Etaamb.openjustice.be
Document van 23 december 2021
gepubliceerd op 28 januari 2022

Besluit van de Regering betreffende de erkenning van dienstverrichters door de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2022200307
pub.
28/01/2022
prom.
23/12/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 DECEMBER 2021. - Besluit van de Regering betreffende de erkenning van dienstverrichters door de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven


De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Gelet op het decreet van 13 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2016 pub. 30/01/2017 numac 2017200237 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven sluiten tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven, artikel 13, derde lid;

Gelet op het voorstel van de raad van bestuur van de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven, gedaan op 29 oktober 2021;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 16 december 2021;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d. 23 december 2021;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid wordt gewettigd door het feit dat op 11 oktober 2021 een concrete aanvraag tot erkenning van een andere dienstverrichter is ingediend en de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven als erkennende overheid dus dringend over een uitvoeringsbesluit moet beschikken om op een rechtszekere basis over die aanvraag te kunnen beslissen; dat dit besluit dus zo snel mogelijk moet worden aangenomen;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Aangelegenheden;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.- Definities Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° decreet: het decreet van 13 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2016 pub. 30/01/2017 numac 2017200237 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven sluiten tot oprichting van een Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven;2° dienstverrichter: organiserende instantie van diensten en instellingen die overeenkomstig artikel 12 van het decreet regelmatig één of meer ondersteuningsmaatregelen voor kinderen, jongeren of volwassenen aanbieden;3° Dienst voor zelfbeschikkend leven: de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven;4° raad van bestuur: de raad van bestuur van de Dienst voor zelfbeschikkend leven vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, van het decreet.

Art. 2.- Hoedanigheden De verwijzingen naar personen in dit besluit gelden voor alle geslachten. HOOFDSTUK 2. - Erkenning

Art. 3.- Erkenningsprocedure § 1 - Dienstverrichters die een erkenning willen krijgen, dienen daartoe een schriftelijke aanvraag in bij de Dienst voor zelfbeschikkend leven.

Bij de aanvraag worden minstens de volgende stukken en gegevens gevoegd: 1° de identiteit van de aanvrager;2° de statuten van de vereniging zonder winstoogmerk of het besluit van de ondergeschikte overheid dat bewijst dat ze de organiserende instantie is resp.de besluiten van de afzonderlijke ondergeschikte overheden die bewijzen dat ze de organiserende instantie zijn; 3° een concept dat minstens de volgende inlichtingen omvat: a) de afbakening van het doelpubliek in kwestie;b) de beschrijving van de ondersteuningsmaatregelen die overeenkomstig artikel 12 van het decreet worden aangeboden;c) de beschrijving van de infrastructuur die aan de ondersteuningsmaatregelen is aangepast;d) de eventuele kosten die ontstaan als de persoon een beroep doet op de ondersteuningsmaatregelen;e) de maatregelen die voortvloeien uit het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en het Facultatief Protocol, gedaan te New York op 13 december 2006, in het bijzonder met het oog op de ondersteuning van de zelfbeschikking, de participatie en de levenskwaliteit;f) de maatregelen die voortvloeien uit de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);g) alle elementen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 14 van het decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan, voor zover één of meer van die ondersteuningsmaatregelen gesubsidieerd zouden worden;4° het advies over de brandveiligheid, vermeld in artikel 13, tweede lid. De Dienst voor zelfbeschikkend leven legt het aanvraagformulier vast.

De aanvraag wordt per post of elektronisch ingediend. De Dienst voor zelfbeschikkend leven bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen dertig dagen. De datum van de poststempel of - naargelang van het geval - van de elektronische tijdstempel geldt als indieningsdatum. § 2 - De Dienst voor zelfbeschikkend leven onderzoekt of de ingediende aanvraag om erkenning volledig is en onderzoekt de bijgevoegde stukken. Indien de aanvraag volledig is, bezorgt de Dienst voor zelfbeschikkend leven de aanvrager een bevestiging. Indien de aanvraag niet volledig is, vraagt de Dienst voor zelfbeschikkend leven de ontbrekende gegevens of - naargelang van het geval - de ontbrekende stukken aan bij de aanvrager.

Binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt de Dienst voor zelfbeschikkend leven op basis van zijn bevindingen een advies op.

Binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het gemotiveerd advies, beslist de raad van bestuur of de erkenning wordt toegekend.

Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de erkenning als geweigerd. § 3 - De raad van bestuur bepaalt de duur van de erkenning vermeld in artikel 13, derde lid, 4°, van het decreet, rekening houdend met hoelang de aanvrager al op dat activiteitenterrein actief is.

Art. 4.- Voorlopige erkenning Indien niet voldaan is aan één of meer voorwaarden die voor een erkenning noodzakelijk zijn, kan de Dienst voor zelfbeschikkend leven in zijn advies vermeld in artikel 3, § 2, tweede lid, een voorwaardelijke voorlopige erkenning voorstellen.

Binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het gemotiveerd advies, beslist de raad van bestuur of de voorlopige erkenning wordt toegekend en bepaalt hij de voorwaarden, alsook de voorlopige duur van de erkenning.

De Dienst voor zelfbeschikkend leven verstrekt uiterlijk zestig dagen voor het verstrijken van de voorlopige erkenning een gemotiveerd advies over de vraag of aan de voorwaarden is voldaan en bezorgt dat advies aan de raad van bestuur.

Binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het gemotiveerd advies, beslist de raad van bestuur of een definitieve erkenning wordt toegekend, of opnieuw een voorwaardelijke voorlopige erkenning wordt toegekend, dan wel of de voorlopige erkenning wordt ingetrokken.

Art. 5.- Wijziging van de erkenning § 1 - Tijdens de duur van de erkenning delen de dienstverrichters elke wijziging van de gegevens vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, 1°, 2°, en 4°, binnen dertig dagen schriftelijk mee aan de Dienst voor zelfbeschikkend leven. § 2 - Wijzigingen van de gegevens vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, 3°, moeten vooraf worden goedgekeurd. Daartoe dient de dienstverrichter een individuele schriftelijke aanvraag in bij de Dienst voor zelfbeschikkend leven.

Binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt de Dienst voor zelfbeschikkend leven een gemotiveerd advies op.

Binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het gemotiveerd advies, beslist de raad van bestuur of de wijziging wordt goedgekeurd.

Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd.

De wijziging wordt in eerste instantie goedgekeurd voor ten hoogste twaalf maanden; na evaluatie kan de wijziging goedgekeurd worden tot de erkenning verstreken is.

De Dienst voor zelfbeschikkend leven legt elke goedkeuring van een wijziging, alsook de motivering en de duur ervan, schriftelijk vast.

Art. 6.- Behoud van de erkenning Voor het behoud van de erkenning komt de dienstverrichter de verplichtingen vermeld in dit besluit na, alsook de in het decreet vermelde voorwaarden die aan de erkenning ten grondslag liggen.

Art. 7.- Verlenging van de erkenning Om de erkenning te verlengen, dient de dienstverrichter een nieuwe aanvraag om erkenning in bij de Dienst voor zelfbeschikkend leven en dit uiterlijk zes maanden voordat de erkenning afloopt. Die aanvraag bevat de stukken en gegevens vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, voor zover die verschillen van de stukken en gegevens in de oorspronkelijke aanvraag.

Minstens twaalf maanden voordat de erkenning verstrijkt, wijst de Dienst voor zelfbeschikkend leven de dienstverrichter erop dat de erkenning afloopt. HOOFDSTUK 3. - Beëindiging, schorsing en intrekking van de erkenning

Art. 8.- Schorsing van de erkenning § 1 - Indien de dienstverrichter de verplichtingen vervat in het decreet of in dit besluit niet nakomt, maant de Dienst voor zelfbeschikkend leven hem aan om die verplichtingen binnen dertig dagen na te komen.

Op gemotiveerd verzoek kan de dienstverrichter, uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn, aan de Dienst voor zelfbeschikkend leven vragen om de termijn eenmaal met hoogstens dertig dagen te verlengen. § 2 - Indien de dienstverrichter na de aanmaning vermeld in § 1 de verplichtingen nog altijd niet nakomt, wordt de voorlopige of definitieve erkenning door de raad van bestuur geschorst.

Vóór de schorsing deelt de Dienst voor zelfbeschikkend leven de betrokken dienstverrichter zijn voornemen aangetekend mee. Deze kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van dat voornemen, bij de raad van bestuur een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen dertig dagen na toezending van de aangetekende kennisgeving. De datum van de poststempel of - naargelang van het geval - van de elektronische tijdstempel geldt als indieningsdatum.

Binnen dertig dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de raad van bestuur of de erkenning wordt geschorst en voor hoelang. Hij bepaalt de nadere regels om een beroep te doen op ondersteuningsmaatregelen en bepaalt de verplichtingen van de dienstverrichter.

De beslissing over de schorsing van de erkenning wordt onmiddellijk aan de dienstverrichter bezorgd. § 3 - Aan de personen die al een beroep deden op de ondersteuningsmaatregelen voordat de beslissing tot schorsing van de erkenning ter kennis werd gebracht, deelt de dienstverrichter zo snel mogelijk schriftelijk mee waarom de erkenning wordt geschorst. § 4 - Tijdens de duur van de schorsing van de erkenning biedt de dienstverrichter geen nieuwe ondersteuningsmaatregelen meer aan.

Tijdens de duur van de schorsing van de erkenning worden geen subsidies meer uitbetaald aan de dienstverrichter.

Indien de dienstverrichter de verplichtingen nakomt, maakt de raad van bestuur een einde aan de schorsing en kan hij de tussentijds niet uitbetaalde subsidies terugwerkend uitbetalen.

Art. 9.- Intrekking van de erkenning § 1 - Indien de dienstverrichter, na het verstrijken van de duur van de schorsing vermeld in artikel 8, de verplichtingen nog altijd niet nakomt, trekt de raad van bestuur de voorlopige of definitieve erkenning in.

Vóór de intrekking deelt de Dienst voor zelfbeschikkend leven de betrokken dienstverrichter zijn voornemen aangetekend mee. Deze kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van dat voornemen, bij de raad van bestuur een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen dertig dagen na toezending van de aangetekende kennisgeving. De datum van de poststempel of - naargelang van het geval - van de elektronische tijdstempel geldt als indieningsdatum.

Binnen dertig dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de raad van bestuur of de erkenning wordt ingetrokken. Hij bepaalt de nadere regels om de ondersteuningsmaatregelen te laten aflopen en bepaalt welke verplichtingen daaruit voortvloeien voor de dienstverrichter.

Die beslissing wordt zo snel mogelijk ter kennis gebracht van de dienstverrichter. § 2 - Aan de personen die al een beroep deden op de ondersteuningsmaatregelen voordat een intrekkingsprocedure werd ingesteld, deelt de dienstverrichter zo snel mogelijk schriftelijk mee waarom een intrekkingsprocedure wordt ingesteld. § 3 - De intrekking van de erkenning van de dienstverrichter leidt tot de beëindiging van de activiteit.

Met de intrekking van de erkenning wordt de eventuele subsidiëring door de Dienst voor zelfbeschikkend leven stopgezet.

Art. 10.- Beëindiging van de activiteit § 1 - De dienstverrichter deelt elke vrijwillige tijdelijke of definitieve stopzetting van zijn activiteit die niet aan een schorsing of intrekking van de erkenning overeenkomstig artikel 8 of artikel 9 te wijten is, schriftelijk mee aan de Dienst voor zelfbeschikkend leven. Een uitzondering daarop vormen vakantieperioden en feestdagen.

De dienstverrichter deelt zijn voornemen minstens drie maanden voor de geplande tijdelijke stopzetting en zes maanden voor de geplande definitieve stopzetting schriftelijk mee aan de Dienst voor zelfbeschikkend leven.

De definitieve stopzetting van de activiteit van de dienstverrichter heeft tot gevolg dat de erkenning van rechtswege wordt ingetrokken en dat de eventuele subsidiëring door de Dienst voor zelfbeschikkend leven wordt beëindigd. § 2 - Als een andere dienstverrichter de organiserende instantie van een ondersteuningsmaatregel wordt, blijft de erkenning, in afwijking van paragraaf 1, geldig tot zes maanden na de overdracht, voor zover de nieuwe dienstverrichter een erkenning overeenkomstig de bepalingen van dit besluit aanvraagt.

Indien de Dienst voor zelfbeschikkend binnen de termijn gesteld in het eerste lid geen erkenningsaanvraag heeft ontvangen, komt dit neer op een definitieve stopzetting van de activiteit. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 11.- Overgangsbepaling Dienstverrichters die binnen het toepassingsgebied van artikel 78 van het decreet vallen, dienen de in artikel 3 vermelde erkenningsaanvraag uiterlijk op 30 juni 2026 in.

Art. 12.- Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022.

Art. 13.- Uitvoeringsbepaling De minister bevoegd voor Sociale Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.

Eupen, 23 december 2021.

Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : De Minister-President, Minister van Lokale Besturen en Financiën O. PAASCH De Viceminister-President, Minister van Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, Ruimtelijke Ordening en Huisvesting A. ANTONIADIS

^