM's actief stimuleren en steunen In het kader van de administratieve vereenvoudiging zal de BGHM de volgende initiatieven nemen : - Via de realisatie van de onderstaande initiatieven, de belangrijkste beslissingsprocedés identificeren en beschrijven : - de procedés in kaart brengen; - de belangrijkste stappen voor de behandeling van de dossiers identificeren en documenteren om zodoende referentietermijnen te kunnen bepalen; - samen met de OVM's de actuele procedés kritisch analyseren. - nadenken over de uitbreiding van het vertrouwensbeginsel en het beginsel betreffende de relevante controles om de bestaande toezichttypes aan te passen. - via de realisatie van de onderstaande initiatieven, de modaliteiten opstellen voor de mogelijke vereenvoudiging van de beslissingsprocedés bij de BGHM : - de modaliteiten voor de vereenvoudiging van de bedoelde procedés identificeren en analyseren; - de procedés opnieuw definiëren en de informaticatoepassingen zo nodig aanpassen. - De OVM's via de BGHM toegang verstrekken tot de gegevens van authentieke bronnen (toegangsvoorwaarden, huurprijsberekening en gezinssamenstelling), door een beheersysteem voor de informatieveiligheid (ISMS) in te voeren. De BGHM zal ook de uitbouw van een ISMS bij de OVM's steunen. - Het verinwendigd systeem van energiecertificatie van de woningen, lokalen en kantoren van de OVM's bestendigen om hen te helpen bij de naleving van de ter zake vigerende reglementeringen. De BGHM zal erop toezien dat de voor de certificatie ingezamelde gegevens en de inlichtingen en aanbevelingen van de uitgereikte certificaten in het technisch kadaster worden ingevoegd.

Art. 39.De externe traceerbaarheid invoeren - In het zog van de initiatieven die zullen worden genomen om de administratieve vereenvoudiging actief te stimuleren en te steunen, zal de BGHM de externe traceerbaarheid invoeren. Het is daarbij de bedoeling de OVM's in staat te stellen de stand van zaken van de ingediende dossiers of van de ondernomen stappen te volgen. In dat kader zal de BGHM de informaticainstrumenten en -dragers aanpassen om de OVM's, bijvoorbeeld via de invoering van een extranet, een beveiligde toegang tot hun dossiers te verschaffen.

Art. 40.Strategisch richtsnoer 6 : De uitwisselingen en de samenwerking met de diverse spelers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van beide andere gewesten verdiepen en uitbouwen.

Om de doeltreffendheid en de efficiëntie van de spelers van de sector te verbeteren en om de ontwikkeling van het gewestelijk beleid te vergemakkelijken door de termijnen voor de realisatie van de bouwprojecten en de vierjarenplannen terug te schroeven, beoogt de BGHM twee operationele doelstellingen : 1. Regelmatig contacten leggen en onderhouden met de OVM's en met de openbare spelers van de drie Gewesten om meer ervaringen en goede praktijken te delen;2. Operationele samenwerkingsverbanden invoeren om de ontwikkeling van het gewestelijk beleid te vergemakkelijken.

Art. 41.Regelmatig contacten leggen en onderhouden met de OVM's en met de openbare spelers van de drie Gewesten om meer ervaringen en goede praktijken te delen Om die doelstelling te halen, verbindt de BGHM zich tot het volgende : - de met de OVM-federaties gesloten overeenkomsten bijwerken en in voorkomend geval aanpassen. Deze aan het Gewest over te sturen overeenkomst preciseert : - de activiteiten die de federaties moeten uitvoeren om hun leden in staat te stellen onderhavige beheersovereenkomst voor te bereiden en op te volgen; - de toekenning van een werkingsbedrag dat wordt genomen van de enveloppe voor de stimulansen van de OVM's; - de modaliteiten van het jaarverslag dat de federaties moeten indienen. - de organisatie behouden van het participatieprocedé dat via het Beperkt Overlegcomité verloopt en erop gericht is in overleg met de Regering en de OVM's nieuwe initiatieven te bestuderen en toe te passen.

Dat beperkt overlegcomité bestaat uit de Voorzitter en de Ondervoorzitter van de Raad van Bestuur van de BGHM, twee vertegenwoordigers van de administratie, twee vertegenwoordigers van de Minister en zes vertegenwoordigers van de OVM's, die door de federaties zijn aangeduid. Het comité wordt door de Voorzitter van de BGHM voorgezeten. Het bestaande intern reglement kan binnen de zes maanden na de ondertekening van onderhavige overeenkomst worden aangepast en ter goedkeuring aan de Regering worden voorgelegd. Indien na die zes maanden het Beperkt Overlegcomité er niet in slaagt om het over het nieuwe intern reglement eens te raken, blijft het thans vigerende reglement behouden. - een jaarlijks colloquium organiseren; - minstens tweemaal per jaar thematische rondetafelconferenties organiseren; - een informaticaplatform voor informatie-uitwisseling invoeren.

In de mate van het mogelijke worden de andere gewesten bij de in dat verband genomen initiatieven betrokken.

Art. 42.Operationele samenwerkingsverbanden invoeren om de ontwikkeling van het gewestelijk beleid te vergemakkelijken Om die doelstelling te halen, verbindt de BGHM zich tot het volgende : - samenwerkingsverbanden aangaan die leiden tot overeenkomsten met diverse partners waaronder : - het Brussels Planbureau, het Woningfonds, Citydev en de bMa om de toepassing van het gewestelijk beleid voor de uitbouw van het patrimonium te vergemakkelijken; - Brussel Stedelijke Ontwikkeling, de Brusselse Huisvestingsreferentie, de gemeenten, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de bMa om onder andere een vereenvoudiging van de procedures en een vermindering van de wettelijke termijnen voor de bouw- en renovatieprojecten van de BGHM en van de OVM's en een vlotte doorstroming van de informatie mogelijk te maken zodat de vergunningsaanvragen van de OVM's en van de BGHM sneller worden behandeld; - Leefmilieu Brussel om de interactie over leefmilieugebonden aspecten te versterken (opleidingen, energiecertificatie materialen, vernieuwende technologieën, bodemvervuiling,...); - Actiris, de opleidingsspelers om deel te nemen aan de verbetering van de werkgelegenheid van werkzoekenden in het kader van de verwezenlijking van de diverse activiteiten van de sector; - enz.

Binnen de twaalf maanden na de ondertekening van de beheersovereenkomst wordt een typeovereenkomst ingevoerd. - actief deelnemen aan de Raad voor de coördinatie van de huisvesting om samen met de andere Brusselse spelers een gezamenlijke visie van de Brusselse openbare huisvesting te ontwikkelen.

Art. 43.Strategisch richtsnoer 7 : Beleidslijnen voor sociale acties uitstippelen ter verbetering van de levenskwaliteit van de huurders Het sociale actiebeleid dat de BGHM toepast om de werking van de OVM's in dat domein te ondersteunen, is erop gericht de levenskwaliteit van de huurders in hun omgeving en in hun woning te verbeteren.

Dat richtsnoer wordt geschraagd door vier doelstellingen die de uiteenlopende aspecten van sociale begeleiding bestrijken : 1. Toezien op de invoering van samenhangende sociale acties;2. De individuele sociale begeleiding voor de huurders ondersteunen;3. De sociale acties die de sociale samenhang ten goede komen, stuwen en steunen;4. De participatieprocedés van de sociale huurders aanmoedigen en omkaderen.

Art. 44.Toezien op de toepassing van samenhangende sociale actiebeleidslijnen Om die doelstelling te halen, verbindt de BGHM zich tot het volgende : - Binnen het anderhalf jaar na de ondertekening van de beheersovereenkomst een diagnose en een analyse van het volledige aanbod van de sociale dienstverlening in de sector uitvoeren en in voorkomend geval het sociale actiebeleid aanpassen. De analyse van het sociale dienstverleningsaanbod omvat ook de DMBSH als beleidsinstrument.

Op basis van de resultaten van de diverse analyses zal de BGHM aanpassingsaanbevelingen formuleren; - een kennisplatform van de in het veld toegepaste acties organiseren.

Op die basis zal de BGHM stramienen voor de verwezenlijking van projecten voorstellen; - de in de vorige beheersovereenkomst opgestarte denkoefening over de opvang in de sociale huisvesting van personen met een handicap voortzetten. In dat verband zal de aanwezige denkgroep zijn denkoefening voortzetten om te bepalen welke strategie er tijdens de looptijd van de overeenkomst moet worden toegepast om beter rekening te houden met de specifieke behoeften van de personen met een handicap;

De strategie die uit de werkgroep voortvloeit, kan aanleiding geven tot een aanhangsel aan de beheersovereenkomsten van niveau 1 en 2 en aan het in artikel 19 bepaalde typebestek. Bovendien zal de BGHM een verantwoordelijke aanduiden die zal toezien op de invoering van deze strategie bij de BGHM en bij de OVM's; - instaan voor de zichtbaarheid van de sociale instrumenten en de gevoerde acties aan de hand van de externe communicatiemiddelen.

Art. 45.De individuele sociale begeleiding voor de huurders steunen De individuele maatschappelijke begeleiding van de huurders omvat zowel een preventief « eerstelijnswerk » houdende de begeleiding van de sociale huurders om zodoende toe te zien op de naleving van hun rechten en plichten als een ondersteuning op lange termijn van de huurders bij de inspanningen die een verbetering van hun sociaaleconomische situatie betrachten. Naargelang de gevoerde acties nemen de BGHM en de OVM's specifieke initiatieven of komen zij tussenbeide als hulp of tussenschakel van door andere partijen genomen initiatieven (OCMW, de VIH's, Actiris, enz.) Hiertoe verbindt de BGHM zich tot het volgende : - de organisatie aanmoedigen van denkruimten en sociale praktijken via driemaandelijkse vergaderingen waaraan de door de OVM's en de DMBSH geworven maatschappelijk werkers deelnemen; - samen met de sector acties uitwerken over thema's die verband houden met de individuele maatschappelijke begeleiding. Deze samenwerking zal uitmonden in de uitwerking van methodologische en informatieve instrumenten voor de huurders. De BGHM zal ook voor de communicatie met betrekking tot die instrumenten instaan; - nadenken over de modaliteiten voor de overgang van de huurders van de sociale huisvesting naar andere woningtypes en de begeleiding van de huurders in termen van woonmobiliteit steunen. Hiertoe zullen samenwerkingsverbanden worden aangegaan of uitgebouwd met andere huisvestingsspelers zoals het Woningfonds, de maatschappijen voor sociaal kredieten, de VIH's, enz.

Art. 46.De sociale acties die de sociale samenhang ten goede komen, stuwen en steunen Die acties worden gevoerd via het stelsel van de Projecten voor Sociale Cohesie (PSC) die erop gericht zijn de sociale huurders actief te betrekken bij het leggen van contacten.

In dat kader verbindt de BGHM zich tot het volgende : - het « PSC » als instrument opvolgen en omkaderen door de bepalingen van de PSC-overeenkomst toe te passen. De BGHM zal het systeem evalueren in de context van de OVM-fusies en zal het instrument aanpassen naargelang de behoeften en de evolutie van de context; - de organisatie aanmoedigen van denk- en uitwisselingsruimten over sociale praktijken die gebaseerd zijn op het collectief en gemeenschappelijk maatschappelijk werk (opbouwwerk) en waaraan de maatschappelijk werkers van de OVM's en van de PSC's hun bijdrage leveren. Hiertoe organiseert de BGHM driemaandelijkse vergaderingen; - nadenken over de bepaling van een strategie om collectieve gemeenschapsruimten te ontwikkelen om een omgeving tot stand te brengen die gunstig is voor de sociale samenhang en waar het samen leven beter verloopt. Dat initiatief hoort thuis in het kader van de invoering van een functionele mix in de bouw- en renovatieprojecten.

Art. 47.De participatieprocedés van de sociale huurders aanmoedigen en omkaderen Om die doelstelling te halen, verbindt de BGHM zich tot het volgende : o De opvolging en de omkadering van het stelsel van de « ARHUU's » omkaderen. Het stelsel wordt geëvalueerd, meer bepaald in de context van de OVM-fusies; o Samen met de spelers van de sector nadenken over de definitie van een actiebeleid over de huurdersparticipatie. Het resultaat van de uitwisselingen zal aanleiding geven tot methodologische en informatieve instrumenten voor de huurders. De BGHM zal voor de communicatie ervan instaan; o Samen met de cel die belast is met de toepassing van het instrument, de participatie van de sociale huurders aanmoedigen via het culturele « 101e % ». De BGHM blijft clausules in die zin in het bijzonder bestek invoegen.

Art. 48.Strategisch richtsnoer 8 : Toezien op de duurzaamheid van de financiering en van de werking van de sociale huisvestingssector door rekening te houden met de evolutie van de omgeving ervan In het kader van dit strategische richtsnoer zal de BGHM 4 operationele hoofddoelstellingen nastreven : 1. Met betrekking tot de historische programma's : een proactief beheer van de saldo's op gewestsubsidies waarborgen;2. Met betrekking tot de lopende programma's : de financiering van de sector en de houdbaarheid ervan op termijn waarborgen;3. Met betrekking tot de toekomstige programma's : vooruitblikkend nadenken over de financieringen;4. Het thesauriebeheer dynamisch maken om in te spelen op sectorale behoeften waaraan thans niet voldaan wordt.

Art. 49.Met betrekking tot de historische programma's : een proactief beheer van de saldo's op gewestsubsidies waarborgen Hiertoe ziet de BGHM erop toe de volgende initiatieven tot een goed einde te brengen : - De verrichtingen met betrekking tot de jaarlijkse sluiting van de diverse voorbije programma's nastreven om zodoende : o de eindkostprijs van de verwezenlijkte financieringen te bepalen, o het definitieve bedrag van de terug te betalen voorschotten en van de bijbehorende gewestelijke subsidies te bepalen, o het saldo van de te regulariseren voorschotten en subsidies te bepalen; - Modaliteiten voorstellen voor de herbestemming en de vereffening van de ongebruikte budgetten op het einde van de projecten voor de vierjarenplannen 2010-2013 en volgende.

In dat verband maakt de BGHM een stand van zaken op van de situatie van de afgelopen vijf jaar en stelt op basis hiervan een strategie voor die ter advies aan de sector en ter goedkeuring aan de Regering zal worden voorgelegd.

Art. 50.Met betrekking tot de lopende programma's : de financiering van de sector en de houdbaarheid ervan op termijn waarborgen Om toe te zien op de duurzaamheid van de financiering en de werking van de sector en hierbij rekening houdend met de evolutie van haar omgeving, neemt de BGHM onder andere de volgende initiatieven : o De budgettaire en boekhoudkundige beheerinstrumenten verbeteren. In dat verband verbindt de BGHM zich tot het volgende : - zoals hiervoor uiteengezet, de maandelijkse budgettaire opvolging uitbouwen; - de kwaliteit en de precisering van de meerjaarlijkse begrotingsprognoses verbeteren, onder andere dankzij de nauwe opvolging van de vastleggingen en vereffeningen. Het is daarbij de bedoeling dat de door het Gewest ter beschikking gestelde en in de meerjaarlijkse investeringsplannen vermelde begrotingsmiddelen doeltreffend aangewend worden; - de begrotingsboekhouding van de BGHM aanpassen zodat een onderscheid kan worden gemaakt tussen de drie opbrengst- en uitgavencategorieën : o exploitatie; o investering; o financieel; - overeenkomstig de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut en de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen, een afzonderlijke boekhouding bijhouden met name voor : o alle opdrachten en activiteiten van de BGHM, met uitsluiting van de bedragen die voor rekening van de Regering worden beheerd; o de bedragen die voor rekening van de Regering worden beheerd. o Een nauwe opvolging verzekeren van de financiële toestand van de sector en van de financiering ervan. Hiertoe verbindt de BGHM zich tot het volgende : - jaarlijks een verslag opstellen over de financiële toestand van de BGHM en van de sector om zodoende te zorgen voor een nauwe opvolging van het gebruik van de toegekende middelen. Met het oog op de toekenning van een correcte compensatie, wordt voor de jaarlijks door de BGHM in het kader van de uitvoering van onderhavige beheersovereenkomst ontvangen subsidies een jaarlijkse (zowel voor- als achteraf) aangepaste rechtvaardiging opgesteld waarin de noodzakelijkheid en de realiteit van de behoeften en van de voor de verwezenlijking ervan toegekende middelen worden aangetoond. Dat verslag kan als basis dienen voor de updating van de financiële strategie van het Gewest en voor de aanpassing van de jaarlijkse budgetten waarbij er tegelijkertijd wordt gelet op de rationalisering van de controle-instrumenten; - een werkgroep oprichten waarvan de hoofopdracht erin bestaat de continuïteit van het huisvestingsbeleid en de nauwe opvolging van de financiering van de sector te waarborgen; - onverwijld de in het kader van de invoering van onderhavige beheersovereenkomst vereiste financiële informatie leveren; - deelnemen aan de Stuurgroep Alliantie Wonen die belast is met de halfmaandelijkse opstelling van een financiële monitoring over de reële begrotingsbehoeften en het gebruik ervan door de instanties die belast zijn met de toepassing van Alliantie Wonen. o Het beheer van de geldstromen optimaliseren : de BGHM zal een dynamisch beheer waarborgen van de geldstromen die verband houden met de in bijlage 1 van onderhavige beheersovereenkomst vermelde begrotingsartikelen van de begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dat beheer wordt geoptimaliseerd : - aan de hand van de nieuwe procedures die worden ingevoerd na de kritische analyse van de procedés en de procedures; - door de bepaling van referentietermijnen voor de verrekeningen, de uitbetalingen en de eventuele recuperaties.

Art. 51.Met betrekking tot de toekomstige programma's : vooruitblikkend nadenken over de evolutie van de modaliteiten en over de voorwaarden van de sectorale financiering In dat kader verbindt de BGHM zich tot het volgende : - de financiering van de sector analyseren om de inkomsten te optimaliseren, de kosten te verminderen en de financiering te verbeteren; - alle alternatieve financieringsbronnen identificeren waarop een beroep kan worden gedaan : Efro, Beliris, VAMOS, EIB, CEB, derde-investeerders, ... Voor die aftasting zal regelmatig een informatiepunt worden georganiseerd en de informatie zal op de website van de BGHM worden gepubliceerd; - contacten leggen met vertegenwoordigers van instanties en instellingen om zodoende over precieze informatie te beschikken over de potentiële voorwaarden om de diverse bronnen te activeren in het kader van in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitgewerkte projecten; - de met die bronnen gepaard gaande voordelen en beperkingen evalueren; - de stakeholders van het project actief begeleiden; - de gevolgen van een eventuele consolidatie van de OVM's binnen de SEC-perimeter analyseren; - de regelmatige opvolging verzekeren van de positie van de sociale huisvesting in de Europese wetgeving wat DAEB's betreft.

De denkoefeningen die de BGHM maakte betreffende de financieringen worden ook aangesneden in artikel 29 betreffende de denkoefeningen van het kenniscentrum.

In het kader van de consolidatie van de schulden (SEC 2010) gaat de BGHM in nauw overleg met het Gewest over tot : - een voortdurende evaluatie van de evolutie van de sectorale schuldenlast; - een analyse van de potentiële gevolgen van de alternatieve financieringsbronnen en -modaliteiten.

Art. 52.Het thesauriebeheer dynamisch maken om in te spelen op sectorale behoeften waaraan thans niet voldaan wordt De BGHM beschikt momenteel over een thesaurie die voortvloeit uit de thans vigerende financieringsmodaliteiten. Om het gebruik ervan te optimaliseren ten gunste van de sector, verbindt de BGHM zich tot het volgende : - na het boekjaar 2015 een voortuitblikkende analyse uitvoeren van de toekomstige geldstromen met het oog op de bepaling van : - de belangrijkste deadlines, - de saldo's per periode, - de eventuele "liquiditeitskloven", - en algemener, de bijbehorende risico's, - rekening houdend met de vastgestelde resultaten : de sector nieuwe financiële producten voorstellen waarmee tegemoet kan worden gekomen aan behoeften waaraan thans niet of onvoldoende wordt voldaan; - het beleid betreffende de langetermijnleningen bekrachtigen; - nadenken over de invoering van vernieuwende financiële structuren die zouden kunnen bijdragen tot het optimale gebruik van de thesaurie. HOOFDSTUK 3. - De verbintenissen van het Gewest

Art. 53.De algemene verbintenissen van het Gewest De algemene verbintenissen van het Gewest die uit onderhavige beheersovereenkomst voortvloeien, hebben betrekking op het volgende : - Binnen de beperking van de beschikbare middelen, de noodzakelijke en aan de werkelijke behoeften aangepaste begrotingsmiddelen ter beschikking stellen van de BGHM die de Instelling nodig heeft om al haar opdrachten uit te voeren, alsook alle bijkomende of geherwaardeerde subsidies die verband houden met de toewijzing van nieuwe opdrachten. In geval van vermindering van de ter hare beschikking gestelde middelen, zal het Gewest op voorstel van het Opvolgingscomite[00cc][0081] de opdrachten bepalen waarvan de uitvoering zal worden uitgesteld of geannuleerd; - Voldoende kwalitatieve en kwantitatieve human resources ter beschikking stellen om de BGHM derwijze in staat te stellen al haar opdrachten op een doeltreffende en efficiënte manier uit te voeren; - De BGHM alle informatie ter beschikking stellen waarover de Regering zou beschikken en die nodig zou zijn voor de goede uitvoering van de opdrachten van de BGHM inzake het openbaar grondpatrimonium en de plaatselijke sociale instrumenten, alsook de bepaling van het juridische en financiële kader waarin de opdrachten van de BGHM, inclusief de Alliantie Wonen, moeten worden verwezenlijkt.; - De vergemakkelijking van de opdrachten waarvan de BGHM zich dient te kwijten, met inbegrip van : - de implicatie bij het huisvestingsbeleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; - de vergemakkelijking van de contacten met andere instanties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, onder andere via de Raad voor de coördinatie van de huisvesting en de Brusselse huisvestingsreferentie; - de vergemakkelijking van de contacten met andere machtsniveaus, voor de activering van gewestelijke en gemeentelijke hefbomen met betrekking tot grondbeleid om de aan de BGHM gedelegeerde opdrachten te concretiseren.

De BGHM zal erop toezien dat zij aantoont dat de te harer beschikking gestelde middelen noodzakelijk en waarachtig zijn om al haar opdrachten uit te voeren.

Art. 54.Budgettaire engagementen Binnen de grenzen van de beschikbare middelen waarborgt het Gewest de BGHM een financiering voor alle maatregelen die moeten worden genomen voor de werking van de sector.

Art. 55.Subsidies voor de activiteiten van de BGHM De door het Gewest gestorte subsidies dekken de lasten die de BGHM moet dragen als gevolg van de opdrachten die haar worden toevertrouwd door of overeenkomstig de BHC en door onderhavige Beheersovereenkomst.

De aan de BGHM toegekende dotatie wordt jaarlijks ter beschikking gesteld. Voor de bepaling van deze aan de werkelijke behoeften aangepaste subsidie wordt rekening gehouden met het voltallige personeel en met het werkingsbudget.

Art. 56.Terbeschikkingstelling van de financiële middelen voor het volgende vierjarenprogramma Een substantiële begrotingsenveloppe wordt door het Gewest voor het volgende vierjarenprogramma voorbehouden. De enveloppe moet alle kosten omvatten die betrekking hebben op de volledige verwezenlijking van de equivalente investeringen à 135 % van de netto waarde van de bouwwerken.

De enveloppe moet als volgt verdeeld zijn : - 80 % van de enveloppe wordt bestemd voor renovatiewerken; - 15 % van de enveloppe wordt bestemd voor de trekkingsrechten; - 4 % van de enveloppe wordt bestemd voor de dringende projecten; - 1 % van de enveloppe wordt bestemd voor het « culturele 101e % ».

De BGHM kan jaarlijks op basis van objectieve criteria een aanpassing van het nieuwe vierjarenprogramma of van de verdeling van de jaarlijks aan deze programma's toegewezen enveloppe aan het Gewest voorstellen.

De subsidiëring van de investeringen Binnen de beperkingen van de op de gewestbegroting beschikbare kredieten wordt het nieuwe investeringsprogramma gespijsd met : - terugvorderbare voorschotten, ten belope van 50 % van het globale bedrag; - subsidies, ten belope van 50 % van het globale bedrag Om de OVM's ertoe aan te zetten hun planning van de investeringsprojecten na te leven, en in voorkomend geval hen te sanctioneren, zal de BGHM een sanctie- en stimulansenstelsel invoeren om hen te responsabiliseren zonder de sociale huurders te straffen.

Voor de trekkingsrechten wordt de verdeling van de kredieten tussen terugvorderbare voorschotten en subsidies door de BGHM berekend in functie van de ratio die wordt gevormd door de verhouding tussen de annuïteitslast en de bedragen van de huuropbrengsten, inclusief de bedragen die werden geïnd via de gewestelijke solidariteitstoelage en de maandelijkse solidariteitsbijdrage.

In de enveloppe van de aan de OVM's toegekende subsidies worden de ontwerpen voor de integratie van kunstwerken ten belope van 100 % gesubsidieerd.

De terbeschikkingstelling van een langetermijnlening Om de financiering van de vastgoedprojecten van de OVM's te waarborgen, kan de Raad van Bestuur van de BGHM binnen de grenzen van de beschikbare middelen een langetermijnlening aan de OVM's toekennen.

De toekenningsvoorwaarden luiden als volgt : - de OVM beschikt niet over voldoende eigen middelen; - de OVM heeft een tot het gemiddelde van de sector behorende staat van vordering; - de OVM vraagt een financieringsaanvulling voor noodzakelijke, onvoorzienbare en onlosmakelijk met de basisopdracht verbonden werken.

Bij de ondertekening van onderhavige beheersovereenkomst berust de bepaling van de interestvoeten van de langetermijnleningen op de volgende methodologie : Het referentiepercentage is de interbancaire interestvoet « IRS » die op basis van de volgende elementen wordt bijgestuurd : - Risicopremie gekoppeld aan de rating van het BHG - Looptijd van de voorschotten - Terugbetaling aan de hand van constante annuïteiten Dat percentage wordt met 15 basispunten vermeerderd om de beheerkosten van de BGHM te dekken. Het kan niet lager zijn dat de aldus bepaalde bemiddelingsmarge.

Er wordt een gemiddelde op drie maanden berekend om de impact van de dagelijkse variaties te beperken.

Op basis van de resultaten van de jaarlijks bij de OVM's verwezenlijkte enquête spreekt de Raad van Bestuur zich voor de OVM's die aan deze toekenningsvoorwaarden niet voldoen en een met redenen omkleed dossier bij de BGHM hebben ingediend, overeenkomstig het budget geval per geval uit.

Art. 57.Financiering van vernieuwende woonvormen en van collectieve uitrustingen Overeenkomstig artikel 171 van de BHC en op basis van de haalbaarheidsstudies verbindt het Gewest zich ertoe een besluit in te voeren dat bestemd is om vernieuwende woonvormen en de integratie van collectieve uitrustingen in de bouw en renovatie/verbouwingsprojecten te financieren, met inachtneming van het betrokken programma wat woningtypologie betreft.

Het Gewest verbindt er zich toe binnen de grenzen van de beschikbare middelen de BGHM een specifieke en aan de werkelijke behoeften aangepaste dotatie ter beschikking te stellen die gericht is op de financiering van de integratie van de functionele mix en van alle andere initiatieven die bijdragen tot de levenskwaliteit van de bewoners en tot de integratie in de wijken.

Art. 58.Financiering van de werking van de sector Binnen de grenzen van de beschikbare middelen waarborgt het Gewest de BGHM een financiering voor alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor de werking van de sector en voor de voltooiing van het rationaliseringsverloop van de OVM's.

De BGHM zorgt ervoor dat deze middelen ter beschikking worden gesteld van de sector voor : - de systemen voor de sociale begeleiding (PSC, ARHUU, beroepscommissie, DMBSH, ADL); - de gewestelijke solidariteitstoelage die 75 % van het maatschappelijk tekort van de OVM's dekt; - de verminderingen voor grote gezinnen en personen met een handicap; - de opleiding van het OVM-personeel; - de stimulansen met betrekking tot de beheersovereenkomsten; - de overeenkomsten met de BFUH en het Huurderssyndicaat; - de opvolging en de optimalisering van de solidariteitsbijdrage; - de uitgaven van allerlei aard die verband houden met de fusie van de OVM's Wanneer de BGHM haar verslag over de financiële toestand jaarlijks aan het Gewest meedeelt, bezorgt zij tevens de bedragen die aan elke partij werden toegekend, de opdrachten die in het kader van de geplande financieringen moesten worden vervuld en een beoordeling van de verwezenlijking van de opdrachten.

Art. 59.Behoud van kredieten en subsidies De budgettaire basisgegevens worden ter informatie voorgesteld in de in bijlage 1 van onderhavige beheersovereenkomst vermelde meerjaarlijkse begrotingsprogrammering 2015 - 2020.

Voor de werkingssubsidiëring betreffende de personeelskosten verbindt het Gewest zich ertoe bij ongewijzigd beleid deze bedragen aan te passen aan de gezondheidsindex en rekening te houden met de verplichtingen die verband houden met de loonschalen van het Brusselse openbaar ambt. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen verbindt het Gewest zich er ook toe deze subsidie aan te passen aan de behoeften van het personeelsplan dat in 2016 wordt opgesteld en rekening houdend met de gewestelijke prioriteiten betreffende huisvesting.

Art. 60.Raadpleging van de BGHM Het Gewest verbindt zich ertoe de BGHM te betrekken bij alle denkoefeningen over de evolutie van het huisvestingsbeleid dat betrekking heeft op haar eigen bevoegdheden.

In dat kader verbindt het Gewest zich tot het volgende : - de BGHM raadplegen over alle ontwerpen van bepalingen die een noemenswaardige impact hebben op haar ontwikkeling of de ontwikkeling van de sector. Hierbij krijgt de BGHM de gelegenheid om een met redenen omkleed advies te verstrekken of zelfs om de sector of haar behoorlijk gemachtigde vertegenwoordigers te raadplegen. - de BGHM inlichten over de nieuwe algemene bepalingen die betreffende de bevordering van de sociale of middenklassewoningen ter goedkeuring aan de BHR en aan het Parlement worden voorgelegd. - een doeltreffende programmering invoeren door de BGHM zo vroeg mogelijk te betrekken.

Art. 61.Financiering van nieuwe acties en opdrachten De Regering verbindt er zich toe om aan de BGHM rechtstreeks noch onrechtstreeks aanvullende opdrachten of nieuwe configuraties die niet in onderhavige beheersovereenkomst bepaald zijn, toe te vertrouwen zonder een aanpassing van de noodzakelijke en aan de werkelijke behoeften aangepaste financiële middelen toe te kennen.

Voor die bepalingen (opdrachten en financiering) wordt een aanhangsel bij de beheersovereenkomst opgesteld, dat na overleg met de BGHM wordt gesloten. HOOFDSTUK 4. - Opvolging en evaluatie van de verbintenissen van de beheersovereenkomst

Art. 62.Periodieke reporting De BGHM en het Gewest stellen een boordtabel op waarmee de verwezenlijking van de Beheersovereenkomst kan worden gemeten en bijgevolg de prestaties van de BGHM kunnen worden geëvalueerd. Die boordtabel gaat als bijlage 2 bij de Beheersovereenkomst.

De met de behaalde resultaten aangevulde boordtabellen worden jaarlijks aan het Gewest bezorgd.

Binnen de maand na de ondertekening van de Beheersovereenkomst wordt een opvolgingsgroep opgericht om instrumenten uit te werken voor de organisatie van de opdrachten en de evaluatie van de prestaties van de BGHM. Deze opvolgingsgroep komt om de drie maanden samen en bestaat uit 3 vertegenwoordigers van de BGHM en 3 vertegenwoordigers van het Gewest, waaronder een Regeringscommissaris. Een observator die de Directie Huisvesting van de GOB vertegenwoordigt, zetelt ook in de opvolgingsgroep. De met de specifiekere dossiers belaste technici kunnen aan de vergaderingen deelnemen. Deze opvolgingsgroep heeft de volgende opdrachten : - toezien op de concretisering van alle systemen en opdrachten die in onderhavige overeenkomst voorkomen; - uitwerken en goedkeuren van de structuur van de opvolgingstabellen van de opdrachten en van de geselecteerde indicatoren, en eventueel aanpassingen voorstellen; - onderzoeken van de betrouwbaarheid van de andere toegepaste interne evaluatiemiddelen; - onderzoeken van de resultaten van de uitvoering van de beheersovereenkomst via de opvolgingstabellen van de opdrachten en in voorkomend geval de aanwezige financiële middelen en human resources en deze waarvoor moet worden gezorgd; - Ingevolge één van zijn vergaderingen kan de opvolgingsgroep aan de Raad van Bestuur voorstellen doen inzake aanhangsels aan onderhavige beheersovereenkomst.

Voor alle vergaderingen van de opvolgingsgroep worden gezamenlijke notulen opgesteld die aan de Raad van Bestuur van de BGHM en aan het Gewest worden bezorgd.

Art. 63.Evaluatievergadering In de loop van het tweede kwartaal stelt de BGHM ieder jaar in overleg met de opvolgingsgroep een verslag op over de uitvoering van de in het kader van onderhavige overeenkomst vermelde verbintenissen. Dat verslag wordt aan de Raad van Bestuur van de BGHM voorgesteld en overgestuurd aan het Gewest. Dat verslag vermeldt onder andere het volgende : - de mate waarin de diverse via de meetindicatoren geraamde doelstellingen gehaald zijn; - de waargenomen gevolgen voor de gebruikers; - de waarden van de macro-economische variabelen en de externe factoren die een gevolg hebben voor het activiteitsniveau van de BGHM; - de belangrijkste elementen van de vorderingsstaat van voornoemde initiatieven; - de voorstellen van eventuele aanpassings- en amenderingsmaatregelen; - in geval van "aanzienlijk ontsporing" : een plan waarin voor het volgende dienstjaar de maatregelen en projecten worden uiteengezet die worden genomen om de verwezenlijking van de in de beheersovereenkomst bepaalde opdrachten en doelstellingen na te leven of te verbeteren.

Het verslag wordt tijdens de jaarlijkse evaluatievergadering besproken en vermeldt globaal alle commentaren die de diverse voorgestelde statistische elementen kunnen toelichten. HOOFDSTUK 5. - Herzieningsvoorwaarden en slotbepalingen

Art. 64.Herzieningsvoorwaarden Met uitzondering van de bijlagen bij de beheersovereenkomst kan deze beheersovereenkomst op geen enkele wijze worden gewijzigd zonder dat zulke wijziging vooraf in de vorm van een aanhangsel zou zijn vastgelegd.

Toevoegingen van gedelegeerde opdrachten worden in een aanhangsel bij deze beheersovereenkomst opgenomen.

Het in artikel 62 bedoelde jaarlijkse evaluatieverslag dient als basis voor een eventuele aanpassing middels aanhangsel van onderhavige overeenkomst en voor de onderhandelingen van de volgende beheersovereenkomst.

Art. 65.Niet naleving van de clausules van de overeenkomst De partijen zullen proberen om geschillen die zouden voortvloeien uit onderhavige beheersovereenkomst en die door één van beide partijen worden aangekaart, in der minne te regelen.

Bovenop de aan zijn Commissarissen toebedeelde bevoegdheden neemt het Gewest bij niet naleving van de bepalingen van onderhavige beheersovereenkomst na overleg met de BGHM de maatregelen die het nodig acht om dit te verhelpen.

Als een verbintenis van onderhavige beheersovereenkomst niet wordt nageleefd waardoor het financiële evenwicht van de BGHM in gevaar dreigt te worden gebracht, kan het Gewest de Instelling ertoe uitnodigen een plan met corrigerende maatregelen en het tijdschema ervan op te stellen. Bij de goedkeuring ervan door het Gewest wordt het plan in het bijzonder opgevolgd.

In geen geval mogen de corrigerende maatregelen afbreuk doen aan de rechten waarover de gebruikers beschikken als gevolg van de uitvoering van onderhavige beheersovereenkomst, noch aan de door de Brusselse Huisvestingscode aan de BGHM toevertrouwde opdrachten.

Voor alle begrotingsmiddelen waarvan de berekening door de Regering en de wettelijke voorschriften werd opgesteld, verbindt de BGHM zich ertoe om in geval van overcompensatie de bedragen te recupereren en ze aan het Gewest terug te betalen.

Als het Gewest zijn verbintenissen niet naleeft, zal de BGHM de opvolgingsgroep hiervan inlichten. In geval van onenigheid, en na beslissing van de Raad van Bestuur, brengt de BGHM de Voogdijminister hiervan op de hoogte.

Clausule overmacht Onder overmacht wordt begrepen : iedere gebeurtenis die bij de inwerkingtreding van onderhavige beheersovereenkomst niet kon worden voorzien, die buiten de wil van de partijen plaatsvond en die de gehele of gedeeltelijke uitvoering van onderhavige Beheersovereenkomst onmogelijk maakt.

Het onvermogen van een partij om één van de verplichtingen die werden aangegaan in onderhavige beheersovereenkomst na te leven, wordt niet als een contractueel verzuim beschouwd, als dat onvermogen het rechtstreekse gevolg is van een geval van overmacht.

De partij die het slachtoffer is van een geval van overmacht stelt alles in het werk om zo snel mogelijk de volledige uitvoering van zijn contractuele verplichtingen te hervatten en om de gevolgen van de overmacht te beperken. De partij die het slachtoffer is van een geval van overmacht betekent aan de andere partij zo snel mogelijk, en in ieder geval in een termijn die niet meer bedraagt dan 15 dagen, het voorval of het verdwijnen van dat geval van overmacht.

Alle in deze beheersovereenkomst bepaalde termijnen worden geschorst voor de termijn waarin de overmacht de betrokken partij verhinderde om deze termijnen te benutten.

Zodra de betrokken partij het voorval van een geval van overmacht heeft betekend, zullen de partijen samen te goeder trouw nakijken welke middelen er kunnen worden aangewend om de overmacht te beëindigen en de gevolgen ervan te beperken en te herstellen. Als de overmacht blijft duren en als de partijen geen akkoord bereiken binnen een termijn van zes maanden na bovengenoemde betekening, kan er op initiatief van de ene of de andere partij een einde worden gemaakt aan onderhavige beheersovereenkomst, mits in achtneming van een vooropzegperiode van 30 dagen.

Art. 66.Slotbepalingen Onderhavige beheersovereenkomst treedt in werking vanaf de ondertekening ervan en is geldig voor een periode van 5 jaar. De beheersovereenkomst loopt dus af na voornoemde periode van vijf jaar.

Op initiatief van het Gewest zal de Beheersovereenkomst binnen de 3 maanden na de ondertekening ervan in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd.

Overeenkomstig artikel 43 van de BHC wordt na drie jaar bovendien overgegaan tot een gemeenschappelijke evaluatie die kan leiden tot aanpassingen.

Deze evaluatie wordt afgesloten met een rapport omtrent de toepassing van de beheersovereenkomst en moet zich inzonderheid toespitsen op de doeltreffendheid waarmee de beheersovereenkomst werd uitgevoerd, de mate waarin de vooraf vastgelegde meetbare doelstellingen werden bereikt alsook de eventuele voorstellen inzake aanhangsels aan onderhavige overeenkomst. Dit rapport zal eveneens uitweiden over de methode en het tijdschema voor de uitwerking van de volgende beheersovereenkomst.

Zes maanden vóór het einde van onderhavige beheersovereenkomst gaat de BGHM over tot de uitvoering van een eindevaluatie. Deze evaluatie betreft het geheel van de onderdelen van de beheersovereenkomst alsook de invloed van de factoren en omstandigheden van de politieke, institutionele, reglementaire en sociaaleconomische omgeving die een invloed konden hebben op de uitvoering ervan. Deze evaluatie omvat met name een onderzoek naar de tevredenheid van de gebruikers (de OVM's) over de door de BGHM aangeboden prestaties. De onderhandeling van de volgende beheersovereenkomst wordt gebaseerd op deze laatste evaluatie van de uitvoering van onderhavige beheersovereenkomst.

Als er na afloop van de 5 jaar geen nieuwe beheersovereenkomst is gesloten, blijft onderhavige beheersovereenkomst de opdrachten van de BGHM regelen na de voorziene afloop en dit tot op het ogenblik dat een nieuwe beheersovereenkomst wordt gesloten. Het Gewest en de BGHM kunnen deze eventuele periode aanpassen in een aanhangsel bij de beheersovereenkomst teneinde de continuïteit te verzekeren bij de uitvoering van de taken zoals beschreven in onderhavige beheersovereenkomst.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^